Wat bezielt de kunstenaar? Wat inspireert, waar ligt de kiem van het makerschap? Rashid Novaire gaat op zoek naar de bron, ditmaal naar die van de in Marokko geboren, getogen en woonachtige regisseur en acteur Ghassan El Hakim, maker van voorstellingen als Kabareh Cheikats en Gnaoua Again! ‘We proberen zo Europees te zijn, maar dat zijn we niet.’

Cheikhats zijn een lucide groep vrouwelijke muzikanten in Marokko: zingend, dansend, getuigend van verlangen, een fluistering om verstaan te worden, een roep om weerbaarheid, ze kaarten maatschappelijk onrecht aan, bewaren kennis. Vrouwen, aanbeden en bekritiseerd om vrijgevochtenheid. Stemmen die je op de radio hoort in de nacht. Als je thuiskomt van een wandeling door de medina, nog te wakker om de dag te verlaten. Als je stilhoudt voor een lied.

‘Mijn grootmoeder was verliefd op cheikhats. Ik was een jaar of 14, kwam op een nacht thuis in ons huis in de binnenstad van Fez en luisterde naar het lied van een vrouw…’, zegt theatermaker Ghassan El Hakim met zachtmoedige stem tegen me aan de telefoon. ‘Fatna bent L’Houcine zong: Ik heb een vriend nodig, iemand geboren op hetzelfde uur als ik.
‘Wow, dat is diep, dacht ik,’ zegt Ghassan. ‘Ik ben van de Cheikhats gaan houden. In de verbeelding van een film die ik schrijf, roepen deze zangeressen een kwaadwillende gouverneur halt toe met de stem van hun gedichten. Al metselen ze deze heldinnen in, ze worden gehoord. Ja, ik ken die stemmen macht toe. Ze bevestigen en veranderen me. Ik had er toen, lang geleden, denk ik nog geen woord voor, maar nu zou ik het noemen: de blues. De blues van de Cheikhats zoals in de film van Ali Essafi. De blues zoals ik die heb verbeeld door zelf met een groep mannen te transformeren tot vrouw tijdens mijn voorstelling Kabareh Cheikhats. Zoals de grote acteur en muzikant Bouchaib El Bidaoui voor mij deed. Hij trad al op in vrouwenkleren. ‘Dat is pas een man’, zei mijn grootmoeder.

Die transitie doet recht aan het hele schemergebied van man en vrouw in het verbeelde zelf. Kijk naar Sarah Bernhardt, die speelde ook mannenrollen. Het is nodig om dit spel openlijk te spelen in een tijd dat er veel homofobie is, zoals in Marokko waar onlangs fake accounts op Grindr werden gemaakt om homoseksuele mensen te betrappen op het zoeken naar seksuele contacten. Het is onrecht dat wordt beantwoord met sublimatie. Zachte krachten die mensen vragen te kalmeren. Ik wilde geen karikaturen van vrouwen in de voorstelling. Geen illusies ook. Ik begrijp dat de zanger Antony and the Johnsons zei: I am not hiding myself through make up, I am revealing myself. Dat wilde ik ook. Iets onthullen. Jahahaha…Mijn vrouwelijk personage onthult hoe ik kan verbinden en verleiden en de vonk van wildheid kan laten ontbranden’, legt hij uit terwijl onze stemmen met elkaar wandelen, over de boulevard van Casablanca, langs de Amstel.

Wat een leerschool, mijn jeugd
‘Voor mijn ouders was die blues een kunstvorm die ze ons bij wilden brengen. Wat een leerschool, mijn jeugd. Ik groeide op zonder dogma’s van een religie in huis, zonder goden. Mijn ouders waren leraren, maar ook rebellen, artivists. Er waren verboden boeken in huis, bolsjewistische literatuur. En ze lazen Tolstoj. Mijn vader schreef gedichten, toneel, doceerde filosofie tot dat halverwege de jaren tachtig door koning Hassan II op school werd verboden. Mijn moeder gaf theaterlessen, bood me eveneens artistieke background; gedreven, bezield, leerde ze me over ademtechniek, dictie en houding. Hoe fascinerend om een klaslokaal te zien transformeren tot toneelvloer: dan zaten we op de tafels, leerden over oude verhalen en zochten we naar nieuwe vormen van vertelkunst. Muziek was overal aanwezig. Ik zag de Gnaoua spelen, werd nageroepen: ‘Kom je vannacht naar een lila? Kom met ons mee’.’

