Bij FC Almere maakt regisseur Judith Faas van BonteHond een voorstelling over kinderen die niet meer naakt durven douchen na het sporten. Een voorstelling voor de D’tjes in de kleedkamers, de gangen en de wc’s van de voetbalclub.

Door Sara van der Kooi

‘Kijk, straks gaat dit rolluik omhoog en komen de spelers joelend van het veld! Hier in de gang doen ze dan hun overwinningsdansjes.’ Het grote rolluik sluit de gang van het voetbalveld naar de kleedkamers van FC Almere af. Elk weekend komen hier tientallen jonge voetballers langs, op de heenweg opgelaten om een wedstrijd te gaan spelen en op de terugweg vrolijk of verslagen, afhankelijk van de uitslag. In deze gang en deze kleedkamers wil regisseur Judith Faas BROEK UIT! maken, een voorstelling over schaamte bij kinderen vanaf tien jaar, ontstaan vanuit haar verbazing over het feit dat kinderen tegenwoordig na de training of de gymles in hun onderbroek douchen.

BROEK UIT! is een voorstelling binnen de afdeling publiekswerking van jeugdtheatergezelschap BonteHond. Op locatie worden voor een lokaal publiek actuele vraagstukken aangesneden. Faas maakt sinds vier jaar deel uit van het artistieke team van BonteHond en maakt dit soort voorstellingen naast haar primair artistieke werk.

Volwaardige plaats

Faas: ‘Het belang bij al mijn voorstellingen is wat er speelt hier in de stad en provincie; de vragen die ik krijg of dingen die ik hoor, toegespitst op Flevoland. Het blijken dan altijd ook wel landelijke problemen te zijn, hoor, maar het moet hier wel echt leven. Diverse instanties zoeken ons op om een voorstelling te maken. Bij Eigen schuld, een voorstelling die ik samen met Pieternel Bollmann maakte over schuldsanering, was het een wethouder die ons opzocht. Zij was ook bij Geen I.D. geweest, een ander project met Pieternel, dat in een asielzoekerscentrum speelde. “De mensen die ik wil bereiken, gaan van een voorstelling meer begrijpen dan als ik een flyer druk,” zei ze. Maar het leuke is ook: publiekswerking is deels marketing, deels educatie en deels inhoudelijk. Het is een spel tussen die krachten. Maar het thema is altijd sterk maatschappelijk geëngageerd.’

Roeland Dekkers, zakelijk leider, begon vier jaar geleden met publiekswerking vanuit de innovatietoeslag van het Fonds Podiumkunsten. BonteHond zocht een nieuwe manier om nieuw publiek te bereiken, met een vorm die echt artistiek zou zijn, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een workshop of een lesbrief. Inmiddels is het gezelschap ingericht op drie reguliere theatervoorstellingen en een publiekswerkingsvoorstelling per jaar. Publiekswerking neemt dus een volwaardige plaats in binnen het artistieke beleid. De subsidie is hiervoor niet toereikend en dus klopt Dekkers bij allerlei instanties in de gemeente en provincie aan voor ondersteuning. Naar geld zoeken is ook een manier van publiekswerking, glundert hij.

Smoesjes

In de niet al te grote kleedkamers hangt een penetrante lucht van zweet en schoonmaakmiddel. Een lange rij rode haakjes langs de muur, daaronder harde houten banken. Het geluid van Nederlandstalige schlagers klinkt uit de boxen in de gang. Hier moet straks dertig man (jong) publiek kijken naar scènes die op een armlengte afstand van hen vandaan gespeeld en gedanst gaan worden. Aan de achterkant van de ruimte, afgeschermd door halve muurtjes, zijn de douches: de plek waar de climax van de voorstelling plaatsvindt.

