Ilrish Kensenhuis is sinds 2018 hoofd Educatie, Publiekswerking & Talentontwikkeling van Het Zuidelijk Toneel. ‘Ik denk dat met name in het onderwijs de persoonlijke connectie superbelangrijk is. Jij weet ook nog welke docent het was die jou heeft ‘gezien’.’ 

Volgens mij ben jij iemand die heel erg door de disciplines heen wandelt. Hoe werk jij dan binnen een theatergezelschap?

‘Bij Het Zuidelijk Toneel zeggen we: we vertellen verhalen. En dat kan je natuurlijk op allerlei verschillende manieren doen, met verschillende makers en vanuit verschillende disciplines. Dan kan een podcast net zo interessant zijn als een spel of in een roodpluchen stoel gaat zitten voor een voorstelling. De content van het verhaal bepaalt de vorm en niet het ambacht van de organisatie. En we doen dus ook geen uitspraak over wat meer waard is.’ 

Je werkt binnen een kunstinstelling, maar je hebt ook te maken met kunsteducatie binnen een onderwijssetting. Wat is daar de meerwaarde van? Kun je op scholen iets anders bereiken?

‘Het verschil is natuurlijk of mensen vrijwillig naar je toe komen of dat ze moeten van school. Ik ben nogal allergisch voor die dwang. Maar de meerwaarde van kunsteducatie ligt echt bij het feit dat jij de mogelijkheid hebt om meer te zijn dan wiskunde, Nederlands of geschiedenis. Je hebt de mogelijkheid om mensen in de lerende leeftijd zichzelf te laten zien. Dat ze via kunst in alle disciplines een spiegel kunnen creëren voor hun binnenwereld.’ 

Kan je een voorbeeld geven van een geslaagd project waarin je ziet hoe jij werkt en wil werken?

‘Dat was HIIIPOWER, een project op de grens van educatie en talentontwikkeling. Het ging helemaal niet zoals we vooraf hadden bedacht, en ik heb er slapeloze nachten van gehad. Het begon met een gesprek met Piet Menu over hiphop, en dat werd uiteindelijk een gesprek over jongeren en helden. Hoe wordt er door jonge generaties gekeken naar de mensen op wier schouders zij staan? In gesprek met het WOO HAH! festival en de Herman Brood Academie kwamen we erachter dat veel jonge muzikanten vooral bezig zijn met het scoren van een hit en zich niet zo bewust zijn van hun voorgangers, terwijl wat ze doen vaak juist heel erg is ingebed in geschiedenis. We besloten om een aantal van hun talenten de ruimte te geven om langere tijd uit te zoeken wie ze willen worden en hoe ze hun performance en stage presence beter kunnen laten aansluiten bij hun muziek om zo hun eigen verhaal kwijt kunnen. En dat is een gigantisch project geworden wat veel impact heeft gehad op onze organisatie. We wilden muziek uitbrengen in eigen beheer, en wisten niet hoe je dat moest organiseren, bijvoorbeeld met Spotify of met de inbreng van producers op de mix en mastering. In de uitvoering blijken de theater- en muzieksector toch behoorlijk van elkaar te verschillen. Daarnaast was het een uitdaging hoe je met zo’n grote groep continu het verwachtingsmanagement bijstelt op een manier waarop niemand zich tekort gedaan voelt.

We hebben een waanzinnig project neergezet met zoveel verschillende aspecten – en dat in coronatijd. Aan het einde van het project, bij het laatste optreden op Jonge Harten, gingen ze ineens aan me vragen of het echt afgelopen was en of ik ze niet zou gaan missen. Ik zei toen iets tegen hen dat jij ooit tegen mij hebt gezegd: ik heb dit project niet bedacht omdat er dan avond aan avond een volle zaal voor jullie zou zijn, maar omdat ik het gesprek op gang wilde brengen met jullie en daar zijn we nu. En nu, hierna, kun je het vastpakken en gaan vliegen. En als je dan volgend jaar je eigen plekje hebt op Eurosonic omdat je hier vanavond met de programmeur hebt gepraat en jij dan belt naar Stan van techniek en zegt, mag ik dat gouden paard voor een optreden lenen, dan wil ik dat Stan tegen jou zegt, omdat hij jou én jouw verhaal kent: ik kom hem brengen. Dat is wat dit project in onze organisatie heeft gedaan, dat je niet alleen de rol hebt van ‘technicus’ voor de mensen met wie we werken, maar dat je meer bent dan dat. Daarom is het project, waarin er ook echt wel dingen mis zijn gegaan, echt een voorbeeld waarin al die elementen van educatie die voor mij belangrijk zijn, samen zijn gekomen. ‘

Wat is de bijdrage aan de samenleving die je doet met zo’n project?

