Choreograaf Connor Schumacher – verbonden aan Dansateliers Rotterdam – is niet moralistisch, maar zijn werk nodigt wel uitdrukkelijk uit tot inkeer en reflectie. Met zijn Stillness is a concept won hij in oktober de Prijs van de Nederlandse Dansdagen, net daarvoor kwam zijn tot nu toe grootste voorstelling uit: Funny Soft Happy & The Opposite. Ook in kleiner werk en onderzoek biedt hij een even vrolijke als scherpe analyse van het nut en de noodzaak van techno en andere dans. Een gesprek.

In Funny Soft Happy & The Opposite doen dansers wat veel mensen doen: via ritmische lichaamsbeweging een beter gevoel over hun lichaam krijgen, en daarmee over zichzelf. Maar daarnaast bevraagt deze voorstelling ook het collectieve imago dat in de loop van decennia ontwikkeld is rond fitness en gezondheid. Immers, gym-teachers werden online goeroes die spiritualiteit koppelden aan Jane Fonda’s rek en strek met paarse leggings. Connor Schumacher doet daar nog een schepje bovenop, door er de ervaring van clubdans aan toe te voegen.
Het verlangen dat uit de populariteit van off- en online sport- en meditatiescholen spreekt, maar ook in menige dansvoorstelling opduikt – een streven naar fysieke en mentale perfectie, mens sana in corpore sano – wordt door Schumacher opgeblazen tot dadaïstische proporties, tot het barst. Ongeveer zoals een techno dj dat doet met het publiek op de dansvloer.

Minimale referenties aan populaire vormen van entertainment als circus, vaudeville, talkshow, nachtradio en (zelfs) zondagsschool houden het publiek alert, terwijl er samen wordt geademd, het lichaam wordt geopend en gesloten (en en passant als archief wordt aangemerkt: ‘the body opens en closes and so does your archive’) en de onmogelijkheid van de rechte lijn wordt besproken (‘straightness is a concept’).

Via geestelijke en lichamelijke oefeningen probeert de choreograaf zijn publiek over te halen bewust een zachtere relatie met zichzelf en anderen aan te gaan. Het egomane en narcistische van gym en welness lost op in een collectieve, semipublieke poging tot relatieve onbeschaamdheid en onbevangen jezelf zijn. Dat levert hilarische situaties op, waarbij sommigen vol argwaan en onwennigheid reageren en anderen zich vol enthousiasme overgeven. Schumacher is niet moralistisch, maar zijn werk nodigt wel uitdrukkelijk uit tot inkeer en reflectie.

Ik spreek Connor Schumacher half oktober 2019, na een lange nacht dansen. Het Amsterdam Dance Event (ADE) is in volle gang en de in Rotterdam wonende choreograaf is tot in de vroege uren op een feestje van Spielraum geweest. In Radion in Amsterdam-West organiseert Spielraum sinds 2017 veilige en inclusieve queer techno-party’s. Connor is de volgende dag vooral onder de indruk van een jonge dj, KI/KI, die jaren negentig-techno in de versneller gooit.
Schumacher: ‘Ze is behoorlijk hardcore, maar het heeft een hele positieve vibe

Zijn al die hoge bpm’s niet heel nihilistisch?
‘Nee. Het is helemaal niet destructief. KI/KI verbindt de dansende mensenmassa juist. Er ontstaat een gevoel van saamhorigheid op de vloer en met de dj. Er is een bepaalde zorg, we steunen elkaar, ook al gaat het er stevig aan toe.’

Wat is zo aantrekkelijk aan techno?
‘De muziek drijft je tot uitersten. Je komt bij diepere gevoelens uit, je kunt bepaalde spanningen loslaten, je schudt als het ware de trauma’s uit je lijf.’

 Als trance en meditatie?
‘Ja, sommige raves zijn zeker een vorm van actieve meditatie.’