Het lijkt een all-female clubje dat Faas om zich heen heeft verzameld. Productieleider, productieassistente, regieassistente en pr-medewerker zijn allemaal vrouwen zonder voetbalervaring. Ze lopen wat onwennig in de kleedkamer rond. Dan voegt choreograaf Serano Pinas zich bij het gezelschap, een stoere urban danser die als puber veel voetbalde. Hij voelt zich meteen thuis in deze ruimte en deelt zijn ervaringen graag. ‘Naakt douchen, dat gebeurt niet meer,’ vertelt hij. ‘Soms moet het wel van de trainer; dan verzinnen kinderen allerlei smoesjes of ze maken alleen hun haar of handdoek nat.’ Faas vraagt hem mee te denken welke dans op welke plek zou kunnen worden uitgevoerd. De brede gang achter het rolluik, de hall of shame of de hall of fame, vormt de beste plek voor de ‘handdoekendans’, een komische choreografie waarbij de acteurs in hun blootje een spelletje handdoekje verwisselen doen, zonder hun edele delen te tonen. Daarna verplaatst de voorstelling zich naar de krappe kleedkamers, waar het nog een hele uitdaging is om te bewegen zonder het publiek te raken. Ook de wc’s kunnen gebruikt worden, stellen Faas en Pinas enthousiast vast.

Regenboogvlaggen

Het thema voor BROEK UIT! werd eigenlijk gevonden tijdens de voorbereiding voor de grote voorstelling Schoppen, een voorstelling over (homo)discriminatie met zesentwintig spelers die Faas in 2018 gaat maken. BROEK UIT! zou je kunnen zien als een opmaat daarnaartoe. Faas: ‘Ik heb een enorme fascinatie voor dat niet douchen, ik lees het overal en we hebben ook partners gehad hier in Flevoland, zoals scholen, die daarover begonnen. Want ze hebben het er moeilijk mee, het is een probleem. Daarnaast hebben we voor Schoppen veel contact met Bureau gelijke behandeling Flevoland, en het blijkt dat er in kleedkamers veel discriminatie en angst voorkomt. Op coming-out-day stonden zij met regenboogvlaggen en met spandoeken met “Homo is geen scheldwoord” op de voetbalvelden van Almere. De voorzitter van de voetbalvereniging heeft hun actie omarmd en samen kwamen ze bij BonteHond uit, ook omdat ze de eerdere publiekswerkingsvoorstellingen Geen I.D. en Eigen Schuld hadden gezien. Het bleek dat er rondom deze problematiek eigenlijk twee thema’s leefden: een heel groot thema over discriminatie en een kleiner thema rond schaamte en vertrutting.’

Als voorbereiding voor de voorstelling stelden Faas en haar team, met onder anderen schrijfster Sanne Schuhmacher en componist William Bakker, kinderen op Almeerse scholen allerlei vragen rondom schaamte. Daaronder was de vraag: hoe ziet een knappe jongen eruit? Die riep bij jongens eigenlijk maar twee reacties op: ‘weet ik veel, ik ben geen homo’ en ‘zoals ik’. Gewoon over die vraag nadenken leek geen optie. Faas begrijpt het wel: ‘Als je nog niet weet wie je zelf bent, schaam je je over alles.’ ‘Volwassenen stimuleren openheid ook echt niet,’ voegt Pinas toe. ‘Iedereen heeft gêne, ouders ook. Maar dat wordt met de kinderen niet besproken.’

Ongemakkelijkheid

Later, in de repetitieruimte van BonteHond, praat Faas met haar team verder over de schaamtegevoelens die blijkbaar leven onder veel kinderen van een jaar of tien en ouder – de D’tjes, om in voetbaltermen te blijven. Een belangwekkend thema, vinden ze. Op tientallen A4’tjes aan de muur van de repetitieruimte zijn de antwoorden van kinderen op vragen over schaamte te lezen. Een schat aan informatie, aldus Faas. Maar de drie acteurs die de voorstelling gaan spelen, moeten zich nog meer in de belevingswereld van de kinderen verplaatsen. ‘Jullie moeten ook zelf onderzoek doen naar de materie, jongens! Trampolinespringen is daar een uitstekende manier voor.’ Binnenkort staat een middagje trampolinespringen met de D’tjes op het programma, mogelijk gemaakt door een spaaractie van Albert Heijn. Spelers Milan Boele van Hensbroek en Hali Neto (hun kompaan Dionisio Matias is vandaag afwezig) knikken ernstig. Ook een klassenbezoek wordt nog gepland. Faas vindt het erg belangrijk dat de taal van de kinderen tot zijn recht komt. Schrijfster Sanne Schuhmacher blijkt hiervoor gelukkig een bijzonder talent te hebben, zij lijkt de woorden van de kinderen bijna letterlijk te kunnen opschrijven als een theatrale tekst.

