Een koepel. Dat moest het samenwerkingsverband worden van de drie belangrijkste brancheverenigingen in de podiumkunsten – VSCD, NAPK en VVTP – dat in juni 2016 vol zelfvertrouwen werd aangekondigd op het VSCD Congres in Haarlem. Maar in oktober vorig jaar werd de oprichting alweer afgeblazen. Een grootse mislukking? Een tijdelijke terugslag? Of misschien maar beter ook?

De wens tot meer samenwerking tussen podia (verenigd in de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties, VSCD) en de producenten (waarvan de gesubsidieerden samenkomen in de Nederlandse Associatie Podiumkunsten (NAPK) en de ongesubsidieerden in de Vereniging van Vrije Theaterproducenten, (VVTP)) bestaat al lang. In het Nederlandse reissysteem, waarbij voorstellingen van groepen zonder eigen zaal reizen langs schouwburgen die niet zelf produceren, zit een ingebakken tegenstelling tussen aanbieders en afnemers. Door een aantal ontwikkelingen zijn die tegenstellingen de afgelopen decennia verscherpt: door bezuinigingen zien schouwburgen zich gedwongen veiliger te programmeren, gesubsidieerde gezelschappen zien het draagvlak voor kunst(subsidies) afbrokkelen en commerciële producenten merken dat oude formats niet langer houdbaar zijn in de concurrentiestrijd op de vrijetijdsmarkt. De Commissie d’Ancona constateerde al in 2007 een ‘mismatch’ tussen vraag en aanbod in de podiumkunsten.

In een interview in Theatermaker in januari 2016 met de directeuren van de drie verenigingen was de leidraad van het gesprek dat er veel meer moet worden samengewerkt. ‘Binnen alle verschillen moeten wij zoeken naar gezamenlijke dossiers: werkgeversbeleid, de opkomst van zzp’ers, de lobby in Den Haag over btw en de geefwet’, zei Yolande Melsert  (NAPK). En Jort Vlam (VVTP): ‘Je kunt pas samengaan als de leden erachter staan, maar de argumenten zijn helder.’ Hedwig Verhoeven (VSCD) was het meest uitgesproken: ‘Als we er de komende vijf jaar niet in slagen om tot één brancheorganisatie voor de podiumkunsten te komen, vind ik mijn missie niet geslaagd. De brancheverenigingen móeten echt gaan samenwerken, de sector moet gaan samenwerken.’

Een paar maanden later werd George Lawson (consultant en oud-OCW-ambtenaar en voormalig directeur van het Fonds Podiumkunsten) aangezocht als kwartiermaker. Hij maakte een eerste ronde langs de velden om te onderzoeken of de geesten rijp waren voor een formele samenwerking. Hij concludeerde al snel dat een volledige fusie wellicht te hoog gegrepen was en stelde een federatie-model voor, dat al snel de naam ‘Koepel Podiumkunsten’ kreeg. Er werd een Stichting Kwartiermaker Koepel Podiumkunsten opgericht, met als bestuurders vertegenwoordigers van de drie verenigingen en Tanja Dik (directeur Consumer Products & Services van Schiphol, maar met een theaterverleden als zakelijk directeur bij Stage Entertainment) als onafhankelijk voorzitter.

Op 2 oktober 2017 stuurde Dik een bericht aan alle betrokkenen dat er toch geen koepel komt: ‘Tijdens het onderzoek constateerde het bestuur dat de brancheorganisaties zeer gemotiveerd zijn om hun bestaande samenwerking te versterken, maar dat op dit moment onvoldoende overeenstemming is over de organisatorische invulling daarvan. Daarom is besloten om nu niet over te gaan tot het oprichten van een nieuwe gezamenlijke koepelorganisatie.’

Na die mislukking gebeurde er iets merkwaardigs. Buiten de verenigingen klonk vermoeide mismoedigheid dat een nieuwe poging tot samenwerking binnen de branche niet gelukt was. Maar bij de leden van de verschillende verenigingen leek er eerder opluchting. ‘Wat winnen we er nu precies bij om met z’n allen in een grote moloch te gaan zitten?’, verwoordde een schouwburgdirecteur de stemming.

Ook als we begin januari vertegenwoordigers van de VVTP en de NAPK samen spreken in Amsterdam lijkt het afketsen van de koepel eerder als meevaller dan als nederlaag te worden gezien. Dik: ‘We konden geen uitgangspunt vinden waarbij één plus één plus één vier zou worden. Daarna ontstond het inzicht dat het optellen tot vier ook zou kunnen zonder dat je een organisatie gaat vormen.’

