Lang stonden cabaretiers bekend om het doorbreken van taboes en het bekritiseren van de status quo. In het gepolariseerde maatschappelijke klimaat van de afgelopen jaren, waarin een intens debat over racisme en politieke correctheid op gang is gekomen, kiezen ze juist steeds vaker het politieke midden. Maak kennis met de poldercabaretier.

Door Dick Zijp, foto John Bish

In de zomer van 2015 publiceerde de Volkskrant een groot artikel over de toenemende spanning tussen cabaret en politieke correctheid. Volgens Julien Althuisius, die voor dit artikel sprak met bekende cabaretiers als Jan Jaap van der Wal en Theo Maassen, vormt politieke correctheid een bedreiging voor het cabaret. Politieke correctheid gaat immers om het vermijden van gevoelige kwesties, terwijl in het cabaret juist alles gezegd zou moeten kunnen worden. Cabaretiers moeten steeds beter op hun woorden gaan letten, zo bevestigen ook Maassen en Van der Wal, omdat toeschouwers zich steeds sneller gekwetst of beledigd voelen door de (soms harde) grappen van cabaretiers.

Taboe

Het artikel van Althuisius is onderdeel van een breder maatschappelijk debat over de terugkeer van politieke correctheid in de publieke sfeer. Volgens velen maken we momenteel een wederopleving mee van een cultuur van politieke correctheid die Nederland ook in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw in zijn greep hield. Het klassieke verhaal is dat het in deze jaren taboe was om openlijk kritiek te uiten op minderheden of de multiculturele samenleving. Onder aanvoering van Pim Fortuyn en Geert Wilders kwam daar aan het begin van deze eeuw meer ruimte voor. In de afgelopen jaren zou er juist weer een tegenbeweging waarneembaar zijn, met als gevolg dat het openlijk bekritiseren van minderheden opnieuw taboe is geworden.

De term politieke correctheid wordt voornamelijk door tegenstanders gebruikt en heeft daarom een overwegend negatieve betekenis. Politieke correctheid wordt vaak gelijkgesteld aan (zelf)censuur en overgevoeligheid en gezien als een bedreiging voor de vrijheid van meningsuiting. Meer neutraal geformuleerd gaat politieke correctheid over het vermijden van woorden of uitspraken die stereotypen of vooroordelen over minderheden bevestigen.

Hoewel het woord meestal negatief gebruikt wordt, heeft politieke correctheid zeker ook positieve kanten. In een multiculturele samenleving is het belangrijk om een zekere gevoeligheid aan de dag te leggen voor culturele verschillen en om te zien dat sociale ongelijkheid tussen groepen ook in onze taal tot uitdrukking komt en daar bovendien door wordt gereproduceerd.

Turkenklusjes

In 1999 schreef humorwetenschapper Giselinde Kuipers een interessant artikel over etnische humor in het cabaret. Volgens Kuipers is er wel degelijk ruimte voor cabaretiers om grappen te maken over minderheden, zolang het maar blijft bij een uitdagend spel met vooroordelen. Cabaretiers mogen vooroordelen wel voorzichtig aftasten, maar moeten ervoor oppassen die niet te bevestigen.

Dit voorzichtige aftasten van vooroordelen is iets wat cabaretiers al lange tijd doen. Zo speelde Youp van ’t Hek in De waker, de slaper en de dromer (1998) een spel met de lage sociale status van Turken en Marokkanen; hij noemde schoonmaken een ‘turkenklusje’, om daar zogenaamd verontschuldigend aan toe te voegen: ‘Dat is niet aardig wat ik nu zeg. Ik vergeet helemaal de Marokkanen.’

Toen de maatschappelijke discussie zich een paar jaar later ging toespitsen op het geloof van Turkse en Marokkaanse Nederlanders zongen De Vliegende Panters (Diederik Ebbinge, Remko Vrijdag en Rutger de Bekker) de ironische carnavalskraker We worden bedreigd door de moslims (2005), waarin ze alle vooroordelen over moslims op een rijtje zetten: ‘We worden bedreigd door de moslims / Ja, wij zijn bang voor de islam / We worden bedreigd door de moslims / Ze houden niet van spek of ham.’ Door het format van de carnavalskraker is de tekst maar moeilijk serieus te nemen en maken de Panters eerder de vooroordelen zelf dan de moslims belachelijk.

Nog steeds spelen cabaretiers vaak een spel met vooroordelen over minderheden. Er is echter ook het een en ander veranderd. In het afgelopen decennium is er een gepolariseerd maatschappelijk klimaat ontstaan, waarin discussies over bijvoorbeeld zwarte piet en de islam duidelijke voor- en tegenstanders kennen, die lijnrecht tegenover elkaar staan. In dit gepolariseerde klimaat zijn cabaretiers wel haast gedwongen om stelling te nemen. Sommige cabaretiers doen dat inderdaad, maar vaker zien we dat cabaretiers juist geen partij kiezen, of slimme strategieën gebruiken om een eenduidig standpunt uit de weg te gaan. Soms levert dat interessant cabaret op, soms staat het ook juist een werkelijk engagement in de weg.

Het politieke midden

Dat laatste zien we bijvoorbeeld bij Ali B. In Je suis Ali (2016) keert hij zich tegen polarisatie. Hij kiest naar eigen zeggen voor het ‘politieke midden’, om op die manier voorbij te kunnen gaan aan maatschappelijke tegenstellingen. Zo gaat hij uitvoerig in op de discussie over zwarte piet. Aan de ene kant begrijpt Ali B. de ophef over zwarte piet wel. Het is, zeker tegen de achtergrond van ons slavernijverleden, ook geen handige keuze, zo’n witte man met zwarte knechten. Maar aan de andere kant is het toch óók wel handig om pieten zwart te schminken, zeker wanneer het een bekende van de kinderen is die voor zwarte piet speelt.

