In Daad & Raad leggen we een wisselend panel van experts een casus voor waarover zij hun licht laten schijnen. Deze keer: white washing. ‘Het argument dat het juiste talent voor die rol niet te vinden is, is nooit waar.’

In Nederland is er recent discussie ontstaan naar aanleiding van de casting van On your feet, de musical over het leven van Gloria en Emilio Estefan, die wordt geproduceerd door Stage Entertainment. Vajen van den Bosch en Jim Bakkum spelen Gloria en Emilio Estafan. Beiden acteurs zonder Latijns-Amerikaanse roots. In de afgelopen jaren hebben zowel Toneelgroep Amsterdam als Toneelgroep Oostpool in hun interpretatie van Angels in America de rol van zwarte drag queen Belize door witte acteurs laten spelen. Hoe belangrijk is het om niet-westerse personages door acteurs met niet-westerse roots te laten spelen?

Romana Vrede, actrice en winnaar van de Theo d’Or 2017:

‘Ik denk dat het belangrijk is om de weinige gekleurde rollen in een voorstelling ook door gekleurde acteurs te laten spelen. Niet omdat acteurs met een niet-westerse afkomst alleen maar gekleurde personages kunnen spelen, maar omdat we een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben om meer kleur op de podia te laten zien. Zichtbaarheid van acteurs met een cultureel diverse achtergrond is van belang en we moeten die taak als sector serieus nemen. Daarom geeft het in dit tijdsgewricht het verkeerde signaal als Belize in Angels in America door een witte acteur wordt gespeeld. Dat heeft namelijk ook inhoudelijke consequenties. Het kleurverschil is in de dynamiek tussen de karakters een belangrijk onderdeel van hun conflict. Om het punt van vergeving te bereiken moet Belize een persoonlijke en een historische barrière van ongelijkheid overwinnen. Die dubbele schoonheid van de vergeving mis je wanneer een witte acteur die rol speelt. Het conflict moet niet gereduceerd worden tot een verpleger die voor een vervelende witte man zorgt.

Het argument dat het juiste talent voor die rol niet te vinden is, is nooit waar. Maar we moeten buiten de standaard leren denken. We moeten ingesleten patronen bevragen. Als in Harry Potter and the Cursed Child in Londen een zwarte actrice de rol van Hermione Granger speelt, moeten we ons afvragen waarom we bij het lezen van de karakterbeschrijving in het boek aan een wit meisje moeten denken. JK Rowling heeft Hermione beschreven als een wijsneus met een enorme bos krullen.

Ook bij mij zijn dat soort patronen ingesleten. Ik realiseerde me recent pas dat ik Alida Dors zag als urban choreografe, maar Conny Jansen was voor mij ‘gewoon’ een choreografe. Maar waarom dat onderscheid?

Als we de bestaande normen diffuser durven te maken, dan kom je erachter dat veel argumenten die onderscheid in stand houden onzinnig zijn. We moeten af van de gedachte dat een zwart personage in een voorstelling iets betekent. Het enige wat het betekent, is dat we in het nu leven, dat we de voorstelling dichter bij de maatschappij willen brengen.

Ik vraag me als publiek niet af wat het betekent als er een zwarte acteur gecast wordt. Ik vraag me af wat het betekent als de hele cast wit is. Wat wil de maker daarmee zeggen?’

Yvette Fijen, artistiek leider Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie:

‘Ik zou het liefst zien dat de acteurs die we opleiden in een werkveld terechtkomen waarbij casting dwars door alle kleuren heen loopt. Dat is op dit moment niet de situatie, maar je ziet dat er een verandering is ingezet. De veranderende publieke opinie met betrekking tot inclusie en diversiteit zorgt ervoor dat ook gevestigde gezelschappen in beweging komen. Ook zij voelen de hete adem van de maatschappelijke veranderingen in hun nek.

Gaat het snel genoeg? Misschien niet, maar de sector heeft soms ook de neiging om te kritisch te reageren op de stappen die worden genomen in de richting van diversiteit. Op het moment dat we zulke initiatieven smoren met kritiek is het moeilijk een beweging op gang te brengen. We zullen als sector gezamenlijk tot een oplossing moeten komen.

