Theater Babel in Rotterdam start met een betaald residentieprogramma voor podiumkunstenaars – van circus en muziek tot dans en theater – van wel vijftien maanden. De residenties zijn onderdeel van het toekomstplan waarin het theater wil doorgroeien naar HUIS voor Inclusieve Podiumkunst. Nikki Manuputty ontwikkelt als eerste resident de voorstelling ACHTER GLAS.
Zoef! Binnen een seconde schieten armen linksvoor en rechtsachter de lucht in. Sssssst. Sust iemand.
Het valt meteen stil in Theater Babel in Rotterdam. De negen performers die hun weg zochten door een labyrint van gele touwen, strak gespannen door drie houten tipi’s, slaken even geen kreten meer. Johan Boekhout die net nog vette, oorverdovende elektronische bommetjes uit de synthesizer wist te halen, doet een stap achteruit. De energieke Yazan Alhamoud stopt met rondrennen en duikt een kleedkamer in. De anderen lopen wat behoedzamer dan daarvoor rond.
Als je werkt met een neurodivergente cast waarbij de een hyperactief is en de ander hooggevoelig, zijn stiltes van tijd tot tijd een weldadige reset. Daarom spraken ze voor de repetities af dat als iemand overprikkelt dreigt te raken, een hand in de lucht genoeg is voor een paar ogenblikken volledige stilte. Iedereen, ook de vandaag aanwezige videograaf en muzikant, geeft hier automatisch gehoor aan.
Het gezelschap van Theater Babel staat aan de vooravond van de nieuwe voorstelling ACHTER GLAS. In deze muziektheatervoorstelling onderzoekt Nikki Manuputty, theatermaker, actrice en docent, hoe we elkaar ontmoeten en samen een wereld bouwen. Hoe verhouden we ons tot elkaar? Welke paden volgen we, en wat gebeurt er als je daarvan afwijkt?
‘Het idee voor ACHTER GLAS ontstond vanuit mijn eigen ervaringen en frustraties in het culturele veld. Als vrouw van kleur met een handicap voel ik een afstand. Ik sta regelmatig op het podium, geef lezingen en maak voorstellingen. Mensen zien mij, maar onze ontmoetingen blijven soms aan de oppervlakte, alsof er een onzichtbare glazen wand tussen ons in staat. In ons werk zijn er weinig lange lijnen die buiten inclusief werken vallen en soms lijkt het alleen om het afvinken van een hokje te gaan.’
Die afstand die zij voelde tot wie je bent als mens, herkende ze ook bij de spelers van Babel. En het grappige is, dat toen de gelegenheid zich aandiende en Manuputty zelf als actrice, theatermaker en regisseur met de spelers van Babel kon werken, zij dit zelf eerst ook spannend vond. Ze voelde zich ongemakkelijk en vroeg zich af waarom ze een drempel ervoer terwijl ze zelf ook een beperking heeft, ze maakt gebruik van een rolstoel. ‘Waarom voelen mensen zich zo opgelaten bij iemands kwetsbaarheid? Zo verschillend zijn we niet.’
HUIS voor Inclusieve Podiumkunst
Nikki Manuputty is de eerste deelnemer aan het nieuwe residentieprogramma van Babel, dat onderdeel uitmaakt van een groter toekomstplan. De komende jaren ontwikkelt Babel zich naar HUIS voor Inclusieve Podiumkunst. Twee jaar geleden namen directeur-bestuurder Deborah Stolk en artistiek directeur Erik-Ward Geerlings het stokje over van oprichter Paul Röttger. Voor hun aantreden bestond het artistieke profiel van Babel uit een gezelschap onder leiding van één maker. Dit wilden ze verbreden naar meerdere makers die inclusief werken, en ze stelden zichzelf de vraag wat in deze tijd het meest zinvol is om te doen. Het antwoord hierop was dat ze het veld van binnenuit inclusiever willen maken. Daarom stimuleren ze kruisbestuivingen tussen makers en spelers met en zonder een beperking. Ze gaan coproducties aan, komend jaar bijvoorbeeld met leden van het Rotterdams Filharmonisch Orkest. Ze begonnen een residentieprogramma voor alle disciplines binnen de podiumkunsten, en nodigen altijd twee residenten uit verschillende disciplines tegelijk uit om crossovers in de hand te werken.