Fred Boot, die namens de VVTP in de stuurgroep zat: ‘Tanja Dik had businessplan waarover iedereen enthousiast was, en we waren er dichtbij, maar we zijn er niet uitgekomen.’ Eerste complicatie was wie hoeveel contributie moet betalen. Dik: ‘We hebben enorme spreadsheets met wel twaalf contributiemodellen bekeken, maar we kwamen er niet uit.’ Veel belangrijker was echter welke organisatievorm de samenwerking moest krijgen. De VVTP, zelf een minimaal verbond met Jort Vlam als freelance directeur, zette in op een lean and mean projectorganisatie, terwijl de directeuren van de VSCD en de NAPK niet zomaar hun ongeveer tien personeelsleden wilden offeren en daarnaast een breder takenpakket voor zich zagen.

Op de achtergrond spelen nog andere dingen mee: de NAPK is een paar jaar geleden zelf uit een fusie van vier brancheorganisaties ontstaan en de leden voelen niet veel voor nóg zo’n proces. Bij de VSCD lijkt de noodzaak voor een sprong voorwaarts juist heel groot: de organisatie verliest leden (recent zegden grote theaters als Luxor in Rotterdam, De Kleine Komedie in Amsterdam en Chassé in Breda hun lidmaatschap op) en binnen de vereniging is de tegenstelling tussen artistiek geprofileerde en lokaal georiënteerde schouwburgen groot. Zij wilde misschien wel een volledige fusie, zodat een organisatie zou ontstaan waar niemand omheen kan.

De drie partijen en Dik benadrukken om het hardst dat er ook zonder formele koepel de komende periode veel intensiever zal worden samengewerkt. ‘We zijn door dit proces veel nader tot elkaar gekomen’, zegt Boot, ‘De lijnen zijn kort.’ Dik: ‘Het zoeken naar de juiste organisatievorm slokte veel energie op. Nu we die ballast kwijt zijn, werken we met veel enthousiasme aan de inhoud.’

Die inhoud bestaat uit een aantal projecten waar twee van de drie of alle drie de partijen aan deelnemen, zoals een gezamenlijk theatergala waar de prijzen voor musical, toneel, dans en cabaret worden uitgereikt en een gezamenlijk congres (beide vallen nu onder verantwoordelijkheid van de VSCD). Daarnaast is er inmiddels een regelmatig producentenoverleg tussen de VVTP en de NAPK, is er een duolidmaatschap (VSCD+NAPK) in de maak voor fusieorganisaties als Theater Rotterdam en Het Nationale Theater en is er een gezamenlijke nieuwjaarsborrel georganiseerd. Ten slotte zijn er voorzichtige plannen om samen in een gebouw te gaan zitten.

Maar de belangrijkste agendapunten zijn collectieve marketing, lobby en digitalisering. Met name het aansluiten van alle kassasystemen van schouwburgen op één datainfrastructuur voor kaartverkoop (en dan hopelijk ook één gezamenlijke website waar kaartjes voor álle theatervoorstellingen kunnen worden gekocht) is een taak die alleen in gezamenlijkheid kan worden volbracht.

Een koepel, of een andere formele samenwerkingsvorm wordt meegenomen in de besprekingen. “Het proces kán uitmonden in een nieuwe organisatie”, zegt Dik. ‘Het ligt op tafel, maar niet op de voorgrond’, nuanceert NAPK-voorzitter Joachim Fleury. ‘Het is geen doel op zich’, preciseert VVTP-voorzitter Boris van der Ham. Dik: ‘Vergeet niet dat het bij een fusie hoort dat je een behoorlijke periode heel erg met jezelf bezig bent. En de behoefte is juist om nu aan de slag te gaan en dingen voor elkaar te krijgen.’

Misschien is het beter zo. Zoals de stuurgroepleden herhaaldelijk benadrukken, zijn er geen problemen die magisch worden opgelost met een formele koepel of een fusie. Ook de tegenstellingen in belangen zouden daardoor niet opeens verdwijnen. Het optimisme van de bestuurders is voelbaar en het argument dat ze als netwerk flexibel en daadkrachtig kunnen zijn is overtuigend; over een half jaar worden eerste resultaten beloofd.

Maar het sterkste argument vóór samengaan werd twee jaar geleden al door Jort Vlam geformuleerd: ‘Je kunt een luidere stem laten horen voor het gemeenschappelijk belang.’ Dat was toen nodig in de nasleep van de cultuurbezuinigingen en nu in de aanloop naar een nieuw cultuurbeleid vanaf 2021. Het is de vraag of een informele samenwerking die luide stem kan laten klinken.

Illustratie: Milo