Vanaf 2017 leidt Guy Weizman het Noord Nederlands toneel samen met de Vlaamse regisseur Julie Van den Berghe. Daarmee heeft Groningen het eerste multidisciplinaire grote gezelschap van Nederland in huis. Een gesprek met de nieuwe artistieke leiding over de nieuwe koers van het NNT.

Door Moos van den Broek, foto Reyer Boxem

In 2002 richt Guy Weizman (Tel Aviv, 1973) samen met zijn Israëlische partner Roni Haver het internationale dansgezelschap Club Guy & Roni op in Groningen, nadat ze beide een tijd hadden gedanst bij Galili Dance van Itzik Galili. Groningen bleek een goede haven. Club Guy & Roni groeide uit tot een succesvol gezelschap. Expressieve en explosieve dans werd hun handelsmerk, net als hun samenwerking met componisten, musici en theatermakers. Geleidelijk vonden de producties van ‘de Club’ hun weg naar de grote zaal. Binnenkort gaat Guy Weizman naast Club Guy & Roni ook het NNT leiden.

Dat doet hij samen met Julie Van den Berghe (Gent, 1981). Zij verbond zich na haar afstuderen aan de Academie voor Theater en Dans in Amsterdam (2010) als huisregisseur aan NTGent. Daarnaast realiseerde ze producties onder de vlag van Toneelgroep Amsterdam, het Noord Nederlands Toneel en het jonge collectief Stormvogels, bestaande uit oud-studenten van ArtEZ. Van den Berghe vond ook aansluiting in Duitsland, waar ze werkte bij de Münchner Kammerspiele en Schauspielhaus Frankfurt.

Interdisciplinaire focus

Dat een choreograaf (van origine) de leiding krijgt over een theatergezelschap is een nieuwe stap in de Nederlandse podiumkunsten. Wat kunnen we verwachten van het nieuwe NNT? Guy Weizman: ‘We willen acteurs, musici en dansers bij elkaar brengen in een ensemble en hen met makers uit verschillende disciplines laten werken.’ Julie Van den Berghe: ‘We willen de komende vier jaar gebruiken voor een verkenning van de vorm waar we naartoe willen groeien.’

Weizman en Van den Berghe maken per seizoen minstens een voorstelling. Van den Berghe zal steeds vertrekken vanuit een repertoiretekst, Weizman vanuit andere vormen. Of ze ook samen zullen gaan creëren is nog onbeslist. De twee leerden elkaar tijdens het vormen van de eerste plannen beter kennen. Van den Berghe: ‘We hebben allebei onze eigen expertise en proberen elkaars kracht te gebruiken. Dat kan alleen met heel veel overleg.’ Weizman: ‘Je voert elke dag discussies met jezelf, maar het is heel fijn om het gesprek ook met anderen te delen.’ Van den Berghe: ‘Het is een soort spiegel. Iemand kan vanuit een ander standpunt een andere mening of kijk op de dingen hebben. Dat draagt bij aan de besluitvorming. We hoeven het niet over alles eens te zijn, als we ons maar wel kunnen vinden in de grote lijnen.’ Weizman: ‘Voor ons is het belangrijk dat het verhaal urgent is op het moment waarop we het vertellen. Het draait niet alleen om de stukken die wij zelf graag willen maken. Een voorstelling moet ook iets betekenen in de context van een samenleving, ze moet ergens toe bijdragen.’

