De voorstelling is het belangrijkste onderdeel van het bezoek aan de schouwburg, maar op weg naar de zaal en terug maakt de bezoeker nog veel meer mee. Dat is het terrein van ontwerper Terry Brochard, die de bezoekersbeleving in theaters onderzoekt en waar mogelijk verbetert. In deze rubriek deelt hij zijn bevindingen met Theatermaker.

Na een tegenvallende voorstelling besloot ik de groep te overtuigen om in het theater toch nog even een drankje te doen. ‘Moet dat? We gaan nu liever weg.’ ‘Ja, dit hoort erbij’, was mijn antwoord. Tijdens het biertje in de nogal lege foyer hebben we het gehad over de voorstelling. Waarom viel het tegen? Wat was er wel goed? Binnen vijftien minuten was het biertje op en waren de frustraties uitgesproken. We besloten nog een biertje te drinken en liepen positief de deur uit. ‘Toch nog een leuke avond zo, en ook nog iets uit de voorstelling kunnen halen. Wanneer gaan we weer?’

Het nut van de nazit
De Amerikaanse psychologen Mihaly Csikszentmihalyi en Rick Robinson verwijzen in hun onderzoeken naar vier dimensies van het ervaren van kunst. De ‘Perceptuele’ dimensie is het opnemen van de kunstvorm. De ‘Emotionele’ dimensie is de emotionele reactie. De ‘Cognitieve’ dimensie gaat over de betekenis en het verwerken ervan. En de ‘Communicatieve’ dimensie combineert de vorige drie en heeft te maken met contact tussen spelers en publiek, en publiek onderling. Kijkend naar deze vier, worden de perceptuele en emotionele dimensies vooral gecreëerd tijdens de voorstelling. De makers zorgen (in theorie) voor een goede voorstelling en het theater (ook in theorie) voor een goede zaal met goede zichtlijnen, techniek en lekkere stoelen. Het verwerken van en betekenis geven aan de voorstelling (cognitief) kan volgens professor Peter Eversmann (Theaterwetenschap UVA) alleen plaatsvinden als de voorstelling is afgelopen. Tijdens de voorstelling gebeurt er te veel om dit goed een plek te geven. Dit betekent dus dat de periode na de voorstelling minstens zo belangrijk als de voorstelling zelf is en daarmee een essentieel onderdeel van het theaterbezoek. Het verwerken van een voorstelling kan ook wel in de auto of thuis, maar dan ben je alweer helemaal uit de sfeer. De optimale verwerking gebeurt dus in het theater zelf.

Dit is een hele analytische kijk op hoe naar theater gaan ‘werkt’ en bezoekers zelf beseffen dit helemaal niet, halen dus na het applaus gelijk hun jas en zijn weg. Het is de taak aan de theaters om dit gedrag te veranderen. Hoe doe je dat? Dit kan vanuit de drie basisbelangen van Theater Beleving bekeken worden: Artistiek, Sociaal en Flow.

Het verwerken van de voorstelling
Zoals de inleiding illustreert kunnen bezoekers na een slechte voorstelling minder zin hebben om te blijven hangen, maar juist dan is de nazit en dus de functie van het theater zelf extra belangrijk. Voor theaters zou het streven moeten zijn dat bezoekers ongeacht de kwaliteit van de voorstelling met een positief gevoel de deur uit gaan. Ondersteun de bezoekers in het verwerken van de voorstelling door een artistieke invulling te geven aan de nazit. Dat kan op heel veel meer manieren dan met een nabespreking. Die zijn vaak erg statisch, en na een lange zit heeft niet iedereen daar nog zin in. Waarom liggen er geen bierviltjes op tafel met allerlei vragen? Of waar zijn de ‘napraat-tafels’ waar gelijkgestemden elkaar kunnen vinden? En ik zou graag eens een voorstellings-pubquiz-achtige activiteit organiseren.

