Het hedendaagse geëngageerde theater bungelt tussen de wereld en de kunst in. Het probeert een middenweg te vinden door maatschappelijke thema’s als uitgangspunt te nemen maar in plaats van vervolgens op te roepen tot revolutie, volstaat het met ‘iets’ tegenover het dominante frame te stellen en het neo-liberalisme te veroordelen. Alleraardigst, maar draagt dat bij aan een betere wereld?

Het spook van het maatschappelijke engagement dwaalt nu alweer een tijdje door het Nederlandse theater. Overal zien we voorstellingen die zich verhouden tot de complexe thema’s van deze tijd; diversiteit, inclusiviteit, de genderidentiteit, het conflict in Syrië, de plastic soep, klimaatverandering, migratie, recyclage, over alles dat niet goed gaat ontfermt het geëngageerde theater zich. Het theater dat zich niet tot de maatschappelijke actualiteit verhoudt doet dat tegen de tijdgeest in. Dat is jammer, maar eens zal het ook weer over gaan.

Het maatschappelijk geëngageerde theater kent zijn oorsprong in enkele schreeuwende pubers die vijftig jaar geleden rottend fruit naar toneelspelers durfden te werpen, beter bekend als Aktie Tomaat. Voor de herdenking van deze gebeurtenis in november dit jaar onderzoek ik de bronnen die ervan zijn overgebleven. Zo zijn er audiotapes van de 1 november-discussie die volgde op de eerste acties in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Daarop hoor je de zaal, voel je de gespannen sfeer waarin Han Bentz van de Berg van de Nederlandse Comedie zich verdedigt tegen de verwijten die door communisten, regie studenten en toneelspelers worden toegeroepen: Waar blijft het engagement van de Nederlandse Comedie? Kunnen er toneelspelers worden afgestaan om agitprop te organiseren in de straten? Hebben alle toneelspelers wel het gevoel dat ze mede-verantwoordelijk zijn voor de beslissingen van de directie?Aan de artistieke praktijk werden toen ook al eisen gesteld die met het artistieke niets te maken hebben.  

Tegenwoordig zien we die neiging terug in de maatschappelijke verbinding en ‘actualiteitswaarde’ waar fondsen naar vragen, in de marketing die benadrukt hoe voorstellingen antwoorden zoeken op hedendaagse vragen en in de theatermakers die braaf op zoek gaan naar maatschappelijke thema’s om zich toe te verhouden. Er wordt wat minder geschreeuwd dan vijftig jaar geleden. Op zichzelf al een hele verbetering.

De ontwikkeling kwam dit keer zonder protest op gang, op een geruisloze manier. In de naweeën van de bezuinigingen van 2011 kwam er een golf theatermakers op die zich tot actuele maatschappelijke problemen wilde verhouden. Hun werk bood antwoord op de verwijten die de bezuinigingen hadden gemotiveerd. Theater had volgens bepaalde politici met haar rug naar de samenleving gestaan en de makers die zich met passie en een goed verhaal in het maatschappelijk debat mengden, leken het juiste antwoord op die opvatting te vormen.

De geruisloze tomaatvan de afgelopen jaren heeft een ander karakter dan de luidruchtige tomaat van ‘69. Waar de Tomatisten het theater wilden gebruiken als middel voor agitprop en revolutie, daar moet het geëngageerde theater tegenwoordig eerder leiden tot een beter begrip van actuele problematieken. In die opvatting is de hedendaagse theatermaker iemand die een maatschappelijk probleem van allerlei kanten kan bekijken en die door het publiek mee te nemen in die zoektocht, mensen helpt zich moreel te oriënteren. De impliciete aanname is dat kunstenaars een effect kunnen hebben op de werkelijkheid door ‘iets’ tegenover het dominante frame te stellen, zoals Lara Staal in het artikel Vergeet autonomie, ideologie is overal betoogde.

In dit artikel ontkracht ze succesvol een aantal argumenten die tegen de geëngageerde kunst gebruikt worden. Maar het belangrijkste tegenargument noemt zij daarbij niet: het totale gebrek aan effectiviteit dat de geëngageerde kunst ten toon spreidt juist als het erom gaat de wereld te veranderen. Zij zegt hierover:

 Hoe een kunstwerk de wereld verandert, kan nooit op zichzelf beoordeeld worden. De wereld verander je niet alleen. Het zijn de relaties tussen verschillende werken, gebeurtenissen en uitspraken die plots in elkaar kunnen grijpen en gezamenlijk iets in beweging kunnen zetten.

Dit is een haast mystieke opvatting die de geëngageerde kunstenaar lijkt te willen ontheffen van de plicht aan te tonen dat zijn/haar/hun werken de effecten hebben die ze suggereren te kunnen hebben.

