Tijdens het themaprogramma Mr. Mrs. Mx. in Frascati opende toneelspeler en filosoof Martijn de Rijk het onderdeel Exploring Gender met de volgende toespraak. Theatermaker publiceert een bewerkte versie.

Beste lezer,

Ik wil graag beginnen met Aretha Franklin. Gender is niet echt mijn specialisme. Als filosoof ben ik vooral geïnteresseerd in ethiek en politieke theorie. Daarom zal ik proberen het onderwerp gender vanuit een ethisch en politiek standpunt te benaderen.

We weten allemaal dat Aretha Franklin een vrouw is. Maar in een van haar bekendste liedjes zingt ze uit volle borst: ‘You make me feel like a natural woman.’ Daarmee lijkt ze zeggen dat ergens in haarzelf een echte, natuurlijke vrouw verborgen zit. Op dit moment is ze die niet, maar er is een man in haar leven die haar doet voelen alsof ze die natuurlijke vrouw is. Het lied impliceert dat een vrouw alleen in relatie tot een man kan hopen op de openbaring van haar ware zelf.

Ik heb dit voorbeeld niet zelf verzonnen. Dat deed Judith Butler, in het essay Imitation and Gender Insubordination (2004). Hierin gebruikt Butler dit Aretha Franklin-voorbeeld om de inherente instabiliteit van de heteroseksuele identiteit te verhelderen.

Dit klinkt misschien nogal technisch. En het wordt nog veel abstracter. Maar om mijn argument goed te kunnen onderbouwen, moet ik eerst uitleggen wat Butler bedoelt als ze het heeft over de ‘inherente instabiliteit van identiteit’. Ik zal daarom eerst proberen om Butler zo eenvoudig mogelijk uit te leggen, zodat ik daarna haar redenering kan gebruiken om iets te zeggen over gender en theater. Hou je vast.

In navolging van de Franse filosoof Michel Foucault wijst Butler ons op de verschillende manieren waarop de heteroseksuele identiteit zichzelf probeert te bevestigen als de dominante en stabiele seksuele identiteit. De heteroseksuele identiteit presenteert zichzelf als een soort ware kern, als de innerlijke essentie van het menselijk bestaan. Een ander kenmerk van de heteroseksuele identiteit is, volgens Butler, dat er impliciet een logisch en noodzakelijk verband wordt gelegd tussen je geslacht en je seksuele identiteit. Dus als je een vrouw bent, is er niets logischer dan je aangetrokken voelen tot een man en vice versa. Elke andere mogelijkheid wordt gepresenteerd als een afwijking van de normale en stabiele, heteroseksuele gang van zaken. Vanuit het heteroseksuele perspectief worden lesbische, homoseksuele en andere seksuele geaardheden continu ter discussie gesteld als de afwijkende en instabiele ander.

Butler betoogt echter dat het voor de heteroseksuele identiteit niet mogelijk zou zijn om zichzelf als de stabiele norm te presenteren zonder andere seksuele identiteiten weg te zetten als afwijkend en instabiel. Maar als die heteroseksuele identiteit daadwerkelijk uit zo’n stabiele kern bestaat, vraagt Butler zich af, waarom is die voortdurende uitsluiting van het andere dan nodig? Is deze constante behoefte van de heteroseksuele identiteit om zichzelf steeds opnieuw te bevestigen niet een symptoom van een inherente instabiliteit van de heteroseksuele identiteit? En geldt dit alleen voor de heteroseksuele identiteit, of ook voor genderidentiteit? Is identiteit als zodanig niet een inherent instabiel concept?

Aan de hand van Butlers kritiek op de heteroseksuele norm wil ik een aantal vragen stellen over de manier waarop gender in het theater wordt gepresenteerd. Mijn eerste vraag luidt: waarom is het belangrijk om in deze tijd het onderwerp gender weer op de agenda te zetten?