Ook zonder drugs?
‘Of je nu iets neemt of niet, als je je lichaam zover krijgt om vol te houden, maakt het na verloop van tijd zelf bepaalde stoffen aan. Hardlopers hebben dat met een runners high. Ik had die ervaring als danser bij Mor Shani met Gravity and Grace (2012) en bij Jan Martens met Dogdays (2014). Bij Mor deden we enkel hele langzame en diepe grands pliés. Bij Jan sprongen we ruim een uur. Qua zwaartekracht zijn dat twee heel tegengestelde uitdagingen: de stamina van het volhouden omhoog of het tegenhouden van gewicht naar beneden. In beide stukken gingen we door tot we niet meer konden. Je lichaam gaat enorm pijn doen en je raakt in een gevecht met jezelf. Op een zeker moment heft het worstelen zich ineens op, omdat er allemaal hormonen vrijkomen, serotonine. Dan stroomt er een vlaag van ontspanning door je aderen.’
‘Het is een overlevingsmechanisme, net zoals de vecht- of vluchtreactie en rennen voor eten. We hebben dat niet meer dagelijks nodig, maar die staat van overleven doet wel iets met je. Als je in een groep de serotonine opzoekt, ontstaat er een hechte band. Veel religieuze rituelen bestaan daarom uit langdurige fysieke inspanning. Mensen denken dat ze dan dichter bij god komen, maar het is gewoon het menselijk lichaam dat dat doet. Het is een spectaculair gevoel, waarvan we de oorzaak het liefst buiten onszelf plaatsen, alsof het onvoorstelbaar is dat zoiets uit onszelf zou kunnen komen.’

Zoals verliefd worden.
‘Ja, het is je brein dat stoffen aanmaakt en je lichaam dat de gevoelens produceert die daarbij horen. Het is natuurlijk, niet bovennatuurlijk.’

Levert dat in het theater niet een rare vorm van voyeurisme op? Is het niet vooral iets om zelf te doen?
‘Daarom vraag ik mijn publiek ook vaak om mee te doen. Maar ook het kijken roept al chemische processen op. Het hoeft niet eens live te zijn. Een facebookvideo van KI/KI op mijn telefoon op een heel klein schermpje heeft al effect, zeker als je lichaam al geoefend heeft. Het is een vorm van simulatie.’

Schumacher verwijst naar een lezing van neuropsycholoog Guido Orgs, tijdens zijn residentie met Lucy Suggate in de National Gallery in London, ter voorbereiding van Okay Future (2017) binnen het Dancing Museums-project. ‘Je zou het brein kunnen vergelijken met een spier die je kunt trainen. De verschillen in de hersenactiviteit van iemand met weinig of met veel ervaring in dans zijn enorm. Dat geldt ook voor het toeschouwen, niet alleen voor het doen van dans.’

De voorstellingen van Schumacher betrekken het publiek altijd actief, of hij nu in het museum, in een tent op een festival of in het theater staat. Met een knipoog naar allerlei oude vormen van humor en entertainment, zoals vaudeville, slapstick, burlesque en clownerie, spreekt Schumacher zijn publiek direct aan, iets dat uiterst ongebruikelijk is in dans. Ook in Funny Soft Happy & The Opposite daagt hij het publiek uit met vragen en verzoeken, op de vriendelijk-gebiedende toon van een spreekstalmeester en YouTube-anchor. Ook de donderende retoriek van een Amerikaanse televisiedominee is nooit ver weg. Maar de boodschap is ongebruikelijk. De voorstelling bestaat uit speelse, hands on lessen in en bespiegelingen over zelfhulp en zelforganisatie via dans. Hoe te ademen, het lichaam te openen en te sluiten, hard te worden voor al die keren dat het niet lukte – het heeft in eerste instantie allemaal weinig met het traditionele representatie-theater te maken.

Waarom doe je dit eigenlijk in het theater? Zou je niet beter een club kunnen beginnen, die meditatie combineert met fitness en raves?
(Lachend): ‘Dat is een hele goede beschrijving van mijn volgende project, dat Ark gaat heten. En wie bepaalt eigenlijk dat dat geen kunst is?’

Kunst is vaak therapeutisch, ook al is dat niet altijd bon ton. Maar hoe wordt zo’n club meer dan therapie of vrije tijd, al of niet commercieel uitgebaat?
‘Doordat mensen skills ontwikkelen, leren om zichzelf uit te drukken. Als je op je ervaringen reflecteert en dat projecteert op anderen in de ruimte en de objecten om je heen, dan verschilt dat volgens mij niet wezenlijk van naar een Mondriaan kijken in het Boijmans.’

