1881
In de 17e en in het begin der 18e eeuw is het in den regel een conventioneel, zoogenaamd Romeinsch kostuum, dat voor alles dienen moet. De helm met den hemelhoogen vederbos op de gepoederde allongepruik speelt daarbij een groote rol.
(J. N. van Hall, Het Tooneel, jg. 11, nr. 5)
1898
Niet alleen de zedelijkheid van het Tooneel wordt door tooneelspeelsters in gevaar gebracht, maar ook de economie, de exploitatie. Sedert de tooneelspeelsters het theater in bezit genomen hebben, is het tooneel tot een rondreizend modemagazijn verlaagd, en werd het kostuum niet slechts voor de tooneelspeelsters, maar ook voor de tooneelspelers een hoofdzaak. Want de pronkzucht der vrouwen werkt aanstekelijk op de mannen. Het is onmogelijk dat, naast de schitterend gecostumeerde actrices, eenvoudig gekleede acteurs optreden. Daardoor zwaaien, door de schuld der tooneelspeelsters, op het moderne tooneel, kleermaker en kapper hunne scepters. Buitensporig hooge bedragen worden betaald voor bijzaken.
(G. Korting in Het Tooneel jg. 28, nr. 8)
1908
En iets verder: “met pruik, baard, snor, gelaatskleur en kostuum kun je ’n heelen boel doen, maar alleen in het uiterlijk reëele.” Juist, al dat uiterlijk-reëele moet eerst verinnerlijkt zijn om te kunnen schijnen reëele schoonheid.
(Mari J. Ternooy Apèl citeert Querido in Het Tooneel jg. 38, nr. 4)
1919
Géén brandebourg-versiering meer, met tresgarneering en bolle knoopjes, waardoor de meest nuchtere zakenman het faux-air kreeg van een krijgshaftigen Poolschen operette-hetman, of er uitzag als een langoureus Zigeunerkapelmeester, — neen, onze jumper is het, die het jasje vervangt; — als uiterste élégance het monogram geborduurd in een klein ovaal of ruitje; vlak op het hart!
(Mode Causerie van Caroline Van Dommelen in Het Tooneel jg. 5, nr. 5)
1926
HAMLET IN MODERN KOSTUUM!
(Edmond Vissers bespreking van Eduard Verkades Hamlet in Het Tooneel jg. 11, nr. 8)
1932
Dat Hamlet niet, de Vrek van Molière „des noods”(?) wèl in hedendaagsch kostuum gespeeld mag worden, daar hier niet is „verdieping in het persoonlijke wezen” is een bewering, die weinig Molière-kenners voor hun rekening zullen willen nemen.
(Frits Lapidoth bespreekt Het Drama van L. Simons in Het Tooneel jg. 18, nr. 217)
1941
Hier rust Serné.
Hij nam al zijn costumes mee.
(Lunus van Straal citeert rijmpje van Koos Tepeltuin in De tooneelspiegel-Het Tooneel jg. 13, nr. 3/4)
1956
Het boek is vooral bedoeld voor examinandi bij het meisjesnijverheidsonderwijs voor wie de kostuumkunde een verplicht vak is bij de studie voor de akten Na, Ns en Nd.
(A. den Hertog bespreekt Beknopte geschiedenis van het kostuum in Het Toneeljg.77, nr. 8-9)
1965
Maar de functie van deze „huisfotograaf” is ook nog een geheel andere: wanneer een stuk na een repetitie of twintig in „elkaar is gezet” verschijnt deze man en maakt foto’s,
2000 foto’s van de repeterende acteurs, in hun eigen kostuums natuurlijk. Van de dan verkregen houdingen gaat de kostuumontwerper uit om de best zittende pakken voor de spelers te maken.
(Hans Croiset over Piccolo Theater in Het Toneel, jg. 86, nr. 2)
1975
Je hebt bij een opvoering van de Gysbrecht met verschillende tijden te maken: onze tijd, die van Vondel, de fiktieve middeleeuwen waarin het stuk gesitueerd is, en zelfs de klassieke oudheid die eigenlijke de belangrijkste inspiratiebron van Vondel geweest is. Maar om dan bv De Vijand een napoleonties officierenpak aan te geven, helmen uit alle eeuwen en driekantige steken rond te strooien etc. geeft alleen verwarring, nog afgezien van dat het lelijk is.
(Max Arian over de Gijsbrecht van Het Publiektheater in toneel teatraal jg.96, nr. 2)
1988
‘Och mooi, we weten inmiddels wel hoe dat moet.’
(Kejo Dekker tegen Annelies van Vlaanderen in Notes jg. 3, nr. 7/8)
1991
“Het grote verschil tussen Jan Joris Lamers en mij zit ‘m in de volgende anecdote. Hij was eens naar Parijs geweest om kostuums te kopen en beklaagde zich erover dat alles zwart was. Ik zei: ‘Dan maak je toch iets! En hij zei: ‘Nee dat wil ik niet, ik wil dat het er is’. Hij wil putten uit de voorraad, en ik wil maken.”
(Loes Goedbloed spreekt Stan Lutz in Toneel Theatraal jg.112, nr. 4)
2001
Lachend en grappend stond ze op de dag van de première de knaloranje stof van Walter van Beirendoncks kostuums voor The massacre at Paris in ronde figuren te knippen.
(Max van Engen herinnert zich Tessa Lute in TM jg. 5, nr. 7)
2014
Welk theaterkostuum zou je in je eigen kledingkast willen hebben?
‘Alle Nikes die ik gebruikte in Hoop, Hout en Trainer.’
(Joukje Akveld spreekt Abke Haring in Theatermaker jg.18, nr. 3)
2025
Van dezelfde lijn zijn ook onder meer een ‘I AM NOT SORRY’ shirt en cap en een ‘BURNOUTFIT’ hoodie en sweatpants te koop.
(Isabella Cavaljé tipt merchandise van Hardkoor op Theaterkrant, 28 november)






