Op zondagmiddag 18 december 2016 speelde Toneelgroep De Appel zijn allerlaatste voorstelling. ‘Met intense verbetenheid, zo vertolkte acteur en regisseur David Geysen Shakespeares titelheld Hamlet’, schrijft recensent Kester Freriks in NRC Handelsblad. ‘Geysen geeft een briljante draai aan het verhaal. Het gaat niet om de twijfelende prins die de moord op zijn vader wil wreken, maar om een kunstzinnige troonopvolger die geen kansen krijgt in een onverschillige, vijandige wereld. Hij is omgeven door corrupte personages die op onwaardige wijze eigenbelang nastreven.’ De draai verbeeldt het persoonlijke gevoel van Geysen, de theatermaker die graag de nieuwe artistiek leider van De Appel was geworden, maar zowel die droom als de toneelgroep in korte tijd uit elkaar zag spatten.

Het is wel vaker spannend geweest voor Toneelgroep De Appel. Eigenlijk wordt het Haagse gezelschap al sinds de jaren tachtig met enige regelmaat in zijn voortbestaan bedreigd door subsidiestops en geldnood. Om vijf voor twaalf volgt echter altijd de redding, niet zelden een miraculeuze. In 1982 is het de minister zelf, Hans de Boer, die een negatief subsidieadvies van de Raad voor Cultuur naast zich neerlegt. Later, in 1996, is er een persoonlijke interventie van de toenmalig staatssecretaris van OCW Aad Nuis. In 2000 herroept de Raad zijn eigen negatieve besluit na het overweldigende succes van de marathonvoorstelling Tantalus.

Vaak zijn het ook de meer dan vierduizend vrienden van het gezelschap, verenigd in Stichting Vrienden van Toneelgroep De Appel, die bijspringen. Als in 1992 de eigenaar van het Appeltheater overlijdt en zijn erven van het pand afwillen, kopen vijfhonderd vrienden obligaties van duizend gulden om het theater te kunnen aankopen.

In 2012 lijkt het dan toch even echt mis te gaan. De bom Halbe Zijlstra valt en De Appel verliest al zijn overheidssubsidie. Als laatste redmiddel lanceert de groep de onwaarschijnlijke actie ‘1.000 voor 1.000’, waarmee het hoopt op duizend euro steun van duizend bezoekers. Uiteindelijk leggen 241 donateurs, voornamelijk opnieuw Vrienden van Toneelgroep De Appel, samen 250.000 euro neer. En weer kan De Appel door.

Die Appel die maar weer eens geen geld krijgt en toch weet te overleven, het was een toneelklassieker op zich aan het worden.Tijdens de subsidieverdelingen van 2016 blijft het mirakel echter uit. Een ongekend vernietigend subsidie-advies van de gemeente Den Haag zet eind april een reeks pijnlijke gebeurtenissen in gang, die de groep niet meer te boven komt.

Onder de maat
‘De aanvraag is op alle fronten – kwaliteit, positionering, bedrijfsvoering – onder de maat.’ Op 29 april 2016 brengt de Adviescommissie Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur Den Haag 2017-2020 (ook wel de commissie-Weeda genoemd) een genadeloos advies uit over de subsidie- aanvraag van Toneelgroep De Appel. De plannen zouden ‘oorspronkelijkheid en innovatie’ missen en het aantreden van de nieuwe artistiek leider Arie de Mol op 1 januari 2015 zou ‘geen garantie voor artistiek-inhoudelijke vernieuwing’ bieden. Cultuurwethouder Joris Wijsmuller krijgt van de commissie het advies de door De Appel aangevraagde jaarlijkse subsidie van ruim 2,2 miljoen euro niet toe te kennen.

Dat zou het einde van de toneelgroep betekenen. De Appel is voor zijn voortbestaan vrijwel volledig afhankelijk van gemeentesubsidie, doordat de groep vier jaar eerder zijn volledige rijkssubsidie verloor.

Verbijsterd
De Appel is ‘verbijsterd’ over het oordeel. De toneelgroep laat meteen op haar website weten zichzelf totaal niet in de negatieve kwalificatie te herkennen. Het advies is volgens de groep ook nauwelijks onderbouwd en ‘wemelt van de onjuistheden, veronderstellingen en persoonlijke meningen’.

