De Twentse geschiedenis en identiteit staan al ruim tien jaar centraal in lokaal gewortelde theaterproducties: in voormalige textielfabrieken in Almelo, tussen sissende stoommachines in Hengelo en in en rondom de schouwburg van Enschede. Sinds dit jaar wordt Theater Producties Twente, de stichting achter deze succesvolle regiostukken, structureel ondersteund door het Fonds Podiumkunsten. Artistiek aanjager Gerard Cornelisse: ‘In Twente wordt heel veel niet gezegd, er zit heel veel tekst achter de stilte.’
‘In het oosten van Nederland zeggen ze vaak: daar in de Randstad kijken ze op ons neer. Dan zeg ik altijd: nee hoor, dat doen ze helemaal niet. Het is veel erger. Ze weten niet eens dat je bestaat.’
Gerard Cornelisse grinnikt. Hij is artistiek aanjager en initiator van Theater Producties Twente (TPT), de grootste nieuwe structureel ondersteunde speler bij het Fonds Podiumkunsten in het huidige Kunstenplan. Als geboren en getogen Amsterdammer die inmiddels al vijftien jaar in Enschede woont, kijkt hij er nuchter naar. ‘Die subsidie geeft rust en ruimte: niets meer, niets minder. Tot nu toe moest ik steeds aan mensen vragen om een ‘werkje’ te verrichten, nu kunnen we mensen aan het werk zetten. We blijven dezelfde koers varen, dezelfde producties maken, maar dan allemaal net wat meer doorwrocht.’
Het verleden
Cornelisse is als producent en cultureel ondernemer al jaren actief in de regio Twente. In 2014 was hij initiator van zijn eerste lokale productie aldaar, met terugwerkende kracht het startschot van wat inmiddels dus Theater Producties Twente heet: Van Katoen en Nu, een grootschalige muziektheaterproductie op locatie, die 100 jaar Almelose geschiedenis omvatte en waarin de opkomst en ondergang van de textielindustrie in Twente centraal stond. De voorstelling speelde in een voormalige textielfabriek op het Indiëterrein, eraan voorafgaand aten bezoekers er gezamenlijk aan lange tafels.
Cornelisse herinnert zich nog goed hoe het begon: ‘Almelo bestond 100 jaar en dat ging gepaard met feesten en evenementen. De burgemeester vroeg me of ik in dat kader een voorstelling wilde maken. Ze zei: ze zijn hier niet trots op zichzelf.’
Dát wilde hij veranderen. De producties van TPT zijn zonder uitzondering vieringen van de Twentse geschiedenis en de identiteit. ‘Het is volkstheater. Dat betekent niet dat het minder is, maar dat het door de gemeenschap wordt gebouwd. Ik wilde dat het groots werd, dat er amateurspelers uit de regio meewerkten en dat toeschouwers elkaar vooraf, tijdens en na afloop zouden ontmoeten.’
De regioproducties konden in Twente al snel op waardering van bezoekers rekenen. Uit een onafhankelijk impactonderzoek van bureau Publieke Versnellers is gebleken dat naar aanleiding van Van Katoen en Nu de sociale cohesie van de Almelose gemeenschap versterkt werd en de inwoners meer dan voorheen trots waren op hun stad, zo staat te lezen in het beleidsplan van TPT.
Later volgden succesvolle producties als Het verzet kraakt (2017), Stork! (2018) en Van Katoen en Water (2022): allemaal verhalen die stevig met de Twentse historie vervlochten zijn. Bezoekers moeten het gevoel hebben dat het over hen gaat, en tegelijkertijd moet het universeel zijn, stelt Cornelisse. ‘Het was pionieren aan het begin, maar iedereen was blij dat het gebeurde. Ik heb weinig scepsis of weerstand ervaren, er was meteen veel animo en enthousiasme. Voorstellingen leefden echt in de stad.’
TPT begon met het ontwikkelen van eigen producties onder de vlag van Wilminktheater en Muziekcentrum Enschede. Al snel ontstonden er twee productielijnen: locatietheater en zaalproducties. Gaandeweg werden actuele maatschappelijke pijnpunten explicieter ingebouwd in de voorstelling. Gevoelige thema’s als de stikstofkwestie, de toeslagenaffaire en de onvrede rondom de coronamaatregelen echoden bijvoorbeeld door De boerenopstand – tot Tubbig en niet verder, in 2021 te zien in een oude sporthal in Tubbergen.
