‘Verhalen kunnen de wereld veranderen. Maar dan moeten ze wel bij de juiste mensen terechtkomen’, zegt Bernadette Kuiper. Kuiper is impact producer, een vak dat in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië inmiddels is ingeburgerd, vooral op het gebied van documentaires. Nu werkt ze voor het eerst aan een theatervoorstelling, De radicalisering van Sadettin K. van Trouble Man / Sadettin Kirmiziyüz.

Wat doet een impact producer?

Kuiper: ‘Een impact producer zoekt gedurende de productie van een voorstelling of documentaire maatschappelijk draagvlak voor het verhaal dat het kunstwerk wil vertellen. Een kunstenaar heeft het al druk met zijn eigen vak: in het geval van Sadettin met het maken van een voorstelling. Die heeft geen tijd om daaromheen nog dingen te doen om het draagvlak voor de voorstelling te vergroten. Als impact producer overleg ik met de maker welk maatschappelijk doel het verhaal van de voorstelling of documentaire wil dienen. Wat moet het verhaal teweegbrengen in de samenleving? Vervolgens bekijk ik welke maatschappelijke sleutelfiguren we daarbij kunnen betrekken. Bijvoorbeeld omdat we hun expertise over het onderwerp kunnen gebruiken of omdat zij gebaat zouden kunnen zijn bij het verhaal van de voorstelling. Zo bouw ik aan een netwerk van partners. Hoe hechter je met de partners samenwerkt, hoe meer ze voor je gaan doen om de voorstelling in hun eigen netwerk bekend te maken. Zij kennen hun achterban beter dan jij.’

Wat doe je dan concreet voor De radicalisering van Sadettin K.?

‘De voorstelling van Sadettin leent zich goed voor een maatschappelijk project. Als theatermaker kan hij een nieuw perspectief bieden op het onderwerp van radicalisering. Met zijn verhaal zijn zakelijk leider Albert van Andel en ik de boer op gegaan. Jongeren hebben bijvoorbeeld direct met het onderwerp radicalisering te maken, maar hen vind je niet altijd terug in de theaterzaal. Bovendien is een gesprek daarover in de klas misschien nog wel belangrijker dan een voorstelling. Maar omdat het zo’n complex onderwerp is, wordt dat gesprek zelden gevoerd. Daarom hebben we bij verschillende fondsen, waaronder The Art of Impact, geld aangevraagd om op basis van onze research voor de voorstelling ook een quiz te maken voor scholieren. Om die quiz te verspreiden zijn we gaan praten met sleutelfiguren op dat gebied, zoal de MBO-raad en Stichting School en Veiligheid. Dat leverde weer een gesprek op met docenten. Met zo’n quiz heb je iets concreets om bij zulke partners binnen te komen. Iets waarover zij hun expertise kunnen delen, en die delen ze graag.

Ik zoek, kortom, specifiek naar partners die ik in een vroeg stadium vraag mee te denken met iets wat nog niet af is. ‘Wij willen iets moois maken en daar hebben we jullie hulp bij nodig.’ De docenten gaan nu helpen bij het maken van de quiz die straks ontworpen wordt door een gamedesigner. Ze moet af zijn rond de première, zodat de quiz te gebruiken is als inleiding. Maar ze staat op zichzelf, dus niet alle jongeren die de quiz doen hoeven naar de voorstelling.

Onder veel potentiële maatschappelijke partners is nauwelijks bekend hoe kunst werkt en wat het kan brengen. Bovendien vraag ik hen om buiten de gebaande paden te denken. Ik wil ze laten inzien dat we iets brengen waar ze wat aan hebben. Dat het geen verspilde moeite voor ze is. Daarvoor moet ik soms behoorlijk sleuren en trekken. Belangrijk is dan dat we een betrouwbare partner zijn. Daarom hou ik iedereen op de hoogte van de vorderingen. Daardoor gaan die partners zich incrowd voelen en bijvoorbeeld de speellijst onder hun netwerk verspreiden.

Dat niemand in de samenleving op kunstenaars zit te wachten is in ieder geval niet waar. Integendeel, mensen vinden het fantastisch om als incrowd bij een voorstelling betrokken te worden. Hoe beter de samenwerking, hoe meer mensen voor je gaan doen.’

Waarom is die maatschappelijke inbedding van de voorstelling en de thematiek daarvan belangrijk?

‘Niet elke voorstelling heeft impact-productie nodig. Soms kan een voorstelling bijvoorbeeld vooral qua vorm heel interessant zijn en dat is ook waardevol. Maatschappelijke inbedding is vooral belangrijk voor voorstellingen die een bepaald maatschappelijk effect beogen. Ze willen bewustwording creëren, het gedrag van mensen veranderen of zelfs oproepen tot een wetswijziging. Op dat soort zaken kun je een strategie afstemmen. Theater wordt op die manier meer een dialoog met de samenleving in plaats van alleen een voorstelling. Een dialoog die bovendien meer gaat over het onderwerp van de voorstelling dan de vorm ervan. Educatie is bijvoorbeeld vaak nog gericht op het zelf maken van theater en minder op het onderwerp van de voorstelling zelf.

Radicalisering bijvoorbeeld is een onderwerp dat bij iedereen iets oproept. Het is belangrijk dat daarover wordt gepraat. In dat gesprek kan de voorstelling een rol spelen als je dat goed organiseert. Dat doen we ook bij de tournee. We hebben de quiz, maar naar aanleiding van de voorstelling gaan ook het hoofd van een ROC, een wethouder en jongeren met elkaar in gesprek. De waarde van een verhaal is dat het een gemeenschappelijk kader biedt van waaruit je vervolgens met elkaar een dieper en genuanceerd gesprek kunt voeren.’

Steeds meer makers zoeken nadrukkelijk de verbinding met de maatschappij. Kan het theater meer impact producers gebruiken?

‘Via The Art of Impact en Fonds21 kregen we de kans om dat uit te zoeken. De fondsen zijn het met ons eens dat dat een belangrijk experiment is, zeker gezien het onderwerp van de voorstelling. Er zijn genoeg maatschappelijk fondsen die willen bijdragen aan manieren om een kunstwerk in te bedden in een breder maatschappelijk programma. Door daar aanvragen te doen, verdien ik mezelf als impact producer terug.

Ik denk zeker dat er werk is voor impact producers. Anders dan documentaire heeft het theater al een grote slag gemaakt richting de samenleving vanuit de wens het werk meer maatschappelijk in te bedden. Gezelschappen en theater hebben vaak al een groot netwerk waarmee je als impact producer aan de slag kunt. Ook steken theaters graag tijd in het maken van een aanvullend programma.

Waar ik wel tegenaan loop is de productietijd. Die is in het theater maar twee maanden, waar die in de documentaire-wereld twee jaar is. Dat is eigenlijk te kort om het maatschappelijke netwerk op te bouwen zoals ik dat in de film gewend ben. Bij film is het ook makkelijker om even een scène aan partners te tonen dan in het theater. Hoewel voor mij de onafhankelijkheid van de maker buiten kijf staat, moet die maker wel steeds eerder bereid zijn te vertellen waar hij mee bezig is. Joris Luyendijk deed dat heel slim met zijn boek Dit kan niet waar zijn. Hij hield tijdens zijn research een blog bij over zijn bevindingen. Toen het boek eenmaal klaar was, had hij al een hele gemeenschap om zich heen verzameld die zijn boek kon kopen.’

foto: Claire Bontje