Choreograaf en performer Lisbeth Gruwez en componist en muzikant Maarten Van Cauwenberghe vormen samen de artistieke kern van Voetvolk. Julidans opent dit jaar met hun nieuwe voorstelling The Sea Within, een groepsstuk door vrouwen over individuele vrijheid en collectieve verbondenheid. Theatermaker sprak het duo over hun manier van werken.

Ruim vier jaar werkten Lisbeth Gruwez en Maarten van Cauwenberghe nauw samen bij Troubleyn, het gezelschap van Jan Fabre. De legendarische solo Quando l’uomo principale è una donna was de eerste choreografie die Gruwez samen met Fabre creëerde, Van Cauwenberghe maakte de muzikale compositie. In 2004 stopte Gruwez bij Troubleyn en het was haar idee om in 2006 Voetvolk op te richten nadat Van Cauwenberghe in 2005 het gezelschap ook had verlaten.

Met de eersteling van Voetvolk, Forever Overhead, maakt het duo meteen indruk. Met op het toneel een groot rotsblok en zijzelf gehuld in een strak pak met motorhelm, wist Gruwez in een fascinerende performance de ervaring van vallen te vatten. De harde en onbuigzame materie werkte als een magneet, voortdurend was de impact ervan onontkoombaar en dreigend.

Julidans presenteert vanaf het begin het werk van Voetvolk in Nederland. Voor het politiek geladen It’s going to get worse and worse and worse, my friend verlegden Gruwez en Van Cauwenberghe de focus van de pure fysicaliteit naar een minutieus onderzoek naar de macht van taal. Met hun eerste groepsstuk AH/HA, waarin de lach wordt ontleed en We’re pretty fuckin’ far from okay, over angst, besloten zij hun trilogie over het extatische lichaam.

In de voorstelling Lisbeth Gruwez dances Bob Dylan staat ook Van Cauwenberghe met zijn draaitafel op het toneel, waardoor een ander soort intimiteit ontstaat waarin het publiek wordt meegenomen.

De performancekwaliteiten van Gruwez worden telkens opnieuw geroemd en deze komen verder tot wasdom bij Voetvolk. Maarten Van Cauwenberghe noemt hun samenwerking uniek: ‘Het is anders dan bij het grote gezelschap van Fabre. Nu ben ik bij iedere repetitie aanwezig. Ook bij de opwarming van de dansers ’s ochtends. Zo zie ik de beweging ontstaan en kan ik daar geluid onder zetten. Later ’s avonds werk ik dat verder uit, thuis waar ik mijn instrumenten heb staan. Terug in de studio krijg ik direct feedback van Lisbeth. Zo creëren we samen in grote verbinding. Dat is het kenmerk van Voetvolk.’

Lisbeth Gruwez: ‘Maarten zit in de studio als ik aan het werk ben. Ter plaatse stuurt hij kleine dingen live aan waarmee hij me weet te raken. Dat doet hij door me vrij te laten en de choreografie niet te dwingen, alsof het een alfabet is waarmee je de woorden steeds opnieuw kunt verzinnen. Het proces is daardoor elke dag weer anders, fris, en het is alsof je voor de eerste keer danst. Die symbiose, daar gaat het ons om en we ontwikkelen de voorstellingen heel organisch. Deze manier van werken geeft mij meer ruimte om heel precies te zijn. Om noten te pakken of juist te laten gaan. Het is een tango tussen ons tweeën. We willen geen dode vissen, want een choreografie is niet dood.’

Stilte zoeken

Nu is er The Sea Within, een nieuwe stap in hun samenwerking. Voor het eerst staat Gruwez niet op het toneel. Met de ontwikkeling van het werk dat tot op heden uit die nauwe en persoonlijke samenwerking voortkomt is dat een spannende keuze.