Het meest geschrokken is het gezelschap van de toon van het rapport. ‘Elke steen van het gebouw, elke syllabe van de tekst, alles werd categorisch onderuit geschoffeld’, zegt artistiek leider Arie de Mol. ‘Een ontzettend lelijk stuk, waarin het gezelschap helemaal kapot geschreven wordt’, noemt Tineke Pronk-Zuurmond, voorzitter van de Vrienden van Toneelgroep De Appel, het. Het bestuur stelt een document op waarin het advies zin per zin – soms per woord – gefileerd wordt.

Vooral de opmerking over de nieuwe artistiek leider Arie de Mol vindt Pronk ongehoord. ‘Het is een persoonlijke diskwalificatie die op geen enkele manier door de commissie met argumenten wordt toegelicht.’ Ook Marleen Zuijderhoudt, voorzitter van de Raad van Toezicht van de toneelgroep, is verbolgen. ‘Er werd op een heel grove, buitengewoon hardhandige manier afgerekend met de artistiek leider. Het advies is op de man gespeeld, terwijl het om de plannen zou moeten gaan.’

Onbehoorlijk bestuur
Het roept vragen op bij de toneelgroep. Zou de harde afwijzing iets te maken hebben met het feit dat Rob Ligthert in de adviescommissie zat? De regisseur was in het najaar van 2014 nog afgewezen als artistiek leider van De Appel en daarna als opvolger van De Mol bij Toneelgroep Maastricht. Ligthert was ook de enige vertegenwoordiger uit het theaterveld in de kerncommissie. Wellicht schreef vooral hij de adviesteksten over de toneelinstellingen.

Toneelgroep De Appel vindt het verdacht. ‘Het was zo opvallend negatief dat er niets anders van te maken is dan wraak’, blikt De Mol terug. ‘Ik begrijp niet dat je anders zoiets over een collegamaker kunt schrijven.’ Ook Zuijderhoudt, Pronk en de rest van het gezelschap vinden het ‘naar rancune neigen’.

Het bestuur van de Vrienden van Toneelgroep De Appel meldt de vermeende belangenverstrengeling aan Wijsmullers collega Rabin Baldewsingh (wethouder Sociale zaken, Werkgelegenheid, Wijkaanpak en Sport), alle gemeenteraadsleden, het college en aan Burgemeester van Aartsen. Niemand grijpt in. ‘Malafide’, noemt Pronk het. ‘B en W heeft zich daarmee willens en wetens schuldig gemaakt aan medewerking aan onbehoorlijk bestuur, strijdig met de Governance Code Cultuur.’

Na alle eerdere bedreigingen, ontstaan zelfs vermoedens dat de gemeente sowieso eindelijk eens van zijn tweede stadsgezelschap afwilde en daarvoor simpelweg een handige penvoerder opzocht. ‘Het negatieve advies is met opzet uitgelokt’, zegt Tineke Pronk-Zuurmond van de Vrienden. ‘Het was geen artistiek, maar een politiek besluit.’ Ook De Mol heeft dat idee, mede omdat het nog veel te vroeg was om zijn prestaties te beoordelen. ‘Ik zat er net een jaar en was de eerste die ‘van buiten’ kwam. De gemeente heeft ons geen enkele kans gegeven om een nieuw gezicht bij De Appel te laten ontstaan.’

De Raad van Toezicht zal op 17 oktober een bezwaarprocedure inzetten, vooral tegen de samenstelling van de adviescommissie. Eind januari 2017 volgt een definitief antwoord. Het bezwaar wordt niet erkend. In de uitspraak die volgens Marleen Zuiderhoudt ‘feiten volstrekt verkeerd of geheel niet aangeeft’ staat dat alle adviesleden een integriteitscode hebben moeten ondertekenen. Bovendien hebben volgens de gemeente bij alle beoordelingsgesprekken naast de kerncommissie ook subcommissies gezeten, waarin meerdere deskundigen uit de theaterwereld zaten.

Cultuurwethouder Wijsmuller spreekt van een ‘breed gedragen’ oordeel en noemt het commentaar op de samenstelling van de commissie ‘een zwaktebod achteraf dat verhulde wat er werkelijk aan de hand was: een artistieke patstelling en een onvoldoende daadkrachtig management’.

