Alleenstaande ouders zijn strakke planners – in het theaterveld al helemaal. Hoe houden ze hun inkomen op peil? Hoe combineren ze avondwerk met zorg? En hoe vinden ze hun plek in een sector die weinig ruimte laat voor gezinsvormen buiten de norm? Twee podiumkunstenaars vertellen hoe zij die balans vormgeven.
In het huis waar ik geboren ben, een gekraakt pand in het centrum van Amsterdam, was er liefde in vijfvoud. Een commune met meerdere etages, gedeelde keukens en badkamers, mijn ouders bovenin en mijn vier extra moeders met hun kinderen een verdieping lager. De vaders van die kinderen hadden vaak nog een tweede huis, waardoor zorg en aandacht over meerdere plekken verdeeld werden. Zo ontstond een alternatieve familie die functioneerde volgens het principe van LAT, Living Apart Together, een relatievorm waarbij partners wel een duurzame band hebben, maar in aparte huizen wonen. Die jeugd leerde me dat een gezin vele vormen kan aannemen en dat zorg altijd gedeeld wordt; waarbij dat laatste, zo besefte ik, in het theaterveld met onregelmatige roosters en financiële onzekerheid, nog urgenter is.
Samora Bergtop
Samora Bergtop, artistiek directeur van Well Made Productions, spreekt met open hart over de uitdagingen die haar ouderrol met zich meebrengt. Ze is moeder van twee zonen: een kweekje (in de Surinaamse cultuur: woonachtig zijn bij een ander familielid dan je ouders of een pleegouder) van inmiddels achttien jaar oud, en een biologisch zoontje van tweeënhalf. Op papier voedt ze hen ‘alleen’ op, maar om haar heen staat een warm en hecht netwerk van familie en vrienden. De weg naar het moederschap was voor haar allesbehalve vanzelfsprekend.
‘In de zomer van 2018 kwam mijn neefje, toen twaalf jaar, bij mij wonen. Hij had een grote voetbaldroom: spelen bij Ajax, en op die leeftijd word je niet gescout als je te ver weg woont. Amsterdam bood hem die kans, en we besloten dat hij eerst een half jaar bij mij zou blijven om te kijken hoe het zou gaan. Vanaf het moment dat hij bij Zeeburgia, de hofleverancier van Ajax, ging spelen, kwam ik in een wereld terecht die ik helemaal niet kende. Ik was nog nooit een ‘voetbalmoeder’ geweest, en het zorgde ervoor dat mijn dagelijkse leven behoorlijk veranderde.’
Het zorgsysteem reageerde minder vanzelfsprekend. ‘Overal vroegen ze: ‘Ben je de voogd? Pleegouder?’ Scholen en instanties dachten meteen aan problematiek, terwijl ik uit een traditie kom waarin het heel normaal is dat een kind bij een oom of tante inwoont.’
Toen haar neefje werd aangenomen bij Ajax en van school moest wisselen, werd dat stigma opnieuw zichtbaar. ‘Een mentor vroeg letterlijk of ze extra geld konden aanvragen omdat hij ‘bij een tante woont’. Dan dacht ik: luisteren jullie wel? Dit kind woont hier vanwege voetbal, niet vanwege problemen.’ Zelfs Ajax had aanvankelijk hun bedenkingen. ‘Ze dachten: als hij niet thuis woont, zal er wel iets zijn. Terwijl hij dit allemaal zelf wilde. Uiteindelijk werd ik officieel ‘gastouder’ van Ajax, maar dat duurde even.’
Ondertussen acteerde Samora zelf nog volop. ‘Hij zei op een gegeven moment: ‘Tante, het is thuis wel stil hoor.’ En dat kwam binnen. Ik besloot om nog maar één keer per jaar te spelen. Dat was een groot besluit, maar eigenlijk ook logisch. Ik was rond die tijd al bezig met mijn eigen kinderwens, en ik voelde dat ik er klaar voor was om mijn leven anders in te richten.’
Well Made Productions
Sinds 2004 werkt ze in de podiumkunsten, als actrice, maker en initiator. ‘Ik heb altijd in dienst van vernieuwing gewerkt. Theatergroepen opgericht, voorstellingen gemaakt. Maar die wereld draait toch veel om het individu: ambitie, groei, zichtbaarheid. In 2015 besefte ik dat het minder om mij mocht draaien en begon mijn kinderwens. ’
In datzelfde jaar richtte ze samen met collega Ellen Tjon a Meeuw Well Made Productions op, een productiehuis dat streeft naar het ontwikkelen van nieuwe voorstellingen met een sterke focus op inclusiviteit en maatschappelijke relevantie. Ze maken ruimte voor zwarte en gemarginaliseerde makers en creëren een omgeving waarin zorg en samenwerking centraal staan.
‘Well Made is geboren uit precies dat: we wilden een huis bouwen voor verhalen die nog niet verteld worden. Niet alleen artistiek, maar ook sociaal. Het moest een plek zijn waar makers gedragen worden. Een plek waar ik zelf ook mocht landen.’ Ze realiseerden inmiddels tal van producties, waaronder The Story of Travis (2022). Momenteel zijn ze bezig met een documentaire over Louis Doedel, een Surinaamse vakbondsleider die drieënveertig jaar onterecht opgesloten zat en geen kinderen achterliet, en de recente pogingen om de waarheid over zijn gevangenschap te achterhalen.
