Ruim dertig jaar produceert Diederik Wagenaar Hummelinck al toneel. Met grote regelmaat zorgde hij voor het ensceneren van nieuwe Nederlandse stukken. Daar ligt zijn passie. Sinds vijf jaar verkoopt hij in samenwerking met Alex Mooren onder de naam Hummelinck Internationaal, toneelteksten in het buitenland. Vooral in Polen, Tsjechië, Argentinië en de Verenigde Staten is de vraag groeiende.

Het is niet altijd helder wanneer een toneeltekst geschikt is voor het buitenland, volgens Diederik Hummelinck. ‘Hij moet bijzonder zijn en iets toevoegen aan wat we hier al hebben, wordt me vaak gezegd. Ik weet inmiddels dat te extreem niet lukt. Wuivend graan van Wim T. Schippers wordt niet begrepen. Het vertalen van Schippers is bovendien complex. Ik probeer ook Door de bank genomen van George van Houts te verkopen. Daar is wel belangstelling voor, maar in het buitenland is men niet zo gewend aan het doorbreken van de vierde wand. Vaak wil men well-made plays. Ik denk dat De kus van Ger Thijs daarom zo succesvol is. Het heeft een goede balans tussen inhoud en humor en een mooi spanningsveld tussen de wetten van well-made en originaliteit. Ger heeft in Buenos Aires en Houston een masterclass over het ontstaan van De kus gegeven. Het stuk is in de VS ook al geënsceneerd in St. Louis.’

Moeizaam toneelschrijfklimaat

Hummelinck is de enige in Nederland die toneelteksten aan het buitenland verkoopt. Hij laat de stukken eerst op eigen kosten in het Engels vertalen om interesse te wekken. Als het tot een productie komt, wordt de tekst vanuit het Nederlands vertaald. Om internationaal zijn weg te vinden nam Hummelinck contact op met Anja Krans, destijds actief bij het Theater Instituut Nederland. ‘Zij heeft me goed op weg geholpen. Inmiddels beschik ik over tweehonderdvijftig contacten in zo’n dertig landen in Europa, de Verenigde Staten en Zuid-Amerika.’ Hummelincks drijfveer is vooral het stimuleren van de Nederlandse toneelschrijfkunst. ‘Schrijvers moeten goed worden begeleid, beginnen met kleine producties en dan doorgroeien naar de grote zaal. Dat duurt een aantal jaren. Maar dat gebeurt dus weinig. Veruit de meeste nieuwe Nederlandse teksten komen niet verder dan de kleine zaal. Er zijn nauwelijks auteurs die werk voor de grote zaal maken en daar de hypotheek van kunnen betalen. Het is dus voor scriptschrijvers verleidelijk om over te stappen op film of televisie omdat daar meer wordt betaald.’

In Nederland wordt een stuk meestal maar één keer gespeeld. Het honorarium voor een auteur bedraagt tussen de tienduizend en vijftienduizend euro. Doorgaans kan een gezelschap of producent het stuk veertig keer spelen – daarboven geldt een vergoeding per voorstelling. Hummelinck: ‘In het buitenland krijgt een auteur zeven tot tien procent van de recette met een garantiebedrag dat varieert van vijftienhonderd tot vijfduizend euro. Voor mijn werkzaamheden krijg ik commissie van de auteur. Het Nederlands toneelklimaat wordt vooral bepaald door regisseurs en theatermakers. Eigen stukken waarin een gezelschap of regisseur een grote hand heeft zijn niet reproduceerbaar. Ik vind het buitengewoon treurig dat de BIS-gezelschappen zo weinig aan nieuw Nederlands toneel doen. Regisseurs als Theu Boermans en Ivo van Hove willen met interpretaties van klassiekers een visie etaleren en dat kan niet met nieuwe teksten, want dan moeten ze het script volgen. Daar is voor hen dus geen eer aan te behalen. Ook daardoor is het klimaat voor toneelauteurs in Nederland moeizaam. Opvoeringen in het buitenland kunnen helpen. Het geeft auteurs meer statuur, meer inkomsten, het verschaft nieuwe inzichten en het is leuk voor de chauvinisten. Voor de schrijvers is het een bijzondere ervaring hun stuk in een andere taal te aanschouwen en te merken dat de tekst ook binnen die andere cultuur emoties losmaakt. Maar vooral denk ik dat de opvoering van steeds meer Nederlands toneel in den vreemde de kwaliteit van de stukken in ons land op termijn kan verhogen.’