Wijsmuller laat overigens weten dat hij pas voor het eerst over het sollicitatieverleden van Ligthert hoort op de dag dat het advies uitkomt, in een telefoongesprek met zakelijk leider Fred van de Schilde. Hij adviseert Van de Schilde dan terughoudend te zijn met de kwestie. Volgens Wijsmuller omdat sollicitatieprocedures persoonlijke omstandigheden zijn, die in beginsel persoonlijk moeten blijven. Voor De Mol is het een bevestiging van veel vermoedens. ‘Ik vond dat ‘advies’ eerder klinken als een dreigement en dacht meteen: dit deugt voor geen meter. Natuurlijk wil de gemeente niet dat dit bekend wordt.’

De Raad van Toezicht wil zich aan het advies van de wethouder houden en vraagt dat ook van alle betrokkenen. Den Haag wekt de indruk dat er mis- schien nog mogelijkheden voor het gezelschap zijn en de Raad van Toezicht wil de relatie daarom goed houden. Datzelfde advies had de RvT eerder ook al gegeven, toen de toneelgroep net hoorde dat Ligthert deel zou gaan uitmaken van de commissie, al belangenverstrengeling vreesde en de gemeente daarvoor op voorhand al wilde waarschuwen . ‘De Raad was bang dat we dan als instelling te defensief zouden overkomenen en raadde ons aan het niet aan te kaarten’, zegt Arie De Mol. ‘Jammer’, noemt Pronk van de Vrienden het achteraf. ‘We hadden veel eerder de publiciteit moeten zoeken en het publiek moeten mobiliseren. Daar zijn politici gevoelig voor.’ Ook De Mol heeft achteraf spijt dat hij zich aan het verbod heeft gehouden. ‘We hadden meteen veel harder moeten knokken tegen de gemeente. Onze enige redding was het opblazen van de commissie geweest.’

De Appel vecht terug
Om wethouder Wijsmuller te overtuigen het advies van de commissie-Weeda toch niet over te nemen zet De Appel in mei de actie ‘De Appel vecht terug’ op. Er is een poster-, sticker- en radiocampagne en het publiek wordt opgeroepen zoveel mogelijk naar de Appelvoorstelling Decamerone te komen kijken. Op 21 juni overhandigen de medewerkers van de toneelgroep op het stadhuis van Den Haag aan Wijsmuller ruim tienduizend steunbetuigingen. De Vrienden van Toneelgroep De Appel helpen met het financieren van de campagne. Over de rol van Ligthert blijft het stil.

Het mag niet baten. Op 29 juni neemt wethouder Wijsmuller in zijn beleidsplan Kunst en Cultuur het negatieve Appeladvies van de commissie-Weeda volledig over en presenteert het zo op 1 juli aan de gemeenteraad. Als die in het najaar akkoord gaat, raakt het gezelschap vanaf 1 januari 2017 zijn subsidie kwijt.

Een verzoek van de toneelgroep om eventueel een tweejarige in plaats van vierjarige subsidie te verlenen – zodat de nieuwe artistiek leider de kans krijgt zich eerst te bewijzen – wijst Wijsmuller af. Hij doet wel naar eigen zeggen ‘serieuze pogingen’ om een doorstart in afgeslankte vorm mogelijk te maken. In een gesprek met het gezelschap eind juni stellen zijn medewerkers aan De Appel voor daarvoor een alternatief plan te schrijven. Het cultuurgeld is inmiddels verdeeld, maar misschien kan de wethouder nog iets bij elkaar sprokkelen.

Nieuwe leiding
Artistiek leider Arie De Mol ziet geen heil in een kleine doorstart. Met minder geld weet hij niet hoe hij het pand en het grote ensemble kan behouden, terwijl hij juist daar op ingezet had. Hij geloofde bovendien in het plan zoals ze het ingediend hadden. ‘Als je met een nieuw plan komt, ga je mee in het idee dat het niet goed genoeg was.’

Op 4 juli stapt De Mol op, later gevolgd door enkele medewerkers die hij had meegenomen uit Maastricht, zoals een educatie- en productiemedewerker. Zakelijk leider Fred van de Schilde – sinds augustus 2015 in die functie – treedt terug naar zijn voormalige functie als productieleider. De twee acteurs die De Mol uit Maastricht meebracht blijven. De gemeente komt pas eind augustus achter het vertrek van de directie. Ze zoeken meermaals contact met hen, maar krijgen een zomer lang geen enkele bericht.

