In het werk van Compagnie Tiuri is radicale menselijkheid onderdeel van de artistieke signatuur. Hun bejubelde voorstelling Please Hold My Hand evolueerde op de vloer tot een stuk over hoe vrouwen zich staande houden in een wereld waarin ze te maken krijgen met genderongelijkheid, grensoverschrijdend gedrag en femicide. Over hoe (veer)krachtig vrouwen zijn en blijven zoeken naar verbinding en zachtheid.


Please Hold My HandCompagnie Tiuri
Compagnie Tiuri is een danstheatergezelschap uit Breda, dat opgericht is in 2021. Medeoprichter, artistiek leider en choreograaf Jordy Dik werkt steevast met een diverse cast waarin de verschillende kwaliteiten van de dansers elkaar aanvullen en de mens achter de dans zichtbaar is. Een aantal dansers volgde een opleiding in de Werkplaats van Tiuri, waar mensen met een cognitieve beperking door kunnen groeien naar professioneel performer. 

Vanwege het inclusieve karakter kwam Tiuri als onbekend gezelschap bij de theaters binnen. Binnen vijf jaar groeide het uit tot een professioneel danstheatergezelschap met een herkenbare artistieke stijl en internationale ambitie.

In 2025 en 2026 ontwikkelden ze de voorstelling Please Hold My Hand. Het maakproces vond eerst plaats in de Stokvishallen in Breda en daarna bij DansBrabant in Tilburg. Op 5 februari 2026 ging de voorstelling in première tijdens Holland Dance Festival in Den Haag en volgde een tour door Nederland.


Een van de mooiste scènes uit de voorstelling viel al op tijdens de ontwikkeling van Please Hold My Hand. Danser Annemieke Mooij staat linksvoor op een kubus van kunstgras, ze schudt met haar hoofd: ‘nee’. Na een stilte heft ze haar rechterarm en steekt een monoloog af. Bewegingen en gebaren zetten de woorden kracht bij. ‘Er is altijd iets dat groter is dan angst, en het leeft in de handen van vrouwen die weten hoe je zacht blijft, zelfs als de wereld schreeuwt. Hun zachtheid is geen zwakte. Het is als water dat stenen gladstrijkt.’

Danser Margriet Jacobs klimt even later rechts achterin op een kubus en herhaalt haar bewegingen en gebaren. Ontroerend is hoe zij in de voorstelling uiteindelijk haar armen door die van Mooij steekt en de gebaren herhaalt, bij de woorden: ‘Ik kan lopen, maar niet alleen.’

Toen choreograaf Jordy Dik in het creatieproces de tekst voorlas die hij voor Mooij schreef, beeldde Jacobs deze meteen intuïtief uit. Vervolgens maakte Mooij zich deze zelfverzonnen gebarentaal weer eigen. Van daaruit bouwden ze verder, door te praten over wat deze zinnen zeggen. ‘Hierdoor voelt de monoloog niet als acteren, maar heel persoonlijk’, vertelt Mooij.

Ja zeggen

Het maken van een nieuwe voorstelling gebeurt bij Compagnie Tiuri grotendeels op de vloer. Dik noemt de grote lijnen van de inhoud en zet vanaf dan de Relational Choreography-methode in, die hij ontwikkelde. Hij noemt een woord, beweging of kleur – ‘Ik wil geel zien!’ – waar een van de dansers intuïtief op reageert, hetgeen een beweging van een andere danser in gang zet en zo verder. Er is geen tijd om na te denken en dus geen ruimte om te twijfelen over de kwaliteit van het beeld.

Het idee is dat er veel creativiteit in je eerste impuls zit. Tegelijkertijd draagt de actie-reactie bij aan de onderlinge verbondenheid van de dansers en werkt het goed voor mensen met een cognitieve beperking. De methode is inmiddels zo gegrond in het werkproces van Compagnie Tiuri dat het een automatisme is geworden.

Achter de Relational Choreography zit de ja-methode, die dit versterkt. De onderlinge afspraak is dat als Dik of een van de dansers een voorstel doet, de ander daar in principe ‘ja’ op zegt. Om uit te proberen hoe het werkt. Dik vertelt over de wens van Margriet Jacobs: ze wilde opera zingen en was daar erg volhardend in. ‘Margriet gaat altijd all the way. Er is geen danser die zo grotesk en dramatisch kan doen, waarbij het nog steeds zo puur is.’