Onder de naam De Kondre Alliantie werkt Well Made samen met de The Black Archives, OSCAM en Kip Republic voor duurzamer (zwart) cultureel ondernemerschap. ‘Die samenwerking komt uit zorg voort. We checken bij elkaar in, niet alleen professioneel, maar ook emotioneel.’
It takes the village for Mosi
In 2023 werd Samora moeder van Mosi-James. ‘Hij is nu tweeënhalf. En eerlijk: hij is een baas.’ Ze laat foto’s zien op haar smartphone: ‘Kijk, hier zie je hem in de weer met drumstokjes. Dat doet hij allemaal zelf. Hij heeft nu al ritmegevoel. Ik hoop dat hij blijft spelen.’
De weg naar zijn komst was lang. ‘Ik was veertig toen ik de keuze maakte, vierenveertig toen ik beviel. Het was een traject met alles erop en eraan: IVF, hoop, een miskraam. En ik was in die tijd heel stil in de acteurswereld. Ik voelde me bezwaard om in repetitieruimtes spuiten te zetten, bezwaard om tijd te vragen. Dat is eigenlijk best pijnlijk.’
Ze noemt podcasts zoals Eitje die haar hielpen, de Netflix serie Master of None, gesprekken met collega’s. ‘En ook het appje van goede vriendin en theatercollega Marjolijn van Heemstra, die zei: ‘Een wensmoeder is eigenlijk ook al een moeder.’ Dat vond ik zó mooi. Het gaf me rust. Alsof iemand erkende wat ik al voelde.’
‘Wat mij gered heeft? Structuur. En mijn village.’ Samora werkt met roosters, datumprikkers en appgroepen. ‘Sinds mijn eindregieproject bij Likeminds, in samenwerking met The Factory, moet Mosi op donderdagavonden en zondagen worden opgevangen. Ik heb een appgroep aangemaakt: It takes the village for Mosi-James. Achttien mensen erin. Familie, vrienden. Want ik kan heel moeilijk individueel iemand om hulp vragen. In die groep werkt het wel: mensen stemmen onderling af. Het voelt licht. Niemand hoeft alleen te dragen.’
Ouderschap en kunst: de verschuiving
‘Ouderschap heeft mijn hele kunstenaarsblik veranderd. Je wordt je bewust van wat er echt toe doet. Mijn kind en neef trekken letterlijk aan me, laten weten: ‘Ik ben er.’ En dan voel je: verhalen zijn mooi, maar het leven is échter.’
Sommige projecten kon ze vanwege het moederschap niet aannemen, of wilde ze bewust laten schieten. ‘Ik kreeg ooit via een castingbureau een uitnodiging van mijn droomregisseur om auditie te doen voor een serie, net nadat ik moeder was geworden. Maar ik kon geen tekst onthouden; mijn hoofd zat te vol. Ik wist dat ik het niet moest doen.’ Ook de rol in de voorstelling Lorna wees ze af. Die productie ging over wensouders die eindeloze IVF-behandelingen ondergaan. ‘In eerste instantie dacht ik: wauw. Maar al snel voelde ik: nee, dit is veel te dichtbij. Ik zat er zelf nog middenin.’
Ze legt haar handen op het tafelblad voor zich, de handpalmen omlaag. ‘Weet je… De sector is niet altijd zacht voor moeders. Mannen werken gewoon door. Voor vrouwen verandert er veel. Maar binnen Well Made en De Kondre Alliantie voel ik me gedragen. We maken zichtbaar dat zorg onderdeel is van het werk. Ook financieel. Ik benoem oppaskosten bij opdrachtgevers. Als ik het niet aankaart, verandert er nooit wat.’
‘Het belangrijkste van alles, vind ik dat mijn kinderen me spiegelen. Ze houden me in beweging. Je kunt niet alles tegelijk doen, maar je kunt wel kiezen waar je hart ligt. Voor mij zijn dat mijn kinderen, mijn werk, mijn gemeenschappen. Daar doe ik het voor.’
Adoptievader
Voor Diego González-Clark is ouderschap geen hoofdstuk, maar de rode draad – alles wat hij doet, vertrekt vanuit zijn zoon. ‘Sem is nu vijf. Onze situatie is bijzonder: ik ben alleenstaande adoptievader. Dat zeg ik bewust zo, want mensen hebben snel de neiging te praten over ‘een adoptiekind’. Ik probeer de gezinsvorm niet op mijn kind te projecteren. Hij is mijn zoon, punt.’
Viereneenhalf jaar geleden werd Diego vader na een adoptietraject van drie jaar, waarin hij uiteindelijk alleen kwam te staan. Hij is drieëndertig en werkt al dertien jaar in de cultuursector, als musicalacteur, schrijver en podcaster, onder meer bekend van Disney’s Aladdin en Soldaat van Oranje. Daarnaast schrijft hij zijn eerste boek, dat begin 2026 verschijnt.