Ali B. presenteert zich hier als de ultieme poldercabaretier, die vooral pragmatisch denkt en op die manier probeert om voor- en tegenstanders in het debat dichter bij elkaar te brengen. Omdat hij de uitersten echter op geen enkele manier met elkaar weet te verzoenen en zich feitelijk beperkt tot het herhalen van bekende voor- en tegenargumenten, is zijn kritiek erg vrijblijvend.

Spannender wordt het bij Thomas Gast en Merijn Scholten (De Partizanen), die voor het satirische televisieprogramma Cojones een sketch over politieke correctheid maakten. Gast biecht in deze sketch op dat hij bang is om politiek correct te zijn. Als een vrouw met een hoofddoekje voordringt bij de ingang van de trein wil hij namelijk wel kunnen benoemen dat zij een hoofddoek draagt, ook al zijn er nog andere passagiers zonder hoofddoekje die óók voordringen. Tegelijkertijd wil Gast natuurlijk niet voor racist versleten worden.

Met een liedje probeert Scholten Gast vervolgens uit te leggen dat hij voor de nuance moet kiezen: ‘Bert vindt een Arabier verdacht / Is bang dat die zijn vrouw verkracht / Els die brengt daar tegenin / Ook een Nederlandse man steekt hem er heel graag in.’ Het refrein van het liedje luidt: ‘Zie het dus niet zwart of wit / Maar zie wat daartussen zit / Het lijkt misschien gecompliceerd / Maar alles in het leven is genuanceerd.’

Ook De Partizanen lijken hier voor het politieke midden te kiezen, maar in tegenstelling tot Ali B. problematiseren ze deze positie ook. Daarmee weten ze hun eigen onvermogen om partij te kiezen te gebruiken om de toeschouwer aan het denken te zetten. Door het voordringen bij de ingang van de trein als een probleem van moslims te framen terwijl er ook andere passagiers (zonder hoofddoek) aan het voordringen zijn, lijken de Partizanen hier eerder het politiek incorrecte denken dan de politieke correctheid op de hak te nemen. Ook het liedje van Scholten is moeilijk serieus te nemen; Scholten zingt dit lied op een melodie van Bassie en Adriaan en benadrukt daarmee het simplisme van het zogenaamd superieure, genuanceerde denken.

Niet aanstellen

Een cabaretier die openlijk flirt met het politiek incorrecte denken is Herman Finkers. In zijn goed bekeken en veelgeprezen oudejaarsconference uit 2015 pleit hij tegen politieke correctheid. Zo beklaagt hij zich erover dat we het woord ‘neger’ niet meer mogen gebruiken, terwijl dat woord volgens Finkers gewoon ‘glanzend zwart’ betekent. Het woord ‘Tukker’ daarentegen mag wel gebruikt worden en dat woord betekent nota bene ‘domme heikneuter’. Finkers stelt daarom, namens alle Tukkers, voor om met de negers van naam te ruilen.

Finkers’ uitspraken komen duidelijk voort uit een andere maatschappelijke context dan de grappen van De Vliegende Panters en Youp van ’t Hek. Waar de Panters en Van ’t Hek vooral een spel met bestaande vooroordelen spelen, lijkt Finkers een serieuzer boodschap te verkondigen: hij maakt niet alleen een grap, maar suggereert ook dat zwarte mensen zich niet zo moeten aanstellen. Tukkers maken er immers ook geen probleem van dat er bepaalde stereotypen over hen bestaan.

Hiermee reageert Finkers op het sterk gepolariseerde debat over racisme van de afgelopen jaren. Dat Finkers met deze uitspraken wegkomt, heeft er alles mee te maken dat hij hier ook zichzelf als lid van een minderheidsgroep presenteert en daarmee de suggestie wekt dat hij een vergelijkbare maatschappelijke positie heeft als mensen met een donkere huidskleur, wat hem recht van spreken zou geven. Finkers neemt dus wel stelling, maar gebruikt een uitgekiende retorische strategie om zijn uitspraken te rechtvaardigen.

Depolitiseren

De soms voorzichtige manier waarop cabaretiers zich positioneren in het debat over politieke correctheid laat uiteindelijk vooral zien dat cabaretiers geneigd zijn mee te bewegen met de maatschappij. Ze proberen goed aan te voelen hoe ver ze kunnen gaan en zoeken naar compromissen tussen verschillende standpunten. Dat deden cabaretiers misschien altijd al wel, maar juist in een gepolariseerd maatschappelijk klimaat valt het erg op wanneer cabaretiers geen partij willen kiezen. De sketch van De Partizanen laat mooi zien wat er kan gebeuren als je dit als cabaretier wél doet: dan loop je het risico om voor politiek correct of, als je voor de andere kant kiest, voor racist uitgemaakt te worden.

Ali B. is met zijn pragmatische benadering het ultieme voorbeeld van het type poldercabaretier dat voortkomt uit deze spagaat. Het risico van zijn strategie is dat de cabaretier bijdraagt aan het depolitiseren van politieke debatten. Dat zien we in extreme vorm gebeuren bij Herman Finkers, die de politieke lading van het woord ‘neger’ lijkt te ontkennen.

Dat cabaretiers vooral meebewegen met de maatschappij betekent ook dat zij misschien niet zo radicaal zijn als wij vaak denken. Uiteindelijk spelen cabaretiers voor een groot publiek en proberen ze dat publiek voor zich te winnen. We denken misschien dat het de voornaamste taak van cabaretiers is om taboes te doorbreken, maar in feite bewegen ze veelal mee met de maatschappelijke consensus en zijn ze eerder geneigd die consensus te bevestigen dan te bekritiseren.