Al 25 jaar – volgens sommigen nog veel langer – doen Amsterdamse dansinstellingen in verschillende samenstellingen verwoede pogingen tot verbetering van het lokale dansklimaat en de oprichting van een ‘danshuis’ voor talentontwikkeling, pogingen die meermaals pijnlijk mislukken. Waar liep het fout met het veelbelovende Danswerf?

2018 Leek een kanteljaar te worden. Na een lange periode waarin steeds meer en wildere verhalen de ronde deden over botsende belangen en onderling wantrouwen, is daar op 27 september 2018 de perspresentatie van Plan Danswerf: ‘een gezamenlijke netwerkorganisatie en een podium, gericht op innovatie en ontwikkeling van de Amsterdamse danssector’. Maar liefst acht Amsterdamse dansinstellingen, die ieder nog een bredere achterban vertegenwoordigen, hebben meegeschreven. De gemeente en stadsdeel Noord geven in verscheidene plannen dezelfde doelstellingen aan, en het Amsterdams Fonds voor de Kunst ondersteunt het uitschrijven met een innovatiesubsidie van 37.415euro.

Enkele maanden later gaat het alsnog mis, met een vernietigend subsidie-advies van datzelfde fonds.

Braindrain
Directe aanleiding voor het Danswerf-plan is de penibele situatie waarin Dansmakers Amsterdam verkeert. Het Amsterdamse productiehuis voor hedendaagse dans werd in 2013 en 2016 ernstig gekort, eerst door het rijk en daarna door het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Daardoor kan het vanaf 1 januari 2017 niet meer de huur betalen van haar pand op het voormalige Stork-terrein in Amsterdam Noord. Eigenaar is woningbouwvereniging Eigen Haard.

Tegelijkertijd vecht het Amsterdamse dansveld al jaren tegen een braindrain. Naast Dansmakers hebben ook andere Amsterdamse dansinstellingen de afgelopen jaren veel steun verloren, met name voor talentontwikkelingstrajecten. De Amsterdamse Academie voor Theater en Dans heeft nu vier dansopleidingen en een mime-opleiding, maar na hun afstuderen vluchten studenten vaak naar het buitenland, naar Brussel, Berlijn, Dresden of Wenen, omdat ze lokaal weinig kansen krijgen. In 2016 schreef de sector hierover al een brandbrief aan de gemeente, het Manifest Amsterdam Dansstad.

Amsterdam erkent beide problemen en zegt het pand van Dansmakers graag te willen behouden voor talentontwikkeling in de dans. De gemeente heeft ook veel in het gebouw geïnvesteerd, onder andere bij een grote verbouwing in 2014 en 2015. Bovendien plant de gemeente woningen in de omgeving (Hamerkwartier), en kunst kan daar straks de sociale cohesie bevorderen. De gemeente springt daarom twee jaar lang (2017 en 2018) bij met een huurkostensubsidie, zodat Dansmakers in haar pand kan blijven. Amsterdam benadrukt daarbij dat het om een uitzondering gaat en dat het productiehuis tegen 2019 een andere oplossing moet zien te vinden. 

Sector aan zet
Begin 2017 bespreekt Dansmakers met de gemeente de mogelijkheid van een beheerstichting. Ze willen samen met meer Amsterdamse collega-instellingen het pand in Noord gaan beheren en het daarmee ook financieren. De gemeente steunt dat plan, maar wil dat de sector er zelf verder mee aan de slag gaat en vanaf 2019 dus niet meer bijspringen in de huur. Voor een nieuwe bijdrage moeten ze maar aankloppen bij het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK).

Onder voorzitterschap van Brandsen komt op 23 mei 2017 alsnog een groot deel van de Amsterdamse danssector bij elkaar bij de Nationale Opera & Ballet. Dat eerste gesprek is volgens Brandsen best lastig. ‘Er was veel oud zeer en wantrouwen en dat moest overwonnen worden.’ Maar Brandsen slaat af en toe met de vuist op tafel en herinnert aan het gezamenlijk belang, waarna de stemming volgens de betrokkenen toch langzaam omslaat.

Volgens Maritska Witte van dansgezelschap ICK Amsterdam, voelen alle partijen de urgentie. ‘Het kon niet zo zijn dat we de talentontwikkeling onder onze handen zouden laten verkruimelen.’