De stemming binnen de toneelgroep speelt bij het vertrek van De Mol en zijn medewerkers ook een rol. Vanaf zijn aantreden smeult er ongenoegen. Een aantal medewerkers heeft moeite zich aan te passen aan de werkwijze van de nieuwe artistiek leider, die veel ‘strenger en controlerender’ zou zijn dan zijn voorganger Aus Greidanus. Anderen zijn juist blij met de nieuwe lijn. Het gaat intern steeds meer en harder botsen. De lezing van de laatste weken verschilt verder van medewerker tot medewerker, maar de sfeer raakt duidelijk totaal verziekt. Er ontstaan twee kampen: een kamp vóór en een kamp tegen De Mol, die steeds minder en vijandelijker met elkaar communiceren.

Het anti-kamp schuift acteur David Geysen informeel als nieuwe leider naar voren. Hij had destijds ook op de baan van De Mol gesolliciteerd, met een aanbeveling van collega’s binnen het gezelschap. Geysen behoort al zestien jaar tot de vaste kern van de groep en heeft er zowel gespeeld als geregisseerd. De Mol daarentegen had nog geen enkele regie bij het gezelschap op zijn naam staan en in het verleden slechts drie voorstellingen van de groep gezien.

De keuze voor De Mol als nieuwe artistiek leider zorgde voor de eerste barstjes in de relatie tussen een deel van het gezelschap en zijn Raad van Toezicht, die de sollicitatiecommissie – bestaande uit Marleen Zuijderhoudt en Wim Visser van de RvT, toenmalig zakelijk leider Gerrit Dijkstra en Cees Debets, directeur van het Haagse Theater aan het Spui – samenstelde.

Dat wantrouwen neemt toe als de RvT na het terugtreden van zakelijk leider Fred van de Schilde tijdens het zomerreces Chris van Overbeeke aanstelt als nieuwe directeur ad interim. RvT-voorzitter Marleen Zuijderhoudt kent Van Overbeeke van andere besturen waarin ze samen zetelen ‘als een zorgvuldig nancieel bestuurder’. Normaal vraagt hij 1.500 euro per dag, maar deze klus neemt hij voor een ‘vriendenprijsje’ van 1.250 per dag aan. Hij krijgt van de Raad van Toezicht de opdracht alvast te beginnen met de ontmanteling van het gezelschap en zoveel mogelijk de financiële schade te beperken. Hetgeen volgens de RvT ook ‘zonder meer succes gehad heeft’.

De toneelgroep werkt ondertussen aan een nieuwe voorstelling. Nu het einde dreigt en De Mol vertrokken is, wil het iets maken ‘vanuit het hart van het gezelschap’. Dat zijn ze aan het publiek verplicht. De door De Mol geplande Kersentuin – na de crash van gastregisseur Carina Molier wordt vervangen door een eigen Hamlet-bewerking. De voorstelling zal geschreven, geregisseerd en gespeeld worden door David Geysen. De Vrienden steunen opnieuw nancieel (40.000 euro).

Nieuwe plannen
Een kerngroep van zeven medewerkers van het gezelschap, die zichzelf de G7 noemt, blijft ondertussen geloven in een doorstart, met David Geysen als nieuwe ‘artistieke spil’. Het plan van zijn sollicitatie voor artistiek leider gebruikt Geysen deels als reddingsplan. Eind augustus presenteert de groep onder de naam ‘Plan B’ zijn ideeën. Die gaan uit van een sterk afgeslankte Appel, met verjonging, vernieuwing, multidisciplinariteit en samenwerking als kernwoorden.

Zonder afstemming met de medewerkers lanceren Van Overbeeke en de Raad van Toezicht daarnaast een geheel eigen tweede plan, ‘Plan Huisch’, waarin samenwerking met het Zuiderstrandtheater en het Koninklijk Conservatorium gezocht wordt. Als het bestaan van twee nieuwe plannen tot onduidelijkheid leidt bij de Haagse politiek, plakken later Plan Huisch aan Plan B en presenteert ze samen als ‘De Appel 2021’. De directie maakt de begroting, waarin rekening wordt gehouden met een flink lagere subsidie van 750.000 euro per jaar en een even hoog bedrag aan eigen inkomsten. Om de kosten te dekken, moeten de medewerkers ruim 20 procent van hun loon inleveren en meer bezoekers trekken.