Waar komen we samen vandaan?
‘Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen’, denk ik en ik luister naar El Hakim en het is of ik iemand hoor die op hetzelfde uur geboren is als ik. Het blauwe uur misschien wel waarop ik gedichten schreef voor een meisje, voor een jongen als El Hakim: De vrouw te zijn die je verlangt, het kind dat een is met de bulldozer en de grijze flessen, lichamen versmelten in de sterrennacht, onder het geluid van de laatste koranlessen.

Wat heeft de jonge Ghassan gezien dat ik heb onthouden, of, zelfs: waar komen we samen vandaan?    Gnaoua zijn een mystieke spirituele orde in Marokko van Zwarte moslims, afstammelingen van door Arabieren tot slaafgemaakte West-Afrikanen uit landen ten zuiden van de Sahara: spelend op de snaren van het instrument de guembri of schuddend met het instrument de krakeb, wiens metalen castagnetten herinneren aan het gerinkel van slavenkettingen, verhalend over Bilad al Sudan, het land van de Zwarte mensen, over de opgelegde tocht door de woestijn, soms in trance bezwerend, soms in een teer lied zachtjes opflakkerend als een Zwarte vlam in de wind van de tijd, rondreizend, wakend op een nacht van rituelen, de lila, ze kaarten de geschiedenis aan, ze bewaren kennis. Mannen en vrouwen, bewonderd en bespot om eigenzinnigheid. Stemmen die je hoort op het plein. Als je stilhoudt voor een klank.

Gnaoua, opnieuw.
‘Afgelopen jaar maakte ik bij Female Economy de voorstelling Gnaoua again! Zolang als ik vragen stel en leef, is daar de muziek van de Gnaoua. Weerklank waar nieuwe vragen uit voortvloeien. Man, wij vielen letterlijk óm vroeger bij die muziek. Ook omdat het slavernijverleden dichter bij ons stond dan we dachten? Of niet? Of wel? Over die vragen heb ik nu theater gemaakt. Maar ik was 14 toen mijn vader al de mix aandurfde van verbeelding en traditie. Hij schreef een klassiek stuk, een liefdesgeschiedenis tegen de achtergrond van de Trans-Sahara slavernij. Bambara is een volk uit West-Afrika en ook de naam van een personage, ja. Bambara maakt zich los uit de karavaan die naar Marokko optrekt en volgt een ontsnapte tot slaafgemaakte vrouw, Mimouna. Ach, ik zal je wat zeggen. Dat stuk was zo vooruitstrevend dat ik weleens denk dat het te vroeg kwam. In Marokko heerst volgens de historicus Chouki El Hamel een cultuur van het zwijgen aangaande het slavernijverleden. Daar wen je nooit aan. Maar het is tevens een bron van inspiratie. Ik heb altijd een leeshonger. La religion des esclaves van Vivianna Pacques is mijn bijbel. Ik leerde over het slavenleger van de Bukhari, Zwarte mensen uit Mali en Senegal die door Marokkanen werden gedwongen de sultans te dienen. Gnaoua spreken ook over Bukhari die naar Bilad al Sudan kwamen om mensen te kopen. De geschiedenis werd uiteraard complexer naarmate ik meer las. In Black Morocco van El Hamel las ik de namen van tot slaafgemaakten, zo drong ik door in hoe slavernij altijd deel uitmaakte van Marokko: van mensen werkend op het land, vrouwen in een donkere kamer wachtend op een eigenaar. Hoe paste mijn eigen familiegeschiedenis in dit grotere verhaal? Ik ontdekte dat mijn grootmoeder een naam heeft, Hnia, die je vaak terugziet bij tot slaafgemaakten. Ze was 44 jaar jonger dan mijn grootvader toen ze trouwde. Ze was donker van huid. Hoe was hun verhouding? Waarom was ze altijd serviel? En waarom was mijn vader zo woedend als ik op straat Azzy (‘Zwarte’) werd genoemd?’

Een gebroken spiegel
‘Mijn grootvader heb ik niet gekend. Hij stierf voor ik werd geboren. Ik ontdekte dat hij een tweede vrouw had, begreep dat hij, als patriarch, andere levens leidde. Op een goed moment vertelde mijn vader dat mijn grootvader nooit zijn familienaam had doorgegeven aan hem. Ik draag dus ook niet de naam van mijn grootvader. Het voelt soms als een gebroken spiegel. Ik heb fragmenten van een familiegeschiedenis. Soms is het of een vraag een deur opent en het antwoord de deur sluit. Taroudant, waar mijn grootvader vandaan komt, kende grote slavenmarkten. Er is nu een neef die hier meer over wil vertellen. In mei ga ik een reis maken naar Taroudant. Research die zal worden verwerkt in nieuwe performances van Gnaoua again. Reizen in de voetsporen van mijn voorouders is soms vreemd. Ik bedoel, mijn generatie, wij, we proberen zo Europees te zijn, maar dat zijn we niet.’

