Tijdens mijn werkzaamheden in de (gesubsidieerde) podiumkunstensector ben ik zelden een andere ‘cultureel diverse’ medewerker tegengekomen bij een ministerie, gemeente of fonds met een inhoudelijke functie op beleids- of stafniveau. Terwijl makers, programmeurs en podia worden aangespoord zich te diversifiëren, lopen overheden en fondsen zelf op dit gebied mijlenver achter. Diversiteit bij subsidiërende instellingen is echter zéér noodzakelijk als we willen dat er in het (gesubsidieerde) veld onder makers en podia structurele en inhoudelijke veranderingen plaatsvinden die de realiteit van een veranderd en veranderend Nederland reflecteren.

Een van de problemen ligt bij de zichtbaarheid en herkenbaarheid van subsidiënten en overheden voor ‘cultureel diverse’ en jongere groepen kunstenaars en beleidsmakers. In de netwerken waarin ik mij begeef, zie ik weinig mensen (inclusief mijzelf) die volgens de norm als ‘Nederlands’ beschouwd zouden worden. Wel zie ik kunstenaars en strategisch inhoudelijke denkers en doeners die al kwaliteitswerk en kennis leveren, maar vaak niet de mogelijkheid krijgen zich verder te ontwikkelen. Dat in het gesubsidieerde veld staf en beleidsposities grotendeels vervuld worden door een oudere generatie Nederlanders met een behoorlijk homogene culturele en etnische achtergrond heeft hier deels mee te maken. Als er meer diversiteit in het Nederlands podiumkunstaanbod moet komen, moeten aanvragers (en potentiële beleidsmakers) zich kunnen herkennen in het personeel, de taal en de kennis van overheden en fondsen. En dan gaat het niet alleen om diversiteit op het gebied van culturele afkomst, maar ook om gender, leeftijd, geaardheid et cetera.

Daarnaast is het van belang dat op beleids- en staffuncties mensen zitten die kennis en een stem met zich meebrengen die afwijkt van wat er al in overvloedige mate gerepresenteerd wordt. Diversificatie moet worden nagestreefd vanuit de volle overtuiging dat een andere stem, een ander netwerk, een andere kennis en een andere ervaring het kunstlandschap kan verrijken en vernieuwen.

Bij een aantal subsidiërende instellingen in de sector wordt al zelfkritisch gekeken naar manieren om deze verrijking vorm te geven. Toch zou het een positief signaal zijn als het ministerie van OCW de Code Culturele Diversiteit doortastender zou implementeren en voor trainees en beleidsmedewerkers actiever buiten de begaande paden zou werven. Wellicht dat dan in de toekomst het grootschalige aanbod dat in de Basisinfrastructuur gesubsidieerd wordt minder zal worden benaderd vanuit traditionele aannames over de canonieke Nederlandse cultuur.