Voor de cast van The Sea Within zijn tien vrouwen geselecteerd. Jonge, krachtige vrouwen die zichzelf meebrengen op het toneel, zoals de Nederlandse Cherish Menzo. Naast in haar eigen voorstellingen was ze de afgelopen jaren te zien in het werk van Nicole Beutler en Jan Martens. Aan de keuze voor de tien vrouwen ging een zorgvuldig proces vooraf.

Gruwez: ‘Er kwamen veel reacties op de auditie die we hebben georganiseerd. We hadden in de oproep aangegeven de stilte te willen onderzoeken en te mediteren. Ik kon al veel informatie halen uit de motivatiebrieven die we ontvingen. Van de bijna vijfhonderd aanmeldingen hebben we honderdvijftig dansers gevraagd om te auditeren. Uiteindelijk hebben we daar elf uit gekozen, van wie er nu nog tien op het toneel staan. Tijdens de auditie gaf ik de opdracht om er mentaal en fysiek diep in te duiken om verder te komen dan de technische vaardigheden. Ik vind het ook mooi om te zien als de danseressen moe worden. Als ze als lotusbloemen uiteen vallen.

Op basis van actieve meditatie – ontleed aan de Osho – gaf ik oefeningen om af te pellen. Een van de dingen die we hebben gedaan is twintig minuten stilzitten, dat is een mentale opgave. Daarmee gaan we de diepte in en daarin vinden we verbondenheid.’

In The Sea Within staan de tien vrouwen symbool voor verbinding. Gruwez: ‘Het is een voorstelling over het tribale individu: enerzijds vrij (‘individu’), anderzijds op zoek naar verbondenheid (‘tribaal’). Daarvoor heb ik de vijf ritmes die in de natuur voorkomen en door Gabrielle Roth zijn beschreven in haar boek Dansend naar extase als uitgangspunt genomen. Zij noemt als verschillende ritmes: ’staccato’ – de pieken en dalen van en berg; ‘vloeiend’ als de golven in zee of wolken in de lucht; ‘chaos’ waarbij alles wordt losgegooid en er geen vorm is; ‘lyrisch’ als het ontploffen van een vulkaan waarna het stof neerdaalt; en ‘stilte’ – door meditatie.

De ritmes kun je gebruiken om sterker te worden als persoon en in balans te komen. De training iedere dag van de tien danseressen bestond eruit om drie uur lang deze oefeningen in de praktijk te brengen. Door de stilte te zoeken en ieder een eigen taal te laten vinden. Dat vond ik belangrijk. De uiteindelijke voorstelling heeft niets met therapie te maken, maar heeft een poëtische kwaliteit. Maar door de werkwijze kon iedereen iets loslaten en kreeg men veel vertrouwen.’

In The Sea Within zien de toeschouwers de danseressen eerst als individuen die los van elkaar hun weg vinden op de vloer. In verschillende scènes vormen zij op sommige momenten een groep. The Sea Within heeft naast het organische en veelzijdige bewegingsmateriaal ook een sterke beeldende kwaliteit. Die ene danseres die zich opeens in de kring bevindt. Een lenteoffer? Of de sliert verbonden lichamen die over de grond kruipen om onder een van hen uit te komen. De associatie met nieuw leven en geboren worden is snel gelegd. En aan het einde keert Gruwez met haar choreografie terug naar een vroeger thema: het met gespreide armen rond wervelen als symbool voor de verworven vrijheid.

Vrijheid

Om de danseressen vrijheid top het toneel te kunnen geven, wordt vooraf een structuur gecreëerd waarbinnen gevarieerd zou kunnen worden. Gruwez en Van Cauwenberghe stelden regels op waarmee gewerkt kon worden. Van Cauwenberghe: ‘Zo heeft iedere scène een andere bewegingskwaliteit. Die kwaliteiten zijn verder onderverdeeld in tijd, van minuut een tot en met zes een bepaald type beweging. Vanaf minuut zes komt daar herhaling bij in de ruimte. Zo hebben we een soort script ontwikkeld, zelfs voor de plaatsing van de bewegingen. Lisbeth legt de regels van te voren uit en het is een kwestie van bewustwording van de danseressen hoe ze daarmee omgaan tijdens de voorstelling.’