Voor de aanwas van nieuw talent ontwikkelen ze Babels Alternatieve Kunstvaktraining (BAK). Een fulltime training voor mensen die vanwege hun beperking niet zomaar elders een kunstopleiding kunnen volgen. In september 2026 start de eerste lichting. Met onder andere dansles van Connor Schumacher en poppentheater van Wensley Piqué.
De residenten hebben een sleutelpositie in het toekomstplan. Zij verblijven vijftien maanden bij Babel in verschillende rollen. Ze geven les, spelen mee in een voorstelling en ter afsluiting van de vijftien maanden ontwikkelen ze een eigen productie waarvoor een budget beschikbaar is. Het idee is dat er voldoende tijd is om een eigen, inclusieve werkwijze te ontwikkelen die ze ook op andere plekken in het veld kunnen introduceren.
Spelers leren kennen
Hoewel makers geselecteerd worden op hun intrinsieke motivatie, is inclusief werken iets wat je moet leren, menen zowel Geerlings als Manuputty. Manuputty biecht op dat ze de voorstelling ACHTER GLAS niet had kunnen maken bij binnenkomst. Er is tijd nodig om de spelers te leren kennen. De meeste komen vanuit Pameijer, de grootste zorgaanbieder van de regio Rijnmond, dat op meerdere locaties in Rotterdam begeleiding en dagbesteding aanbiedt aan mensen met een verstandelijke beperking, psychiatrische problematiek, waaronder ook het syndroom van Down of autisme.
Iedereen heeft andere behoeftes en als maker of resident hou je hier het beste zoveel mogelijk rekening mee, anders stokt het artistieke proces. Spelers met een laag energieniveau kan je bijvoorbeeld niet dwingen om een volle dag te repeteren. En de ene acteur heeft een beter geheugen en de ander meer gevoel voor taal of ritme.
‘Wacht!’, roept performer Ali Özdemir in zwart trainingsjack, zwarte broek en zwarte schoenen tijdens de repetitie van ACHTER GLAS. Hij draagt voor uit de eerste scène van hoofdstuk drie: ‘Toen ik klein was dacht ik dat achter de achterste muur een andere wereld was, met andere regels, andere verhalen en andere versies van onszelf.’
De wereld op het podium ziet er plotseling behoorlijk ingezakt uit. Spelers stappen voorzichtig over de slaphangende koorden heen. Manuputty vraagt performer Remco Veldhuizen om het in de gaten te houden en de touwen strak te spannen, ‘want je hebt deze wereld samen met de anderen gebouwd.’ Langzaam daalt het besef van zijn rol in de voorstelling in.
‘Als resident word je uitgedaagd om je volledig open te stellen en te onderzoeken waar ieders artistieke kwaliteiten liggen’, zegt Manuputty. In het vooronderzoek deed ze allerlei kleine experimenten, om af te tasten waar de persoonlijke kracht zit en bij hoeveel structuur of vrijheid zij het beste gedijen, zodat ze zich niet onzeker voelen of dicht slaan.
Nieuwe artistieke mogelijkheden
Voor de onderzoeksfase zette Manuputty het raamwerk van de voorstelling op en schreef de eerste delen van het script. Al had ze bij aanvang van het maakproces nog geen idee hoe het einde eruit zou zien en hoe ze daar zouden komen. Stap voor stap voegt ze lagen aan de eerste opzet toe. Samen met het gezelschap, met de andere resident en componiste violist Christine Cornwell, componist Luke Deane en audiovisueel kunstenaar Thomas Brand, scenograaf en kostuumontwerpster Mikki Passenier en dramaturg en schrijver Fie Revet.
