TENT heet het driekoppig collectief dat zich met verve ontfermt over de ontwikkeling en vernieuwing van het circusgenre in Nederland. Inmiddels gaat het goed, en de piste wordt steeds vaker ingeruild voor de theatervloer. Met het nieuwe Kunstenplan in het verschiet maakt TENT aanspraak op een vaste ontwikkelplek binnen de structuur van de BIS.

Het aloude circustheater is in beweging. Met onder meer Cirque du Soleil, Cirque Plume en Jakop Ahlbom als wegbereiders – en in het verleden onder meer het gouden duo Mini & Maxi – heeft het moderne circus vaste grond onder de voeten gekregen in Nederland. De zestig jeugdcircussen in den lande blijken als voorlopers te hebben gediend; de circusfestivals die de laatste jaren op zijn komen zetten, blijken de wind in de rug. Tezamen met de start van twee hbo-opleidingen Circus Arts (Tilburg, Rotterdam) rond 2006 heeft dat alles een rijke ‘humuslaag’ opgeleverd. TENT circustheater producties heeft vanuit de frontlinie vormgegeven aan het ‘circus met een verhaal’. Deze zomer bestaat het Amsterdamse collectief op de kop af tien jaar. Met het nieuwe Kunstenplan in het verschiet maakt het aanspraak op een vaste ontwikkelplek binnen de structuur van de BIS.

TENT. Samen zijn dat: Rosa Boon (1979), Cahit Metin (1981) en Hanneke Meijers (1980). Circus Elleboog is hun rode draad, opgericht in 1949 maar in 2016 slachtoffer van het subsidiespook dat rond die jaren huishield in het Amsterdamse kunstwezen. ‘Tot zo ongeveer je zestiende kon je daar alles leren: eenwieleren, freerunning, jongleren, acrobatiek, trapeze of bal-lopen’, vertelt Meijers. ‘Maar na het bereiken van die leeftijd moest je noodgedwongen stoppen. Eventueel kon je er nog als vrijwilliger aan de bak.’

Boon: ‘Bij Elleboog konden kinderen en jongeren buitenschools circustechnieken leren. Als een van de oudste en grootste jeugdcircussen van Europa week het toen al gedurfd af van traditionele vormen van circus, waar de technische kunde van een artiest altijd hand in hand ging met een spreekstalmeester. Na mijn tijd als deelnemer bij Elleboog werd ik vrijwilliger. Nog later kreeg ik er een aanstelling als producent en fondsenwerver, en programmeerde ik voor de festivals van Elleboog. Toen ontdekte ik dat het moderne circus dat ik bij Elleboog van dichtbij had leren kennen, in Nederland verder niet bestond. Dat type moesten we dus uit het buitenland halen. Toen rond 2006 twee hbo-opleidingen Circus Arts van start gingen, vroegen we ons af waar hun studenten na hun diploma aan het werk zouden moeten. Vanuit de leemte zijn we TENT begonnen, aanvankelijk met Cahit en Minke Parkkinen.’ Cahit Metin herinnert zich daarbij de rol die het Tilburgse Festival Circolo (onopzettelijk) heeft gespeeld: ‘Dat daagde ons uit tot het maken van een voorstelling. We moesten dus gelijk stevig aan de bak.’ In 2012 sloot Meijers zich aan bij het collectief, terwijl Parkkinen er in 2017 afscheid nam.