Het theater is altijd een plek geweest waar schijnbaar stabiele maatschappelijke ordeningen in twijfel konden worden getrokken. Dat kan gebeuren door de aandacht te vestigen op hun veranderlijkheid, hun gebreken en zwakheden. Het verlangen om bestaande sociale arrangementen ter discussie te stellen is precies wat theater, gendertheorie en queer culture gemeen hebben.

In genderkwesties heeft het blootleggen van de instabiliteit van seksuele identiteit voor mij altijd een speels karakter. In het ervaren van deze performatieve speelsheid – zowel in het theater als in het dagelijks leven – vermengen feestelijke, bespiegelende en kritische geluiden zich moeiteloos met elkaar. De onthulling van instabiliteit kan een hilarisch moment zijn. Maar dat is meestal slechts een eerste reactie, het aantrekkelijke laagje vernis. Daaronder ligt een duisterder laag die vaak woede en wanhoop oproept. Verwarring over identiteit en seksualiteit roept ook diepgaande ethische en politieke vragen op, zoals: hoe leid ik een goed leven? Hoe vinden we ons persoonlijke geluk en hoe kunnen we geweldloos met elkaar samenleven?

Reden genoeg om performatief onderzoek naar gender op het toneel te zetten. De volgende vraag is: hoe willen we het onderwerp gender presenteren? Een voor de hand liggend en relevant antwoord op die vraag kan zijn: we brengen het als een viering van diversiteit, van anders-zijn. Een ander, daaraan verbonden antwoord kan zijn: we brengen het als het vieren van verwarring.

Dit leidt me naar een tweede serie vragen. Zijn er politieke en ethische gevolgen verbonden aan het presenteren van gender als het vieren van verschil en verwarring? En zo ja, zijn wij hier en nu verantwoordelijk voor die gevolgen?

Laat ik voorop stellen dat het erg belangrijk is om in dit tijdsgewricht te spreken over gender en genderdiversiteit. Met name als we de idee van de open samenleving willen handhaven en verbreiden. Maar het is diezelfde zorg voor de open samenleving die sommige mensen doet aarzelen om het onderwerp gender te benaderen als een bron van vrolijkheid.

In een instabiele wereld zoeken mensen naar vaste grond. Het valt moeilijk te ontkennen dat een groot deel van de wereldbevolking vaste grond creëert door zich te richten op zijn identiteit én door die identiteit te beschouwen als een vaste, stabiele en essentiële kern van zijn bestaan.

Mensen zien zichzelf bijvoorbeeld als échte Nederlander, échte Rus of échte Moslim. Zoals ik net al noemde kan de schijn van stabiliteit van welke identiteit dan ook slechts worden volgehouden als alles wat deze stabiliteit bedreigt, alles wat verwarring oproept wordt buitengesloten.

Ik meen dat het accepteren van verwarring een cruciaal element is in (en een noodzakelijke voorwaarde voor) een open samenleving. In de juiste omstandigheden kan verwarring leiden tot openheid en creativiteit. In tijden van relatieve stabiliteit laten mensen zich niet leiden door hun angst maar door hun nieuwsgierigheid. In zulke ideale omstandigheden leidt de confrontatie met de instabiliteit van identiteit tot verwarring. Die verwarring kan op haar beurt leiden tot een opener en meer ontspannen houding ten opzichte van mensen die jouw identiteit niet delen. In stabiele tijden kan het vieren van diversiteit dus een manier zijn om de open samenleving te bekrachtigen en te versterken.

Dit is echter een kwetsbare optie; de omstandigheden zijn niet altijd ideaal. In tijden van instabiliteit laten mensen zich leiden door hun angsten. Ze zoeken vaste grond door hun eigen identiteit als iets stabiels te presenteren. In deze omstandigheden kan iedere confrontatie met verwarring gemakkelijk leiden tot een vijandige of zelfs gewelddadige houding ten opzichte van hetgeen de verwarring oproept. In minder stabiele tijden kan het vieren van diversiteit dus spijtig genoeg contraproductief zijn; het kan de open samenleving juist verzwakken.