Het argument dat het juiste talent voor een bepaalde rol in Nederland niet aanwezig is, is in deze tijd niet meer houdbaar. Maar bij de audities moet in de selectiecommissies diversiteit gewaarborgd zijn. Want mensen hebben de neiging op zoek te gaan naar mensen die op henzelf lijken. Dat gebeurt op een onderbewust niveau. Onderzoek wijst uit dat falende spiegelneuronen ervoor zorgen dat we ons minder goed kunnen identificeren met mensen met een andere huidskleur. Op het moment dat de selectiecommissie uit verschillende typen mensen bestaat, kun je een eenzijdige blik voorkomen. Ik ben niet tegen een maatregel om cultureel divers te casten, maar de maatschappelijke druk die makers nu voelen om cultureel divers te casten is op dit moment effectiever.’

Betty Post, casting director Kemna Casting:

‘Voor het casten van een productie moet je verschillende belangen tegen elkaar afwegen. Bij sommige producties is, naast talent, ook de bekendheid van de hoofdrolspeler iets waarmee bij het casten rekening gehouden wordt. Ik kan de suggestie doen om voor die rol juist een jong talent met een niet-westerse achtergrond te casten, maar de keus is uiteindelijk aan de producent. Bij voorstellingen zoals On your feet, waarbij de karakters zijn gebaseerd op bestaande mensen, is de gelijkenis met de hoofdfiguren een complicerende factor. De gelijkenis met Gloria Estefan zal waarschijnlijk ook een criterium zijn geweest bij de uiteindelijke keuze.

De aandacht voor het casten van acteurs met een cultureel diverse achtergrond doet me denken aan de situatie zoals die twintig jaar geleden was. Toen had ik ook het gevoel dat mensen het eindelijk begonnen te snappen en er meer ruimte was om acteurs met een niet-westerse achtergrond voor te stellen voor rollen. Maar dat is in die tijd, volgens mij, met de opkomst van het populisme afgenomen.

De afgelopen jaren heb ik het idee dat het weer ten goede gekeerd is en er meer ruimte is voor gekleurde acteurs in producties. Maar hoewel het de goede kant op gaat zal het, denk ik, nog even duren voordat de afkomst van een acteur geen rol meer speelt bij castings. Donkere rollen worden in sommige producties geproblematiseerd. Ik wil Marokkaanse acteur niet steeds vragen om te auditeren voor een rol als Syriëganger.’

Ruut Weissman, regisseur:

‘In Engeland zie je steeds vaker dat acteurs van niet-westerse achtergrond in witte rollen gecast worden. Lucian Msamati speelde in Amadeus de rol van Salieri. In werkelijkheid was Salieri een witte Oostenrijker. Pippa Bennett Warner speelde bij The National Theatre Cordelia in King Lear. Er werd in de voorstelling geen probleem van gemaakt dat zowel haar vader als haar zussen door witte acteurs werden gespeeld.

In de versie van Fiddler on the Roof die ik op dit moment regisseer, speelt Sarah Janneh de rol van Chava, de dochter van de hoofdpersoon Tevye. In andere producties werd die rol veelal door kleine actrices met rood haar gespeeld, het cliché van het joodse meisje. In deze productie is het een zwarte actrice, met het innerlijk van een joods meisje.

Het casten van Sarah is geen statement; zij bleek bij de audities de beste Chava te zijn. Sarah heeft de juiste zachtheid en de humor waar de rol om vraagt. Het viel me op dat toen ik vertelde dat ik Sarah had gecast voor deze rol, niemand bij Stage Entertainment er een probleem van maakte.

Ik realiseer me wel dat er in de afgelopen jaren iets veranderd is. Ik heb al eerder donkere acteurs in witte rollen willen casten, maar op het moment dat de producenten aangaven dat het toch wat verwarrend zou kunnen zijn voor het publiek, ging ik daarin mee. Maar inmiddels is de tijdgeest dusdanig veranderd dat het niet meer als probleem wordt gezien.

Ik kan me goed voorstellen dat deze verandering doorzet. Toen ik in 2012 op zoek was naar een acteur die André Hazes zou kunnen spelen, was ik op zoek naar een acteur die het publiek deed denken aan de bestaande persoon Hazes. Maar als de voorstelling over dertig jaar opnieuw wordt gemaakt kan ik me indenken dat een zwarte acteur in die rol kan worden gecast. Dan is, net als bij Salieri in Amadeus, het karakter leidend en niet de kleur van de persoon op wie het karakter gebaseerd is.’