Stapels boeken, mappen vol knipsels, nachten vol films of ettelijke museumbezoeken; in de aanloop naar een voorstelling zoeken theatermakers naar inspiratiebronnen. Deze keer vertelt vormgever Esmée Thomassen over haar inspiratiebronnen voor de kostuums voor HUiD van Schweigman&.

Door Sara van der Kooi, beeld Bart Hess

‘Het repetitieproces voor HUiD was heel uitgespreid, steeds een paar weken repeteren en dan weer een paar weken niet. Daardoor konden we goed in- en uitzoomen. Zo kon ik samen met Theun Mosk, die het decor en licht maakte, kijken hoe we ervoor konden zorgen dat de voorstelling echt over de huid gaat. Want zet een paar mensen op een podium en het gaat over mensen en niet over hun huid. We hadden dus een ruimte nodig waarin alle focus naar de huid gaat. Uiteindelijk is het een heel mooie zwarte ruimte geworden. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de kostuums. Ik ben begonnen met latex in allerlei vormen, omdat dat een beetje de kwaliteit van huid heeft. Al vrij vroeg in het repetitieproces hebben we geëxperimenteerd met vloeibare latex. In mijn zoektocht naar het juiste materiaal struin ik altijd het internet af en wat je ook zoekt, op de een of andere manier kom je dan altijd uit op de meest vage sekswebsites. Omdat daar veel leuke experimenten gebeuren, denk ik. Zoek naar iets onschuldigs als zwarte sokken en uiteindelijk kom je toch in de krochten van het internet uit. Maar bij die vloeibare latex is het natuurlijk niet zo gek. Dus met behulp van filmpjes waarin mensen daarmee experimenteren, heb ik het juiste spul gevonden. En eigenlijk was het meteen goed toen we het opsmeerden. Toen we het gebruikten bleek het ook nog een waanzinnige klank te geven, waarvan de muzikanten van Slagwerkgroep Den Haag, die meespelen in deze voorstelling, dankbaar gebruikmaakten. Zo wordt een simpel materiaal helemaal uitgewerkt. Dat past ook goed bij het werk van Boukje Schweigman, dat heel tactiel en sensitief is.

Een speciale inspiratiebron voor mij was het werk van kunstenaar Bart Hess. Hij plakt mensen vaak dingen op de huid, tandenstokers bijvoorbeeld. Hij heeft ook een fotoserie gemaakt met een soort slijmerige latexlaag die langzaam van mensen afdruipt. Die beelden blijven eigenlijk altijd in mijn mentale database hangen en komen dan weer op het juiste moment naar boven.

Naast de latex kostuums hebben de performers heel weinig aan hun lijf, om de ervaring van huid-op-huidaanraking goed te kunnen laten zien. Het was een zoektocht naar wat ze dan wel aan moesten; iets wat wel is vormgegeven maar niet de aandacht van de huid afleidt.

Het mooie is natuurlijk dat het publiek ook zijn eigen huid gaat voelen, dat het kippenvel krijgt of wat voor reactie dan ook. Ik ben daarom op zoek gegaan naar een beeld, geïnspireerd door het werk van Anthony Gormley, van iemand die volledig uit stekels bestaat. Een verbeelding van prikkelbaarheid, iemand niet kunnen toelaten; dat je voordat je bij iemand kunt komen nog door allerlei lagen moet.
Voor de slagwerkers in HUiD heb ik gekozen voor kostuums van onderzoekers. Zij onderzoeken met hun handen, microfoons en instrumenten hoe ze met de huid van de performers geluiden, ritmes, werelden van geluid kunnen maken. Dat is een heel concreet, helder beeld. De functie van de muzikanten is niet emotioneel, ze hebben geen dubbele laag. Hun attributen worden niet weggestopt en dat vind ik heel lekker in contrast met de sferische beelden van Theun Mosk, want zo wordt het allemaal niet te heilig.

Ik doe als kostuumontwerper totaal uiteenlopende projecten tegelijkertijd. Ik werk nu ook bij De Nationale Opera. Dat is echt een heel andere wereld dan bij Schweigman&. Die afwisseling voedt mij; bij die verschillende gezelschappen wordt steeds iets anders van mij gevraagd. Het is bijna een andere tak van sport. Dat maakt het heel interessant.

Waardoor ik als vormgever altijd enorm word geraakt, is het werk van modeontwerper Alexander McQueen. Hij is wel een soort heilige wat mij betreft. Ik kan me heel erg vinden in zijn materiaal- en onderwerpkeuzes en in zijn benadering van het vrouwelijk lichaam. Hij zet vrouwen heel krachtig neer. Iris van Herpen, ook modeontwerper, doet dat op haar manier ook. Overigens kan ik ook helemaal opgaan in het werk van fotograaf Gregory Crewdson. En soms zijn rare YouTube-filmpjes ook een bron van inspiratie.’