De voorstelling is het belangrijkste onderdeel van het bezoek aan de schouwburg, maar op weg naar de zaal en terug maakt de bezoeker nog veel meer mee. Dat is het terrein van ontwerper Terry Brochard, die de bezoekersbeleving in theaters onderzoekt en waar mogelijk verbetert. Voor deze editie van zijn rubriek trok hij naar Oerol.

Is de theaterbeleving op een festival anders dan in de zaal? Tijdens mijn bezoek aan Oerol sprak ik erover met medebezoekers en kwam samen met hen tot het inzicht: op Oerol zijn de voorstellingen secundair. De theaterbeleving heeft de hoofdrol. Op het vaste land is dat vaak andersom.

‘Maar dat kan alleen op Oerol, toch?’
Wat er werkt op Oerol werkt op Oerol en waarschijnlijk niet in een schouwburg. De setting in het reguliere theater is totaal anders en biedt soms weinig inspiratie.‘Dat kan in het gewone theater niet’, heb ik meerdere keren gehoord. Als ontwerper geloof ik dat bijna alles kan, maar dat je op zoek moet naar de juiste manier, de juiste vorm of het juiste idee. Een methode die mij helpt om te blijven denken in kansen en mogelijkheden is om je niet focussen op het middel/product, maar goed te kijken naar de interactie. Als theater gaat het niet lukken om net als Oerol ‘in de natuur te zijn’, maar je kan wel, net als de bibliotheek in de Korenbeurs in Schiedam (heel mooi), de natuur naar binnen halen en de foyer inrichten als binnentuin. Je doel moet helder zijn, in dit geval de bezoeker in contact brengen met natuur. En stel jezelf dan continu de vragen: wat werkt er goed, waarom werkt dat goed, hoe kunnen wij dat effect ook bereiken?

‘Hier ben ik er écht even uit’
Het eerste waar je aan denkt bij Oerol is Terschelling. Dat je op een eiland zit, is al de helft van de ervaring. Mede door de boottocht heen en terug, en door omringd te zijn door natuur, stap je echt uit je dagelijkse leven. Je hebt op het eiland alle ruimte om te gaan en staan waar je maar wil. Je gaat niet naar Oerol, je bént op Oerol. Theaters hop je even in en uit maar hier ben je letterlijk ver weg van alle beslommeringen.

Als schouwburg zou je dit effect kunnen bereiken door het contrast tussen in en uit het theater te vergroten. Zorg dat als bezoekers binnen zijn, ze in een ruimte zijn die significant anders voelt dan ‘normaal’. Of neem de bezoeker meer mee in de reis van thuis naar de voorstelling. Denk aan voorbespreking-podcasts die je kan luisteren op weg naar het theater, of richt je foyer meer in als overgangsfunctie door een bepaalde route te forceren waarbij bezoekers steeds meer en meer uit hun dagelijkse sleur worden gehaald en voorbereid worden op de voorstelling.

‘De voorstelling doet er minder toe’
Dan weer zit je in de duinen te kijken naar blauwe palen in het zand, dan weer ben je in het bos, dan weer in een soort flatgebouw op de camping en dan ineens moet je aan de wandel in een zilveren gewaad. Oerol is verrassend. Je weet voordat je op de locatie aankomt niet wat het decor is, maar ook niet wat de tribune is.

De interactie in dit geval is dat de bezoeker niet alleen inhoudelijk, maar ook wat betreft de vorm verrast wordt. Hierdoor hangt de kwaliteit van het bezoek niet alleen af van de kwaliteit van de voorstelling. Probeer als theater niet te veel vast te houden aan het traditionele format, maar speel ermee. In theaters heb ik wel eens meegemaakt dat de voorstelling zodanig slecht verkocht was dat het publiek op het podium werd geplaatst. Dit maakte gelijk de hele avond bijzonder. Het Tapas Theater in Amsterdam (winnaar Cultuurmarketing Awards 2019) serveert drie kleinere voorstellingen op één avond waar bezoekers vrij zijn te kiezen wat ze wel en niet zien. Waarom biedt niet ieder theater op zondagmiddag tapas theater aan, waar nieuwe makers materiaal kunnen uitproberen en publiek dit op rare plekken in de schouwburg kan leren kennen?

‘Je hebt overal wel een praatje’
Overal op het eiland is iets te doen, van expedities tot straattheater. Ook al ben je niet bewust op zoek, je komt vanzelf wel iets tegen. Door deze willekeurige encounterslijkt iedereen veel meer open te staan voor contact. Contact met de kunst maar ook contact met elkaar. De drempel om met elkaar te praten is hier lager dan in een schouwburg. Het straattheater en de expedities zijn redenen om met elkaar in gesprek te raken.

Als theater zou je sociale interactie kunnen stimuleren door dit soort onverwachte gebeurtenissen te creëren, misschien zelfs in scène te zetten. Maak van het hele bezoek een voorstelling. Denk aan zingend barpersoneel, wisselende exposities of kunstinstallaties. Maar ook een kleine stimulans op tafels of de indeling van de foyer kunnen contact makkelijker maken. Of maak het voor bezoekers minder eng om alleen naar theater te gaan en zorg dat deze mensen elkaar makkelijk vinden.

‘De mensen van Oerol zijn ook zo leuk’
Op Oerol zie je overal enthousiaste, herkenbare vrijwilligers in overvloed. Dit zorgde voor een hele fijne energie. De leukste vrijwilliger van de week was een jongen die bij de entree van Westerkeyn iedere bezoeker die binnenkwam een high-five gaf, de sfeer zat er gelijk in. De Oerolorganisatie doet dat goed, deze mensen echt onderdeel te maken van het festival. Het waren niet altijd de snelste of meest efficiënte medewerkers, maar ze waren wel vrolijk en gezellig.

De mensen van je organisatie bepalen de sfeer. Chagrijnig personeel levert chagrijnige bezoekers op. Investeer als theater in je personeel. Zorg dat deze mensen zich thuis, betrokken en belangrijk voelen. Zorg dat ze snappen dat het hun hoofddoel is om de bezoekers een fijn bezoek te bieden, en dat ze ondertussen ook koffie serveren of een kaartje scheuren. Zij zijn het gezicht van je theater, en bezoekers kijken het liefst naar een blij gezicht.

‘Hier ben ik minder kritisch’
Er was ook genoeg kritiek op Oerol. Zo verloopt de ochtend-kaartverkoop superchaotisch, de voor- en nazit per voorstelling kunnen in mijn ogen beter en bij geen enkele voorstelling zit je lekker, dus de hele week last van je reet. En tóch is Oerol leuk. ‘Ik ben hier wel minder kritisch’,benoemde een van de gesproken bezoekers het. Laten we proberen dat ook te bereiken in theaters. Zorgen dat er zoveel dingen wel leuk zijn, dat mensen de negatieve aspecten gewoon vergeten, niet zien of ze voor lief nemen.

Illustraties:  Bente Bak