Met de eerder dit jaar gestorven Wilfried Minks en de nog actieve Achim Freyer (1934) hoorde Karl-Ernst Herrmann tot de ‘drie musketiers’ van de naoorlogse Duitse theatervormgevers die wereldruimten bouwden waarin toneelspelers en regisseurs lucht kregen om vrijuit te ademen en voluit te spelen. Schrijvers pasten soms zelfs hun plannen aan omdat Hermann een beter idee had. Of omdat hij meer kon doen dan zij dachten.

Neem de tweede acte van Thomas Bernhards laatste toneelstuk Heldenplatz (1988), over de dagen direct na de zelfmoord van de joodse hoogleraar Schuster, die uit zijn appartement aan het beruchte Weense plein was gesprongen uit angst voor nieuwe golven Oostenrijks antisemitisme. Die tweede acte, direct na de begrafenis, ging zich, zo was het plan van Bernhard, afspelen in een ‘grossbürgerlichem Wiener Zimmer’. Totdat regisseur Claus Peymann aan de schrijver vertelde dat ontwerper Herrmann juist ook sterk was in het verzinnen van buitenruimtes. Dus werd de ontmoeting tussen Schusters broer en zijn twee dochters gesitueerd op een bankje in het Volkspark direct achter de Heldenplatz. Een in lichte nevel gehulde ruimte met twee rijen kale platanen en op de achtergrond het gebouw van het Burgtheater. Herrmann had ook een mooi detail ingevoegd (was hij dol op): er brandde licht in de directiekamer. Ik weet nog goed dat het toneelbeeld in het Burgtheater een gul open doek applaus oogstte, dat zeer snel weer over ging in Weens sissen, boe roepen en fluiten toen de conversatie over Oostenrijkse neo-nationaal-socialisten eenmaal fijn op stoom was gekomen. Thomas Bernhard bekende later dat hij natuurlijk altijd in de eerste plaats voor ‘zijn’ toneelspelers schreef, en vanzelfsprekend voor ‘Herr Peymann’, maar toch ook altijd graag ‘für unseren lieben Karl-Ernst Herrmann’.

Herrmann werd geboren in Saksen, studeerde van 1957 tot 1961 aan de Hochschule der Künste in Berlijn, waar hij zich vanaf zijn veertiende al had bekwaamd in kalligrafie. De grote ‘talentenvisser’ Kurt Hübner haalde hem als leerling ontwerper naar Ulm, waar hij regisseurs als Zadek en Palitzsch leerde kennen en waar de eerder genoemde Wilfried Minks zijn mentor werd. Toen de Ulmer troep naar Bremen verkaste ging hij mee en was medeverantwoordelijk voor de ‘Bremer Stil’.

Daar ontstond de samenwerking met regisseur Peter Stein die kort daarop zou resulteren in een stortvloed van maatgevende, grote en open ruimten voor de Berlijnse Schaubühne: het heuvellandschap van Peer Gynt (1971), het in zwarte doeken ‘ingepakte’ horizondoek voor Prinz von Homburg (1972), een berkenbos in Sommergäste (1974), de agora met trappen en bakstenen muur voor de Oresteia (1980) en het wijde (48 meter diep) landschap in Drei Schwestern (1984). Een toneelbeeld van Herrmann had altijd iets edels, het zag er kostbaar uit maar pompeus was het nooit.

In de jaren tachtig begon hij met zijn vrouw Ursul ook te regisseren, opera vooral. In de Brusselse Munt Opera is dat belangrijke deel van zijn loopbaan begonnen.

Zijn lessen toneelvormgeving aan de Münchner Akademie der Bildende Künste hadden een strenge, heldere kern die hij zo verwoordde: ‘Een vormgever moet leren met de dramaturgie van een stuk om te gaan, er werkelijk plezier in te hebben voortdurend iets nieuws te ontdekken. Een goede decorontwerper stapt als het ware dienstbaar bij een toneeltekst naar binnen en moet zeker niet ruw zomaar een of ander idee op een stuk loslaten.’ Als er een schrijver is bij wie Herrmann die principes heeft kunnen botvieren is dat Thomas Bernhard geweest. De laatste wereldruimte die ik van Hermann voor een Bernhard-stuk zag, was enkele jaren terug bij het Berliner Ensemble, Die Macht der Gewohnheit, regie: Peymann, met de 82-jarige Jürgen Holtz als Caribaldi, de ‘meneer met de cello’. De speelvloer was een licht gebold podest van geel geschilderd timmerhout, daarachter het silhouet van een circustent, daar weer achter de schaduwen van een kleine provinciestad. Dat verre landschap en de nabijheid van het kamermuziekensemble van Caribaldi werden verbonden door een rij telegraafpalen. Met vogels. En – Herrmann-detail: een vogelnestje. In de loop van de avond kleurde de lucht van dag naar schemering. Een Berlijnse krant schreef: ‘Een lange dagreis met de circusmuziek mee naar de nacht. De weg die wij allen zullen gaan.’

Karl-Ernst Herrmann is op 13 mei 2018 in Berlijn gestorven aan een nierziekte. Hij is 81 jaar geworden.