Welke voorstellingen we in theaters, schouwburgen en op festivals zien, is sterk afhankelijk van de programmeur. Die kent het aanbod en beheert het budget. Hoe zien zij hun rol in een inclusief theaterveld? Wat zit er achter hun keuzes?  ‘Het heeft helemaal geen zin om top-down te programmeren. Bij een wederkerig en gelijkwaardig proces ontstaat een fantastisch groeimodel.’

Gwen Sengers werkt 23 jaar bij Schouwburg Concertzaal Tilburg. Ze programmeert nu zes jaar jeugd- en educatievoorstellingen, en sinds 1,5 jaar ook toneelvoorstellingen. Farnoosh Farnia is ruim drie jaar artistiek leider van het Amsterdam Fringe Festival. Hiervoor was ze programmeur bij Oerol Festival en richtte ze samen met anderen storytelhuis Mezrab en jongerengezelschap DEGASTEN op. Harold Oddens is twaalf jaar zakelijk directeur en programmeur van het Hoogte80 Festival, en ruim twee jaar directeur van het Posttheater, beide in Arnhem.

Positie in het veld

Het jeugdtheater loopt voorop in het inclusiever maken van het theater, zegt Gwen Sengers. Daar zijn al veel langer mensen met een bi-culturele achtergrond op het podium te zien, en maken gezelschappen al geruime tijd onderwerpen bespreekbaar rondom culturele afkomst, gender, sociale klasse en andere thema’s die bepalend zijn voor je identiteit.
Ongeveer vijf jaar geleden begon zij met het verbreden van het profiel van de gezelschappen die ze boekt. Tegenwoordig programmeert het team van Schouwburg Concertzaal Tilburg ongeveer vierhonderd voorstellingen per jaar. Hiervan zijn negentig school-, jeugd of familievoorstellingen met een sterk sociaal-maatschappelijk karakter, en vier tot zes voorstellingen van bijvoorbeeld mixed-abled gezelschappen. Niet om het vakje inclusief af te kunnen vinken, zoals beloofd in de beleidsplannen, maar vanwege de artistieke zeggenschap van de makers.

De schouwburg in Tilburg functioneert anders dan theaters in de Randstad, waar een hoge dichtheid is aan cultuurhuizen die verschillende rollen vervullen, meent Sengers. ‘Ik voel het echt als onze taak om het volledige veld te bestrijken en álle wensen die er in de samenleving en cultuursector leven samen te brengen.’

80 Procent van de programmering ligt daardoor vrijwel vast. Het gaat om bekendere namen met een vaste achterban, die jaarlijks terugkeren en een aantal nieuwkomers. De 20 procent die Sengers daarnaast overhoudt, programmeert ze met nieuwe stemmen en experimentele makers.

Af en toe voert ze stevige gesprekken met partners in zorg en welzijn, fondsen, de gemeente en collega programmeurs voor een inclusievere programmering. ‘Je moet gewoon beginnen, zeg ik altijd tegen anderen. Maak de agenda en geld vrij. Boek op vertrouwen en zie het als een begin van een proces waarin het gezelschap mag groeien.’

Artistieke kwaliteit

Het Posttheater in Arnhem boekt cabaretiers en artiesten die de afgelopen jaren naam maakten, waardoor alle 285 stoelen meestal bezet zijn. Daarnaast maken ze ruimte voor opkomende makers. Door hen jaarlijks te boeken, bouwt het theater mee aan hun naamsbekendheid. Als theater in de vrije sector is de organisatie minder gebonden aan de criteria die fondsen stellen, zegt Harold Oddens. ‘Wij kunnen meer inspelen op de bewegingen die die gaande zijn tussen artiest en publiek.’

