Geen van de Dutchbatveteranen stond te springen om zijn of haar verhaal te doen. Het was regisseur Tea Tupajić die met hen wilde onderzoeken hoe, twintig jaar na ‘Srebrenica’, theater te maken op basis van hun ervaringen. Dark Numbers is het resultaat van die zoektocht, een voorstelling die erom vraagt de beleving ervan leidend te maken.

In het project Dark Numbers is regisseuse Tea Tupajić intensief in gesprek gegaan met Dutchbatveteranen, militairen die als VN blauwhelmen gestationeerd waren in of rond Srebrenica ten tijde van de Servische genocide op achtduizend moslimmannen en -jongens. Ze maakte een voorstelling met een zevental veteranen en is bezig met de montage van een film rond het project.
Deze tekst vertrekt vanuit mijn kijkervaring in een theater in Antwerpen (Monty), enkele gesprekken met Tea, maar ook met andere kijkers zoals Willem de Wolf, Lara Staal en Lana Willems. Ook zag ik andere kunstwerken die mee de termen bepalen die ik in deze tekst wil gebruiken.

Een omweg. In Jennifer Egans geweldige, prijswinnende roman Visit from the Goon Squad, wordt een man van middelbare leeftijd, actief in de creatieve industrie aan de Westkust  van de Verenigde Staten, gedurende een lange autorit constant, ongewild overvallen door herinneringen aan schaamtevolle – embarassing – momenten uit zijn leven. Egan beschrijft treffend de fysieke kramp die elk van die herinneringen veroorzaakt, als waren ze onverteerbaar. Het zijn kleine voorvallen, waarin de man zich gemanoeuvreerd had, vaak zonder dat er een heldere beslissing aan voorafging. Ongelukjes, een slip of the tongue, ongepast gedrag, verkeerde intuïtie, slechte timing, slechte smaak. Het zijn kleine smetjes op zijn blazoen, ongerijmdheden in zijn zelfbeeld. Wellicht maalt niemand er nog om, niemand is blijvend beschadigd, maar de herinneringen blijven hem hardnekkig achtervolgen. Niets kan ze meer ongedaan maken, hij moet leren leven met het feit dat die voorvallen ook tot zijn geschiedenis behoren.
Bij het lezen van dat hoofdstuk ging er een golf van herkenning door mij heen, een reeks gelijkaardige momenten passeerde de revue: herinneringen die bij mij ook zomaar kunnen opdoemen en een scheut van schaamte door me heen drijven. Situaties en uitspraken die ik ook maar al te graag zou willen wissen uit mijn biografie. Toch is die wens vooral een intieme confrontatie met… ijdelheid.

Dark Numbers is gemaakt meer dan twintig jaar na de gruwelijke feiten in Srebrenica. Met een groep Dutchbatters die wél een groot gewicht torsen: ze waren ter plekke toen Mladić een deal sloot met hun kolonel Karremans – en daarmee maakten ze zichzelf onschadelijk in hun missie om de plaatselijke bewoners te beschermen. De genocide van juli 1995 vormde het einde van hun missie, die voor Dutchbat III enkele maanden geduurd had. Een periode waarin zij als blauwhelmen leefden te midden van een gemeenschap belaagde Bosnische moslims.

Is Dark Numbers documentair theater? Strikt genomen wel; we zien een aaneenschakeling van biografische anekdotes, gebracht door de Dutchbatters zelf. Hun getuigenissen zijn onderdeel van een onverteerd stuk hedendaagse Nederlandse en Europese geschiedenis, waar de schuldvraag nog niet helemaal, of niet op een bevredigende wijze, is beantwoord. Als soldaten kunnen ze zich verschuilen achter de beslissingen van hun leidinggevende, maar hun verblijf in Srebrenica en omstreken bestond uit tal van situaties waarin je als militair en/of mens keuzes kan maken en een houding kan aannemen. Het zijn deze situaties die de inhoud vormen van Dark Numbers.

Is Dark Numbers verhalend? Zeker, maar het label storytelling lijkt me niet echt toepasselijk. De kunst van het verhalen vertellen veronderstelt een grote drang om, vooreerst, verhalen te bedenken of te schrijven en vervolgens te delen met een publiek. Storytelling vereist skills en vindingrijkheid: het gaat nooit enkel om het verhaal zelf, maar ook om de manier waarop het verteld wordt. Ook als het om intieme, schaamtevolle of traumatische gebeurtenissen gaat, de bewuste vormgeving ervan creëert ook een afstand, het wordt ‘materiaal’.
Het vindt steeds meer plaats in theaters, maar de orale traditie moet het meer hebben van conviviale opstellingen, met een publiek in een kring, drankje erbij en zoals in het Storytelling Centre Mezrab, opgericht door Sahand Sahebdivani, met de geur van soep en een groot tapijt in het midden.