Qua artistieke na- en voorpret is er veel inspiratie te halen uit jeugdvoorstellingen. Denk aan ‘stel een vraag kaarten’ voor De man die alles weet of een feestje met de acteurs van De waanzinnige boomhut van 13 verdiepingen. Waarom kan dit wel bij de jeugd en niet bij voorstellingen voor volwassenen? Hier ligt een uitdaging voor de theatermakers om meer samen te werken met de theaters. Hoe wil je als maker dat bezoekers de voorstelling beginnen en wat wil je dat ze meenemen? Denk buiten de kaders van de zaal en gebruik het hele bezoek om je verhaal te vertellen. Zo creëer je een totaalbeleving van begin tot eind.

Moeilijker om te blijven dan om weg te gaan
Een grote oorzaak van de ‘leegstroom’  is kuddegedrag. Voordat mensen het door hebben staan ze al in de rij voor de garderobe. Het zou niet een bewuste keuze moeten zijn om te blijven, het zou een bewuste keuze moeten zijn om te gaan. Zorg dat deze routine doorbroken wordt en dat mensen zonder dat ze het weten al aan de bar staan bijvoorbeeld. In een voorgaande rubriek is al genoemd dat de garderobe uit het zicht daarbij kan helpen. De foyerruimte is ook niet altijd even uitnodigend. Dan sta je daar ergens midden in de foyer, ongemakkelijk te staan omdat de acht tafeltjes al gelijk vol zijn. Waarom zijn er geen grote lange statafels waar iedereen aan kan schuiven of een hele grote bar waar iedereen aan kan staan?

Misschien moeten we helemaal anders kijken naar de opzet van de avond. Voorstellingen duren lang, dus mensen willen daarna weg. Moeten misschien de voorstellingen korter? Hebben bezoekers nog wel zoveel tijd en geduld? Waarom is er niet een betere voorzit? Bij concerten zijn er voorprogramma’s waar de zaal al een uur van tevoren vol staat, want er is al iets te doen.

Het symbool ‘de bitterbal’
In de aflevering van De Wereld Draait Door van 16 maart 2012 vertelt Paul de Leeuw over de bitterballen van Schouwburg Amphion en dat die beter moeten. Hij stuurt een aantal dozen ambachtelijke bitterballen naar Doetinchem en sindsdien zijn die daar niet weg te slaan. Ook andere artiesten zoals Bert Visscher en Tineke Schouten noemen de sfeer in theaters na afloop goed en gezellig mede door de bitterbal. De bitterbal werkt! Waarom?

Het gaat niet per se om de bitterbal, maar om waar die voor staat. De bezoeker krijgt iets, iets gratis en dat wordt een sterk sociaal symbool van gastvrijheid waarmee een theater laat zien het te waarderen dat de bezoeker er is. Beloon niet de langblijver met een bitterbal, maar gebruik deze om ervoor te zorgen dat mensen langer blijven. Dus niet een half uur wachten, maar gelijk rond met die schaal. Dit kan dus een bitterbal zijn of een ander symbool van gastvrijheid.

Daria Bukvić noemt het in haar Zuiderlucht-column ‘Beste theaterdirecteuren’ een goed idee om lokale borrelhappen in te zetten. Ook benoemt zij het ‘harkerige’ personeel en de ‘elitaire’ sfeer en andere ‘stijfheid’ die het veel bezoekers lastig maakt te ontspannen. En ze heeft gelijk: het personeel bepaalt voor een groot deel de sfeer. Staan die ergens keurig te staan totdat ze ergens nodig zijn, of zijn het sfeermakers die actief de interactie opzoeken? Een groot verschil.

Neem het niet voor lief
De nazit is meer dan alleen het faciliteren van een ruimte en drankjes verzorgen. Bezoekers willen meer. Ze willen inhoud, ze willen gezelligheid, een fijne plek om te zijn en ze willen ‘bitterballen’. Neem deze fase van het theaterbezoek niet voor lief, maar denk hier goed over. In de logistieke flow, sociale interactie en artistieke ondersteuning. Momenteel moet je er als bezoeker zelf iets van maken, terwijl ik kom voor een avondje uit, een avondje vermaak. Dus theaters van Nederland, vermaak mij!

Illustratie: Bente Bak