De vraag die overblijft is: in wat voor tijd leven we? De belangrijkste reden om deze vraag te stellen is voor mij niet om haar te beantwoorden. Ik weet zeker dat iedereen daar een eigen antwoord op heeft. Ik stel de vraag omdat die kan helpen ons bewust te maken van de verantwoordelijkheid die we hebben ten opzichte van de open samenleving en ten opzichte van de manier waarop we het over gender hebben.

In een liberale stad als Amsterdam kun je die verantwoordelijkheid makkelijk over het hoofd zien. Als lezer van Theatermaker bent u – en zijn uw naasten, vrienden en collega’s – ongetwijfeld geïnteresseerd, intelligent en open van geest. Er lijkt geen wolkje aan de lucht. U vraagt zich wellicht af: is die open samenleving nu echt zo urgent? Met een blik op de recente politieke, economische en sociale ontwikkelingen in Nederland en Europa denk ik dat de open samenleving onder druk staat. Ik heb de angst voor instabiliteit leren kennen als een hoogst besmettelijk goedje. En als ik vooruit kijk, vind ik het moeilijk om te zien hoe ons huidige klimaat van angst en wantrouwen zich kan ontwikkelen in de richting van een klimaat van vertrouwen en nieuwsgierigheid. Zolang dat niet het geval is, hebben we een grotere verantwoordelijkheid jegens de open samenleving dan we durven toegeven.

Voor de duidelijkheid: ik ben niet tégen een vrolijke benadering van genderthema’s. Natuurlijk moeten we er niet van afzien om genderdiversiteit te vieren en verwarring te omarmen. Als we de open samenleving werkelijk beschouwen als een ideaal dat we willen beschermen, dan moeten we het belang van diversiteit en verwarring actief uitdragen. Maar ik denk dat dit alleen kan als we ons tegelijk rekenschap geven van de instabiele tijd waarin we leven en als we onze gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de openheid van de samenleving blijven onderstrepen.

In tijden van grote instabiliteit kunnen de verleidingen van viering en feestelijkheid makkelijk een excuus worden om te ontsnappen aan de onaangename gebeurtenissen in de wereld. Natuurlijk zijn humor, openheid en lichtheid perfecte manieren om in wezen zeer serieuze onderwerpen aan te kaarten. Maar in tijden als deze zouden we verder moeten gaan. Want achter die dunne laag vrolijkheid ligt een zee van duisternis en wanhoop. En daar begint onze gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het is de verantwoordelijkheid om voorbij die eerste laag te kijken en het duister daarachter te verkennen.

Zo’n onderzoek betekent niet noodzakelijkerwijs het einde van de feestelijke aspecten van gender. Integendeel, vieren en verkennen gaan hand in hand. Dat is voor mij het mooie aan het onderwerp gender. Het geeft ruimte aan verschillende lagen van betekenis om samen te komen en op elkaar in te werken. Ik denk dat het onderzoeken van de donkere en wanhopige kanten van het onderwerp niet alleen kan leiden tot een completer begrip van gender, maar dat het ook – en dat is mijn voornaamste punt – een extra betekenislaag toevoegt aan het vieren van gender, namelijk het element zorg.

Dit is waar het me uiteindelijk om gaat: een combinatie van vieren en zorgzaamheid. Met andere woorden: ik wil makers uitnodigen om diversiteit zorgzaam te vieren. Om alle eigenschappen die met gender samenhangen – licht en donker, grappig en onrustbarend – voorzichtig te onderzoeken en de ethische en politieke implicaties daarbij niet uit de weg te gaan. Ik denk dat we er niet omheen kunnen dat juist die implicaties in de toekomst een bron van groeiende zorg zullen zijn.

foto Bas de Brouwer