De Vlaamse theatermaker Miet Warlop creëert werk op de grens van theater en beeldende kunst, voortdurend tracht ze codes te doorbreken en systemen te bevragen. Haar behoefte aan een nog bredere context groeit. Maar jezelf verder ontwikkelen, betekent ook de rust bewaken, steeds een pas op de plaats maken. We blikken met haar terug op ruim vijftien jaar kunstenaarschap.

‘Mijn werk is vrij abstract, er zit geen verhaal in. Ik vertrek sterk vanuit het beeld. Die beelden staan ook op zichzelf. Wanneer ik een voorstelling maak, zet ik ze in een verband; in een vorm die ze met elkaar linkt en confronteert. Dat creëert vervolgens een bepaalde dynamiek. Het is daarom ook heel logisch om ze uit elkaar te trekken en binnen de context van het museale te tonen. Ik heb niet per se een theaterwerk in mijn hoofd als ik creëer, ik werk continue aan mijn oeuvre.’

Aan het woord is Miet Warlop (1978), geboren in het Vlaamse Torhout. Ze studeerde driedimensionale kunsten  aan de KASK in Gent en vond als maker een kleine vijftien jaar geleden aansluiting bij het theaterciruit met haar installatie Huilend Hert, Aangeschoten Wild (2004), een tableau vivant van zes scènes. Daarna volgde meer performances waaronder Sportband, Afgetrainde Klanken (2005), een performance-concert. In 2006 en 2007 maakte ze deel uit van DE BANK, een project van Victoria (nu CAMPO) dat jonge theatermakers een platform bood. Warlops grote doorbraak kwam met Springville (2009), een voorstelling waarmee ze lang internationaal toerde. Daarna verhuisde ze van Gent naar Berlijn om haar onderzoek voort te zetten. In het werk dat volgde, de schilderachtige installatie-performance Mystery Magnet (2011), verwerkte ze vormen van action painting. Alligators is een project en kunstenaarscollectief dat ze samen met Reggie Watts, Michael Portnoy en Leva Miseviciuté oprichtte vanuit de Beursschouwburg in Brussel. Daarnaast ontwikkelde ze haar beeldend werk. Weer terug in Brussel richtte ze haar eigen organisatie op en creëerde ze in 2014 Dragging the Bone, een solo voor haarzelf waarin sculpturen uit gips letterlijk op het podium worden gemaakt. Daarna volgde Fruits of Labor, een samenwerking met een groep muzikanten. Onlangs creëerde Miet Warlop de jeugdvoorstelling Big Bears Cry Too in samenwerking met HetPaleis in Antwerpen.

Hoe kijk je terug op de ontwikkeling van jouw interdisciplinaire processen?

‘Ik heb geprobeerd rustig te blijven en heb mij na elk project teruggetrokken. Steeds opnieuw stel ik vragen, dat wil ik blijven doen. Soms is het gewoon genoeg, je moet de dingen niet te veel willen opblazen tot een nieuwe performance. Een zetel is een zetel, het hoeft geen performance of design te worden. Het is van belang helder te blijven zien wat je doet. Eigenlijk is dat nu nog belangrijker aan het worden.’

Ervaar je meer druk?

‘Nee, niet meer druk, die voel ik vooral als ik iets gemaakt heb. Ik heb niet zoveel last van druk van anderen, maar wel van de druk in mijn eigen hoofd. Ik word snel opgewonden en ik zie in alles iets. Ik heb moeite met nee zeggen. Dan kan het ook te veel worden en raak ik geblokkeerd. Je moet jezelf steeds opnieuw durven organiseren. De dingen die ik maak, vragen op een hele specifieke manier aandacht, maar wat ze nodig hebben verandert ook. Sculpturen vragen bijvoorbeeld iets anders dan props die van plastic mogen zijn. Ik wil leren om ook werk op papier te ontwikkelen. Dat heeft met snelheid te maken, maar ook met meer vertrouwen. Doorgaans heb ik het nodig om echt materiaal te genereren om tot een werk te komen. Ondertussen weet ik ook dat het niet over het medium zelf gaat, maar echt over contact met mensen. Het reageren.’

Kun je dat uitleggen?

‘Ik kan niet eindeloos meer alleen in een atelier zitten. Soms komt er een muzikant, of een beeldhouwer langs. We spreken, handelen, reageren, spelen met de codes van systemen, draaien processen om of onderzoeken een ambacht. We tennissen als het ware. Voor de sculpturen in Dragging the Bone werkte ik intensief samen met beeldend kunstenaar Barbara Vackier, dat gold ook voor Mystery Magnet. Voor Fruits of Labor ging ik een relatie aan met muziek. De samenwerking met de muzikanten was hartverwarmend, een cadeau waar ik ook veel van leer.’