Bagage
Initieel was TENT vooral producent. Boon: ‘We trokken regisseurs-van-buitenaf het circusveld binnen. Die koers zijn we na drie jaar gaan verleggen naar wat we eigenlijk vanaf het begin wilden zijn: productiehuis.’ Meijers: ‘Temeer ingegeven doordat regisseurs van buitenaf niet altijd over de nodige circusbagage beschikken, geen ‘native speakers’ zijn. Die aanpak leidde bovendien niet tot de vernieuwing die we op het oog hadden.’ Boon: ‘Vernieuwing kan alleen vanuit het eigen veld tot stand komen. Er is dus behoefte aan een plek waar circusmakers zich kunnen ontwikkelen. We noemen ons nu: Huis voor Circusmakers. Gedurende verschillende fasen van hun ontwikkeling willen we makers tot steun dienen, artistiek-inhoudelijk en zakelijk, en daarbij nemen we het financiële risico op ons. Voor makers willen we een veilige omgeving zijn, waar ze zich kunnen ontwikkelen en mogen leren.’ Meijers: ‘Van pril idee via testweek tot aan een ‘huismaker’ die zich aan ons verbindt. We willen in staat zijn om de juiste begeleiding te bieden. Nog altijd komen hier aanvragen van buitenaf binnen. We werpen ons dan op als coproducent. Toch zijn we niet wat je noemt een toeleverancier. Voorop staat dat we onze inhoudelijke en praktische kennis van het circus meenemen. Pas als dat bij ons past besluiten we eventueel tot coproduceren.’

Boon: ‘Primair zijn we er voor circusmakers. Al gebeurt er veel, toch is er meer nodig om circus tot volle wasdom te brengen. Ook is er artistiek-inhoudelijk nog winst te behalen.’ Meijers: ‘Ondertussen waken we ervoor om artistiek een stempel te drukken op een maker die we in huis halen. Geen van ons drieën is maker, we hebben trouwens niet eens een artistiek leider.’ Metin: ‘Neem Muur, de voorstelling die we als aanjager en coproducent met Veem House for Performance hebben gemaakt. Daar waren nauwelijks nog circuselementen in te herkennen. Toch vinden we de samenwerking met regisseur Floor van Leeuwen interessant, omdat die leidde tot een onderzoek waar de grenzen van het circus werden opgezocht, opgerekt en ter discussie gesteld.’

Definitie
‘Circus gaat primair over de relatie tussen maker, mens en object – en dat object kan ook het lijf zijn’, zo bakent Boon de term, het genre af. Metin: ‘Circus is grenzeloos, letterlijk en figuurlijk. De enige beperking is de verbeelding die de maker weet op te roepen.’ Meijers: ‘Of het nu gaat om ‘oude’, doorontwikkelde of grensverleggende circustechnieken – het kan hier allemaal, als er maar onderzoek plaatsvindt.’ Boon:‘Het ontwikkelen van makers, dát is onze core business.’ Metin:‘Op de hbo-opleidingen Circus Arts krijgen studenten alle technieken op een presenteerblaadje aangereikt.’ Meijers: ‘Maar wat wil je als circusartiest met die technische bagage gaan doen? Wat wil je vertellen? Wat zeggen honderd tennisballen op het podium als je met maximaal zeven ballen tegelijk kunt jongleren?’ Boon: ‘Wat vertelt het materiaal, wat roept het voor reacties op bij de kijker? Dat is dramaturgie. Trouwens: circus brengt van zichzelf al iets. Bij een trapeze-act is ‘gevaar’ intrinsiek een factor, een toneelacteur of danser kan dat niet op een gelijkwaardig niveau uitbeelden. Traditionele vormen van circus gaan te vaak voorbij aan die fear factor. Maar goed, daar worden andere keuzes gemaakt dan in het hedendaagse, en met eigen beweegredenen.’