Snelkookpan
Een ander bijzonder project was de theaterserie Huize Enschede (2022-2023), een project voor en over Enschedese studenten, met specifiek als doel een jonger publiek naar het theater te krijgen. Want dat bleef ook in Twente vaak nog achter, vertelt regisseur Anne de Blok. ‘Het werd een instant-succes: het theater zat meteen vol met studenten, die drie seizoenen lang elke avond terugkwamen. Als maker was het een snelkookpan: er was nauwelijks voorbereidingstijd, acteurs stonden soms op het podium terwijl ze de tekst maar voor de helft kenden. Het was echt overleven.’
Het tekent wat haar betreft het experiment dat bij TPT hoog in vaandel staat. Als beginnende maker werd ze door Cornelisse gevraagd om de regie van de stadsmusical op locatie Van Katoen en Water te doen. Op dat moment had ze nog nauwelijks ervaring met regisseren: ‘Gerard kende me eigenlijk niet, hij had via via over me gehoord en wilde per se jong talent naar Almelo halen. Dat tekent het artistieke risico dat hij bereid is te nemen en zijn voorliefde voor nieuwe makers. Ik kreeg meteen alle artistieke vrijheid. Ga maar op je bek, zei hij aan het begin, dan leer je het gaandeweg.’
Als in Amsterdam gevestigde theatermaker heeft ze zich zeker afgevraagd of ze wel geschikt is om deze regiogebonden theatervoorstellingen te regisseren. ‘Uiteindelijk denk ik dat ik als buitenstaander ook een belangrijk perspectief meeneem, zolang ik me maar omring door Twentenaren en me steeds goed verdiep in de geschiedenis en wat er leeft hier onder de mensen. Maar we willen ook niet dat onze voorstellingen voorbehouden zijn aan een Twents publiek. In het ideale geval spreken we bezoekers uit heel Nederland aan met deze Twentse verhalen.’
Het heden
Deze zomer staat opnieuw de Twentse textielindustrie centraal, in de productie Door het stof, in het kader van de viering van 700 jaar Enschede als stad. Het verhaal speelt zich af in het Enschede van de vorige eeuw, waarin de machtige textielbaronnen en de hardwerkende maar slecht betaalde arbeiders lijnrecht tegenover elkaar komen te staan. De jonge priester Alfons Ariëns werpt zich op als bemiddelaar tussen beide kampen.
Bijzonder is dat het publiek bij aanvang van de voorstelling in twee groepen wordt verdeeld. Elke groep krijgt het verhaal vanuit een ander perspectief te zien: in de prestigieuze setting van het Wilminktheater staat het verhaal van de machthebbers centraal (geregisseerd door Daniël van Klaveren van Theater Sonnevanck), terwijl in het aangrenzende Muziekcentrum onder het genot van bier en kaas door de arbeiders de ongelijkheid wordt bevochten (in regie van Anne de Blok). Halverwege wordt er gewisseld, en krijgt de toeschouwer het verhaal vanuit het andere perspectief te zien. Het slotdeel is gezamenlijk en speelt zich af in het nu: op die manier leggen de makers expliciet de parallellen met de huidige tijd.
De Blok: ‘Het is een soort Romeo & Julia in Enschede, inclusief verboden liefdes en een stad die in de ban is van hoogopgelopen onderlinge vetes.’ Dat klassenverschil is een terugkerend thema in de voorstellingen van Theater Producties Twente. Diversiteit is een belangrijk speerpunt, vertelt Cornelisse, al betekent dat in Twente volgens hem iets anders dan in de Randstad. ‘Diversiteit gaat hier niet over kleur, maar over arm en rijk.’