De G7 staat niet achter de financiële onderbouwing van ‘De Appel 2021’. Als Geysen wordt gevraagd voor de gemeenteraad de samenvoeging te verdedigen, heeft hij er op dat moment zelf nauwelijks vertrouwen in. ‘Het was een totaal vage constructie. Financieel klopte het voor geen meter. Ik heb toen maar heel gepassioneerd mijn eigen droom voor De Appel gedeeld.’

Ook Wijsmuller heeft geen vertrouwen in de begroting. Een groot probleem vindt hij het negatieve eigen vermogen van het gezelschap.Volgens de RvT en Chris van Overbeeke had De Appel tot dan toe aan alle verplichtingen voldaan en is het tekort ontstaan als direct gevolg van het beëindigingsbesluit, volgens de gemeente staat het tekort al in de halfjaarlijkse cijfers. ‘We gaan geen subsidie verlenen om een gat te dichten’, zegt Wijsmuller herhaaldelijk. De ‘vertwijfeling’ binnen het gezelschap werkt volgens de wethouder ook niet mee. ‘Er is heel veel tijd verloren gegaan’, zegt hij, ‘pas in september kwamen de eerste plannen en dan ook nog drie verschillende. Je kunt niet op vijf paarden tegelijk wedden.’

De gemeenteraad is ook niet overtuigd. Financieel ziet het te veel onzekerheden. Op 4 november schaart een meerderheid van de Haagse partijen zich achter het voorstel van de wethouder om de subsidie voor het theatergezelschap te stoppen. D66 pleitte nog enige tijd voor een herziening van de subsidiestop, maar na lezing van het nieuwe nanciële plan van ‘De Appel 2021’ vindt D66 het risico dat er weer tekorten ontstaan te groot. Na 45 jaar schrapt de gemeenteraad zijn tweede stadsgezelschap.

Op zondag 18 december speelt Toneelgroep De Appel zijn allerlaatste voorstelling, na een uitverkochte speelreeks met extra voorstellingen. De persreacties zijn gemengd, maar het publiek brengt een grootse bloemenhulde. Het applaus duurt zeven minuten.

Drie acteurs spelen op eigen verzoek niet mee. Ze kunnen het emotioneel niet meer aan of vinden de sfeer niet veilig genoeg. Omdat ze nog wel tot 31 december een contract hebben, laat Van Overbeeke hen geld binnenhalen, door onder meer de verkoop van rekwisieten op Marktplaats en het aanschrijven van goede doelen.

Eigen verantwoordelijkheid
De tragedie is dan nog lang niet afgelopen. Den Haag weigert na de beëindiging van zijn gemeentelijke subsidie zogenaamde frictiegelden ter beschikking te stellen. De Appel had moeten voorsorteren op een afbouw en direct het ontslag moeten aanvragen na het collegebesluit in juni. Dan was er nu genoeg geld voor alle vergoedingen. ‘Een onzinnige redenering’, noemt Pepijn ten Kate van de Kunstenbond (FNV Bond van Creatieven) het ‘om het ooit toegezegde subsidiegeld nu maar in frictiegeld te veranderen’. Het is volgens hem in Nederland ‘een goed gebruik dat een structureel gesubsidieerde culturele organisatie bij een subsidiebeëindiging in de gelegenheid wordt gesteld om de door haar aangegane verplichtingen netjes af te ronden’. Het gaat dan vooral over verplichtingen die voor langere tijd worden aangegaan, zoals de huurovereenkomst, verzekeringen, contracten met leveranciers en arbeidsovereenkomsten met het personeel. De bond schat dat er voor De Appel tussen de 1,1 en 1,3 miljoen euro aan frictiegelden nodig is, waarvan 800.000 voor het personeel (6 à 7 ton transitievergoeding en ruim 1 ton voor scholing).

De huidige financiële situatie van de toneelgroep is inmiddels zo slecht dat het die gelden zelf niet kan opbrengen. Zonder frictiemiddelen van de gemeente loopt het gezelschap een grote kans om ook nog eens failliet te gaan. De curator neemt de organisatie dan over en de 24 medewerkers worden dan zonder enige vorm van vergoeding ontslagen. ‘Na 45 jaar subsidieverstrekking is dat verwerpelijk!!!’, schrijft Ten Kate van de Kunstenbond in een persbericht.

