Er lijkt iets te bewegen in het landschap van talentontwikkeling, iets dat zich niet volledig laat vangen in beleidsplannen of eindproducten. De beweging verspreidt zich via non-hiërarchische netwerken, tijdelijke allianties en alternatieve onderzoeksmethoden. Wat als wat eerst leek op verschraling, juist vruchtbare grond blijkt voor nieuwe, onverwachte manieren van (samen)werken?












