1921
En hetzelfde valt op de dialogen aan te merken. Het wederwoord past precies bij het woord. Maar wij weten met een alle spanning vermoordende zekerheid dat het zoo komen moet, althans, wanneer het eruit is, verrast het ons nooit. Tooneelen en replieken zijn als mechanisch aan elkander vastgemaakt en als wiskunstig uit elkander afgeleid. Wij missen de trilling van het leven, de verrassende vizie van den kunstenaar, de boeiende geestesbuitelingen van den grooten humorist, satyricus, ironist.
(F. L. over Z. b. b. h. h. van Archibald Laafs in Het Tooneel jg. 7, nr. 6)
1934
Het tooneel wordt een soort laboratorium waarin zich de „robot”-tooneelspeler beweegt. Alles wordt gesystematiseerd; de „biomechaniek” berust op een vast aantal menschelijke bewegingen.
(Ben Albach over Toneel en Werkelijkheid in Het Tooneel jg. 19, nr. 239)
1940
Zoo ziet men, hoe die even geestige als beroemde filmregisseur in Hollywood een groote waarheid uitsprak, toen hij Betty Boop de beste filmactrice noemde. Stellig, Betty Boop en Mickey Mouse en Popeye, the Sailorman en Donald the Duck zijn de eenige artistieke filmspelers, omdat. (…) zij geen acteurs zijn. Want acteurs bestaan alleen op het ECHTE tooneel.
(Joh. Gildemeyer over film in Het Tooneel/de Tooneelspiegel jg. 11, nr. 8)
1952
Indien ik het geloof had van een robot
en het harde geduld van een rekenmachine
ik werkte de aarde gelukkig
ik werkte de aarde gelukkig en ieder mens een beter ketter
(Paul Chr. Van Westring citeert Sybren Polet in Het Toneel jg. 79, nr. 2)
1965
Nochtans gaat het hier om een steriel, geestloos en volkomen onaannemelijk bedenksel, waarin de komische situaties zo voorspelbaar zijn dat zij bedacht lijken door een computer, terwijl de „thrill” ook al niet veel te betekenen heeft.
(K. N. van Muyden over Er is een moord gepleegd in Het Toneel jg. 86, nr. 3-4)
1979
Even verderop in de Vijzelstraat op het hoofdkantoor van de Algemene Bank Nederland werken 3000 mensen, die zeker weten, dat het er over vijf jaar nog maar 2000 zullen zijn. De strijd om de banen die resten is in al zijn ‘kantoorpersoneelvenijn’ losgebrand.
(Peter te Baan in zijn column Huiswerk in Toneel Teatraal jg. 100, nr. 9/10)
1986
De Mickery-tapes zijn interessant, omdat ze aansluiten bij een ook in de beeldende kunst weer oplaaiende discussie over de rol van de massamedia als vertekenaars van de werkelijkheid, als producenten van normen en codes die steeds verder afstaan van de werkelijkheid, maar die door de impact waarmee ze gebracht worden, door veel mensen voor waar worden aangenomen.
(Rob Perrée in Toneel Teatraal, jg. 107, nr. 3)
1992
De virtual reality systemen hebben zich tot nu toe ontwikkeld vanuit het perspectief van de technologische vernieuwing. Maar virtual reality wordt pas werkelijk toepasbaar in het amusement en de kunst wanneer de ontwerpers ervan de noodzaak van het afgeronde geheel begrijpen en van het gebruik van dramatische waarschijnlijkheid.
(Arno van Roosmalen in Notes jg. 7, nr.3)
2001
Want werken met nieuwe media blijft natuurlijk een soort Tantaluskwelling. Je denkt dat het paradijs binnen handbereik is gekomen, dat de techniek al je wensen zal inlossen, al je problemen zal oplossen, maar er worden eigenlijk alleen maar nieuwe problemen geboren. En dat is precies waar De Chatel van houdt.
(Klazien Brummel in TM jg. 5, nr. 10)
2015
Ons politieke landschap zal niet meer ontsplinteren. We zijn net gewend aan de geologische term anthropoceen en we worden alweer voorbereid op de komst van robots en kunstmatige intelligentie.
(Statement van Simon van den Berg in TM jg. 19, nr.4)
2025
AI tools kunnen teksten schrijven, plaatjes tekenen en liedjes componeren. Maar worden het kunstenaars? En op basis van wiens arbeid maken ze hun werk?
(Mila Miloševic in Agenda in Theaterkrant Magazine jg. 146, nr. 2)






