1928

Maar nu was ’t best. Zoowel „de vrouw” als „de man” vooral: Mary Dresselhuys en Remmels.

(Edmond Visser over een avond op de toneelschool in Het Tooneel jg. 14, nr. 1)

1935

„Annelèn” bezocht Mary Dresselhuys en kwam aardige bizonderheden te weten over de charmante actrice. Natuurlijk brachten de dames — die de kleine Merel Laseur bewonderden, haar moeders jeugd bespraken, enz. — het ook op Mary Laseur-Dresselhuys’ werk. Geïnteresseerd lees ik wat Annelèn’s talentvolle slachtofster over haar tooneelinzichten zal gaan vertellen. Zal zij het hebben over regie, over spelers, over spel? Ik wrijf mijn oogen uit en lees: „Voor mij is het kardinale punt, of ik de nieuwe rol op hooge dan wel op lage hakken zal spelen. Dat is voor mij steeds weer het probleem.”

(Column in Het Tooneel/De Tooneelspiegel jg. 7, nr. 2)

1940

Op den dag van het uitbreken van den oorlog bleef hem geen andere keus dan te sluiten. De menschen hadden toen wel gewichtiger zaken aan hun hoofd dan een schouwburguitgangetje. Maar nauwelijks waren de omstandigheden weer een beetje normaler geworden of Laseur, trouw ter zijde gestaan door zijn charmante vrouw Mary Dresselhuys, stond weder op zijn post. Een week later ging in het Centraal Theater weer „Vader thuis”.

(Redactioneel in De Tooneelspiegel jg. 11, nr. 9/10)

1959

Ook Johan Fiolet als Chrysale, de zwakke echtgenoot die zo slecht tegen zijn kordate geleerde echtgenote (Mary Dresselhuys) opgewassen is, maakte op eigen houtje een verrukkelijk type. Mien Duymaer van Twist was een dwaze, extatische ‘precieuse’, terwijl Petra Laseur in haar debuut als Henriette het gezonde verstand vertegenwoordigde en dat met rustige, natuurlijke zekerheid heeft gedaan.

(Repertoirebespreking in Het Toneel jg. 80, nr. 4)

1960

De misverstanden en verwikkelingen die hieruit voortvloeien, zijn afgezaagd en onnozel, op het stompzinnige af, maar Mary Dresselhuys en Petra Laseur slaagden er voor een goed deel in om de inferieure hoedanigheden van dit blijspel te maskeren.

(citaat H.A. Gomperts in Het Toneel jg. 81, nr. 1)

1971

Hoe vindt u het dat Globe zich in Amsterdam wil vestigen?
Nou, voor mezelf vind ik dat wel een heerlijk plan. Omdat ik in Amsterdam woon, natuurlijk. Voor mijn kinderen zou ik het zalig vinden om in Amsterdam te kunnen blijven en ik heb voor mezelf ook wel echt genoeg van dat getuf met die bus en ik vind Amsterdam een verrukkelijke stad om te spelen, enfin ga maar door. Maar de andere kant ervan is dat we dan met een gezelschap van negentig mensen komen te zitten en ik weet niet of ik dat zo leuk vind. Het lijkt me iets oeverloos, negentig mensen. Van de vijfenveertig die er nu bij Globe zitten zie ik de helft al nooit. En dat is niet goed. Je moet goed kontakt hebben met je collega’s om goede resultaten af te leveren. Dat plan van die triplures dat Globe steeds drie voorstellingen tegelijk draaiende zou houden, dat lijkt me ook moeilijk. Het is nu al schipperen met je mensen om verschillende stukken goed te bezetten. Maar ja wat moet je nog op het moment? Alle goede mensen zitten verspreid over het land. En er is zoveel middelmaat, laten we eerlijk zijn. Het is op deze manier altijd moeilijk om een stuk goed te bezetten.
(Peiling bij Petra Laseur door Ineke Jungschleger in Mickery Mouth jg. 1, nr. 11)

1987

Het stuk dat ik voor Mary Dresselhuys, Petra Laseur en Leen Jongewaard heb geschreven, Een bijzonder prettig vergezicht, is weer een heel merkwaardig blijspel dat toch over leven en dood gaat, over liefde en haat tussen moeder en dochter. En dat stuk beweegt zich net zo goed op die grens dat je niet weet of je nu moet lachen of niet.
(Wanda Reisel interviewt Paul Haenen in Toneel Teatraal jg. 108, nr. 1)

1992

Na mijn toespraakje op het Theaterinstituut las Mary Dresselhuys een stukje uit die rol en het werd meteen duidelijk hoeveel nuance en humor daar uit te halen was.
(Max Arian over de moederrol in Vrouwen rond Dr. Nenninga van Annie M.G. Schmidt in Toneel Theatraal jg. 114, nr. 4).

2004

Enkele weken terug was ze met haar dochter Petra bij een voorstelling van Telkens weer Het Dorp, met liedjes van Friso Wiegersma. En afgelopen maand reikte ze in Utrecht nog de Mary Dresselhuys-prijs uit aan acteur Jacob Derwig.
(Overlijdensbericht Mary Dresselhuys in TM jg. 8, nr 5)

2014

…De kunst van het sterven, over vakmanschap, acteren en sterven op de Bühne. Een reeks acteurs, onder wie Petra Laseur, Chris Nietvelt en Maarten Heijmans, brengen hun ode aan de sterfscène met een (her)opvoering, begeleid door onder anderen Paul Knieriem.

(Agenda in Theatermaker jg. 18, nr. 4)

2024

De tijd dat een piepjonge Mary Dresselhuys op een middag de Toneelschool binnen kon lopen en op voorspraak van de directeur Verhagen direct geplaatst werd, is voorbij.

(Floortje Bakkeren in Theaterkrant Magazine jg. 145, nr. 6)

Dossiers

Theaterkrant Magazine juni 2025

Plaats reactie

Reacties moeten voldoen aan onze huisregels.

Uw e-mail adres zal niet gepubliceerd worden. Alle velden zijn verplicht.