Jiří Kylián spreekt zich niet zo vaak publiekelijk uit over zijn werk. Maar met de nieuwe weg die hij is ingeslagen met de theatrale foto-installatie Free Fall liet hij in mei een nieuwe kant van zijn kunstenaarschap zien. Het is een bijzonder vervolg op de manier waarop hij eerder relaties legde tussen live performance en een visuele kunstvorm als film, zoals in de voorstelling East Shadow.

door Marcelle Schots, foto Jiří Kylián

Nieuwe stap

De internationale belangstelling voor de choreografieën van Jiří Kyliáns is onverminderd groot. Van Moskou tot Melbourne staan de vroege en late choreografieën van Kylián op het programma. Alleen al in 2016 brengen veertien internationale dansgezelschappen werken van Kylián in première, naast het repertoire dat door andere groepen wordt uitgevoerd. Het Parijse Opera Ballet, dat al diverse stukken van Kylián op het repertoire heeft staan, komt komend najaar met Psalmensymfonie (1978) en Tar & Feathers (2006). Het Pacific Northwest Ballet in Seattle brengt in november Forgotten Land (1981) uit.

Kyliáns choreografieën staan ook op het curriculum van prestigieuze ballet- en dansacademies wereldwijd, zoals de Juilliard School of the Arts in New York, het Conservatoire National Superieur in Parijs en opleidingen in Monte Carlo en Milaan.

Het is de laatste jaren moeilijker om het repertoire van de choreograaf, sinds de jaren zeventig gevestigd in Den Haag, in Nederland te zien. Het Nederlands Dans Theater mag zijn dansstukken sinds een aantal jaren niet uitvoeren. Misschien dat daar in de toekomst weer verandering in komt; mogelijkheden daartoe worden onderzocht, valt te lezen in het recente advies van de Raad voor Cultuur over het gezelschap. En gelukkig creëert Kylián van tijd tot tijd een nieuw werk. Met zijn theatrale foto-installatie zette de choreograaf een nieuwe stap, en dat ging niet onopgemerkt voorbij. Zowel kunstcritici van de Franse krant Le Monde als de Stuttgarter Zeitung stonden in mei op de stoep van het Haagse Korzo Theater om deze ‘première’ te verslaan.

Kunstmatigheid

Een serie foto’s van Sabine Kupferberg vormt het vertrekpunt van de theatrale installatie Free Fall. Jiří Kylián maakte zijn eerste choreografie voor haar in 1971 bij het Stuttgarter Ballett. Sinds 1973 is Kupferberg zijn partner. Samen kwamen ze in 1975 naar Den Haag, waar Kupferberg achtendertig jaar bij het Nederlands Dans Theater danste, aanvankelijk bij NDT 1 en later bij het door Kylián opgerichte NDT 3. Jiří Kylián: ‘Het vermogen van Sabine om steeds nieuwe mogelijkheden te vinden om haar emotionele wereld te tonen, intrigeert mij. Tijdens Free Fall zie je foto’s van Sabine, maar zij is een “alleman”. Free Fall gaat over algemene menselijkheid. Hoe uitvoerend kunstenaars van het ene op het andere moment een bepaald gevoel of een bepaalde relatie tot een andere danser, tot de ruimte of tot een moment in het leven weten te produceren als een regisseur of een choreograaf daarom vraagt, dat vind ik nog steeds ongelooflijk indrukwekkend.’

Op zoek naar de essentie van de fotografie benadert Kylián het medium nadrukkelijk als choreograaf. In zijn denken over het concept zijn naast de foto’s de noties van tijd en ruimte minstens zo belangrijk. Kylián: ‘De sluiter van de camera is als een guillotine. Je leven wordt erdoor in tweeën gehakt: van wat was en wat komen gaat. Dat bracht me op het idee om Sabine van voren en van achteren te fotograferen. Het verleden ligt achter haar en ze kijkt naar de toekomst. Mijn idee bleek echter technisch bijna onuitvoerbaar, want beide foto’s zouden precies op hetzelfde moment gemaakt moeten worden. Daarvoor zouden de zichtlijnen van beide camera’s van elkaar gescheiden moeten worden. En als je een foto belicht, geeft dat een verkeerde belichting voor de andere camera die op hetzelfde moment een foto maakt. Het was een ontzettend ingewikkeld proces. Uiteindelijk hebben we besloten om tussen het nemen van de twee foto’s een duizendste van een seconde te laten.’

