De Vlaamse theatermakers van Berlin vermijden bij voorkeur spektakel en clichés. Hun documentaire theatervorm portretteert de werkelijkheid, dikwijls met een overwogen vleugje vervreemding, zodat de kijker ook daadwerkelijk een ervaring doormaakt. Het interdisciplinaire werk van Berlin is sterk sociaal-politiek van karakter. Yves Degryse: ‘We geven ons altijd over aan het ritme dat een project afdwingt’

Door Moos van den Broek, foto Frederik Buyckx.

In de serie ‘Holoceen’ belicht Berlin verschillende plekken ter wereld; grote steden als Jerusalem en Moskou, maar ook uitgestorven stadjes als het Amerikaanse mijnstadje Bonanza of het bijna onbereikbare Iqaluit, de stad van de Inuit in het noorden van Canada. Dit voorjaar ging Zvizdal in première, een voorstelling waarvoor Berlin de afgelopen vijf jaar een ouder echtpaar volgde dat na de kernramp van Tsjernobyl probeert te overleven op hun boerderij, terwijl iedereen uit het gebied is weggetrokken. Zvizdal gaat niet zozeer over de nucleaire ramp van destijds, maar veeleer over mensen die gehecht zijn aan hun geboortegrond en trouw willen blijven aan die plek. Halsstarrig maar consequent hebben de twee echtelieden de evacuatie geweigerd. Dertig jaar leven ze volledig geïsoleerd, gaandeweg confronteert hun leeftijd hen met de beperkingen. Gebruikmakend van ter plekke geschoten filmbeelden en maquettes met minicamera’s toont Zvizdal de desolate omgeving, het dagelijkse leven en de dilemma’s van het echtpaar.

Hoe werkten de makers aan dit project, met de grote afstand tussen Vlaanderen en het Oekraïense Zvizdal? En hoe voorkwamen ze dat het een voorstelling werd over enkel het sentiment van het op voorhand dramatische gegeven? Ik sprak met Yves Degryse, die samen met Bart Baele aan het roer staat van Berlin, en met de Franse journalist en dramaturg Cathy Blisson, die de makers meenam naar Zvizdal en samen met hen dit project realiseerde.

Yves Degryse: ‘Het onderwerp dat we kiezen moet groter zijn dan de stad of plek zelf. Het moet iets zeggen over onze wereld. In Jerusalem (Holoceen 1, 2004) kwam voor ons veel samen. Het is het meest media-gerelateerde onderwerp tot nu toe. Natuurlijk intervenieer je als kunstenaar, maar van al onze projecten bleven we met Jerusalem het dichtst bij de documentairevorm. Aanvankelijk wilden we met Jerusalem een documentaire maken en een theatervoorstelling. Terwijl we in de stad filmden, realiseerden we ons dat het theaterstuk overbodig was. We moesten de mensen die we interviewden het verhaal laten vertellen. De documentaire aanpak was altijd al onze insteek. Pas later begonnen we de opnames met fictieve elementen te mengen. Dat deden we voor het eerst in de eerste versie van Iqaluit, een voorstelling die later werd omgebouwd tot installatie.’

Hoe besluit je of en hoeveel fictie er in de voorstelling komt?

Degryse: ‘Voor Land’s End, een voorstelling over een moord op een boerderij op de grens tussen België en Frankrijk, was het uitgangspunt zeer documentair; de bronnen waren bestaande politierapporten. Toch hebben we daar fictie in verwerkt. Om het verhaal te kunnen vertellen, hebben we acteurs ingezet. De procureur kon niet praten voor de camera. We hadden geweldige gesprekken met de rechercheurs, maar ook zij konden niet voor de camera spreken. We hadden een zekere vrijheid nodig om de creatie te voltooien. Het uitgangspunt voor Zvisdal is opnieuw zeer documentair. In de vertaling naar het toneel is het materiaal weliswaar getheatraliseerd, maar de bron is zo sterk dat we heel dicht bij de oorspronkelijke opnames zijn gebleven. Alles wat we eraan wilden toevoegen werd kunstmatig en creëerde een onnodige afstand van het echtpaar.’