‘De bijdrage is dat wij zeggen: deze plek en dit gebouw en dit toneel zijn ook van jou. Dat mensen voelen dat ze eigenaar zijn van die plek, dat ze hun jas kunnen ophangen en hun voeten op tafel leggen.’ 

Doe jij extra je best voor de leerlingen die minder snel toegang hebben tot ons soort instellingen?

‘Ja, maar daarbij ligt de focus wel op de vrije tijd. Ook ons jongerenplatform HZTEAM is daarvoor een tool. Ik zoek daarbij naar projecten die deze doelgroep aanspreken. Sinds dit jaar kunnen jongeren bij ons zelfstandig een projectplan indienen om iets te maken. En daar krijg je dan een klein werkbudget voor en vooral begeleiding. We merken dat daar  leerlingen tussen zitten van alle niveaus. Ik had een meisje uit Rosmalen dat ooit als 14-jarige bij het platform kwam en dat een dichtbundel wilde uitbrengen. Ik las het manuscript en vond het best goed. Ik kon haar een zetje geven, ze heeft begeleiding gekregen, de bundel is er gekomen. Ze is nu 18, net verhuisd naar Amsterdam en zit op de OPP. Ik vind dat een succesverhaal en zo heb ik er veel. Ik doe eigenlijk op zo’n moment niet zo veel, maar ik heb wel de deur opengezet en veiligheid gecreëerd. Soms vind ik het wel eng, omdat of het lukt zo afhankelijk is van degene die het doet. Ik raas soms als een olifant door een porseleinkast bij HZT – niet om mijn collega’s lastig te vallen, maar om steeds duidelijk te maken: de projecten van de educatieafdeling zijn niet van mij.’ 

Wat betekent educatie voor jou?

‘Uiteindelijk gaat het om het gevoel dat je krijgt als een leerling voor wie je keihard hebt moeten lopen, je aan het begin van het volgende schooljaar een bericht stuurt om je te bedanken. Dat geeft een soort high. Daarom blijven ik en mijn collega’s doen wat we doen, zonder grenzen. Het is niet zomaar werk. Als je dat snapt, dan snap je waarom we zo hard gaan, waarom we ons zo druk maken om dingen die heel klein lijken – het juiste beeldmateriaal vinden voor een werving; vragen van jongeren snel beantwoorden – maar die eigenlijk gewoon ons hele bestaan belichamen.’

Heb je een hartenkreet naar de sector? Wat vind je dat er gezegd moet worden?

‘Ik wil niet smeken om waarde. Ik vind dat het gegeven dat er zoveel professionals zijn die op educatieve grondslag op zoek zijn en werken aan een gesprek en het verrijken van mensen in de lerende leeftijd. Dat is voldoende om aan te geven hoe belangrijk het is voor de toekomst en de ontwikkeling van kunsteducatie in dit land.’

Wat zou je vanuit ons vak tegen de scholen willen zeggen?

‘Wacht niet op jouw schoolbestuur maar kijk naar wat je zelf kan doen, waar je hart harder van gaat kloppen. Ik denk dat met name in het onderwijs de persoonlijke connectie superbelangrijk is. Jij weet ook nog welke docent het was die jou heeft ‘gezien’. En daar streven wij allemaal naar, dat je die docent bent, die maker. Daar in het moment willen zijn om daar te maken wat er gemaakt moet worden en dat je gebruikt wat er al is. Of het nou een wiskundesom is of een toneelstuk. Ze moeten áán gaan, die leerlingen.’

Dossiers

Theaterkrant Magazine mei 2022