Op de scène bij Dark Numbers zien we mensen die ondertussen een ander leven begonnen zijn, en die periode al dan niet verwerkt hebben, op het podium. Het zijn ervaringsdeskundigen, maar geen theaterdieren. De ethische vraag die vaak gesteld wordt is: worden ongeschoolde acteurs niet uitgebuit wanneer ze zich kwetsbaar tonen aan een publiek, in het werk van een professionele kunstenaar? Kunnen ze wel op tegen de verwachtingen en de genadeloze exposure op het toneel? Tea Tupajić heeft de vraag omgekeerd: hoe kan ik mijn theaterskills en het theaterapparaat gebruiken om deze mensen in hun waardigheid te tonen? Dark Numbers, hoewel op eerste zicht een eenvoudige voorstelling, maakt heel subtiel gebruik van theatercodes zoals de op- en afgang, (diagonale) lijnen in de ruimte, mise-en-scène van de verwachting (een speler geknield, gedurende een half uur, met zijn handen omhoog en met zijn gezicht naar de muur laten zitten) maar ook van licht (een boog van kleurrijk naar kil op het einde). De regie is gericht op het creëren van de voorwaarden om de spelers te ondersteunen, eerder dan om een bepaalde andere realiteit op te roepen of te representeren.
Ook voor de acteursregie werden methodieken uit de theatercanon ingezet: het aanleren van ademhalingsoefeningen en andere technieken uit de tradities van Stanislavski, Grotowski, Artaud maar ook yoga en meditatie. Een breed register dat Tupajić, klassiek geschoolde theaterregisseur, kon aanwenden om de spelers in hun kracht te zetten.
Die kracht was nodig, omdat de regie, hoewel ambachtelijk en gesofistikeerd, ook onverbiddelijk kaal was. Ondersteunend dus, maar allesbehalve zalvend.

Een grote factor in deze was het theatraal inzetten van stilte en plotse overgangen. Na de raamvertelling, waarin het drama van Srebrenica kort en droog geschetst wordt door middel van tekstprojectie, komt de eerste speler op om doodleuk in onbeholpen stand up comedy-stijl, wat anekdotes boven te halen over het leven op de compound. Die éne aantrekkelijke commandant, een heuglijke avond overgoten met het maximum rantsoen bier, een inside joke, een kus. Voor mij als toeschouwer, een schok. Meteen wordt alles scherp gesteld en worden je grenzen getest. Een theatraal effect is het. Een van de velen die zullen volgen.

Enkele minuten later, na een meer ingetogen vertelling door een andere veteraan, valt een stilte. Een lange stilte. Gebeeldhouwd uit luchtdeeltjes, geladen met onbeschrijflijke emoties, krijgt dat ogenschijnlijke ‘niets’ de kans om de toeschouwer te bereiken en te raken. Het is een fysieke ervaring, die theaterstilte. Zomaar, door niets meer toe te voegen aan wat net gezegd is, op een kale scène, door een onbehendige performer, die gesterkt door de technieken die hij aanleerde, zijn verhaal kon brengen.

Zo wordt een mogelijk bedreigende omgeving voor non-professionals een gereedschapskist die een empowerende potentie heeft, zonder daarmee de kwetsbaarheid en de onvolkomenheden weg te moeten poetsen. Zo kon Dark Numbers een theatrale compositie van kleine, uiterst pijnlijke verhalen worden.

Geen van de Dutchbatveteranen stond te springen om zijn of haar verhaal te doen. Het is de in Bosnië geboren regisseur Tea Tupajić die hen opzocht en hen wilde spreken, en met hen wilde onderzoeken hoe, nu twintig jaar later, theater te maken op basis van hun ervaringen.

De vertellingen – door Tupajić tot theatertekst geredigeerde getuigenissen – maken samen geen rond verhaal. In die zin is het documentair karakter eerder feitelijk dan dat het ook grotere verbanden probeert te reconstrueren. De context die je meekrijgt is net voldoende om elke vertelling te begrijpen. Het zijn fragmenten. Bittere herinneringen aan onomkeerbare voorvallen. De spelers keren terug naar de beelden en situaties die hen getekend hebben. De tijd heeft hen niet geheeld. Ze brengen vertellingen als onverteerbare splinters, herinneringen als demonen die hen – zo beeld ik me in – gevraagd en ongevraagd bezoeken, in dromen, in hun dagelijks leven, getriggerd door kleine, onschuldige details. Want het leven op de compound was ook routine, gewoontes, verveling, eten, drinken, slapen. Kameraadschap, verlies. Contact met de Bosnische bevolking die al dan niet een functie had, als gids, als vertaler. De meest aangrijpende vertellingen gaan terug naar situaties waarin ze niet in staat waren om in te gaan op het menselijk appel dat van Bosnische burgers uitging. Het zijn evocaties van gebeurtenissen waarin de Dutchbatveteranen trouw aan militaire regels en beïnvloed door brainwashing die de Bosniërs degradeerde tot tweederangsburgers, zich schuldig maakten aan verzuim. Soms priemt de machteloosheid door hun verhaal, soms ook het schaamtevolle besef dat ze een kans lieten liggen om te helpen, of om simpelweg de Bosniërs als mensen te zien.