De RvT tekent bezwaar aan bij de gemeente tegen de afwijzing van frictiegelden, maar wordt niet in het gelijk gesteld. ‘Het regelen van transitiegelden is in Den Haag standaard de eigen verantwoordelijkheid van een stichting’, verdedigt wethouder Wijsmuller. Alleen bij zogenaamde B3-instellingen (instituten ontstaan uit de gemeente en later verzelfstandigd, zoals het gemeentemuseum) maakt de gemeente een uitzondering. ‘We nemen als college  voortijdig een besluit zodat de instelling erop kan anticiperen. De Appel wist eind juni al dat het geen subsidie zou krijgen en heeft dus binnen een redelijke termijn kunnen afbouwen.’ Volgens Zuiderhout van de RvT schendt de wethouder met deze uitspraak het democratisch proces. ‘De gemeenteraad moest immers nog beslissen en het was ongewis wat daar de uitkomst van zou zijn.’

Dat De Appel tot het raadsbesluit op 4 november nog geloofde en werkte aan een doorstart, vindt Wijsmuller geen argument. ‘Je kunt voorbereidingen treffen om te stoppen, afbouwen, en daarnaast nieuwe plannen maken.’ Dit is feitelijk onjuist volgens Zuijderhoudt, aangezien het UWV ook pas na de beslissing van de gemeenteraad op 4 november het ontslag in behandeling wilde nemen en De Appel voordien dus niets kon doen.

De personeelsvertegenwoordiging (PVT) van de toneelgroep en Ten Kate van de Kunstenbond vragen de wethouder nog of het mogelijk is om vanaf 4 november dan in vier maanden af te bouwen. De wethouder kan het niet honoreren omdat in een vorige kunstenplanperiode bij andere afgewezen cultuurinstellingen ook de datum van het collegebesluit werd gehanteerd.

De stichtingen
Om een faillissement te voorkomen vragen de directie van de toneelgroep en de Raad van Toezicht hulp aan de twee stichtingen die rondom het gezelschap (Toneelgroep De Appel) zijn opgezet: Stichting Vrienden van Toneelgroep De Appel en de Stichting Exploitatie Appeltheater (SEA). De stichtingen hebben beide een behoorlijk eigen vermogen opgebouwd. Op de rekening van De vrienden staat nog ongeveer 2 ton en de SEA verwacht grote opbrengsten van de verkoop van het door hen aangekochte Appeltheater en later werkplaats. De stichtingen geven aan alles te willen doen om de medewerkers een ‘zachte landing’ te bezorgen. Door wantrouwen en miscommunicatie gaat het echter ook hier mis.

De Stichting Exploitatie Appeltheater (SEA) werd in 1992 opgericht om het Appeltheater te kunnen kopen, zonder grote risico’s voor de toneelgroep. De SEA betaalde er 675.000 gulden (kosten koper) voor aan Transveer BV, waarvan de toneelgroep het pand huurde. Dit geld wordt voor een groot deel bijeengebracht door de Vrienden, die voor ongeveer 516.000 gulden obligaties kopen. De rest (230.000 gulden) leent de Stichting van de bank. Het onderhoud van het pand neemt de SEA ook voor zijn rekening.

Met de jaarlijkse huursom van 70.000 euro voor de toneelgroep zijn de obligaties inmiddels nagenoeg afbetaald en de lening volledig. In 2014 koopt de SEA ook een voormalige gymnastiekzaal aan De Duinstraat nummer 10 aan, als werkplaats. Daarvoor staat nog een lening in de boeken voor 185.000 euro.

Het ideale scenario van de SEA is dat de stichting een ‘zachte landing’ voor De Appel mogelijk maakt. De SEA betaalt dan schulden, frictiegelden en ontslagvergoedingen en voorkomt daarmee een pijnlijk faillissement van de toneelgroep. De Vrienden geven aan eventueel 50.000 euro te willen bijdragen als de SEA net dat beetje tekortkomt. Iedereen wil koste wat het kost voorkomen dat de toneelgroep failliet gaat, de deuren worden vergrendeld en dure curatoren de zaak overnemen.

Voordat de SEA zijn hele vermogen aan de toneelgroep overdraagt, wil het wel een goed inzicht in de boeken. ‘We wilden er zeker van zijn dat we het zouden halen. Stel dat we net te kort zouden komen en de toneelgroep alsnog failliet zou gaan, dan zou ons geld in een bodemloze put verdwijnen en het ontslagen personeel alsnog in de kou komen te staan’, zegt fiscalist Arie Buis, penningmeester van de SEA. ‘Voor ons moesten de medewerkers allereerst geholpen worden, de belastingen en andere schuldeisers kwamen op de tweede plaats.’