De partijen zien in samenwerking kansen. ‘Wij werken met makers die niet meer in hokjes denken’, zegt Vevi Van Der Vliet van ISH Dance Collective. ‘Het zijn hybride kunstenaars die van alles doen. Door samen te werken kunnen we ze meer kansen bieden om te groeien en hun netwerk te verbreden.’ Manuel Segond von Banchet van danstheater AYA noemt als voorbeeld artistiek leider Wies Bloemen diehaar expertise zou kunnen overdragen aan makers die ook iets willen maken voor een jong publiek. Samen zouden ze ook een talentontwikkelingsketen kunnen opzetten. Makers die net van school komen, zouden bij Dansmakers of het Veem kunnen beginnen en daarna doorstromen naar stadsgezelschap ICK en andere producenten.

Voor de werkbaarheid wordt bij dezelfde vergadering een afgebakende groep van ‘kernpartners’ gekozen, die gezamenlijk alle profielen binnen de dans vertegenwoordigen. Dat worden naast Dansmakers en Het Nationale Ballet, ICK Amsterdam, Danstheater AYA, ISH, Veem Huis voor Performance en BAU. Later sluit ook de Academie voor Theater en Dans aan.

IJ-Podium

De kernpartners besluiten inderdaad bij het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) een tweejarige subsidie aan te vragen, om in 2019 en 2020 de gezamenlijke beheerstichting te kunnen uitbouwen. In een gesprek met het AFK verwijst het fonds ook naar de tweejarige subsidies als een geschikte mogelijkheid. Werktitel wordt ‘Project IJ-Podium’.

Als voorbereiding op de subsidieaanvraag voor deze tweejarige regeling vragen de partners nog een aparte innovatiesubsidie aan bij het AFK. Het fonds biedt deze ‘projectregeling voor innovatieve projecten’ aan bij de organisaties die ze al meerjarig steunen. In de aanvraag wordt geld gevraagd voor ‘de ontwikkeling van een plan voor een nieuwe passende organisatiestructuur plus een inhoudelijke visie voor een danspodium en productiehuis dans ten behoeve van de danssector in Amsterdam’. Op 18 december 2017 wordt deze innovatiesubsidie gehonoreerd met voornoemde37.415euro.

Met de innovatiesubsidie wordt vooral een procescoördinator aangesteld, die de coachende functie van Het Nationale Ballet langzaam moet overnemen. De eerste kandidaat geeft de opdracht na een eerste bijenkomst in februari 2018 meteen terug. De partijen liggen te ver uit elkaar, de zaken liggen te ingewikkeld. Groot struikelblok zijn de voorwaarden van de gemeente: het pand behouden en geen huursubsidie meer.Daarna wordt Gabriel Oostvogel ingevlogen, voormalig directeur van De Doelen en veelgevraagd mediator. Hij ziet de eerste tegenvaller als een groot voordeel. ‘Ze konden het geen tweede keer laten mislukken, dus iedereen ging nog harder zijn best doen.’

Oostvogel begint met verder gladstrijken. Op een ov-fiets rijdt hij diverse rondjes door de stad oméén op één gesprekken met de partners te voeren. Eerste vraag: ligt er nog oud zeer? Als de boel eind april toch even vast dreigt te lopen, volgt weer een rondje. Tussendoor leidt hij meerdere gezamenlijke gesprekken. Het uiteindelijke commitment was groot volgens hem. ‘We hebben iets van zeven plenaire gesprekken gehad en dan was iedereen er ook. Het was opvallend hoe belangrijk de partners de samenwerking vonden, hoe graag ze het wilden laten slagen.’

Danswerf
Bij de eerste bijeenkomst die Oostvogel leidt, wordt meteen duidelijk dat de meeste partijen een meer inhoudelijke samenwerking prefereren boven een kale beheerstichting. Het zou goed zijn als de locatie in Noord behouden blijft voor de dans – het is het enige genre-specifieke podium van de stad en de studio’s zijn schaars -, maar daar ligt niet voor iedereen de prioriteit. Sommige partners hebben al een eigen podium of studio, vinden Noord te ver of de studio’s te klein. Ze hebben ook weinig zin om ‘op te draaien’ voor eerdere bezuinigingen van de gemeente. Ze kunnen daarvoor trouwens toch geen extra geld vrijmaken, hun eigen budgetten zijn al precair.