In aanwezigheid van het publiek leiden ze ons, stap voor stap, verhaal na verhaal, naar die pijnpunten. Ze recreëren niet zozeer de situatie van toen, maar maken het gewicht dat deze voorvallen nog steeds heeft op hun leven vandaag, tastbaar. ‘If you could read my mind’, is de song die de meest zwijgzame van het gezelschap, op een gegeven moment op z’n gitaar speelt. In dat opzicht is Dark Numbers performance: elk ‘er was eens’ dient het tonen, in het hier en nu, van wie ze zijn in het licht van hun aanwezigheid op die traumatische plek. Mensen zoals u en ik, in staat tot lafheid of heldenmoed. Vanwege hun betrokkenheid in deze historische gebeurtenis lijkt hun gedrag toen ook te hebben bijgedragen aan de fatale afloop ervan.

Is Dark Numbers een apologie? Dat veronderstelt dat er sprake is van een beschuldiging, en het zou het publiek tot rechters maken. Ik heb mij als toeschouwer niet in die rol gevoeld. Natuurlijk stelt de voorstelling mij vragen, en soms worden die ook expliciet, bijvoorbeeld wanneer de spelers de futiele dilemma’s van het dagelijks leven van de Nederlanders thuis opsommen; een enorm contrast met hun dilemma’s ter plekke. Daarin weerklinkt de vraag: wat zou u gedaan hebben, in mijn plaats? Waarmee ook gesuggereerd wordt dat wij wellicht niet heel anders zouden gehandeld hebben.

Deze zomer zag ik werk van de Nederlandse fotografe en beeldend kunstenares Anna Dasović. Ze is geïnteresseerd in de retorische structuren die vaak gebruikt worden om genocide te tonen, en met name legt ze in haar werk de vinger op aspecten die door politieke krachten geminimaliseerd of verborgen gehouden worden.

Zoals in haar film ‘So, on behalf of my country and from the bottom of my heart’: Dasović bezocht in 2015 een grote openluchtplechtigheid ter gelegenheid van de twintigste herdenkingsdag van de genocide. De gelegenheid werd aangegrepen om ook 136 lichamen uit massagraven opnieuw te begraven. Een beladen bijeenkomst, waarop ook Bill Clinton en de Servische president Aleksandar Vučić aanwezig waren. De film bestaat uit een montage van televisiebeelden en opnames gemaakt door camera’s en telefoons van bezoekers en Dasović zelf. Het toont het tumult dat ontstaat, op het moment dat de hoogwaardigheidsbekleders de site betreden om het woord te nemen. Hun aanwezigheid blijkt ongepast, gooit olie op het vuur, eerder dan bij te dragen aan een serene plechtigheid. Er ontstaat een chaotische beweging temidden van de massa en we zien hoe Clinton en Vučić beschermd en afgevoerd worden door bodyguards. Een eruptie van protest, woede en gekwetstheid in een massabeweging, gecapteerd door officiële media en burgers. Door de luidsprekers klinkt een moslim-leider die de menigte maant zich te richten op het hoofddoel van de bijeenkomst: rouwen. De film maakt duidelijk dat niemand behalve de slachtoffers en nabestaanden zélf bepalen onder welke voorwaarden een ‘serene herdenking’ mogelijk is.

Ik kon Dasović spreken na afloop van de screening, en zij bleek Dark Numbers ook gezien te hebben. Ze problematiseerde de voorstelling, en bleek vooral moeite te hebben met de wijd verbreide, fatalistische veronderstelling dat het drama in Srebrenica niet vermeden had kunnen worden. Zelf wist ze van een Canadese eenheid die wél in staat was gebleken om weerstand te bieden aan Servische militaire druk. Dasović heeft behoefte aan projecten die deze piste nadrukkelijker onderzoeken, en vindt dat Dark Numbers hier te weinig stelling neemt. Een ander heikel punt voor haar is het gebrek van de andere stem in de openbare ruimte in Nederland: die van de Bosniërs.