Ze vervolgt:

Denk aan Black Lives Matter waar actuele gebeurtenissen, een Twitterbericht en verschillende activisten plots in elkaar grepen en één beweging vormde, de bezetting van het Maagdenhuis dat een red square-beweging in heel Europa voortbracht waar universiteiten zich verzetten tegen de managementgolf en het gebrek aan democratie. Of Occupy een bezetting die kunstenaars en activisten wereldwijd verenigden.

Maar Black Lives Matter, Occupy en de Maagdenhuisbezetting (waar ik, full disclosure, actief aan deelnam en waarvan ik het archief beheer) zijn geen kunstwerken. Kunstwerken zijn kunstwerken. Laten we ze op hun eigen pretenties beoordelen.

Rebekka de Wit en Anoek Nuyens stellen bijvoorbeeld in De Zaak Shell dat ze de rechtszaken die ze in de theaterzaal houden zien als repetities voor de echte rechtszaak die Milieudefensie tegen Shell voert vanwege de gebrekkige klimaatactie van het bedrijf. Dit is een zeer expliciete variant van engagement al is de vraag waar de ‘theater-rechtszaak’ toe zal leiden. Gaat de echte rechtszaak door Milieudefensie gewonnen worden nu er in het theater repetities van zijn geweest? Daar lijkt het niet op. De rechter beschermt vooralsnog de belangen van een private onderneming, ook als die ingaan tegen het algemeen belang. In de Urgenda-zaak zagen we al dat de staat steeds maar weer in hoger beroep ging en ook in het nieuwe klimaatakkoord zich niet aan het vonnis van de rechter hield. De zaak Shellheeft andere kwaliteiten maar gaat dit theaterstuk ook de werkelijkheid veranderen? Wij kunnen slechts bidden. Wij kunnen slechts bidden.

Ook Chokri Ben Chikha had last van magisch engagementsdenken tijdens zijn State of the Union van 2018. Als oplossing voor een reeks nogal vage wereldproblemen dreigde hij zichzelf in brand te steken in navolging van de ‘performancekunstenaars’ Palach en Bouazizi[1]. In plaats daarvan overgoot hij zichzelf met water wat bepaald jammer was omdat we anders hadden kunnen constateren of zijn zelfmoord een of ander wereldprobleem had weten op te lossen. Nu zouden sommigen nog kunnen denken: ‘Had hij het maar gedaan, dan waren we beter af geweest.’

En dan de posterboy van het het geëngageerde theater, Milo Rau. Hij lijkt op het eerste gezicht sterk overtuigd van de magische uitwerking die theater op de samenleving kan uitoefenen. Zijn dogma nr 1 van het Manifest van Gent stelt – in de geest van Marx – : ‘Het gaat er niet alleen meer om de wereld voor te stellen, het gaat erom die wereld te veranderen’

Alleen toen hem tijdens Brandhaarden in ITA gevraagd werd naar wat zijn theater zoal veranderd had, kwam hij met een verhaal over een van zijn spelers die in Gent niet had willen spelen omdat ze onder druk werd gezet door haar gemeenschap maar die in Amsterdam wel wilde spelen omdat de gemeenschap daar nooit achter zou komen. Een hele verandering, inderdaad.  

Het hedendaagse geëngageerde theater bungelt tussen de wereld en de kunst in. Aan de ene kant begrijpt het dat het tegenwoordig niet volstaat om alleen in de esthetische ruimte te blijven en suggereert het dus dat theater krachten heeft die de wereld kunnen veranderen. Aan de andere kant heeft het geleerd van de geschiedenis dat pogingen om het theater voor de revolutie in te zetten tot mislukken zijn gedoemd. Het probeert dus een middenweg te vinden door wel maatschappelijke thema’s als uitgangspunt te nemen maar in plaats van te beschuldigen, op te roepen tot revolutie of zichzelf desnoods dan maar in brand te steken volstaat het met ‘iets’ tegenover het dominante frame te stellen en in zijn algemeenheid het neo-liberalisme te veroordelen.

Alleraardigst, maar dat het bijdraagt aan een betere wereld lijkt mij niet aantoonbaar. Al is dat wel waar we met zijn allen – makers, fondsen, programmeurs en publiek – van uit lijken te gaan. Maar het theater is niet bedoeld om een betere wereld te creëren aangezien het daar op geen enkele manier toe in staat is. In welke staat de wereld zich ook bevindt, slechts zeer zelden brengt het theater er verandering in. Voor het laatst gebeurde het naar ik meen in 1830. We hebben België toen verloren, maar het schijnt een fraaie voorstelling te zijn geweest.