De komende vier jaar groeien het NNT en Club Guy & Roni langzaam naar elkaar toe. Beide organisaties gaan nauw samenwerken, maar van fuseren is geen sprake. De naam NNT blijft behouden. Internationale banden zijn er vooral met de KVS in Brussel, maar ook met Schaulspielhaus Frankfurt en Staatstheater Mainz, waar Guy Weizman en Roni Haver huischoreografen zijn. Er zal niet alleen Nederlands gesproken worden in voorstellingen, want de cast is internationaal. De Machinefabriek, waar beide organisaties zich zullen huisvesten, krijgt een laboratoriumfunctie. Per seizoen worden drie grotezaalvoorstellingen geproduceerd, uitgaande van een basisensemble van zes dansers en zes acteurs. Afhankelijk van de aard en de omvang van een productie worden externe dansers, acteurs of musici aangetrokken. De relatie die Club Guy & Roni de afgelopen jaren heeft opgebouwd met het ASKO Ensemble wordt gecontinueerd bij het NNT. Het gezelschap kiest voor een overduidelijke interdisciplinaire insteek; dat betekent dat ook een kostuumontwerper kan bijdragen aan de conceptontwikkeling.

Weizman: ‘Het is nog een onderzoek. Ik denk dat het een of twee jaar duurt voordat we weten hoe het precies werkt.’ Van den Berghe neemt een deel van haar eigen acteurs mee, maar er worden ook nieuwe acteurs gezocht. Robbert van Heuven voegt zich bij het artistieke team als huisdramaturg.

Emoties en sentiment

Weizmans werk is geladen, uitbundig, dramatisch en dynamisch. Van den Berghe’s regies zijn emotioneel geladen, maar kennen ook een hoog abstractieniveau. Met die verschillen zijn ze ook zeer content. Weizman: ‘Gelukkig zijn er verschillen! Vijf jaar geleden liep ik tegen de beperking aan van dans en theater. Ik ontdekte hoeveel rijker mijn werk wordt als ik de twee samenvoeg. Maar Julie durft in haar werk vaak veel dramatischer te zijn dan ik. Haar abstractie zit in het feit dat ze met heel weinig middelen heel veel neerzet. Dat creëert afstand tot de materie.’ Van den Berghe: ‘Die emotie, die grote gevoelens, dat verlangen, kunnen we ook omschrijven als sentiment. Ik vind dat dit ontbreekt in het landschap van de kunsten, alles moet maar koeltjes blijven en kleintjes. Alsof sentiment een vies woord is! Wij vinden dat juist een schoon woord. Er mag wel wat meer sentiment zijn in de wereld. Als we het sentiment niet zouden schuwen, zou het misschien beter gaan met iedereen.’

Toch heeft Van den Berghe een redelijke abstracte manier gevonden om dat sentiment over te brengen in haar regies. ‘Ik vind het belangrijker dat mijn publiek iets voelt dan dat de acteurs het spelen,’ stelt ze. ‘Ik ben meer een componist dan een regisseur.’

Afstand

‘We handelen dikwijls vanuit iets wat we kennen van vroeger.’ Volgens Van den Berghe is melancholie een van onze basisemoties. ‘Weizman: ‘Vanuit die drive vertellen we onze verhalen. Alle keuzes die je maakt zijn gebaseerd op melancholie, of op wat je mist.’ ‘Ik maak geen theater vanuit gemis,’ werpt Van den Berghe tegen, ‘maar na een première weet ik meestal waarom ik een voorstelling moest maken. Het begint met een niet te duiden gevoel; als de voorstelling af is, krijg ik vaak het antwoord.’

Begin volgend jaar regisseert Weizman Carrousel, een voorstelling gebaseerd op de film They shoot horses, don’t they?. In deze regie onderzoekt hij hoe het komt dat de pijn van anderen ons vermaak is geworden; hoe wij afstand nemen en het gegeven abstraheren. ‘Ik vind het ongelooflijk dat het ons niets doet. Wat betekent het als ik een heel goedkope kip bij Albert Heijn koop, ook als ik weet dat die kip een verschrikkelijk leven heeft gehad? Welke verantwoordelijkheid nemen wij als massa? Er zijn mensen die anderen aansporen zich te suïcideren en meekijken via de telefoon. We ervaren niets meer als echt. Ik vraag me af hoe het komt dat ons gevoel voor authenticiteit is verdwenen en wat het effect daarvan is.’