Meerdere cabaretiers en artiesten met een bi-culturele achtergrond vinden online hun publiek. Zij hoeven minder vaak een plek te bevechten dan sommige andere artiesten in de reguliere theaters, meent Oddens. Hij wijst bijvoorbeeld naar Jay Francis. Deze artiest begon in coronatijd met kritische filmpjes, stond in het Posttheater en verkoopt nu zalen uit als de Ziggo Dome in Amsterdam of de Ahoy in Rotterdam. Of naar ICE: hij bouwde een reputatie op als rapper, speelde in de serie Mocro Maffia en deed mee aan het televisieprogramma De slimste mens. Zijn eerste voorstelling in het Posttheater was meteen uitverkocht.

Oddens pakt het anders aan bij het Hoogte80 Festival, dat vier dagen lang theater, muziek, dans, circus en literatuur programmeert. De nadruk ligt op het presenteren van nieuw en experimenteel werk, met speciale aandacht voor jonge makers en lokale artiesten. Het festival ontvangt subsidie en Oddens voelt daardoor sterker de ‘morele plicht’ om rekening te houden met de diverse codes van de fondsen en wensen die in de samenleving leven. ‘Dat geeft je een andere focus.’

Soms boekt hij een voorstelling vooral vanuit sociaal-maatschappelijke overwegingen. ‘Als hier een behoefte aan is bij het publiek en het valt binnen onze waarden, waarom dan niet? De beoordeling van artistieke kwaliteit van een programmeur is toch per definitie arbitrair’, meent hij. ‘Daarbij, als het culturele veld het heeft over inclusiviteit en minder gehoorde stemmen, dan gaat het vaak over culturele achtergronden, genderidentiteiten en mensen met een neurodiversiteit of beperking. Vormen van inclusiviteit die volledig vallen binnen ons eigen cultureel progressieve spectrum. Hoe inclusief zijn we dan? En wat doen we met de stemmen die we minder prettig vinden?’ Er was een moment dat hij bij een voorstelling in het Posttheater dacht: wil ik hier wel een podium aan bieden? Voor zichzelf maakte hij de keuze om alleen een voorstelling te laten zien waar hij moreel achter kan staan, tegelijkertijd hoeft voor hem niet elke programmeur op diezelfde manier te programmeren.

Het Amsterdam Fringe Festival, een zelfstandig opererende evenknie van het Nederlands Theater Festival, is in basis een talentontwikkelingsprogramma. Fringe werkt met een open call om niemand bij voorbaat uit te sluiten. Het festival richt zich onder andere op makers in de marges van de kunst: queer en mixed abled groepen, artiesten uit het nachtleven, niet-Nederlandstalige Nederlanders, en makers van onderbelichte kunstvormen zoals spoken word en storytelling. Een commissie selecteert uit de inzendingen 55 groepen, die zes maanden lang praktische workshops krijgen, zoals netwerken, fondsenwerving en marketing, én een klein budget. De artistieke verantwoordelijkheid ligt bij de makers zelf. Jaarlijks sluit het programma af met een showcase festival op ongeveer 25 locaties in Amsterdam.
Farnoosh Farnia geeft aan dat programmeurs een machtige positie hebben: waar je het geld aan geeft en hoe je de makers tegemoet treedt, is van grote invloed op de kwaliteit en welke voorstellingen het publiek te zien krijgt. Zij neemt alle makers met wie ze werkt extreem serieus in wat ze doen en geeft ze het volste vertrouwen in hun artistieke kunnen. ‘Dan merken ze dat hun verhaal ertoe doet en doen ze er alles aan om het te laten slagen.’

Nog té vaak worden verhalen uit de marge weggezet als sociaal-maatschappelijk relevant, meent ze. ‘Ik zie het als mijn missie om te laten zien dat bepaalde genres of makers echt artistiek hoogwaardige producten leveren. En dat je dat nooit door een bepaalde meerderheid mag laten wegzetten als sociaal-maatschappelijk, minder relevant of tijdelijk.’