De toekomst
Voor de komende twee jaar heeft TPT acht voorstellingen gepland, onder meer over Ommen in de Tweede Wereldoorlog (Verborgen verleden, 2025) en de beruchte Enschedese wijk Dolphia (Varkenskoppen in Dolphia, 2026), op het terrein waar in 2015 een asielzoekerscentrum voor 600 Syrische vluchtelingen zou komen. Met die laatste voorstelling willen de makers de tegenstellingen achter het idee ‘eigen volk eerst’ tonen, door een blik op de eigen geschiedenis van de inwoners van Dolphia te werpen: de wijkbewoners waren fel gekant tegen de komst van vluchtelingen naar de kleine, naar binnen gerichte buurt.
De ambitie van TPT is om de komende vier jaar jaarlijks twee grootschalige producties (voor 15 tot 20 duizend bezoekers) en twee middelgrote producties (circa 5 duizend bezoekers) te realiseren. Daarnaast hoopt de organisatie op meer naamsbekendheid, en in het verlengde daarvan meer bezoekers van buiten Twente én een jonger publiek aan te spreken.
De teksten worden nieuw geschreven door vaste makers Laurens ten Den, Jasper Verheugd en Danny Westerweel en door gastschrijver Jibbe Willems. In veel scripts wordt gebruik gemaakt van een toegankelijke (vereenvoudigde) vorm van het Nedersaksisch, waardoor de taal herkenning oproept bij de Twentenaren en tegelijkertijd goed te volgen is voor mensen van buiten de regio.
Alle muziek wordt nieuw gecomponeerd door onder anderen Fons Merkies. De muziek is geënt op de blaasmuziekcultuur van de regio, aldus het beleidsplan. ‘Het blaasorkest heeft, net als de Twentse cultuur, een bepaalde aardsheid en nuchterheid. De kracht zit in de kleine gebaren die als groots worden ervaren.’
De meerjarige subsidie zorgt er voor dat relatief nieuw talent meer ruimte krijgt om zich te ontwikkelen. Deels worden de voorstellingen gemaakt door ervaren cast en crew, zoals regisseur Jasper Verheugd, die onder meer betrokken was bij Harmonie. Maar daarnaast wordt er onder meer ingezet op talentontwikkeling van relatief nieuwe makers, zoals De Blok. ‘Het idee is dat de ouderen de jongeren op sleeptouw nemen’, zegt Cornelisse. Ook stelt de subsidie de organisatie in staat om structureel met dramaturgen te werken, om de inhoudelijke verdieping te bevorderen.
Een andere belangrijke kernwaarde voor TPT is het ‘versterken van de Twentse identiteit’. Cruciaal daarbij is de grote inbreng van lokale vrijwilligers en vrijetijdsspelers, zowel voor als achter de schermen: als speler, muzikant of zanger in de voorstelling of tijdens pauze-acts; maar ook voor het maken van decor en kostuums of voor publieksbegeleiding op locatie worden bij elk project weer mensen uit de buurt geworven.
Huttenkloas
Terwijl de repetities voor Door het stof eind april nog moeten beginnen, is de organisatie al volop aan het werven voor de openluchtproductie De veroordeling van Huttenkloas eind september in Oldenzaal, gebaseerd op een openbare rechtszaak uit 1775, waarin de beruchte Twentse moordenaar Klaas Annink ter dood werd veroordeeld.
Cornelisse: ‘Ik ben Amsterdammer dus ik weet niets van de Twentse identiteit, ik kan ‘Huttenkloas’ niet eens fatsoenlijk uitspreken. Het Nedersaksisch speelt een grote rol in deze streek en dus ook in onze voorstellingen. Eén ding is duidelijk: in Twente wordt heel veel niet gezegd, er zit heel veel tekst achter de stilte. Een toneeltekst in Amsterdam is 100 pagina’s, in Twente 70 pagina’s. En het verhaal is hetzelfde.’ Uit De Boerenopstand werd dat treffend samengevat:‘Zwijgen en denken, zal geen mens je krenken.’
De verre toekomst
Voor de tweede helft van het Kunstenplan is het de bedoeling om nog meer de wijken in te trekken en voorstellingen te maken die reageren op wat er op dat moment leeft. De komende tijd zullen de voorstellingen steeds concreter vorm krijgen.