De dansers van Tiuri kennen de weg naar het hart goed. Dit was dé reden waarom Dik een vonk van verliefdheid voelde toen hij in 2018 voor het eerst met hen kennismaakte, en graag met ze wilde werken. Op dat moment volgt hij de master choreografie aan Codarts en Fontys in Rotterdam en Tilburg, en is Tiuri een Werkplaats in Breda en Roosendaal waar mensen met een verstandelijke beperking zichzelf creatief kunnen ontwikkelen. Af en toe werkt de Werkplaats samen met externe partijen zoals dansgezelschap De Stilte in Breda. Na een verkennende eerste samenwerking met Jordy Dik als choreograaf in de voorstelling No Bodies was er ‘op alle vlakken een connectie’ en startten ze in 2021 Compagnie Tiuri.

Margriet Jacobs’ oprechtheid, of haar ‘filterloze expressie’, zoals artistiek directeur Bas Roijen het noemt, is de reden dat Dik besloot om de operascène in de voorstelling op te nemen. In de repetitie zit ik er dicht op als Jacobs uit het diepst van haar ziel zingt, op een gegeven moment in elkaar krimpt, op de vloer zakt en in snikken uitbarst. ‘Of haar operazang nu mooi is of niet, het gaat er in de voorstelling om dat een vrouw haar stem laat horen en dat je kwetsbaar mag zijn’, licht Dik zijn keuze toe. ‘Please Hold My Hand gaat over de kracht van de vrouw, in een wereld waarin allerlei gebeurtenissen haar onderuit willen halen.’

Eigenheid is een kwaliteit

Een paar weken later sneeuwt het hevig. De wegen zijn ijsbanen, waardoor de repetitie niet door kan gaan. In een onlinegesprek vertelt Annemieke Mooij dat ze het in het begin wel lastig vond om zonder kritische stem in haar hoofd ‘ja’ te zeggen op alle voorstellen en altijd organisch mee te bewegen in de Relational Choreography. ‘Ik had bepaalde ideeën over hoe ik moest zijn als danseres. Of eigenlijk hoe ik graag wilde zijn. Daardoor zat ik meer in mijn hoofd dan in mijn lijf en nam de onzekerheid het over.’

Vòòr Tiuri danste Mooij onder andere bij Club Guy & Roni, Jasper van Luijk en Faizah Grootens. Tot ze merkte dat ze vooral werd gevraagd voor inclusieve voorstellingen. ‘Dat bracht me aan het wankelen’, vertelt ze. ‘Vragen ze me nou voor mijn dans of omdat ik mijn rechterhand mis?’ Ze stopte met dansen, volgde verschillende opleidingen en keerde later toch weer terug. Hoewel ze opnieuw danst in een inclusief gezelschap, is het deze keer anders. ‘Jordy benoemt je positieve kwaliteiten en zet ieders sterke kanten en eigenheid in, in plaats van dat het allemaal uniform is. Dat heeft een hele positieve impact op mij gehad, ik ging weer op mezelf vertrouwen’, zegt Mooij. ‘En de dansers van het gezelschap volgen hun gevoel en gaan daar volledig voor. We maken veel plezier en ondersteunen elkaar. Daardoor durf ik eerder buiten mijn comfortzone te treden.’

Onbaatzuchtige goedheid

Het gezelschap werkt de eerste periode in de Stokvishallen in Breda. Op de dag dat ik langskom, hebben de dansers in de ochtend elk hun eigen solo ontwikkeld. Na de lunch beginnen ze met het creëren van zeven scènes die onbaatzuchtige gebaren van goedheid uitstralen, geïnspireerd op de Frans-joodse filosoof Emmanuel Levinas.

Het is stervenskoud. Jordy Dik draagt wel drie truien, een bodywarmer en een muts. Achterin staat een verwarmingselement, maar die is niet aan. Uit de boxen knalt de donder en daarna stromende regen. Assistent choreografie Loura Sita van Krimpen staat midden op de verder lege dansvloer. Ze bibbert hevig. Danser Sabine van Riel loopt van achteren naar haar toe, slaat een jas om haar heen en geeft een knuffel.