Als een persoonlijke training, een vorm van levensambacht?
‘Als je als choreograaf de lichamen van mensen in je publiek gebruikt om hen aan te zetten tot zelfreflectie, mensen gebruikt om menselijkheid te reflecteren, dan maak je kunst, toch? Ik zou trouwens geen club willen doen, maar een rave-studio, waar driemaal per dag mensen een uur of anderhalf vrij kunnen dansen, en daarbij strategieën meekrijgen van vooruitstrevende, hedendaagse danspraktijken, als een fysieke én mentale training.’

Dat is inderdaad nog redelijk ongebruikelijk in het theater op dit moment.
‘Ik wil de voordelen laten zien van een bewuste omgang met wat er met je gebeurt wanneer je danst. En ik wil dat het publiek de vrijheid heeft die mensen hebben die naar een club gaan, dat ze hun eigen gang kunnen gaan en niet vastzitten in stoelen.’

Na de cursus vervolgt Funny Soft Happy & The Opposite met een hilarisch gemonteerde meditatievideo, waarbij de meest idiote vormen van selfhelp aan de man worden gebracht. Serieuzer is de serie korte scènes daarna, waarin het uitleven van jezelf aanschouwelijk wordt gemaakt – fysiek, seksueel en sociaal – aan de hand van allerlei fysieke constellaties met de hele groep, waarin het steun geven en met name ook het actief steun vragen centraal staan. De letterlijkheid van de actie en de voice-over geeft je als toeschouwer ruimschoots de kans om niet alleen de voorstellen van Schumacher te overdenken, maar ook om de kleine discrepanties tussen tekst en handeling waar te nemen, of de verwijzingen naar collectieve agressie te noteren. Een belangrijk deel van de voorstelling gaat uiteindelijk over de onbeschaamdheid om jezelf te durven tonen, zonder al precies te weten wat dat betekent en bij voorbaat maatschappelijke goedkeuring te zoeken.

Probeer je toeschouwers met Funny Soft Happy & The Opposite bewust te maken van de kaders, of wil je ook dat ze zich ervan losmaken?
‘Niemand is ooit los van constructies, kaders, of vorm. Volgens mij is alles performance, ongeacht of je het voor jezelf of voor anderen doet. Daarom zijn de queer party’s zo belangrijk, omdat ze een hele progressieve positie innemen, door mensen de vrijheid te geven om te handelen en te falen in elkaars aanwezigheid. Ook al bestaat er op die feesten ook correctheid of overperformance, er is tenminste de vrijheid van de transparantie, dat het allemaal zichtbaar mag worden. Veel van de structuren waarmee we leven, ondermijnen het sociale vermogen van het lichaam. Grappig, zacht en gelukkig zijn heeft weinig van doen met wat mensen meestal onder vooruitgang verstaan. Het zijn eigenschappen die nauwelijks bijdragen aan de verbetering van je individuele positie binnen een markteconomie.’
‘In dat geval ligt de nadruk op productiviteit in plaats van ontwikkeling, op winst maken in plaats van op stabiliteit. We hebben onszelf veel te veel afhankelijk gemaakt van constructies die van buitenaf opgelegd worden. Terwijl, die waarden onderdrukken wat ons menselijk maakt’

Dat klinkt een beetje als…
‘Het brengen van de blijde boodschap?’

Missionaris-achtig? Je komt uit een hele conservatieve, christelijke en militaire familie. Heeft dat er iets mee te maken?
‘In beide tradities worden externe ideeën heel letterlijk in lichamen, in belichaming vertaald.’

En in het theater kun je daar doorheen breken?
‘Daar heb ik het theater niet voor nodig. Dat kan ik ook hier.’

Je hebt niet veel met theater.
‘Het meeste theater zoals ik het ken in Nederland volgt diezelfde logica, van consumeren, van een gebrek aan individuele vrijheid om te handelen. Vooral mensen die weinig ervaring met theater hebben, die niet al een eigen manier van kijken hebben ontwikkeld, die de codes niet kennen en misschien het idee hebben dat er een juiste manier is om het te doen, hoe betrek je die werkelijk?’