Blisson: ‘Het portret van Pétro en Nadia, het echtpaar in Zvizdal, raakt aan grote universele en filosofische onderwerpen, zoals onze relatie met tijd en de plek waar we zijn geboren, of ouder worden en de gevolgen van onze keuzes in het leven. Terwijl iedereen werd geëvacueerd, bleven deze twee achter in Zvizdal. De voorstelling laat de consequenties zien van hun gekozen eenzaamheid.’

Degryse: ‘Dertig jaar leefden ze daar geïsoleerd. Wij volgden hen vijf jaar, van 2011 tot en met 2016. Het verhaal over de nucleaire ramp raakte in die vijf jaar totaal op de achtergrond. Het werd een verhaal over overleven, eenzaamheid, liefde en angst voor de dood. Het is een uitzonderlijk project, ook voor ons. Meestal duren onze projecten een jaar. Maar het was duidelijk waarom we bleven terugkeren. Het was ook duidelijk wanneer het project klaar was. Dat is ook te zien in de voorstelling. Het was een organisch proces. Dat geldt overigens ook voor onze andere projecten; we geven ons altijd over aan het ritme dat een project afdwingt.’

Blisson: ‘Alles in dit project draaide om tijd, de traagheid van tijd.’

Degryse: ‘Wat ook anders is aan dit project is dat we een nauwe band kregen met het echtpaar. Dat is ons nog nooit op die manier overkomen. We verloren onze afstand tot hen. Dat was erg vreemd, maar ook heel mooi natuurlijk.’

Ik kan me voorstellen dat jullie met een filmdocumentaire nog meer publiek bereiken voor dit verhaal.

Degryse: ‘Er ligt een plan om ook een filmversie te maken, maar wij zijn een theatergezelschap. Een one screen-documentaire vraagt om een andere benadering en een andere bewerking, dat is eigenlijk een nieuw project. Wij hebben de middelen niet om dat te creëren. In onze nieuwe beleid (Berlin wordt de komende vier jaar met een hoger budget gesubsidieerd door de Vlaamse overheid, red.) willen we satellietprojecten realiseren, waarin we ook andere vormen uitproberen. Zo gaan we een voorstelling maken met een meestervervalser, de Nederlander Geert Jan Jansen. Naast die voorstelling willen we op een aantal plekken ook een expositie organiseren met valse werken, zodat het publiek zelf kan zien of er verschillen zijn. Eigenlijk hebben we altijd zo veel materiaal tijdens een project dat we het in veel verschillende vormen kunnen gieten.’

In Zvizdal zien we twee ouderen in een bijna onmogelijke situatie. Hoe vermijd je dat projecten sentimenteel worden?

Degryse: ‘Door veel afstand te houden en mensen met de grootste voorzichtigheid te benaderen. Je kunt met een camera een huis binnenvallen en mensen provoceren, dat is heel makkelijk. Maar deze twee mensen hebben ons vanaf het begin gevraagd hun huis niet te betreden. Ze wilden hun privacy, ze hebben ook hun trots. Wanneer je een snelle reportage maakt, mis je veel details. Wij hebben ontzettend vaak gewacht. Het zou geen zin hebben om met de camera achter deze mensen aan te rennen. Soms zaten we uren in de tuin terwijl zij lagen te slapen. Soms waren we gewoon samen met hen, andere keren ontstond er een langer gesprek. Langzaam verdween het idee van tijd. Wat overbleef waren de seizoenen, die de tijd bepaalden. Dat is wat we hebben vertaald in de scenografie.’

Blisson: ‘We volgden hun levens, we werden er langzaam onderdeel van. Er ontstond een familiaire band, maar op een plek waar wij niet hoorden.’

Degryse: ‘We namen de tijd om gewoon bij hen te zijn, maar er waren ook momenten dat we vragen stelden. Als mensen dertig jaar in isolatie leven, dan ben ik nieuwsgierig naar de beleving ervan. Wat leert het mij? Hun levens waren heel compact, dat is iets wat ik niet ken. Ze werden nergens door afgeleid. Er is geen telefoon, geen mobiele wereld. Daardoor kan een gesprek met hen de diepte in gaan. Het is die diepte die we zoeken.’