Er wordt ingezet op een netwerk, een gezamenlijke infrastructuur ‘met het gebouw als middel en niet als doel’. Samen met Aukje Bolle, voormalig directeur van Korzo, werkt Oostvogel het nieuwe scenario uit. IJ-Podium wordt Danswerf.

Op 27 september 2018 volgt de presentatie van het plan (tevens de subsidieaanvraag) voor Danswerf, ‘een nieuwe netwerkorganisatie en plek die als middelpunt van talentontwikkeling in de Amsterdamse danssector moet gaan staan’. Dansmakers draagt de verantwoordelijkheid voor het pand over aan Danswerf en zal als gelijkwaardige partner in de samenwerkingsconstructie deelnemen, en, net als de andere partners, ruimte huren voor repetitie en presentatie.

Het plan noemt alvast enkele losse projecten van de kernpartners en meldt dat 2019 en 2020 vooral in het teken zullen staan ‘van een ontwikkeltraject om tot een optimale samenwerkingsvorm en bedrijfsmodel te komen’. Op basis van de ervaringen in deze periode zullen de plannen voor 2021 – 2024 opgesteld worden.

Concreter is het plan over het organisatiemodel. Tijdens de ontwikkelperiode wordt een redactieraad verantwoordelijk voor de inhoudelijke beleidslijn. De kernpartners dragen daarvoor experts aan. Zij stellen de artistieke agenda op en maken keuzes wat betreft het talent en de wijze van begeleiding. Een ‘creative producer’ moet zorgen ‘dat de gezamenlijke visie op talentontwikkeling wordt vertaald naar de keuze van concrete projecten als producties, residenties, workshops, masterclasses, presentaties et cetera’. Het plan voorziet ook opnieuw een coach: ‘om in de twee ontwikkeljaren koers te houden en zorg te dragen voor een blijvende effectieve en vruchtbare samenwerking’.

De begroting is hoger dan de jaarlijkse 100 duizend euro die aangevraagd kon worden via de tweejarige subsidie. De groep vraagt daarom de gemeente haar huurbijdrage aan het gebouw toch te continueren en benadert diverse particuliere vermogensfondsen. Oostvogel: ‘Als de huurbijdrage van de gemeente (in 2018 100 duizend euro) zou vervallen, zouden we inhoudelijk met een bijdrage van het AFK niets opschieten. De inhoud zou dan ‘opgegeten’ worden door het pand. Nog afgezien van de vraag of het AFK bereid zou zijn om een bijdrage aan het pand te leveren, waar het de facto op neer zou komen.’ Suzy Blok van Dansmakers benadrukt dat het met de huursubsidie al krap was. ‘We hebben in 2018 met dat huursubsidiebedrag het pand overeind gehouden met veel vrijwilligersuren en kunst en vliegwerk. Verre van ideaal.’

Onvoldoendes
Op 3 december 2018 maakt het AFK de besluiten over de tweejarige subsidies bekend, met een negatief advies voor Danswerf. De beoordelingscommissie (een andere dan bij de eerder toegekende innovatiesubsidie) erkent dat ‘de versterking van de danssector die Danswerf nastreeft ertoe kan bijdragen dat er een breed aanbod van dans en van danstalent in de stad aanwezig blijft’. Maar de commissie beoordeelt de artistieke en zakelijke kwaliteit van het plan als onvoldoende en het publieksbereik als zwak.

Het AFK mist onder meer ‘overkoepelende artistieke uitgangspunten of een visie op talentontwikkeling op basis waarvan de beoogde activiteiten of programmering van Danswerf worden ontwikkeld’. Ook geeft de aanvraag volgens het fonds ‘niet weer wat de danssector in Amsterdam op dit moment op artistiek vlak ontbeert en nodig heeft en in welke mate Danswerf daarin voorziet.’Ook op zakelijk vlak en bedrijfsvoering ontbreekt volgens de commissie een duidelijke visie en de ‘begroting voor het proces van het optuigen van de organisatie van Danswerf oogt wankel’.

Teleurstelling

De meeste partners zijn het erover eens dat het plan verre van perfect was en begrijpen (een deel van) de kritiek van het fonds. Ze hadden graag meer tijd gehad om het plan uit te diepen. ‘25 Jaar versplintering kun je niet in drie maanden oplossen’, zegt Suzy Blok van Dansmakers.