Ze oefenen nog een paar scènes. Als Jacobs een paraplu vol gekleurde bloemblaadjes boven haar hoofd omkeert, complimenteert Dik haar euforisch: ‘Dit wordt vet! Je maakt nu voor jezelf een pad van bloemblaadjes.’ Hij zet de operamuziek op vol volume en volgt nauwlettend alle bewegingen. Soms staat hij plots op vanachter zijn tafel en klapt in zijn handen. ‘Goed zo Sab! Ik hoor je voor het eerst boven de muziek uit, chapeau’, roept hij als Van Riel na eerdere aanwijzingen hoorbaar ademt. Terzijde: ‘Ik wil hun menselijkheid laten zien, en hoe weet je of iemand leeft? Of diegene ademt!’ Hij stuurt inhoudelijk bij als Andrea Beugger zich als een slappe pop laat vallen en Van Riel, die geboren is met het syndroom van Down en aanmerkelijk kleiner van stuk is dan Beugger, haar opvangt: ‘We zijn niet op zoek naar gelijkwaardigheid, maar naar waar de menselijkheid zit.’ Later, scherpstellend bij een huppelpas: ‘Dit is te veel musical!’

Hij werkt met alle dansers op eenzelfde manier. Ook de dansers met een beperking worden over de vloer gesleurd, vallen en krijgen commentaar. Dik geeft een context, nodigt uit tot invulling van een scène, reageert hierop, moedigt aan en stuurt bij waar nodig. Hij slaakt vreugdekreten als het hem bevalt en zoekt kritisch met hen naar de juiste beelden en gebaren. ‘Een goed theatraal beeld betekent duizend-en-één dingen. Iedereen ziet er wat anders in, vaak iets wat op dat moment herkenbaar is’, zegt hij.

Een haakje vinden

Na een van zijn eerste choreografieklussen hoorde Dik terug dat niet iedereen van dans houdt of dans begrijpt. Hij dacht: ‘Ik ga niet veertig jaar lang choreografieën maken die mensen niet begrijpen. Iedereen moet deze kunst kunnen ervaren.’ Dus bouwt hij de scènes aan elkaar tot een juiste mix van rauwheid, speelsheid, vertedering en emoties die empathie opwekken of koud over je rug lopen. Daarbij maakt hij gebruik van sterke contrasten en associatieve beelden.

Halverwege Please Hold My Hand is de zaal plots volledig verduisterd. Telkens springen de lampen twee seconden aan. In een flits zie je een scène, zoals een waarin Jacobs met een ‘pang!’ Mooij neerschiet. Op andere momenten danst Mooij als een wervelwind naar voren waarbij ze een paar keer een neukgebaar maakt, draait Jacobs met een hand haar opengesperde mond weg en zien we Van Riel haar gezicht dwangmatig met haar handen reinigen. De anderen komen behoedzaam naar haar toe. Trekken de bandjes van haar jurk recht. Doen haar een colbert om. ‘Het nadeel kan zijn dat een kleine groep kunstcritici die veel gezien heeft, de voorstelling soms een beetje plat kan vinden. Maar daar tegenover staat een hele grote groep die wel ergens een haakje vindt’, zegt Dik.

Hij vertelt dat er eens na een voorstelling een theaterprofessional naar hem toe kwam met de woorden: ‘Ik vind je zo’n klootzak, want het is zo makkelijk en tegelijkertijd raakt het me zo.’ ‘Dat vond ik een waanzinnig compliment’, zegt hij. ‘Want waarom moet het altijd moeilijk zijn?’

Bloemenmasker

Vlak voor de montage woon ik nog een repetitie bij. Na een steile trap omhoog, rechts een schuifdeur door, beland ik in de studio van DansBrabant. Vlak naast de lunchtafel naait Loura van Krimpen nog even een bloemblaadje aan wat later een masker blijkt te zijn. Vandaag werken ze aan het begin en het einde van de voorstelling. Voor het eerst in de zijden jurken die ze zullen dragen. De dansers bewonderen elkaar uitbundig.

Dik had eigenlijk meer dansers in gedachten, maar vanwege te weinig subsidie bleef het bij de vier vrouwen. Hierdoor verschoof de inhoudelijke focus van kleine gebaren van goedheid naar de goedheid van de vrouw. Verder doorwerkend en pratend werd dat de kracht van de vrouw. Dat verdiepte zich weer in hoe vrouwen zich staande houden in een wereld waarin ze te maken krijgen met genderongelijkheid, grensoverschrijdend gedrag en femicide. Hoe (veer)krachtig vrouwen zijn en blijven zoeken naar verbinding en zachtheid.

Jacobs moest bij het bespreken van de inhoud van de voorstelling soms spontaan huilen, omdat ze de zwaarte van het gesprek voelde. Het deed haar ook denken aan haar schooltijd waarin ze werd gepest. Aan de buitentafel praat ik met Jacobs over haar rol. Dik zit erbij om haar zinnen soms toe te lichten. Door de druk van het interview met een onbekende klapt ze soms dicht. Vaak gebaart ze wat ze bedoelt of gooit ze er een poëtische zin uit, ze schrijft ook gedichten: ‘Alles wat ik van binnen voel kan ik met schrijven een kleur geven.’

