Vandaag zat ik aan de lunchtafel bij Maas theater en dans. Zestien man, van wie vier niet-westerse allochtonen. Dat is een kwart.

Er zijn geen cijfers over hoeveel producties met een diverse cast er in een seizoen in première gaan. Ik zag een lijst van het TIN met alle voorstellingen van vorig seizoen en telde grofweg minstens één allochtoon in de helft van de producties. Volgens mij is dat best veel als je bedenkt dat slechts tien procent van de auditanten aan de toneelscholen van niet-westerse afkomst is. Of dat zo’n zes van de vijftig acteurs die aan de vier toneelscholen afstuderen Nederlanders met een niet-westerse afkomst zijn.

Wat is dat trouwens voor een term, ‘niet-westers’? Ik ben als Surinamer opgegroeid in Rotterdam in een christelijk gezin met westerse tradities. Ben ik niet-westers? Ola Mafaalani werd geboren in Syrië en groeide op in Duitsland in een op het westen gericht gezin. Is zij niet-westers? Zoals dé Nederlander niet bestaat, bestaat dé allochtoon ook niet.

Werk vinden na de toneelschool is voor iedereen lastig. Maar ik ken nu meer werkloze blanke acteurs dan werkloze niet-blanke acteurs. Dan vraag ik me af waar het werkelijke probleem ligt.

Iemand zei eens tegen mij: ‘Als jij voor Hamlet wordt gecast, nou, dan bedoelt de regisseur daar écht iets mee.’

Laatst speelde ik met Toneelgroep Oostpool Richard III in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Voor aanvang vroeg een dame van de vriendenclub van de schouwburg welke rol ik speelde. Ik zei: ‘De moeder van Koning Richard.’ En zij: ‘Werkelijk? Was dat een kleurling?’

Stupiditeit is overal.

Het valt me wel op dat er verhoudingsgewijs meer culturele diversiteit op het toneel is te zien dan in de zaal. Waar is dat publiek?

Ik mocht laatst meespelen in een aantal afleveringen van de theatersoap Snorder in De Balie. Die hele zaal was blakka. Bruin, zwart, wit, alles. Ik wilde ze toeroepen: waarom komen jullie niet naar Richard III! Want die mensen die bij Snorder in de zaal zitten zijn intelligente blakka mans hoor: architecten, ingenieurs, dokters. Niet zomaar willekeurige Kruiskade-wakkaman.

In 2012 kregen we te horen dat het theater met de rug naar het publiek staat. Is niet waar! Het publiek staat te huiveren op de drempel. Wit en zwart. Ze zijn bang om de kunst niet te snappen. Ze denken dat kunst onbegrijpelijk is. Maar die mensen moeten komen.

Het publiek van Maas bestaat voor negentig procent uit kleur, want als je in Rotterdam voor scholen speelt: no wan wit man drape.

Maar ze moeten, want skoro e dwing ding toch. Dus misschien moeten we de blakka man naar het theater schoppen. Ma a sani diri toe, toch.

Want wie gaat 35 euro betalen voor een Richard fa de karing de Derde? Joe mek grap, zou me zus zeggen. Die mensen van theater denken dat oen ap wan geldboom.

Maar dan maakt Gerrit Timmers z’n voorstellingen gratis. Bussen uit Zuid fu den Torkoe. En ze kwamen. Maar ze kwamen niet nog een keer toen ze moesten betalen. Het theater is ook niet echt aantrekkelijk. Er is geen eten, niks. Geen borrelhapje. Het is niet gezellig. Het leeft niet.

Tsja, Snorder: die voorstellingen leefden. Juliana van John Leerdam leeft, het is een evenement. Ding weti man no kan trow wan party toch! Het is zo stijfjes. Je voelt niet die broeia. Kwaliteit en broeia. Ie sabi toch!

Maar goed. Dit hele fa je kar’en kleur probleem bestaat niet.

Alleen de grote toneelgezelschappen in de BIS, die nog een ensemble hebben (als ze dat überhaupt nog hebben), die zijn wit. Vanaf 2017 ben ik, als alles doorgaat, zo God het wil, Insjallah, een van de weinigen die kleur bekent in vaste dienst. Watskeburt?

Daarnaast: lang leve opportunity.

#blackhermione