Eigenlijk dacht ik dat ik alles al wist over Pierre Audi, sinds 1988 artistiek directeur en regisseur bij De Nationale Opera (toen nog De Nederlandse Opera) en tussen 2005 en 2014 ook directeur van het Holland Festival. Ik heb hem meermalen geïnterviewd, ook voor Theatermaker, en ik heb zo’n beetje al zijn Nederlandse en veel van zijn buitenlandse regies gezien. Maar het dikke boek van Ronald de Beer, dat de schrijver geen biografie wil noemen maar ‘een portret in 24 hoofdstukken’ heeft me toch in veel opzichten verrast en verrijkt.

Man en mythe heet het en dat lijkt voor de hand liggend bij een man die beroemd is om zijn mysterieuze glimlach, waarmee hij bij acteurs, zangers, technici, zakelijk leiders en het publiek alles voor elkaar lijkt te kunnen krijgen. Maar het boek gaat niet over Pierre Audi als mythe, maar plaatst hem juist concreet tussen zijn eigen mythes in het in sommige opzichten mythische Libanon, de Levant, waar hij werd geboren, net als ooit de door Zeus belaagde maagd Europa.

Om nieuwe perspectieven te bieden op Audi en het muziektheater heeft De Beer allerlei archieven uitgespit en sprak hij behalve met Audi met zeventig medewerkers en zelfs ‘tegenwerkers’, zoals bestuursleden van DNO en technici die na zijn komst in 1988 het toneel moesten verlaten. Samen met Audi maakte hij reizen naar Londen, New York en vooral naar Libanon, het land waar Pierre voor het eerst theater zag, waar hij zelf 8mm-speelfilmpjes maakte met zijn broertje en zusje, waar hij ging schilderen en waar hij gevoel begon te krijgen voor de verhalen die in zijn theater een grote rol zullen gaan spelen.

‘Een reine dwaas’ noem Audi zichzelf, naar Wagners onschuldige held Parsifal, als hij als volstrekte buitenstaander, zonder enige kennis van Nederland, aan het hoofd van De Nederlandse Opera komt te staan. De Beer schetst met boosaardig genoegen de bestuurlijke wanorde, naijver, chaos en onmacht, waardoor zo’n onbelaste vreemdeling nodig was om orde op zaken te stellen, overigens altijd samen met zijn trouwe zakelijk leider Truze Lodder, die ook als een verrassing bij de opera was benoemd.

Maar Audi is ook iemand die met zijn gespleten achtergrond (Libanon, Frankrijk, Engeland) in staat is op eclectische wijze ongelijksoortige zaken bij elkaar te brengen. De Beer laat zien dat het ook in het door hem opgezette Londense Almeida Theatre niet allemaal van een leien dakje ging, ook al werden er af en toe kleine wonderen tot stand gebracht. Audi voelt zich in Engeland nog altijd een buitenstaander en zelfs de grote Engelse theaterman Peter Brook, met wiens ideeën over de ‘empty space’ hij zoveel gemeen heeft, hield hem buiten de deur, waardoor hij zich wel zijn leerling voelt, maar een leerling die ook heel andere kanten uit kan gaan.

Heel interessant wordt ook beschreven hoe Audi schrok toen hij voor het eerst werd geconfronteerd met het grote, gapende gat van de zaal van het Muziektheater. Hoe moest hij in hemelsnaam dat veel te brede podium vullen? Pas toen hij er, vaak noodgedwongen omdat andere regisseurs wegvielen, zelf ging regisseren sloeg de schrik om in fascinatie en de inspiratie om er juist bijzondere dingen te doen, zoals in de revolutionaire opstelling van orkest en zangers en zelfs het publiek voor de Ringcyclus van Wagner.

Wie Audi’s eigen regies als enigszins afstandelijk ziet, wordt door De Beer uit de droom geholpen. Nauwgezet ontleedt hij de autobiografische elementen in diens opera- en toneelregies. Vaak gaat het om zwervende mensen die op zoek zijn naar hun identiteit. Het meest autobiografisch noemt hij zijn regie van Mozarts Il Re Pastore, dat speelt op de plek die nu Libanon is en die als decor een vervallen muur krijgt, die lijkt op een muur die de jonge Pierre ooit heeft gefilmd. Daar spelen jonge mensen een onschuldig lijkend liefdesspel tegen de achtergrond van de harde politieke werkelijkheid. Pierre Audi keerde als jongen het Libanon van de harde burgeroorlog de rug toe. Nu is hij bereid samen met zijn biograaf terug te gaan naar de plekjes waar hij ooit een gelukkige jongen was. Maar in zijn ogen is het goed als zulke persoonlijke inspiratiebronnen voor het publiek onzichtbaar blijven.

Ik vind het een feest dit boek te lezen, vol kleurige details en spannende onthullingen over conflicten en verzoeningen, al leidt de losse opzet wel eens tot overlappingen. Soms denk ik dat Pierre Audi ook in deze niet-biografie de regie onzichtbaar in handen heeft weten te houden. Maar, zoals altijd als hij op zijn intuïtieve wijze de regie voert, is het resultaat betoverend.