Publieksopbouw

Aan de ene kant ziet Farnia dat er in Nederland wel degelijk een wil is om het aanbod te verjongen en te vernieuwen. Aan de andere kant programmeren programmeurs vaak nog steeds hetzelfde. ‘Hoezo worden geweldige makers als Cherish Menzo pas echt geboekt als ze een prijs hebben gewonnen? Dat is toch geen divers en inclusief programmeren? Dat is gewoon ongelooflijk tokenisme.’
Programmeurs zouden meer risico moeten durven nemen, vindt Farnia. In Nederland werken we met een subsidiesysteem, waardoor het juist mogelijk is om diverse makers te programmeren en nieuwe stemmen een podium te geven, zonder dat je meteen een volle zaal hoeft te hebben. Toch overheerst vaak de angst dat instellingen afgerekend worden op teruglopende publiekscijfers, meent ze.
Als instellingen al risico’s nemen, dan zijn die vaak minimaal. Makers vertellen haar dat zij worden uitgenodigd om een voorstelling te tonen, maar vervolgens aan allerlei voorwaarden moeten voldoen. ‘Zo geven instellingen bijvoorbeeld aan dat de voorstelling korter moet, dat er minder budget is, of dat de voertaal Nederlands in plaats van Engels moet zijn. Waarom geven ze in plaats van vertrouwen, onzekerheid? We leven allemaal van de artiesten en hún verhalen.’

Het kost tijd om een publiek op te bouwen, zegt Gwen Sengers. ‘Alles wat een publiek niet gewend is om te zien, voelt voor hen nog niet normaal, ook al zou dat het wél moeten zijn. Mensen moeten soms anders leren kijken en het vaste idee dat ze hebben over esthetiek loslaten. Compagnie Tiuri is een andere vorm van dans dan het Nederlands Dans Theater, beide met een eigen artistieke zeggingskracht. Ik weet dat als het publiek één of twee keer geweest is ze blijven komen. Maar eerst moeten ze een drempel over. Daar heb je een lange adem voor nodig.’
Sengers kiest er daarom bewust voor om de relatie tussen het publiek en minder vaak gehoorde stemmen geleidelijk op te bouwen. Komend najaar staan er bijvoorbeeld vier voorstellingen van mixed abled gezelschappen binnen het reguliere programma tijdens de Week van de Toegankelijkheid. De makers stelden dit voor en de programmeurs van Schouwburg Tilburg zijn ervan overtuigd dat zij elkaar op deze manier kunnen versterken. Ze besteden dan extra aandacht aan de toegankelijkheid van het publiek met audiodescriptie bij voorstellingen, stilteruimtes en gesprekken. Bovendien heeft Sengers nu een extra budget voor een publiekscampagne en educatieprogramma, en kan ze groter uitpakken bij de première.
‘Om nieuwe voorstellingen te brengen en hiervoor doelgroepen aan te spreken moet je je extra inspannen. In het onderwijs zie je ook dat docenten zich extra inzetten voor kinderen met bijvoorbeeld een taalachterstand, om zo kansengelijkheid te creëren.’ Als het gezelschap een publiek heeft opgebouwd, waaieren ze uit naar andere momenten in het jaar – zoals eerder ook met Compagnie Tiuri gebeurde.

Toch vindt Farnia het onwenselijk dat ‘inclusieve programmering’ wordt ingebed in de Week van de Toegankelijkheid. ‘Vanuit mijn optiek worden makers een bepaalde niche in geduwd waar ze juist uit proberen te komen. Ze gaan zich daartoe verhouden en nemen het verhaal van hun anders-zijn mee in bijvoorbeeld subsidieaanvragen of publiciteitsteksten. Draai het om: programmeer high end theater in een speciale week, en zorg ervoor dat je door het jaar heen een meerstemmig programma hebt. Anders gaan makers twijfelen aan de reden waarom ze geboekt zijn, en of de kwaliteit van hun voorstelling goed is. Dat is echt killing voor de ontwikkeling van kunst.’
Volgens haar wijst de keuze voor meer inbedding op een gebrek aan diversiteit binnen het team. ‘Niemand vraagt aan de programmeur: waarom zetten we die maker eigenlijk in de Week van de Toegankelijkheid? Ik lijk op die maker. Zie je mij dan ook als een toegankelijkheidstool?’