Toch komt de afwijzing hard aan. ‘Ik vond het ontzettend teleurstellend’, zegt Oostvogel. ‘Sommige kritiekpunten snijden inderdaad hout. Maar alles is gelezen met zo’n onwelwillende blik, alsof ze zaten te zoeken naar argumenten om alles af te schieten. Op geen enkele manier wordt ingegaan op het feit dat voor het eerst in 25 jaar de sector samenwerkte.’

Enkele partners hebben het gevoel dat ze beoordeeld zijn alsof Danswerf al jaren bestaat. ‘Ze hebben niet willen inzien dat zo’n project een aanloopperiode nodig heeft’, zegt Manuel Segond von Banchet van Aya. Het is iets wat Maritska Wittevaker ziet.‘Zo’n regeling is altijd resultaatgericht en niet procesgedreven, terwijl je soms nu eenmaal nog niet weet wat het resultaat zal zijn. We hadden een missie waar we mee aan de slag wilden.’

Brandsen concludeert dat er ‘nog best wel heel veel cynisme en argwaan overwonnen moet worden bij beoordeelaars en commissies’. Hij heeft tevens het gevoel dat ze ‘verstrikt zijn geraakt in heel veel regelgeving’.

Directeur Annabelle Birnie van het Amsterdams Fonds voor de Kunst begrijpt de teleurstelling en laat weten de intentie tot samenwerking wel degelijk positief te vinden, en het vakmanschap van de afzonderlijke partijen te zien. Daarentegen herhaalt Birnie dat ‘het ingediende plan voor Danswerf echt niet beter was dan de adviseurs van de beoordelingscommissie hebben beschreven’. Ze kon niet anders dan het advies van de commissie opvolgen. Los van de proceskant, bleek het voorliggende plan ‘bij toetsing aan de criteria van de tweejarige regeling op de gekozen ontwikkeldoelen onvoldoende uitgewerkt.’

Verder
Dansmakers kan zonder extra steun niet in haar pand blijven en is terug met de gemeente in gesprek over een oplossing. Het productiehuis zet daarbij een grote lobby op. De leden van het European Dance House Network sturen steunbrieven naar de wethouder, en dansers en andere gebruikers geven op een lokale tv-zender een statement af over de urgentie van het behoud van het gebouw voor de dans. TENT circustheater treedt in januari 2019 alvast naar voren als nieuwe partner en wil in het pand kantoorruimte huren.

Ook zonder pand willen de partners sowieso graag met elkaar verder, alleen als netwerk. ‘We gaan met frisse moed door’, zegt Brandsen. ‘In de dans gaat het altijd zo, je valt om, staat op en je gaat verder’. Zonder pand kunnen ze ‘misschien wel vrijer gaan denken’, oppert Marijke Hoogeboom als bestuurslid van het Veem. ‘We hebben ons toch een beetje laten gijzelen door de oneerlijke randvoorwaarde van de gemeente om het pand erbij te betrekken. Dat is toch vooral een probleem van de stad. Misschien hadden we ons daar als groep meteen al radicaler tegen moeten positioneren.’

De gezelschappen gaan nu allemaal een jaar in waarin ze eigen plannen gaan schrijven voor het nieuwe kunstenplan. Een mogelijkheid is dat ze ieder apart meer geld aanvragen voor talentontwikkeling en daarvan een deel in een gezamenlijk potje gooien, net als Dans Brabant en Via Zuid.

Volgens het AFK zijn er bij het fonds nog veel mogelijkheden voor aangepaste plannen vanuit Danswerf, waaronder projectaanvragen. In een ‘open dialoog’ adviseren ze de partners graag ‘over goede aanvraagmogelijkheden en hoe ze samen verder kunnen’.

Volgens Hoogeboom is het nu echter tijd voor duurzame structuren. ‘Wat voor verwachtingen stellen we aan de mensen in de sector? Hoeveel vergaderingen hebben er nu al niet plaatsgevonden, hoeveel collectieve en individuele sessies, om teksten te schrijven en te redigeren, om plannen en budgetten te maken, om het veld te raadplegen. Terwijl het een veld van freelancers en parttimers is. Niemand heeft in deze context extra tijd en geld. We kunnen niet doorgaan met onszelf uit te hollen zonder voortgang, zonder concreet perspectief.’

foto Ton de Zwart