Dat Kylián door een choreografische blik wordt gestuurd, valt meteen op in Free Fall. Volgens hem is een foto geen statisch beeld maar een bevroren beweging. In de theatrale installatie kun je om de foto’s heen lopen en zelf een route kiezen. Op bijna alle foto’s is Sabine Kupferberg met gesloten ogen afgebeeld. Toch zijn de beelden zeer expressief. Diepe emoties als angst, woede en jaloezie tekenen haar gezicht. Met haar gelaatsuitdrukkingen en haar gesticulerende handen en vingers zijn het micro-choreografieën.

Labyrint

Voor Free Fall stelde Jiří Kylián zich de vraag wat het verschil is tussen ‘kunst’ en ‘kunstmatigheid’. Kylián: ‘Tijdens de fotosessies vroeg ik Sabine pas vlak voordat ik een foto nam om iets uit te voeren of naar een bepaald gevoel te zoeken. Vervolgens kan zij dat meteen tonen. Dat is op een bepaalde manier kunstmatig en toch ook vreselijk overtuigend. Alle kunstenaars zijn bezig met die bijzondere spanning tussen kunst en kunstmatigheid. Het zijn verwante begrippen. Maar kunst heeft niets met kunstmatigheid te maken, dan is het namelijk geen kunst. Een kunstenaar haalt iets uit het moment wat je nog dieper raakt dan de realiteit, daar komt die spanning uit voort. Sabine heeft tijdens het fotograferen echt gevoeld wat ze daar moest tonen. Ik ken haar al veertig jaar en wilde iets heel essentieels laten zien. Op zo’n foto is alle emotie van wat ze heeft meegemaakt in een duizendste van een seconde geperst, en toch is het stil.’

In de Korzo Studio, waar de theatrale installatie staat opgesteld, heeft de stilte een andere lading dan de stilte die je meestal bij een fotografietentoonstelling ervaart. Kylián: ‘Sinds John Cage de compositie 4’33 heeft gemaakt voor een pianist die niet speelt, weten we dat het nooit echt stil om ons heen is. Zelfs niet als je alleen in een heel stille ruimte bent; dan kun je opeens horen hoe je bloed door je lichaam stroomt. Bij deze theatrale installatie kunnen mensen gewoon praten, maar om de aanwezige stilte te benadrukken hoor je af en toe Contrapunctus I, een deel van Bachs Die Kunst der Fuge, uitgevoerd door Glenn Gould. Sinds ik een klein jongetje was, was Bach de grootste die er was. Die muzikale compositie is het mooiste labyrint ooit gemaakt. Zo sluiten er allerlei cirkels in deze eerste installatie.’

Het doolhof is een terugkerend motief in Free Fall. Het centrale punt van de theatrale installatie wordt gevormd door een weergave van het labyrint dat op de vloer van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in het Franse Chartres ligt. Kylián: ‘Van hoe de monniken wandelden en zongen in dat labyrint van Chartres kan ik me zo’n ontzettend mooie voorstelling maken. De monniken lopen, met korte tussenpozen, één voor één het labyrint in. Zo ontstaat een prachtige harmonie van Gregoriaanse zang.’

Kylián maakte een exacte kopie van het labyrint van Chartres op de vloer van de studio. Daarboven draait een grote, dubbelzijdige foto met aan de ene kant een zwarte hemel en aan de andere kant een witte hemel, die door de belichting reflecteren op de vloer. Het is fascinerend om te zien hoe lichtval en duisternis over het labyrint voortbewegen, geconcentreerd in felle lichtstralen of samengebald in uitdijende schaduwpartijen, om uiteindelijk precies samen te vallen bij de ingang van het labyrint.

Natuurgetrouw

Kylián houdt van symboliek en roept graag tegenstellingen op in zijn werk. De appel als symbool van liefde, seksualiteit, zonde en de vele connotaties die de vrucht in verschillende culturen heeft, is op verschillende foto’s afgebeeld. Als kostbare sieraden staan op sokkels allerlei driedimensionale puzzels van hout en metaal opgesteld. Bezoekers van de installatie kunnen deze uit elkaar halen en proberen weer in elkaar te zetten, meestal een onbegonnen werk in de korte tijd dat ze aanwezig zijn. Kylián verwijst ermee naar de complexiteit van de mens en maakt deze zo tastbaar.