Maar in een club zijn er toch ook codes?
‘Ja, maar clubs zijn complexer. Als je het met theater vergelijkt, hoe de sociale interactie wordt geregeld, dan heeft een club verschillende plekken waar je op eigen gezag doorheen kunt bewegen. Er zijn verschillende programma’s die mensen verschillende ingangen bieden tot sociale interactie en reflectie, veel meer dan in het theater.’

Maar wat trekt je dan nog in theater?
‘Het theater is een test, voor mij als performer en als toeschouwer. Door het spel met identificaties en waardeoordelen, word je met je eigen wereldbeeld geconfronteerd. Ik kan de theaterconventies en de verwachtingen die mensen hebben als ze naar het theater gaan, niet zomaar wegnemen. Maar ik kan de theaterruimte wel op een andere manier controleren, mijn eigen regels stellen en voor dat moment de waarden en de focus bepalen. Het leuke is ook dat het brein met herhaling werkt, dus als je bepaalde waarden of kaders nu maar genoeg herhaalt, dan gaan ze vanzelf tellen, of mensen het er nu mee eens zijn of niet.’
Funny Soft Happy & The Opposite is niet alleen een voorstelling, maar ook een soort advertentiecampagne voor een andere benadering van dans, voor de rave als sociale activiteit. Hou je van deze energie? Geniet je ervan om gelukkige, zachte, harde en gecompliceerde dingen te zien en daar doorheen te bewegen om stamina op te bouwen?’

Stamina for life, noem je het in de voorstelling. Het doet me aan de Joker denken, de witte held die flipt, een onbetrouwbare hoofdpersoon wordt. Zou hij gebaat zijn bij jouw rave-sessies?
‘Ik vind het geweldig hoe dans wordt gebruikt in die film. Maar het is een gevaarlijk product als je bedenkt hoeveel mensen het kan bevestigen die op het randje van gewelddadigheid leven. In een goede film of een goede voorstelling gaat het om de metaforische oefening. Als toeschouwer ga je met je associatieve brein naar een metaforische gym. De vulkaanuitbarstingen die ik achter de montage van meditatie-stemmen heb gezet in Funny Soft Happy & The Opposite gaan voor mij ook over hoe makkelijk we met metaforen onszelf van wat dan ook weten te overtuigen. Al die individuele meditatieve utopia’s, al die prachtige uitzichten, en ondertussen staat de wereld in brand. Het past allemaal heel goed in de huidige, dominante kaders.’
‘Mijn voorstel aan de Dansdagen, waarvoor ik de prijs kreeg, Stillness is a concept, gaat over het aanbieden van verschillende perspectieven aan je publiek. Je kunt op de vloer deelnemen aan de actie, opdrachten en scènes mee belichamen. Je kunt de actie op de vloer van dichtbij bekijken, of je kunt verder weg gaan zitten en kijken naar mensen die kijken naar mensen die in actie zijn. Alle drie de perspectieven hebben een bepaalde geldigheid. Ze geven verschillende toegangen tot het metaforische. Iets dat ik geleerd heb van het werken in verschillende contexten, en zeker ook van clubbing. Ik kan de menigte van ver bekijken en bedenken wat die massa mensen op dat moment behelst of betekent. Ik kan ook op de vloer gaan staan en voelen wat er leeft. Of ik kan met mijn lichaam onderdeel worden en actief bijdragen aan de ideeën die rondgaan en dat moment tot een gebeurtenis maken.’
‘Ik wil graag dat mensen hun eigen gang gaan, zelf een positie kiezen in mijn voorstellingen. Zodat ze verschillende perspectieven en relaties kunnen oefenen, vrijwillig. Voor mij is dans een manier om “mens zijn” te oefenen, een plek waar verbindingen en associaties actief worden gemaakt. Dat als je het theater uitloopt, of de rave-studio, weer een idee hebt van wat het betekent om mens te zijn.’

Foto: Hester Postma