Ik sluit mijn ogen en voel de wind van de boulevard van Casablanca mijn oorschelp strelen. Meeuwen krijsen over de oceaan tot in mijn werkkamer. Claxons van lange rijen auto’s waar Ghassan El Hakim zich een weg doorheen baant op weg naar een glas muntthee. Op zijn bed een halflege tas, een Adidas trainingsbroek, een djellaba.

In de afgelopen jaren zocht ik zelf als Europeaan en zoon van Marokko naar manieren om dat niet-Europese verhaal dat op mij wacht te verbeelden. Het idee vatte post dat ik, net als El Hakim, geduldig moest wachten op antwoorden op grote vragen over een verleden, ouder dan mijn leeftijd, om een deur op een kier te zetten, maar ook om af te dalen in het landschap van de eigen herinnering. In het gesprek dat ik met hem voer, sijpelen zinnen uit mijn roman door, waarin het slavernijverleden van mijn familie, de Touargas – Zwarte mensen met een slavernijgeschiedenis die vandaag de dag nog altijd de koning dienen – een rol speelt, alsof ik woorden wil geven aan de lacunes die El Hakim aandraagt: Ik zag zoveel Zwarten in de straten van Rabat dat ik me soms in de Soudan waande. De meesten kwamen ook uit de Soudan – iets minder dan drieduizend per jaar, velen van hen stierven aan heimwee. Gewoonlijk worden ze naar Marokko gebracht in de leeftijd van acht tot tien jaar. (Ik was al ouder toen ik mee werd genomen door de woestijn.) De handelaren mesten ze vet met balletjes couscous, proberen hun wonden te genezen, bieden ze met muziek troost voor hun verlangen naar thuis en leren ze wat Arabische woorden om hun prijs te verhogen, die, zo vertelde men mij, ongeveer dertig franc voor een jongen bedraagt en zestig voor een meisje maar zo ongeveer vierhonderd voor een jonge vrouw van zeventien of achttien die knap oogt, weet hoe ze moet spreken en nog geen kind heeft gedragen en vijftig of zestig voor een oudere man. De koning neemt vijf procent van de nieuwe aanwinst en heeft de eerste keuze. Anderen worden verkocht op de markten van Fez, Mogador en Marrakesh, en op veilingen in andere steden.

Vervolgens bedenk ik me dat ook ik een vader heb die acteur en theatermaker was, een vader die in de leslokalen van een toneelschool in Rabat sporen heeft achtergelaten waar El Hakim in is getreden. We hebben eendere verhalen.

Hij dwingt me weer te luisteren: ‘Alles in de kunst is al gedaan’, lacht hij en het wordt even stil, ik zie hem de trappen naar een dakterras opgaan vanwaar het uitzicht op de kustlijn zich ontvouwt. ‘Ooit wilde ik een roman schrijven en las ik een week later bij een ander precies wat ik van plan was. ‘Je moet veranderen, leven geven’, zei Borges en dat is alles wat telt. Mijn theateropleiding aan L’institut Supérieur d’Art Dramatique et d’Animation Culturelle in Rabat ervoer ik vaak als dogmatisch. Mijn vervolgstudie in Parijs aan het Conservatoire National Supérieur d’Art Dramatique was een bevrijding van de moslim-etiquette. Van subtiele of dwingende verwijzingen naar geloof. ‘Allah heeft de oplossing’,hoorde ik vroeger al bij wiskunde en nu was ik in de lichtstad en wilde debat op gang brengen door naakt de Koran te reciteren. Door voorstellingen te maken over flagellanten die weinig mensen wilden zien. Vrijheid. Al werd ik toen ook in Parijs gecensureerd. Gezien als een provocateur. Dat is niet het doel. Je zoekt naar manieren om oude en nieuwe rituelen te verbeelden en zo jezelf opnieuw uit te vinden. Grotowski werd een grote inspiratiebron. Een sober theater, wilde deze Poolse regisseur en van nu af aan wilde ik dat ook: niet met veel kunstenaars tegelijk werken, een kale scenografie. En dan: adem.