De muzikale compositie bestaat uit allerlei geluiden zoals ademen, fluiten, het ruisen van de zee, stuwende golven en plotselinge stilte. Ook worden er instrumenten ingezet die Van Cauwenberghe ter plaatse bespeelt. Ditmaal werd hij daarin bijgestaan door twee andere muzikanten. Door de vrijheid die de danseressen genieten en door de live dramaturgie is de voorstelling tot op zekere hoogte iedere avond anders.

Van Cauwenberghe: ‘Ik speel tijdens de uitvoering van The Sea Within mee en mix de verschillende lagen geluid. Daarvoor gebruik ik de synthesizer om de dans te volgen met geluiden van de zee. Het volume is niet alleen belangrijk maar ook de effecten van de geluiden in de energie meenemen naar ergens anders. De plaatsing van het geluid gebeurt met twaalf boxen. Soms klinkt het van ver achter de dansers, soms is het boven de toeschouwers te horen. Tegelijkertijd is het van belang dat hier juist niet heel veel aandacht naar uitgaat in de receptie van de voorstelling. Sinds de voorstelling It’s going to get worse and worse my friend werken we op deze manier.’

Tijd is een ander instrument waarmee de uitvoerenden communiceren. Achter boven het publiek hangt een klok die Maarten kan instellen en waarmee hij de danseressen cues geeft. Ze weten dan welke tijdspanne ze nog hebben voor de uitvoering van een bepaalde frase.

The Sea Within is een coproductie van onder meer Julidans en Recontres Choregraphiques Internationales de Seine-Saint-Denis en beleefde in mei de wereldpremière in Parijs. Na afloop ervan is Gruwez heel tevreden en de reacties zijn zeer positief. Gruwez: ‘We zijn er geraakt. We hebben het gemaakt en nu is tijd om verder te verfijnen. Voor de trilogie die ik hiervoor maakte zoomde ik in. Bij The Sea Within kan ik het landschap van het collectieve onderzoek op afstand bekijken. Als ik zelf dans, zijn er veel conflicten, nu kon ik rustig kijken.’

Van Cauwenberghe: ‘De danseressen waren heel genereus en begripvol voor de twijfels die Lisbeth en ik soms hadden. Dat Lisbeth nu niet op het toneel staat, daar was ik al snel aan gewend. De verwachting was niet om tien keer Lisbeth te zien. We hebben voor personages gekozen waarbij je iets voelt.’

Tijdens de Rencontres dit jaar zijn twee derde van de makers en uitvoerenden op het toneel vrouw. In de eigentijdse dans misschien niet zo’n opvallend fenomeen, toch is het in de context van de hernieuwde belangstelling voor feminisme en #metoo onmogelijk om een voorstelling met louter vrouwen te maken zonder dat hieraan betekenis ontleend zou kunnen worden door toeschouwers. Maar Gruwez en Van Cauwenberghe hebben zich daar niet door laten leiden.

Gruwez: ‘We hebben met de danseressen nooit aan de koffietafel gezeten om over ons vrouwbeeld te filosoferen. We brengen ons vrouwbeeld in de praktijk door te doen en door te ervaren we het is om vrouw te zijn. In die zin gaat de voorstelling meer over verschillende identiteiten die in een landschap passen, omdat de vrouwen allen van elkaar verschillen.

‘Ik denk dat vrouwen van nu evenveel moeite moeten doen om zichzelf opnieuw uit te vinden als boos zijn op mannen. We moeten een nieuwe stem vinden en een identiteit met alle kwaliteiten als mens. Zo wordt de man of vrouw een energie in plaats van een categorie.’

foto: Danny Willems