Vandaag zijn Brand en Cornwell bij de repetitie van ACHTER GLAS aanwezig om te werken aan de muziek en het beeld. Cornwell stapt de kring van spelers in en begint zachtjes op haar viool te spelen. Van tevoren heeft ze met Manuputty besproken dat de gele touwen en tipi’s ook een personage vormen en via muziek tot leven kunnen komen, als waren het lange snaren van een instrument. Cornwell trekt een touw naar beneden en creëert een meanderend geluid.
Op uitnodiging van Manuputty volgen de spelers het voorbeeld van de muzikant. Meerdere van hen spelen een instrument. Boekhout, die ook drumt, kruipt weer achter de synthesizer om elektronische ontploffingen te produceren. Kate van der Sluis wrijft met haar handen over de touwen, dat een zacht, schurend geluid geeft. Iemand anders gebruikt vooral haar stem als instrument.
‘Waar zoeken we naar?’, vraagt Cornwell. Manuputty neemt ze mee naar de opzet van het verhaal. Dit hoofdstuk bouwt de spanning op naar het volgende stuk. ‘We voelen ons in de sociale omgang veilig als we elkaar kopiëren, dus daar beginnen we de muziek mee, en dan eindigen we in een muzikale clash.’ Het voorstel leidt tot een spontane muzikale jamsessie met zang, touw, viool en synthesizer. Het is een van die onverwachte, zeldzame gebeurtenissen waarbij de voorstelling zich zo voor je ogen ontvouwt.
‘De spelers van Babel gaan gewoon de vloer op. Ze hebben weinig filters in hun impulsen, wat regelmatig tot artistieke cadeaus leidt. Dat kun je van tevoren niet bedenken of regisseren.’
Twee leden van de cast zijn slechtziend en hebben kokervisie, waarbij het lijkt alsof je door een dun rietje kijkt. Zij vroegen of het niet mogelijk was dat het publiek het beeld bij de voorstelling te zien zou krijgen zoals zij de wereld zien. Om anderen in hun belevingswereld te trekken. ‘Dit maakt het werken met deze spelers voor mij zo interessant: een beperking leidt tot nieuwe artistieke mogelijkheden.’
Thomas Brand, die beelden bij de voorstelling maakt, heeft in twee tipi’s camera’s opgehangen die de acteurs van bovenaf filmen. De weergave hiervan ziet het publiek op de achterwand. Ter plekke moduleert hij dit beeld tot een aantal sequensen in kokervisie, die de indruk wekken dat we slechts een deel van de nieuwgebouwde wereld zien die zich eindeloos herhaalt.
Het is de eerste keer dat Manuputty zo werkt. Ze ontwikkelde een hele nieuwe theatertaal die vertrekt vanuit cocreatie, vanuit het idee dat betekenis niet door één maker wordt bepaald, maar ontstaat in relatie tot anderen. Telkens zoekt ze naar hoe haar raamwerk en visie op wat een voorstelling goed maakt, het beste samenkomen met input van de spelers. Ze ontwikkelde een fijngevoeligheid voor hoe ze hen de juiste ruimte geeft om tot interessante ontdekkingen te komen. Enkele uitkomsten van haar vooronderzoek creëren ze door op de vloer. Daar neemt ze voldoende tijd voor – de sfeer bij de repetitie is opvallend gemoedelijk en gezellig – en bouwt voor zichzelf reflectiemomenten in zodat ze oog op het proces houdt en dit vlot kan trekken als iets niet werkt. Deze werkwijze bevalt zo goed, dat ze besloot om de try-outs in juli van dit jaar om te dopen tot ontwikkelvoorstellingen. Dan krijgt ook het publiek een actieve rol in het creatieproces. Zij kunnen meedenken en suggesties doen. ‘Het theaterveld is erg productiegericht, maar hier heb ik tijd om een nieuwe theatertaal te ontwikkelen met een inclusieve basis.’
Wie past zich aan, aan wie?