Voor de voorstelling Far too Close (2003) voor NDT 3, een opdracht van Saitama Arts Theatre in Japan, werd een pop gemaakt die een exacte, natuurgetrouwe kopie was van Sabine Kupferberg. In de Korzo Studio zit dit alter ego van Kupferberg op een stoel. Inmiddels is Kupferberg zelf dertien jaar ouder. Kylián: ‘Op het moment dat je geboren wordt, ben je meteen tot levenslang veroordeeld. Niet met je vriend of je man, en zelfs niet met je kind, maar vooral met jezelf. Dat kan positief of negatief uitpakken.’

We zijn gewend om naar foto’s van iemand uit het verleden te kijken, maar om de aanwezigheid van een persoon – fysiek, maar levenloos – mee te maken, kan een vervreemdende ervaring opleveren. Net als de foto’s van Kupferberg en de pop samen, vooral als Kupferberg er een fysieke relatie mee aangaat in een tedere omhelzing. Je kunt daar een beeld van zelfacceptatie in zien. Maar doordat je naar een foto kijkt, is er aanvankelijk geen onderscheid tussen de authentieke Sabine en haar artificiële zelf. Toch zijn verleden en heden tegelijkertijd vertegenwoordigd.

De choreograaf werkte minstens driekwart jaar aan zijn fotoproject. Hij werd bijgestaan door zijn manager Carmen Thomas en lichtontwerper en technisch projectleider Loes Schakenbos. Fotograaf Joris Jan Bos gaf hem advies. Thuis bouwde Kylián met artistiek assistent Patrick Marin een model van het labyrint. Kylián: ‘Eenvoudige dingen zijn soms verschrikkelijk ingewikkeld, dat heb ik ook met dit project ervaren. Voordat we tot dit resultaat kwamen, heeft het project vele metamorfosen doorgemaakt. Iedere toeschouwer kan zelf kijken wat dit werk voor hem of haar betekent. Het is zo opgezet dat iedereen daarvan iets mee op weg kan nemen. Alles wat ik heb gemaakt is toegankelijk. Niet per se eenvoudig, maar toegankelijk.’

Verloren

De wijze waarop Kylián technologie in zijn werk benadert is een doorlopend onderzoek. In eerdere voorstellingen integreerde hij filmbeelden of gebruikte hij technieken ontleend aan film, zoals slowmotion. In zijn meest recente creatie East Shadow, die komend seizoen opnieuw te zien is in Korzo, vond de choreograaf een perfecte, betekenisvolle balans tussen live performance en film. Aanleiding voor deze voorstelling, gemaakt in opdracht van de Aichi Triënnale 2013 en met indringend pianospel van Tomoko Mukayama, vormde de tsunami in Japan van 2011. In East Shadow maakte Kylián de catastrofe voelbaar, zowel persoonlijk als universeel. Door een combinatie van film en live performance ontstaat een uitgekiend spel met de tijd en met het besef van aanwezig zijn of verdwijnen.

Net als in eerder werk keert ook in East Shadow Samuel Beckett terug, van wie het gedicht Neither is te horen. Becketts Theater van het Absurde was al vaker een inspiratiebron. Kylián: ‘Ik ben een groot bewonderaar van Beckett. Hij neemt je bij de hand en wijst je met grote precisie de weg ergens naartoe. Maar je komt nergens aan en je realiseert je dat het allemaal onzin was. Waarschijnlijk hangt een echte Beckett-kenner me aan de hoogste boom als ik dit zeg, want zijn werk heeft natuurlijk ook veel betekenis. Maar die moet je er zelf in zoeken. Zijn werk is een doolhof, net als het werk van Kafka. Die twee zijn mijn favoriete schrijvers. Ze beheersen de taal ongelooflijk goed, en toch is taal te arm voor hen. Ze hebben het liefst duizend keer zo veel woorden om te beschrijven wat er in ons gebeurt. Er is maar een woord voor liefde, hoe arm is dat! Voor het diepste wat je voelt, voor het grootste geheim dat er is, bestaat geen woord. Er zijn religies die geen naam voor hun god hebben. Dat is het onuitspreekbare, een abstractie, waar niemand een foto of een beeld van mag maken en er op die manier bezit van kan nemen. Daarom begrijp ik Beckett niet echt. Ik begrijp momenten van wat hij geschreven heeft en het helpt me dat hij waarschijnlijk net zo verloren was als ik ben. Wat hij was, wat hij voelde, heeft hij vormgeven door woorden. Ik probeer het door bewegingen en emoties die zichtbaar zijn. Beckett door emoties die hoorbaar zijn.’