Haar kritische punten dwingen me andere vragen te stellen of vragen opnieuw te stellen. Zoals: houdt Dark Numbers de perceptie dat ‘Srebrenica’ onvermijdelijk was, in stand? De voorstelling laat de vraag in het midden, gaat er niet uitdrukkelijk op in. Is de vraag dan ook afwezig? Ontwijkt de voorstelling de vraag? En: wie is best geplaatst om het aan te gaan, om vanuit een vogelperspectief een antwoord te (proberen) geven op de vraag of het onomkeerbare drama van Srebrenica vermeden had kunnen worden?

In het kielzog volgen andere vragen: wat is er ondernomen om het te vermijden? Is het maximale ondernomen om het te vermijden? En stel dat het onvermijdelijk was, wat kunnen we concluderen over de vredesoperaties van de VN? Deze vervolgvragen vragen om òf een alomvattende historische waarheidsvinding en de conclusie daaruit, òf om een meer precies en technisch juridisch onderzoek.

Je zou bijvoorbeeld een voorstelling kunnen maken op de wijze waarop Forensic Architecture hun expertise inzet om schendingen van mensenrechten en geweld door bedrijven en staten te onderzoeken. Ze werken daarbij samen met talloze NGO’s. Geaffilieerd aan de prestigieuze Goldsmiths universiteit in London, worden de resultaten van hun onderzoek in musea en festivals getoond. Ze maken gebruik van hun toolbox, waaronder 3D modelling, photographics, enzovoort om in te zoomen op de plaats delict en de verschillende getuigenissen te testen aan de hand van hun bevindingen. Ze leggen daarmee glashard incongruenties bloot en ontmaskeren vaak de narratieven van machthebbers, politie en andere betrokken partijen.

Dark Numbers ìs niet zo’n project. De keuze om te vertrekken vanuit de ervaringen van Dutchbatveteranen, bepaalde het perspectief: dat van mensen die aanwezig waren op het terrein, en die aan de goede kant stonden. Niet van de geschiedenis, maar van de overlevers. Hoe kunnen we de keuzes die Tupajić wél maakte, plaatsen in een kader van moraliteit? Voor mij betekent dit voorbij gaan aan de analyse van de voorstelling en de ervaring ervan leidend te maken.

Daarom dat het beroemde citaat van Hannah Arendt voor mij hier op zijn plaats is: ‘… it is true that storytelling reveals meaning without committing to the error of defining it, that it brings about consent and reconciliation with things as they really are, …’
De grote kwaliteit van Dark Numbers is dat het zich in dit gebied begeeft en erin slaagt de verbeelding van de toeschouwer zo te activeren dat deze historische gebeurtenis een tastbare, fysieke waarheidsdimensie krijgt, eerder dan een objectieve feitelijkheid. De individuele getuigenissen zijn daden van engagement naar de geschiedenis en de vertelling ervan, die boven het persoonlijke uitstijgen. Verzoening is nog ver weg voor iedereen aanwezig in de theaterzaal. Maar dit is de situatie zoals die is, en dat te aanvaarden, in al zijn pijnlijke aspecten, belicht door de ervaring van Dutchbatveteranen, bezorgde mij een wezenlijke ervaring van inzicht en empathie. Het perspectief van de Bosnische nabestaanden komt niet letterlijk aan bod. Zij hebben geen stem in Dark Numbers, het is te zeggen: ze hebben geen tekst. Is hun perspectief daardoor afwezig in de theaterervaring? Niet voor mij.

Kijken we bijvoorbeeld naar wat je door de vertellingen heen in Dark Numbers meekrijgt over militaire deontologie en de spanningen die daarop zitten. Zowel conflicten binnen de hiërarchie en gevallen van ongehoorzaamheid aan militaire codes komen voor, alsook een pakkend relaas over een sterfgeval in eigen rangen. De overleden soldaat in kwestie was een lange man, en de enige kist die ze ter beschikking hadden was te kort. De verteller, zelf een grote man, toont hoe ze het hebben opgelost en gaat in foetushouding liggen op de theatervloer; de enige manier om de overledene op een waardige manier in de kist te leggen. Waarom grijpt dit naar de keel? Niet alleen omdat het de militairen in een menselijker daglicht plaatst, maar omwille van datgene wat niet benoemd wordt: het grote contrast met de duizenden mannen die gedumpt werden in een massagraf. Een proportie die niet vorm te geven is, waar geen woorden voor zijn. Maar die je, in alweer zo’n beladen stilte, verplettert. Het is in dit soort van ‘negatief’ van de vertellingen van de veteranen, dat de pijn van de Bosniërs weerklinkt.

‘The reward of storytelling is to be able to let go: when the storyteller is loyal to the story, there, in the end, silence will speak. Where the story has been betrayed, silence is but emptiness. But we, the faithful, when we have spoken our last word, will hear the voice of silence.’ Hannah Arendt

Foto: Casper Koster