Geen vijf maar negen acteurs in Het diner

In Nederland zijn we vaak geneigd om onze theaterkunst als hoogstaand te beschouwen. Staan we in het buitenland bekend om ons goede theaterklimaat? ‘Ik merk daar niets van. Wat me wel erg frappeert is hoe buitenlandse regisseurs een Nederlands stuk soms interpreteren. Zo zag ik De kus in Stettin in Polen met een acteur die ook mimer was. Hij buitte de door Ger Thijs beoogde cabareteske en fysieke capriolen volledig uit. Ger was er dolgelukkig mee. In Ostrava in Tsjechië zagen we Het diner niet met vijf acteurs, maar met negen. De regisseur vond het onbestaanbaar dat een gerant in een goed restaurant zelf het eten aan tafel brengt en zette drie extra acteurs als ober in. Ook erg fraai was de enscenering van De kus in Praag, die was geïnspireerd op De minnaar van Pinter. Ger had dit pas halverwege door en ik pas tegen het einde. Soms word ik ook verrast. Ik was een keer in Gdansk voor Volmaakt geluk van Charles den Tex en Peter de Baan en toen bleek dat De kus daar ook nog steeds werd gespeeld.’ Kun je makkelijk beoordelen of een voorstelling die in het Pools wordt gespeeld kwaliteit heeft? ‘Ik merk direct of iets goed is of niet. Je ziet dat aan het gemak waarmee acteurs zich op toneel bewegen. Ik vind tot nu toe de kwaliteit vaak hoog. De Nederlandse stukken krijgen bijna altijd lovende recensies.’

Veel auteurs met wie Hummelinck werkt, kent hij uit zijn verleden als producent. ‘Ik ga vaak kijken naar voorstellingen met nieuwe teksten omdat ik dat altijd interessant vind, maar ook met het oog op het buitenland. Heel vaak merk ik op drie kwart van de voorstelling dat de auteur de weg kwijtraakt of niet weet hoe hij tot een goed einde moet komen. Bijna alles wat ik zie vind ik niet goed, maar Blauwdruk voor een beter leven van Ilja Leonard Pfeijffer vond ik zeer geslaagd. In Genua hebben we overlegd over de verkoop in het buitenland.’ De internationale markt voor toneelstukken is niet zo groot, denkt Hummelinck. ‘Welke eigentijdse stukken zijn nou wereldberoemd? Ik kom niet verder dan Art of Le carnage. Misschien hoort Cloaca daar inmiddels ook bij. Albee, O’Neill en Ayckbourn worden ook nog steeds veel gespeeld, maar dat zijn oudere stukken. De grootste buitenlandse successen zijn De kus van Ger Thijs, Gif van Lot Vekemans en Cloaca van Maria Goos.’ De meest gespeelde Nederlandse toneelauteur is echter Ad de Bont. ‘En terecht, maar ik ben minder goed op de hoogte van jeugdtheater, dat is een totaal andere markt.’ Verrassend vond Hummelinck de aanvraag uit Turkije. ‘Op 21 april zou Het diner in première gaan in Istanbul. Helaas is de productie uitgesteld vanwege de opgelopen spanningen tussen Nederland en Turkije. Het is mij niet helemaal duidelijk waarom dat is gebeurd en wiens beslissing dat is geweest. Mij is verteld dat de première alsnog het komend jaar najaar volgt. Ik hoopt het.’