Hoelang werk je aan een creatie?

‘Meestal werk ik vijf maanden aan een voorstelling. Mijn laatste voorstelling in samenwerking met HetPaleis, Big Bears Cry Too, is in drie maanden gemaakt. Dat was veel te kort. Ik moet echt dingen kunnen uitvinden en alles moet getest worden. Genoeg tijd en plezier in het onderzoek is cruciaal voor het slagen van een werk.’

Welke kiem lag er ten grondslag aan de voorstelling Mystery Magnet?

‘In grote lijn is Mystery Magnet het moment waarop mijn werk echt vorm kreeg. Springville is een goed werk, ook als ik het vergelijk met sommige van mijn laatste creaties, maar het maakt ook gebruik van fictie. In Mystery Magnet deed ik echt mijn eigen ding. Ik botvierde mijn fantasie volledig en durfde echt ver te gaan. Er was geen sprake meer van scènes.’

Hoe vermijd je het werken vanuit scènes?

‘Mystery Magnet heb ik achterstevoren gemaakt. Ik wist wat het eindbeeld was en ben van daaruit terug gaan werken. Ik creëerde sculpturen die penselen werden. Het idee was om aan de hand van het eindbeeld alle acties te backtracken. Ondertussen mag het geen poppenkast worden en wil niet op het publiek spelen. Ik ben niet uit op die provocatie. Daarom is ‘de dikke’ in deze voorstelling gewoon de dikke en geen type, gewoon een gast met een dikmaakpak. Die figuur is een anker in de voorstelling, de andere beelden verhouden zich ertoe. Dat geeft rust.’

Wat zat er achter de keuzes in de solo Dragging the Bone, een werk vol sculpturen die ter plekke worden gecreëerd?

‘Die voorstelling is een reactie op Mystery Magnet. Ik sta alleen op het podium en de beelden zijn zwart-wit. Fruits of Labor, een tamelijk lichte voorstelling, is op zijn beurt ook weer een reactie op de zwaarte van Dragging the Bone. Alles is onaangenaam in die voorstelling, alles is slecht voor het lijf. Met stenen rond lopen op de heupen is niet echt gezond. Maar ik moet het zelf spelen, er zit een persoonlijk verhaal achter. Net als dat Sportband, Afgetrainde Klanken een requiem is op de dood van mijn broer. Ik gebruik het gegeven niet, maar het is wel de bron van waaruit ik werk.’

En wat is je behoefte op dit moment?

‘Helaas is veel al bepaald door het systeem waarbinnen je werkt. Op dit moment wil ik gewoon iets simpels maken. Als ik in Bozar (Paleis van de Schone Kunsten, Brussel – red) een korte performance presenteer, staat die op zichzelf. Het is een totaal andere ervaring. Het is live, maar het is eenvoudiger; er staat geen druk op dat uur, er is geen licht of geluid. Ik gebruik beelden uit voorstellingen of beelden, die de voorstellingen niet hebben gehaald.’

Bij HetPaleis creëerde je onlangs een voorstelling voor kinderen, kwam die vraag van hen?

‘Ik had zelf de wens uitgesproken en toen is het door hen opgevangen. De voorstellingen die je ziet als kind blijven als fossielen in je hoofd hangen. Het heeft impact. Maar ik heb het er niet gemakkelijk mee gehad, ik wilde te veel zeggen. Ik heb veel moeten schrappen dit keer, dat doe ik anders nooit. Ik werk vanuit vorm, maar door via de kinderen naar de wereld te kijken, was ik erg op inhoud gericht. Ik heb het onderschat. Kinderen hebben zoveel meer fantasie dan ik. Maar van de schoolvoorstellingen heb ik genoten. De anarchie die daar los komt, herken ik.’

Welke nieuwe projecten staan er op de rol?

‘Ik ben een nieuwe voorstelling aan het ontwikkelen die in september uit komt: Ghost Writer and the Broken Hand Break. Daarin draaien we voortdurend rondjes om onze as. We roken en drinken, we zijn in trance. Het is een vervolg op Fruits of Labor. Daarnaast komt er ook een concertreeks met de nummers van deze voorstelling. Acropodium is de werktitel van mijn project over twee jaar, daarin staat de sokkel centraal.’

Wat zijn jouw gedachten rond dat gegeven, ‘sokkel’?

‘Ik stel mij de vraag: wat is het eigenlijk, een sokkel? Hoe kun je er leven in krijgen? Hoe kan de sokkel performer worden? Hoe kan andersom een performer beeld worden? Ik probeer voortdurend codes te doorbreken. De sokkel is een drager net zo goed als het podium.’

foto: Reinout Hiel