Ook al vertel je vaak het verhaal van onmogelijkheid. Zoals Tadeusz Kantor, een andere Poolse theatermaker die ik zeer bewonder, verhaalt over hoe je niet terug kan keren naar de jeugd. Al kan je in je werk schoonheid en pijn zo verbeelden dat je verhaalt over die onmogelijkheid.’

Adelheid Roosen
‘Dat proces van zoeken en delen bereikte een nieuw hoogtepunt in mijn samenwerking met Adelheid Roosen. Samen met Myriam Sahraoui, ook van Female Economy, nodigde ze me uit om in een bezielde samenwerking Kabareh Cheikhats aan het Nederlandse publiek te introduceren. Ook maakten wij samen in de zomer de drie uur durende voorstelling Urban Safar Tanja in de oude medina van Tanger. Adelheid leerde me over haar concept van een korte adoptie om het ritme en de ziel van een thuis te leren kennen: tijdens de Urban Safari in Tanger ging ze zelf in artistieke adoptie bij ons thuis. Ze bleef zeven dagen.’

‘We vonden elkaar in de dialoog rond hoe we onze vaders en moeders herinneren en wat dat betekent voor ons werk. We zagen elkaar in het verlangen om ook recht te doen aan wat niet wordt gezegd. Later deed ik de performance Gnaoua Again! op het Afrovibes Festival, Adelheid had de artistieke leiding.

Ze deed ook de dramaturgie voor Gnaoua Again! Ze vroeg me om in die voorstelling, waarin ik samen met het publiek brieven ten gehore breng, af te dalen in de vragen binnen mijn familie, samen te werken met Maalem Abdellah El Gourd, een legendarische Gnaoua muzikant.’

‘In Siddharta van Herman Hesse is er een personage die in de wereld naar de kracht van de boeddha zoekt, maar de echte boeddha was al die tijd dichtbij. El Gourd is als die aanwezigheid dichtbij waar wijsheid woont. Als dat waar ik vandaan kom en naartoe ga ineen. Dat heeft overigens niets te maken met wat ze in Marokko vaak noemen ‘mektoub’, de wil van het lot. Ik ben geen fatalist. Ik wil zien waar ik heen zou kúnnen gaan. Weet je, ik zag El Gourd daar in dat grote Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam en hij kwam me verdrietig voor,maar een paar dagen later was hij weer opgewekt. Ach, ik weet het niet. We woonden samen in de stilte. Al vloog die stilte in het maakproces me soms naar de keel. Maar het was broodnodige stilte. Gnaoua muziek wordt soms wit en salonfähig. Dan verliest het zijn essentie. Stilte herstelt dan iets.’

‘Ik wil de stilte bereiken. Ik wil de catharsis zoeken op een paar plaatsen. In Fez leidde woede over het protectoraatsverdrag in 1912 tot onlusten die de vorm aannamen van een pogrom in de Mellah, de joodse wijk, van de stad: De drie bloedige dagen van Fez. We praten daar niet over. Ik vond de buurt. Ik wil een ritueel. Rituelen tegen vrijwillige amnesie. Ik twijfel niet langer. Mijn antwoord is Joseph Beuys: live art every day. Ik ben blij verder te werken in Nederland.’                                                        In 2026 zal de weerslag van de voorstelling Urban Safari Tanja te zien zijn tijdens Moussem Meervaart.                           ‘Met Gnaoua, opnieuw,’ zegt El Hakim. ‘Steeds opnieuw, de muziek die je laat denken.’Ghassan El Hakim lacht aan de telefoon met een vriend die bij hem is, hij heeft straks vast overleg, zijn dag is jonger dan mijn gedachten. Even voel ik een kortsluiting tussen twee polen, als ik denk aan het solitaire schrijven versus een explosief filmpje waarin El Hakim in het onderzoek naar zijn vrouwelijke personage met zijn tong uit zijn mond op handen en voeten over een dakterras kruipt, maar het contrast is broodnodig om de eenheid te verbeelden, bij mij is, opnieuw en opnieuw, het besef gewekt dat er mensen geboren worden op hetzelfde uur.

Beeld Hedy Tjin

Dossiers

Theaterkrant Magazine maart 2025

Plaats reactie

Reacties moeten voldoen aan onze huisregels.

Uw e-mail adres zal niet gepubliceerd worden. Alle velden zijn verplicht.