Vaste ontwikkelplek
Meijers: ‘De circusopleidingen in Tilburg en Rotterdam zijn nu onze hoofdreden van bestaan. Hun groei, ook qua niveau, is zichtbaar en voelbaar en onze eigen groei heeft daar onmiskenbaar mee te maken.’ Metin: ‘Er zijn steeds meer alumni – en dus kun je in een uitdijende vijver vissen.’ Studenten komen uit uiteenlopende windrichtingen. Meijers: ‘Vlogen er voorheen tien van vijftien na hun diploma linea recta terug naar hun geboorteland, nu is dat niet meer zo.’
Boon: ‘De infrastructuur voor het circus als genre begint echt van de grond te komen, ook al is het nog pril. We bouwen hier in Amsterdam-Noord aan een huis voor circus. We hebben geen eigen gebouw – dus bouwen we dat imaginair, samen met onze stedelijke en landelijke partners in een ‘circuscoalitie’. Ook hebben we besloten om een gooi te doen naar de status van vaste ontwikkelplek in de BIS. Net als nu vragen we ook ondersteuning van Amsterdam. We hopen zo de komende jaren een professionaliseringsslag te maken. De ondersteuning van het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) in de voorbije drie jaar heeft ons enorm geholpen. De resultaten zijn zichtbaar. Maar onze ambitie reikt verder. We gaan hoog inzetten. We hoeven geen waterhoofd te worden, maar om structureel en duurzaam door te groeien vragen we om meerjarige subsidie, zodat we lange lijnen uit kunnen zetten. Daarvoor hebben we naar schatting een paar ton jaarlijks nodig. Beschouw het als genreontwikkeling. Niemand doet wat wij doen, we concurreren met niemand. Maar binnen het stelsel van cultuurbrede ontwikkelplekken is er natuurlijk wel concurrentie te verwachten.’

Hedendaags
Boon: ‘Theatercircus of circustheater – die begrippen dekken niet langer de lading. Wij maken ‘hedendaags’ circus. Daarin mengen makers circuselementen met muziek, mime, dans, grafisch ontwerp en theater. Net als in het de dans – van hiphop, urban, modern, ballet tot folkloristisch – zijn er in het circus uiteenlopende takken van sport. Onze naam, TENT, is sowieso een knipoog én een ode aan klassieke vormen van circus. Wil je in het circus paarden zien rondrennen, be my guest.’ Meijers: ‘In vergelijking loopt Nederland achter bij landen als België, Canada en Frankrijk. Hopelijk wordt ons straks de slagkracht toebedeeld om vooruit te kunnen. Boon: ‘Maar indien wij als enige circusinstelling ondersteund gaan worden, dan is dat te weinig want we bouwen aan een infrastructuur voor de komende decennia, en als daarin een gat ontstaat valt het prille netwerk snel weer uiteen.’

Toekomstplannen
Met MAAStd, Circusstad Festival Rotterdam, Korzo (Den Haag),Festival Circolo, HH Producties en Codarts (Rotterdam) vormt TENT sinds recentelijk de ‘circuscoalitie’. Boon: ‘Missiewerk. Naamsbekendheid opbouwen, in beeld komen bij programmeurs, publiek en persaandacht ontginnen. Het is fijn dat we dat als coalitie kunnen aanpakken. Samen kunnen we een groter publiek voor het moderne circus bereiken.’ Meijers: ‘Het wordt tijd voor een inhaalslag.’ Boon: ‘Al zijn en blijven de makerstrajecten onze core business. Onze gebruikelijke Open Podia, de samenwerking met festivals en zelfs de nieuwe circuscoalitie zijn daaraan ondergeschikt’.

Voor 2021 staan al vele plannen op stapel. ‘We willen een tournee langs zo’n twintig theaters in Nederland en daarin het beste uit het hedendaagse circus tonen. En naar analogie van de Dag van de Mime gaan we een Dag van het Circus opzetten. In eigen huis gaan we verder met ons open podium. En in samenwerking met Theater Bellevue zetten we in Amsterdam, naar voorbeeld van Korzo in Den Haag, een circus weekendfestival op. Korzo doet met Cirque Mania zoiets al sinds drie jaar. Korzo beschouwt circus als een vorm van bewegingstheater.’ Metin: ‘Circus en dans zijn aan elkaar verwant. Er is immers die fysieke basis.’

Einddoel is voor TENT om het hedendaagse circus op de kaart te zetten. Nogmaals Meijers: ‘Een hedendaagse circusvoorstelling in Theater Bellevue? Tien jaar geleden was dat ondenkbaar.’ Boon: ‘Buiten De Nieuwe Vorst in Tilburg, Korzo in Den Haag en MAAS in Rotterdam zijn er maar weinig theaters die circus een serieuze, vaste plek in de programmering geven.’

foto Marc Faasse