Samen met communities

Fringe bereidt makers voor op een carrière in het theaterveld. Hoogte80 Festival en Schouwburg Tilburg proberen duurzame banden met gezelschappen op te bouwen, door hen jaarlijks opnieuw te programmeren. Alle drie werken ze bij het samenstellen van het programma, in meer of mindere mate, samen met verschillende gemeenschappen uit de samenleving.

Farnia werkte nooit solistisch als programmeur, in de zin dat ze een hoop voorstellingen bekeek en daaruit een selectie maakte op basis van wat haar persoonlijk aansprak. Voordat ze bij Fringe begon, was ze zes jaar lang programmeur van het Oerol Festival. Ook daar sprak ze – net als nu – vooral met communities, en vroeg hen: wat willen jullie zien op het podium? Welke maker(s) kunnen jullie verhaal overbrengen aan het publiek?
Ook Gwen Sengers merkt dat het proces van programmeren op bepaalde momenten verandert. In het jaar na No Bodies zou Compagnie Tiuri niet meteen weer een grote zaal productie maken. De schouwburg gaf het gezelschap carte blanche voor een programma van ongeveer een uur. ‘Het leidde tot een volle avond heart to heart kennismaken met het gezelschap. Het publiek werd op slag verliefd. De formule van die avond is later ook uitgerold bij andere programmering.’
Hiernaast veranderde bijvoorbeeld het programma rond Keti Koti. Dat was in het begin nog erg aanbodgericht. Tegenwoordig komen mensen naar het programmateam toe en vertellen wat ze graag willen zien. Sengers: ‘Het heeft helemaal geen zin om top-down te programmeren. Bij een wederkerig en gelijkwaardig proces ontstaat een fantastisch groeimodel.’ Waarmee ze doelt op de nieuwe publieksgroepen die communities op hun beurt meenemen naar het theater.
Hoogte80 Festival wenst in de toekomst vooral relevant te blijven. Ze zijn als festival cultureel al enorm divers, maar daar mag meer in gebeuren. ‘Je bent relevant als je in voldoende mate verschillende stemmen representeert’, zegt Harold Oddens, ‘en wij willen die representatie op gang brengen via co-creatie. Want wie spreken we nu eigenlijk aan met onze taal, ons beeldmateriaal en onze catering?’
Vanuit die gedachte voelde Oddens de behoefte om het perspectief van het festival te verbreden. Daarom stelde hij een tweede programmeur aan. Met deze programmamaker sloeg het festival een nieuwe richting in, al zijn nog lang niet alle Arnhemse communities betrokken. En dat is wel de wens. In de komende jaren ontwikkelt Hoogte80 zich dan ook verder tot een meer community-gedreven festival. Binnenkort start een communitymanager die actief verschillende groepen in de samenleving gaat benaderen. ‘We brengen het programma terug naar de essentie die het al heeft, namelijk het vertellen van een verhaal.  In onze samenleving hebben wij daar verschillende vormen voor ontwikkeld, in andere culturen bestaan daar andere vormen voor. Daar zou meer ruimte voor mogen komen.’
De laatste edities werkte Hoogte80 Festival met een thema. Dit voorjaar was dat ‘de ontmoeting’ en volgend jaar is het ‘de dialoog’.  Hierop bouwen ze de komende tijd voort. ‘Het gaat ons dus niet alleen om het artistieke product’, zegt Oddens, ‘maar ook om het culturele product: de interactie tussen mensen. Ofwel de uitwisseling tussen de makers, het publiek en onze partners. Het ultieme streven is dat meer groepen mensen zich aangesproken voelen, en op termijn mede-eigenaar worden. Dat ze zelf willen bijdragen aan het festival en elkaar daar ontmoeten. Want in elke ontmoeting schuilt het begin van acceptatie.’

Foto Annelies Verhelst

Dossiers

Theaterkrant Magazine september 2025

Plaats reactie

Reacties moeten voldoen aan onze huisregels.

Uw e-mail adres zal niet gepubliceerd worden. Alle velden zijn verplicht.