Talentontwikkelingsprogramma

Jacobs kwam vanuit het speciaal onderwijs in de Werkplaats van Tiuri terecht toen ze achttien jaar was. Dat is nu vijftien jaar geleden. Inmiddels is ze fulltime met dans en theater bezig. In de loop der jaren ontwikkelde ze een vertrouwensband met Dik en raakte ze steeds meer vertrouwd met de andere dansers. Daardoor kan ze nu complexere en abstractere theatervormen aan. In het begin kon Jacobs maximaal drie minuten aan een duet werken, en nu draaien ze een hele scène in twee dagen in elkaar.

‘In feite hebben we de compagnie voor mensen zoals Margriet en Sabine opgericht’, zegt Dik. ‘Vroeger werden mensen met een beperking van de samenleving afgezonderd. Men plaatste ze bij elkaar aan de rand van een bos. Een prikkelarme omgeving zou goed voor ze zijn.’ Artistiek directeur Bas Roijen vult aan: ‘Mensen dachten toen nog dat zij geen ontwikkelbaar vermogen hebben. Zij hebben weliswaar een beperkt cognitief vermogen, maar de andere kant daarvan is, dat ze een rijke fysieke beeldtaal in zich hebben, die artistiek ontzettend interessant is. Hun filterloze expressie is heel menselijk, dat raakt. In onze voorstellingen is radicale menselijkheid onderdeel van de artistieke signatuur geworden. Ik zag het als de basis voor de integratie en uiteindelijk ook de emancipatie van podiumkunstenaars met een beperking in het culturele veld.’

Tiuri heeft nu een talentontwikkelingprogramma, waarbij ze onder andere projecten in het speciaal onderwijs opzetten en voorstellingen ontwikkelen met externe partners. Performers die deel uit willen maken van het gezelschap lopen eerst een jaar stage bij de Werkplaats. Als de artistieke leiding theatraal begrip ziet, groeipotentie en het vermogen om samen te werken, mogen ze auditie doen om tot het gezelschap toe te treden. Dan kijkt de artistieke leiding of ze klaar zijn om in het professionele circuit te stappen, of er aansluiting is met de artistieke visie van het gezelschap en naar hun ambitie.

Op de vraag wat er gebeurt als Jacobs op het podium staat, zegt ze stralend: ‘Het is de regenboog die naar buiten gaat en er zit een thuis in jezelf.’ Dik legt uit dat dansen haar thuis is. Haar wereld. Ze gebaart dat ze beelden voor zich ziet en die uitbeeldt. Zingen bevrijdt haar – ze gebaart een schans en iets wat daarvandaan gelanceerd wordt

Jonge hond

Een aantal keren komt dramaturg Jack Gallagher langs om advies te geven. Hij heeft dertig jaar ervaring als danser en choreograaf in binnen- en buitenland, onder andere bij Anouk van Dijk. En hij was lang repetitor, docent en balletmeester bij De Stilte. Het eigene van Compagnie Tiuri zit volgens hem in de manier waarop abstracte dans met bekende elementen wordt gecombineerd. Hij omschrijft Dik als idealistisch, ambitieus, open en provocatief. Met dat laatste bedoelt hij dat het altijd beter kan en hij daar volledig voor gaat. ‘Hij was een jonge hond toen ik hem leerde kennen. Speels, grenzen opzoeken, intens en met een sterk geloof in wat hij doet.’

Dik is ervan overtuigd dat oprechte ontmoetingen tussen mensen die wezenlijk anders zijn dan jijzelf, het begrip voor elkaar vergroot en de wereld mooier maakt. Daarom bouwt hij zijn voorstellingen en films op uit de ontmoetingen die hij in gang zet tussen uiteenlopende mensen, en grijpt hij thema’s als vrijheid en medemenselijkheid aan om een brug te slaan.