Dat het maatschappijveranderend vermogen van het theater fundamenteel tekortschiet bleek de afgelopen jaren het duidelijkst op het thema migratie. Dat is een van die heerlijke onderwerpen om geëngageerd theater over te maken omdat het een latent schuldgevoel combineert met het soort onoplosbare complexiteit die je ervan weerhoudt om stelling te nemen. De voorstellingen die de afgelopen jaren over migratie, integratie en asielzoekers gingen zijn dus welhaast niet te tellen. Maar ondanks dit mer à boire aan voorstellingen kan ik er geen enkele noemen die door ‘iets’ tegenover het dominante frame te stellen het debat over migratie heeft gekanteld of het asielbeleid ook maar enigszins heeft weten te veranderen. Die rol kwam toe aan de predikanten in Den Haag die viral gingen met een 97 dagen lange mis om de uitzetting van de familie Tamrazyan te voorkomen en het Youtube kanaal van Tim Hoffman van BOOS die druk zette op de coalitie voor een werkend kinderpardon. Samen brachten ze een herziening van het kinderpardon te weeg[2], meer dan alle geëngageerde migratie-stukken bij elkaar.

Waar het theater in 1969 belangrijk genoeg was om het aan te vallen met tomaten en rookbommen, heeft het die belangrijke plek in 2019 verloren en het verraadt een vorm van nostalgie om, zoals een steeds groter deel van het theaterveld lijkt te doen, van theater de veranderingen te verwachten die onze politici niet leveren. Want ook het theater, juist het theater, kan deze veranderingen niet leveren. Laat het zich met andere zaken bezig houden.

Laatst kwam ik totaal verfrist uit een voorstelling in de Brakke Grond op een manier die ik al enige tijd niet meer voor mogelijk had gehouden. Het was een installatie-voorstelling die alleen bestond uit licht en geluid. Er gebeurde niets in deze voorstelling dan een zorgvuldige compositie van de ruimte waarin licht zich verplaatste en geluiden klonken, maar onder de indruk kwam ik uit de zaal gelopen zonder te weten wat me was overkomen of hoe lang het eigenlijk had geduurd. De verfrissende werking van een volslagen a-morele voorstelling had ik al lang niet meer mogen smaken. Wat een weldaad.

Ook genoot ik zeer van de voorstelling Hin und Her van ‘t Barre Land en consorten. Een oude klucht van Von Horvath over een man die tussen twee grenzen in terecht komt en geen enkel land meer binnen mag. Het stuk kan bij oppervlakkige lezing als een werk over de migratieproblematiek worden gelezen (zoals bijvoorbeeld door de jury van het Theaterfestival)  maar haar betekenis reikt veel verder. In de aankondiging staat het mooi beschreven:

Aan het einde wordt een lied gezongen, waarin het nut en de schoonheid van grenzen worden bejubeld, met als laatste zin ‘lang leve die mooie grens’. Nadat alles eerst flink overhoop gehaald is, sluit het stuk zich weer, zoals het de komedie betaamt, waarna het publiek rustig naar huis kan gaan en alles min of meer bij het oude blijft.
Het herstel van de orde is herkenbaar en pijnlijk. Omdat ook wij vaak zien hoe, na ons hevig te hebben opgewonden over een artikel in de krant, een item van het journaal, de opvoering van een toneelstuk, het leven hardnekkig haar gewone loop neemt en er niets verandert.

Het is deze wijsheid die ik alle liefhebbers van het geëngageerde theater, publiek, makers, fondsen, cultuurwoordvoerders, ministers, en alle anderen toewens. Ook nodig ik allen uit voor de herdenking van 50 jaar Aktie Tomaat in ITA op 4 november. Daar zullen we – voor het laatst naar ik hoop – het werpen herdenken van wat Loek Zonneveld ‘afgeragd kunstfruit’ noemde. We begraven het verleden dan diep onder de grond, stampen de bodem aan en kijken met goede hoop en een open blik naar de toekomst. We beseffen dat de wereld nog niet rechtvaardig is geweest en dat ze misschien wel nooit rechtvaardig worden zal. We zien de gigantische problemen die aan de horizon liggen en ook de problemen die veel dichterbij zijn, zich reeds binnen in ons hebben genesteld en daar maar voortwoekeren zonder dat we weten waarom. Maar we geloven nu niet meer dat het theater daar verandering in kan brengen, het idee lijkt ons plotseling zeer merkwaardig, als een droom.


[1] Zij staken zichzelf in brand en gaven daarmee aanleiding tot respectievelijk de Praagse en Arabische lente. Voor zover wij weten hebben zij nooit een carrière in de Perfomancekunst nagestreefd.

[2] Tegen een hoge prijs weliswaar want als deel van de deal wordt het kinderpardon afgeschaft en de discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris overgeheveld naar de directeur van het IND

Illustratie: Gemma Pauwels