De communicatie tussen de SEA enerzijds en de RvT en Van Overbeeke anderzijds loopt echter spaak, waarbij beide partijen elkaar de schuld geven. De SEA wordt bijvoorbeeld achterdochtig als de directie, gesteund door de RvT, eist dat ze enkel onder toezicht de boeken mogen inkijken. Terwijl dat volgens toezichthouder Zuiderhoudt is ‘zoals het hoort’. ‘Bij derden dient er altijd een financieel bestuurder aanwezig te zijn om vragen te beantwoorden en toelichting te geven.’ De SEA vindt het ondoenlijk dat het op een bepaald moment alleen schriftelijk vragen mag indienen, terwijl de directie dat alleen zou doen ‘opdat het de antwoorden correctheidshalve kon delen met de andere stakeholders, te weten de Vrienden en de Appel’. Cruciaal voor de SEA is een bijeenkomst op 16 december, waarop de directie aankondigt het personeel te gaan ontslaan zodat het volledig financiële plaatje duidelijk wordt, maar dat uiteindelijk toch nalaat. De SEA trekt zich terug en gaat voorlopig niet meer in op de vraag van de RvT en de directie om de toezegging van gelden voor het personeel op schrift te stellen. ‘We hadden er geen goed gevoel bij’, zegt Buis.

Aan Stichting Vrienden van Toneelgroep De Appel vraagt de directie van de toneelgroep het januarisalaris van interim-directeur Van Overbeeke en later ook van de andere werknemers te betalen.Volgens Zuijderhoudt van de RvT is immers ‘het doel van de Stichting Vrienden om de Appel in alle opzichten bij te staan’. De stichting weigert. ‘Daar zijn we statutair niet toe gerechtigd’, zegt voorzitter Tineke Pronk-Zuurmond. ‘Wij zijn niet opgericht om exploitatiekosten te betalen, daar heeft de toneelgroep subsidie voor gekregen. De vrienden doen schenkingen voor extra dingen, nieuwe stoelen, een nieuwe lift, een niet kostendekkende productie. De hele vraag was overbodig.’

Tweespalt
Er ontstaat een tweespalt tussen de SEA en Appelvrienden, gesteund door de personeelsvertegenwoordiging (PVT), aan de ene kant en de directie van de toneelgroep en zijn RvT aan de andere. Het helpt niet dat de SEA en de Vrienden achter de hoogte van het salaris van interim-directeur Van Overbeeke komen, terwijl er volgens Pronk ‘tussen de Vrienden behoorlijk veel financieel capabele mensen zitten, die dat zo voor niets of een kleine onkostenvergoeding hadden willen doen’. En dat de directie van de toneelgroep zich laat bijstaan door een dure advocaat. Ook de SEA en de Vrienden laten zich vanaf september adviseren, maar vragen daarvoor een bevriende jurist die geen vergoeding wil.

De SEA en Vrienden vinden het ook ergerlijk dat de directie van de toneelgroep plannen maakt en verspreidt voor het geld van hún stichtingen. ‘Zij hebben steeds gedacht: wij zijn baas over de SEA en de Vrienden, en dat geld is allemaal van ons’, zegt Pronk. ‘Zij hebben zich nooit gerealiseerd dat wij aparte stichtingen zijn ten behoeve van De Appel. We zijn wel verbonden met elkaar, maar de een bepaalt niet wat de ander doet.’

Het helpt ook niet dat de SEA en Vrienden beide hun statuten wijzigen. De SEA beslist in oktober dat bij liquidatie het restsaldo niet meer rechtstreeks naar Stichting Toneelgroep De Appel gaat, maar naar zijn personeel. De Vriendenstichting bereidt een verbreding van bestemming en doelstelling
in de statuten voor. ‘Als acteurs van De Appel straks een eigen bedrijf beginnen en artistiek verder gaan, willen we helpen met een nieuwe start’, legt voorzitter Pronk uit. Twee vaste medewerkers gaan uit het bestuur om te voorkomen dat een vermenging van belangen ontstaat tussen degenen die in aanmerking kunnen komen voor deze steun en degenen die over de steun beslissen. Zuijderhoudt vindt het bezwaarlijk ‘dat gelden ook naar andere goede doelen kunnen gaan, terwijl de donateurs deze ooit geoormerkt hebben voor de Appel’.