En daarna? Cornelisse: ‘We krijgen nu subsidie voor vier jaar, dus we hebben een bedrijf opgericht voor die periode. Niet met de ambitie om acht of twaalf jaar door te gaan. Dat maken we ook aan alle medewerkers heel helder. Als er ergens een windmolenpark of een booreiland wordt gebouwd, dan is daar een bedrijf een paar jaar zoet mee. Voor een volgende windmolen kan er weer een nieuw bedrijf aan de slag. En misschien willen we wel door, en dan zullen we daar te zijner tijd ook zeker ons best voor doen, maar ik verzet me tegen de veronderstelling dat als je eenmaal in de meerjarige subsidie opgenomen zit, het per definitie beter is als je meerdere rondes meedraait. Voor nu is het helder: deze club gaat vier jaar aan het werk.’
Foto Tjeerd Derkink
Twee amateurspelers over Theater Producties Twente
Wie? Louise Zwake te Nijenhuis, 66 jaar, ‘in een vorig leven buschauffeur in het OV’, woont in Hengelo, waar ze ook speelt bij de Hengelose revue. Zit al 42 jaar in het amateurtoneel: van spelen, dansen, zingen tot schrijven. Was in 1976 Nederlands kampioen stijldansen en had in 2024 een bijrol als huishoudster in de speelfilm De jackpot met Nicolette van Dam.
Waarin? Het verzet kraakt, Stork!, Boerenopstand, Door het stof en De veroordeling van Huttenkloas
Waarom? ‘Theater is voor mij een verrijking van mijn leven. Op momenten dat het niet lekker met me ging, kon ik daar kracht uit putten om door te gaan. Het is een houvast, omdat je met een groep iets aan het maken bent. In theater komen alle lagen van de bevolking samen, van rijk tot arm. Niemand staat boven de ander: de kleinste schakel is net zo belangrijk als de hoofdrol. Dat besef kun je ook meenemen buiten de repetitieavonden, het echte leven in.
‘Als oudere vrouw nemen de rollen af, dat is jammer. Eigenlijk zijn wij oudere dames prima in staat om jongere personages te spelen: als je het goed speelt ziet het publiek dat niet meer. Als vrouw ben je in het theater al gauw oud, mannen kunnen veel langer doorgaan.’
De Twentse identiteit? ‘Wij Tukkers zijn een stil volkje vergeleken met alles wat na Utrecht komt. In het westen zijn ze wat opener en hebben ze meer lef. Daar kunnen wij wat van leren, maar andersom ook: iets rustiger aan doen kan vaak geen kwaad, je moet het leven nemen zoals het komt en niet zoals jij het wilt.’
–
Wie? Tom Muller, 20 jaar, student Human Resource Management en HR-medewerker. Komt uit Losser, woont momenteel ‘net over de grens’ in Bad Bentheim, maar voelt zich nog altijd ‘een echte Lossernaar’. Speelde altijd al graag toneel en zingt ook in een klassiek koor in Tubbergen.
Waarin? De Bende van Losser, De Militaire Passie en Door het stof.
Waarom? ‘Als je één keer hebt meegedaan, doe je dat automatisch vaker. De saamhorigheid die je met elkaar voelt, werkt verslavend. Als ensemblelid vragen mensen me weleens: ‘Zou je wel zoveel vrije tijd opofferen voor een bijdrage op de achtergrond?’ Maar zo zien we dat hier helemaal niet. Hier zeggen ze altijd: zonder een ensemble dat de voorstelling draagt, kunnen de hoofdrollen geen verhaal vertellen.
‘Ik ben eigenlijk iemand met faalangst en plankenkoorts, en deze voorstellingen hebben er me daar echt overheen geholpen. Daar heb ik ook daarbuiten veel profijt van, als ik presentaties moet geven voor mijn studie bijvoorbeeld. Vroeger was dat altijd drama, maar nu ik weet dat ik ook voor 2000 man publiek in een voorstelling kan staan zonder te trillen, is dat geen enkel probleem meer.’
De Twentse identiteit? ‘We zijn nuchter, vriendelijk en recht-voor-zijn-raap. Ook bij deze producties: ik zeg: dit kan ik, dit is de tijd die ik heb, kijk maar wat je ermee kan. We draaien hier nergens omheen, je weet precies wat je aan elkaar hebt.’
Door het stof speelt van 11 juni t/m 13 juli in het Wilminktheater en Muziekcentrum, Enschede