Wat hem onderscheidt van andere choreografen? Gallagher: ‘Het vermogen om de dansers te faciliteren in hun proces en ontwikkeling. Om ruimte te maken voor hun invulling aan wat hij voor ogen heeft. Zíj staan op het podium en moeten de voorstelling over weten te brengen. Er bestaat een bepaalde afstand tot het publiek, omdat een aantal dansers een licht verstandelijke beperking heeft; zij ervaren de wereld op een heel andere manier dan wij. Jordy inspireert hen om niet alleen zichzelf te zijn, maar om deel uit te maken van de inhoud van de voorstelling, in interactie met de anderen, ten gunste van het doel of de missie van de voorstelling.’
In de wetenschap dat hij zich aan zal moeten passen als dat nodig is. Als blijkt dat een danser de tekst onvoldoende kan onthouden, past hij de tekst aan zodat het wel lukt, en zorgt hij ervoor dat de interactie met de medespelers haar helpt bij het onthouden. Hij drilt de dansers niet net zo lang tot het perfect is, dat is onmogelijk, maar vindt het belangrijker dat zij op hun gemak zijn en zichzelf erin kunnen leggen. Daardoor is elke voorstelling op momenten anders. ‘In zekere zin heeft niemand de volledige controle over de voorstelling, met die ambiguïteit moet Jordy om zien te gaan’, zegt Gallagher.

Over gelijkwaardigheid wil de artistiek leider echter niet spreken, ook al vormt cocreatie een belangrijk onderdeel van het werkproces. ‘Als je met mensen met een beperking werkt, verwachten mensen dat het gelijkwaardig is, of liever nog disabled-led, omdat het anders ethisch spannend wordt. De voorstelling zou dan niet van hen zijn, maar onze performers ervaren het wel als van hen. Wij functioneren gewoon als een volwaardig gezelschap. Iedereen pakt zijn rol. Weet je, dit hoeft een ander gezelschap nooit uit te leggen.’

Inclusie is tijdelijke noodzaak

Compagnie Tiuri groeide binnen vijf jaar van presentaties op kleine podia in Breda en Roosendaal, plaatsen waar de Werkplaats gevestigd is, tot landelijke tournees met voorstellingen bij de Nederlandse Dansdagen en Holland Dance Festival. ‘We kwamen binnen op de inclusiekaart, omdat theaters ons nog niet goed kenden’, zegt Bas Roijen. ‘Vervolgens konden we laten zien wat we kunnen. De theaters weten nu dat wij niet iets sociaals doen met mensen met een cognitieve beperking, maar dat de voorstelling een volwaardig artistiek product is met een inclusieve cast. Inclusie is een tijdelijke noodzaak. Je moet het benoemen om het op een gegeven moment niet meer te hoeven benoemen. Wij zitten nu in de fase dat je het gezelschap tekortdoet met alleen het label inclusief. Onze voorstellingen kenmerken zich door een radicale menselijkheid. Dat is een artistieke kwaliteit die het culturele veld vernieuwt. En dat wordt nu herkend.’

De Volkskrant gaf Please Hold My Hand vijf sterren en ook The Guardian was lovend over de beeldtaal die verwantschap heeft met het werk van Pina Bausch: ‘The unnerving blend of material – now horrifying, now humorous, elegant then messy, always sensorial, a rich musical collage – is pure Pina Bausch.’

Mij valt op hoe intuïtief Jacobs beweegt en hoeveel betekenis ze in haar mimiek en bewegingen legt. Van Riel heeft een verfijnde expressie, waarbij haar onbevangenheid een grote kracht is in kwetsbare scènes. Zoals de opening van de voorstelling waarbij zij zielsalleen op het podium staat en langzaam water over zich heen gooit. Mooij is veelzijdig: het ene moment meisjesachtig, het andere moment furieus en dan weer een wervelwind. En Andrea Beugger is een meester in het absurde, met een onmetelijk gevoel voor zowel de lichte humor als de zware ernst.

De komende jaren werkt Compagnie Tiuri aan producties die internationaal kunnen landen en streven ze naar een plek in de BIS als ontwikkelinstelling, zodat ze met dezelfde middelen en faciliteiten producties kunnen maken als de grotere gezelschappen. Dik: ‘Ik denk dat de regenboog van het dansbestel nog niet compleet is. Wij voegen een kleur toe, die er nog niet is.’

 

Foto: Sabine van Riel, Annemieke Mooij en Andrea Beugger in Please Hold My Hand (2026) van Compagnie Tiuri concept en choreografie Jordy Dik lichtontwerp Loes Schakenbos kostuums & decor Loura Sita van Krimpen foto Noor van Gestel

Dossiers

Theaterkrant Magazine juni 2026

Plaats reactie

Reacties moeten voldoen aan onze huisregels.

Uw e-mail adres zal niet gepubliceerd worden. Alle velden zijn verplicht.