‘Wat weinig mensen weten, is dat een kind eerst een jaar bij je woont voordat de officiële adoptie volgt. Instanties kijken mee of alles goed gaat en de biologische moeder heeft een jaar bedenktijd.’
Voor Diego was dat jaar uitzonderlijk: nog nooit had een alleenstaande man in Nederland een kind geadopteerd. ‘Het was geen reden voor trots, eerder iets om nederig van te worden. Ik had nooit gekozen voor alleenstaand ouderschap. Maar het alternatief zou zijn geweest dat mijn zoon opnieuw verplaatst werd, wéér naar een nieuw gezin, zijn derde in korte tijd. Dat kon ik niet laten gebeuren.’
Zijn zoon was twaalf weken oud toen hij bij hem kwam. Eerst was er de biologische moeder, daarna crisisopvang, en toen Diego. ‘Als ik was gestopt, zou hij weer doorgeplaatst zijn. Dat voelde tegennatuurlijk. Dit kind hoort hier, bij mij. En daar begon ons leven samen.’
Van Amsterdam naar Antwerpen
Voorheen woonde hij in Amsterdam, waar de kosten hoog waren. De verhuizing naar Antwerpen bracht rust, stabiliteit en financiële zekerheid. Omringd door familie en vrienden uit de musicalwereld bouwden hij en zijn zoon er een functionerend netwerk.
Toch noemt Diego zijn werk om het ouderschap heen ‘soms een ingewikkelde puzzel.’ Projecten hebben hun eigen schema’s: draaidagen, voorstellingen, repetities, alles draait om roosters en callsheets. ‘Dat is het eerste waar ik dagelijks mee deal, en waar ik nog steeds af en toe mee worstel. Niet alleen om het voor elkaar te krijgen, maar ook om hulp te vragen. Dat vond ik lang moeilijk, maar ik doe het steeds vaker. In het belang van mijn kind. Zonder zorgsysteem in deze sector is het simpelweg onmogelijk.’
Toen Diego in Aladdin speelde, deed hij acht shows per week. Zijn zoontje was toen nog een baby, en vaak zat hij backstage. ‘Hij ging letterlijk van de ene musicalafdeling naar de andere: van Prinses Jasmine naar de kostuumafdeling, van daar naar de pruiken. Iedereen zorgde voor hem. Hij kreeg niets tekort, integendeel, hij werd overladen met liefde. Maar ik wist: dit is niet wat ik wil. Een zes maanden oud kind hoort niet tussen de theatergordijnen.’ Toch voelde hij zich gesteund. ‘De cultuursector kent veel begrip voor ouderschap.’
Momenteel staat Diego in Soldaat van Oranje. Het schema vindt hij ‘beter te doen’, al blijft de afstand tussen Antwerpen en Katwijk pittig. ‘Gelukkig is er begrip vanuit productie en collega’s. Soms mag ik eerder weg om mijn zoon op te halen, of wordt een scène anders gepland. Kleine gebaren, maar voor mij van onschatbare waarde. Het gaat niet om mij, het gaat om hem. En ik voel die steun echt.’
Diego merkt dat collega’s vaak dromen van ouderschap, maar het niet aandurven vanwege de onregelmatigheid. ‘Dat breekt mijn hart. Sommigen hebben meer empathie voor mij, omdat ik laat zien dat het wél kan. Soms voel ik me de uitzondering, en dat waardeer ik, maar tegelijk is het dubbel. Laatst zei een collega: ‘Jij hebt het helemaal voor elkaar.’ Ik vroeg hem wat hij bedoelde: ‘Een carrière in de kunsten én een kind’. Het is keihard werken, maar vaak zien anderen alleen het mooie plaatje.’
Hij schrijft er zijn eerste boek over, Buiten gewone gezinnen, waarin hij verschillende vormen van ouderschap buiten de norm onderzoekt. ‘Ouderschap is een levenslange verbintenis. Het kind blijft, wat er ook gebeurt. Spijt is geen optie. Ouderschap begint uit egoïsme: jij wil het, niemand vraagt het van je. En dat is oké, zolang het maar jouw bewuste keuze is.’
Zelfzorg
Zelfzorg is lang een blinde vlek geweest. Nu zijn zoon ouder wordt, kunnen ze beiden ruimte nemen. Soms plakt Diego een of twee extra dagen aan een klus in het buitenland, om daar even tijd voor zichzelf te nemen. ‘En ook al is hij pas vijf: we hebben thuis een goede taakverdeling. Hij stofzuigt, ik doe de rest.’
Diego ervaart dat alleenstaand ouderschap zijn blik als kunstenaar heeft veranderd. ‘Ik ben het grootste voorbeeld voor mijn zoon. Alles wat ik doe, ziet hij. Daarom wil ik dat werk leuk is, vol passie en liefde. Anders heeft het geen zin. Hij leert van mijn toewijding. Alleenstaand ouderschap is geen beperking, het is een uitdaging.’
Beeld Hedy Tjin