De twee spelers hebben, evenals de choreograaf, een voetbalverleden. Milan Boele van Hensbroek herinnert zich hoe vanaf een jaar of dertien ineens iedereen in onderbroek ging douchen. Dat hangt samen met het krijgen van schaamhaar, denkt hij. ‘Als je nog geen schaamhaar had, was die onderbroek extra hard nodig.’ De echt jonge kinderen, van een jaar of zeven, die gingen gewoon naakt onder de douche, herinnert Hali Neto zich. In zijn omgeving begonnen ze rond de leeftijd van tien jaar in onderbroek te douchen. De groepsdruk was groot: ‘Je voelt je extra naakt omdat anderen hun onderbroek aanhouden. Je ging dan snel douchen en onder een handdoek deed je weer een droge onderbroek aan.’ ‘Is de kleedkamer een onveilige plek,’ vraagt Faas zich hardop af. Vanaf de B’tjes, de oudere jongens, de ‘mannen’ werd er in eerste instantie wel naakt gedoucht, vertellen de spelers. Maar dat is nu ook niet meer zo. In sportscholen douchen volwassen mannen ook vaak met een zwembroek aan.

Die ongemakkelijkheid is cruciaal, vindt Faas. ‘Jij als acteur mag niet comfortabel zijn met je naaktheid!’ waarschuwt ze. ‘Dit is niet de toneelschool waar iedereen bloot durft te zijn.’ Lachend: ‘Begrijp me niet verkeerd, ik heb geen piemelangst! Maar het ligt gewoon heel sterk aan je omgeving of je je ergens wel of niet voor schaamt. Het is overigens ook grappig te merken hoe wij in deze voorstelling allemaal een beetje verpreutsen. Maar dat is goed want dat is ook hoe veel kinderen zich voelen.’

Illusie

Publiekswerking bestaat nog niet zo lang binnen het Almeerse gezelschap. Vier jaar geleden introduceerde toenmalig artistiek leider Noël Fischer het begrip bij het gezelschap. Toen René Geerlings haar positie als artistiek leider overnam, besloot hij publiekswerking meer inhoud te geven. Faas: ‘We keken eerst onder meer naar de aanpak van HetPaleis in Antwerpen. Maar we dachten dat het sterker kon, minder educatief en meer artistiek inhoudelijk. Eerst hadden nog we de illusie dat publiekswerking iets laagdrempeligs was waar veel mensen op af zouden komen die dan ook de rest van hun leven naar al onze voorstellingen zouden komen. Zo werkt het niet, de stap naar het theater blijft voor velen toch vrij groot. Maar ze komen wel naar alle publiekswerkingsvoorstellingen, het is een eigen publieksgroep aan het worden. Dus het doel dat we hadden, namelijk het verbreden van het publiek in het theater, lijken we niet te halen. Maar ons totale publiek verbreedt wel. Het zijn eigenlijk twee verschillende publieksstromen binnen het gezelschap.’ Het gezelschap slaagt er ook steeds beter in zich te wortelen in de lokale samenleving.

Cadeautjes

De repetitie begint, de mannen oefenen een kunstige handdoekendans waarin hun blote geslacht steeds net niet zichtbaar is. Overgeven van de handdoek, draaien, springen, het lukt bijna allemaal zonder dat je iets ziet. Het wordt een hilarische act. ‘We hebben door eerdere publiekswerkingvoorstellingen een trouwe publieksgroep opgebouwd,’ vertelt Faas. ‘Die mensen hebben dit soort “cadeautjes” nodig om enthousiast te blijven voor theater. Natuurlijk klopt het inhoudelijk wel. Maar het gaat me erom bewustwording te creëren bij het publiek. En om het delen van onzekerheden. Iedereen voelt zich onzeker over bloot zijn. Daar hoef je niet in je eentje mee te worstelen. Daarom klik ik ook zo met René Geerlings; wij delen onze interesse voor thema’s die voor alle kinderen en mensen gelden maar waarvan iedereen denkt dat hij of zij er alleen in staat.’