Faillissement
Als duidelijk wordt dat de SEA en Vrienden niet op tijd gaan bijspringen, benadert de RvT/directie opnieuw de gemeente Den Haag. Nu voor een voorschot voor de betaling van het loon over de maand januari 2017 en de transitievergoeding. Dat alles ter overbrugging van de periode totdat het geld van de SEA alsnog vrijkomt. De gemeente stelt voor het theater te kopen zodat het gezelschap met de opbrengsten de vergoedingen kan betalen. Ze bieden de taxatiewaarde van 1,1 miljoen euro, maar de SEA heeft dan al een hoger bod liggen. De handelsonderneming van Klaas Hol uit Heteren wil beide panden aankopen voor 1.375.000 euro. De SEA accepteert dat. Hol is ook de eigenaar van de ernaast gelegen kerk die afgelopen jaar nog door De Appel gebruikt werd voor de slotscène van De Appel-voorstelling Decamerone.

Hol kan alleen niet in 1 keer het hele bedrag betalen en de SEA ligt nog steeds overhoop met de directie. De RvT en directie zien zich daardoor alsnog verplicht op 21 december 2016 voorlopige surseance van betaling aan te vragen. Op 28 december spreekt de rechtbank het faillissement uit.

Curator Mathieu Souren treft een boekhouding aan ‘die keurig, 100 procent in orde is’. De drie stichtingen vormen volgens hem ‘wat betreft de oorspronkelijke statutaire eindbestemming van hun vermogen één geheel: namelijk Toneelgroep De Appel’. Om te voorkomen dat de opbrengst van de panden buiten de toneelgroep terechtkomt, wordt op instigatie van Souren in gezamenlijk overleg met de directie op 22 december meteen besloten om onmiddellijk beslag op de panden te leggen. Souren: ‘Ik stel altijd eerst het geld veilig, daarna ga ik pas praten. Je moet voorkomen dat je achter de feiten en geld aanloopt.’ In het verzoekschrift aan de voorzieningenrechter staat dat er sprake is van ‘vrees voor verduistering’. Het doet pijn bij het bestuur van de stichting SEA, dat zich al jaren belangeloos inzet.

De curator brengt vervolgens wel met de SEA over de opbrengst van de panden een zogenaamde escrow-overeenkomst tot stand. Daarmee kunnen de beslagen weer worden opgeven, de verkochte panden worden geleverd en de verkoopopbrengsten worden veilig gesteld. Op 6 januari maakt Hol het bedrag voor het Appeltheater over, op 17 februari dat van de werkplaats. De netto-opbrengst (de verkoopopbrengst minus de laatste hypothecaire schuld en verkoopkosten) wordt op een ‘derdengeldrekening’ van de notaris aangehouden totdat de partijen overeenstemming hebben over de aanwending van deze gelden.

Naar de rol van de gemeente gaat de curator nog onderzoek doen, onder meer of de intrekking van de subsidie wel voldeed aan de regels van het administratieve recht.

De Appelvrienden, die op 23 december de voorbereide statutenwijziging tekenen, ontvangen van de curator meteen een brief, waarin hij dreigt met persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuursleden bij het uitgeven van geld volgens de nieuwe statuten. De vrienden en de curator zijn nog steeds in gesprek over de bestemming van het vermogen. Als ze toestemming krijgen, zullen de vrienden een onafhankelijke commissie instellen die het mandaat krijgt projectvoorstellen van de ontslagen medewerkers te beoordelen. Geysen heeft alvast een uitnodiging ontvangen voor zijn eigen muziektheatergezelschap Dégradé.

Het personeel wordt uiteindelijk door de curator ontslagen. Hij ziet hen als ‘een van alle schuldeisers’. Volgens het faillissementsrecht hebben ze nog recht op maximaal zes weken salaris. Tot en met 8 februari krijgen ze een faillissementsuitkering van het UVW. Ze hebben daarna nog geen enkele vorm van ontslagvergoeding ontvangen. De verwachting of in ieder geval de intentie van de stichtingen en de curator is dat uit de verkoopopbrengst van de panden alle schulden en ontslagvergoedingen alsnog voldaan kunnen worden.

De kantoren en de theaterzalen worden inmiddels bewoond door anti-krakers van Klaas Hol. Zij slapen en eten nu op de plek waar 45 jaar lang bezield theater werd gemaakt.

Foto: Leo van Velzen

Dossiers

Theatermaker april 2017