In ‘De ballade van de Jodenhoer Marie Sanders’ van Brecht en Eisler uit 1935 reageren de schrijver en de componist op de Rassenwetten van Neurenberg, waarin de Duitse Joden al hun burgerrechten worden afgepakt. Het lied komt uit de tenen van het duo. Een venijnige maar koudbloedige afrekening. Jaap van der Merwe vertaalde de laatste strofe zo:

’s Ochtends negen uur / Zij reed door de straten, / uitgekleed
om haar hals een bord / en kaalgeschoren.
’t Geteisem joelde. / Haar blik bleef koud.
In grauwe buurten, daar kolkt ’t bloed.
Vanavond voert Streicher ’t woord.
Lieve God, waar het nu met dit volk heen moet …
Als je oren hebt, zorg dat je ’t hoort!

Voor beter begrip: Streicher was de goorste antisemiet ever.

Ik heb Adèle Bloemendaal deze ballade vaak horen zingen. Het kwam altijd uit haar tenen. Je had het zekere gevoel: zó moet dit lied, dit is de ultieme versie, het kan niet anders. Allemaal onzin natuurlijk. Maar dit vermoeden tekent haar kunstenaarschap. Ze was een groot vertolker van liederen die ertoe doen. Liederen met een verhaal.

Geboren werd ze als Adèle Hameetman, dochter van een handelsreiziger. De eerste successen oogstte ze met haar gabber Leen Jongewaard. Zij (19) en Leen (25) traden in 1952 met een cabaretprogramma op in de Amsterdamse bioscoop Kriterion. Spoedig werd er door beginnende beroemdheden aan ze getrokken. Door Toon Hermans. En door de kindertoneelgroep Puck. Adèle en Leen kozen voor het toneel. Dat gaf meer vastigheid. Regisseur Egbert van Paridon: ‘Adèle was een blonde stoot, een barokke geile meid die ordinair durfde te zijn. Leen was een groot talent. Ik wou ze allebei.’ Maar ze knauwden Jordanees. En dat kon niet aan het toneel. Dus kregen ze in 1953 elke ochtend van 8 tot 10 in het Van Nispenhuis spraakles. Daarna begonnen de repetities aan Dievenbal van Jean Anouilh. In de regie van mevrouw Ank van der Moer. Leen Jongewaard is vrij lang bij Puck gebleven. Adèle hield het na een half jaar voor gezien. Ze trouwde met de vliegtuigingenieur Bob Bloemendaal, ging met hem naar Amerika en kwam na een half jaar als de gescheiden single Adèle Bloemendaal terug. Zo’n beetje iedereen wilde haar engageren. Ze is ook overal geweest. En overal zeer kort.

Toen ze op haar dertigste een zoon kreeg, John Jones, samen met Donald (‘Ik zou je ’t liefste in een doosje willen doen’) Jones, de eerste zingende zwarte man die alle Hollandse harten stal, deed ze een tijd lang alleen televisie, met de geniale regisseur Rob Touber, die haar literair repertoire gaf. Het huwelijk van Elsschot. En die ballade van Brecht. Maar met dezelfde flair deed ze een parodie op een carnavalskraker, ‘Wat heb je gedaan, Daan?’ van Drs. P, met als onzinrefrein: ‘In de hele met zijn allen van die dingen niet meer aan.

Toen haar zoon begon te puberen stapte ze naar kleinkunstkenner en schrijver Jacques Klöters, Adèle’s ‘cabaretpooier’. Hij beschrijft de ontmoeting in zijn onlangs verschenen memoires Voorwaarts leven, achterwaarts begrijpen. Adèle: ‘Ik wil iets van mezelf gaan doen en jij gaat me daarbij helpen. Er is in het verleden prachtig repertoire geschreven dat de jongelui van nu moeten leren kennen. Brecht, Prévert, Brel, Coward. Adèles keus gaat het heten. En daarna gaat moeders weer derwaarts! Of is het herwaarts? Weet jij dat soort dingen?’ Klöters: ‘De boeken in mijn kasten veerden op van blijdschap. Dat was een klant naar hun hart.’ Zo ontstond een serie programma’s die tot het mooiste horen dat Adèle Bloemendaal heeft gemaakt. Waaronder het door Klöters voor haar geschreven lijflied, ‘De zwarte doos’.

Ook in mijn leven vonden heel wat rampen plaats:
hoe vaak verdween ik plotseling niet uit het zicht;
lag ik weer eens in stukken in het ochtendlicht.
Juist als het goed gaat, word ik tegendraads.

Nooit in ’t vuur gaan zoeken naar die zwarte doos:
ik wil niet weten wat mijn vluchtgedrag verklaart.
Noem mij maar onbetrouwbaar en gewetenloos:
mij krijg je niet kapot, dat ligt niet in mijn aard.

Adèle Bloemendaal stierf tien dagen na haar vierentachtigste verjaardag. Met een mooi laatste uitzicht op haar centrum van de wereld, de Amsterdamse Nieuwmarkt.