Erik-Ward Geerlings merkt op dat het altijd een interessante vraag is wie zich aanpast aan wie, als een nieuwe maker met het gezelschap gaat werken. ‘Ons streven is om zo inclusief mogelijk te werken, dus als een maker binnenkomt om een vooropgezette visie neer te leggen, dan slaat hij de plank waarschijnlijk mis.’
Geerlings houdt het ontwikkelproces daarom vanaf de zijlijn in de gaten en geeft praktisch of artistiek inhoudelijk advies als hij daarvoor ruimte voelt. Hij respecteert de artistieke vrijheid van de maker, maar als het nodig is, komt hij op voor de autonomie van de spelers die minder mondig zijn. ‘Het zijn allemaal zulke schatten die precies doen wat er van ze gevraagd wordt. Ik wijs ze erop dat ze niet alleen uitvoerend zijn, maar ook creërend, als kunstenaar. Zij nemen hun realiteit mee op het podium, daar kun je niet omheen. Hun chaos, hun kwetsbaarheid en alle mogelijke ruis. De huidige tijd, met het gebruik van AI en nepnieuws, maakt dat we behoefte hebben aan meer realiteit. Het theater vernieuwt zich altijd door meer realiteit op het podium te brengen en bestaande illusies te verstoren, denk aan Brecht of het Werkteater of de Volksbühne, en daar zijn wij ook mee bezig.
Non-hiërarchisch collectief
Bij het realiseren van hun droom, HUIS voor Inclusieve Podiumkunst, willen Deborah Stolk en Geerlings nog een stap verder gaan. Bij een echt inclusief theater, zo vinden zij, past geen top-down organisatie. Uit principe werken ze toe naar een non-hiërarchisch collectief van wisselende, diverse makers, bijvoorbeeld voormalige residenten, die Babel gaan runnen. Dan wordt het Huis de open, meerstemmige ontwikkelplek die zij voor zich zien. De resident kan er in de toekomst een leidende en ontwikkelende rol bij krijgen, een soort gedeeld eigenaarschap.
‘Theater is een sociale kunstvorm, waarmee je contactmomenten kunt creëren’, zegt Geerlings. ‘Elke voorstelling is een tijdelijke, utopische samenleving waar je nieuwe verbindingen kan aangaan. Voor ontwikkeling is het nodig dat je openstaat voor verandering en dat krijg je door tijdelijkheid als uitgangspunt te nemen. Dan ontstaat er ruimte voor openheid, nieuwsgierigheid en kwetsbaarheid.’
Beeld Theater Babel
ACHTER GLAS gaat in première op 13 september 2026 in Theater Babel, Rotterdam
Nikki Manuputty is theatermaker, actrice en docent. Ze speelde in voorstellingen van Babel en Speels Collectief, regisseerde en speelde in een voorstelling van de Vertelfabriek en regisseerde Starring de jongerenvoorstelling van Toneelschuur Producties. Eerder stond ze centraal in de documentaire van Fryslân Dok, NPO: Waarom niet naar Wyldemerk? Deze documentaire onderzoekt waarom haar opa, oma en vader, als enige Moluks moslimgezin, zich niet wilden verplaatsen van voormalig kamp Westerbork naar het Friese kamp Wyldemerk.
Dit najaar is ze te zien in een nieuwe bioscoopfilm en Nederlandse serie.
Erik-Ward Geerlings is toneelschrijver en theatermaker en sinds twee jaar artistiek directeur van Theater Babel. Hij schreef de laatste jaren veel voor Action Zoo Humain. Ook is hij verbonden aan het Weeshuistheater, het nieuwe stadsgezelschap van Dordrecht onder artistieke leiding van Ellen Honings, en werkt hij regelmatig samen met Huba de Graaff. Bij Babel maakte hij de voorstelling Tiergarten, die volgend seizoen opnieuw wordt hernomen en in juni 2027 een follow up krijgt in Krankenhaus.







