Pippi Powerrrrr is een energieke en aanstekelijke montagevoorstelling vol achtplussers-empowerment. De vijf spelers gieten hun persoonlijke ervaringen met (het overwinnen van) angst en onzekerheid in stoer (want op momenten ook kwetsbaar) in your face-theater. (meer…)
Bij herinneringen aan het openluchtzwembad waar je als kind graag kwam, denk je niet gelijk aan Neptunus en zijn drietand. In Sittard doen ze dat wel, met plezier. De god uit de Romeinse mythologie reikte daar ooit met zeemeerminnen de zwemdiploma’s uit.
In de vermakelijke, grote openluchtvoorstelling Zwembadjaren heeft Neptunus, god van het stromende water, een prominente rol. Hij laat een storm aan herinneringen aan het in de jaren tachtig gesloopte Sittards zwembad tot leven komen, al is zijn magie aan slijtage onderhevig.
Zwembadjaren is een productie van jeugdtheater Het Laagland, dat vijfentwintig jaar bestaat. Het jubileum viert het gezelschap in Sittard, de stad waar het thuis is, met een voorstelling over het zwembad, een onderwerp dat veel (oudere) inwoners uit Sittard aanspreekt, zo blijkt uit reacties op de tribune. Het populaire bad dat van 1933 tot 1985 open was, was een plek waar liefdes en vriendschappen het licht zagen, waar kinderen ravotten en het leven spelenderwijs ontdekten.
Over het zwembad doen veel nostalgische verhalen de ronde, prachtige, ook opgeklopte verhalen. Auteur Benny Lindelauf sprak zestig inwoners, verzamelde hun verhalen en verwerkte die in een voorstelling over twee vriendinnen: Hella uit de villawijk en Betsy uit een volksbuurt. De twee leerden elkaar kennen aan de rand van het zwembad en bleven hun hele leven contact houden, eerst in levenden lijve, daarna per brief, want het rijkeluismeisje verhuisde met haar man Bob naar de Verenigde Staten.
De rollen van Hella en Betsy worden door meerdere speelsters verdienstelijk vertolkt, steeds in een andere fase van het leven: 11+, 14+, 35+ en 75+. Die wisselingen zijn uitstekend te volgen, de Hella’s zijn in het geel gekleed, de Betsy’s in het rood.
In het stuk hebben dertig speelsters en spelers vaak meerdere rollen. Zo is actrice Kiki van Aubel de Betsy van 35+, de moeder van een jongere Betsy én badjuf. De cast met daarin veel jongeren, ook van Theaterwerkplaats Jong Laagland, komt overwegend uit Sittard en omgeving. Die jongeren spelen en zingen met enthousiasme en zichtbaar plezier.
Het stuk speelt in het Stadspark, op de plaats van het voormalig zwembad. Een deel van de muur staat daar nog als herinnering, en die is door de vormgevers van Het Laagland dankbaar gebruikt als achtergrond. Water is er niet, uitsluitend een grasvlakte.
Dat valt de inmiddels bejaarde Hella (een rol van Irma van Hoof) ook op, als ze met een reiskoffer door het Stadspark wandelt: ‘Alleen maar gras’. Ze komt over uit de States. Betsy is overleden en Hella wil nog een keer terug naar de plek waar ze haar goede vriendin heeft ontmoet. Op dat moment verschijnt Neptunus, hij komt uit een rokende, ontploffende boom en wordt gevolgd door meerminnen.
Met bombastische stem en een bezwerende spreuk haalt hij het verleden terug. Spelers sjouwen met kaders van een zwembad, met duikplanken, startblokken en lange koorden met drijvers. Het zwembad is even terug, compleet met kleedhokjes. Het is een aansprekend toneelbeeld, zeker in combinatie met die overgebleven wand.
In het bad ‘zwemmen’ de jongere spelers, in het begin jongens en meisjes gescheiden. Ze oefenen de schoolslag, rugslag en watertrappelen. Op het gras, bij de rand van het zwembad ontstaat de vriendschap tussen Betsy en Hella, en al komen ze uit verschillende milieus uit Sittard, ze gaan door dik en dun voor elkaar.
Tijdens de ontmoetingen komen herinneringen aan het zwembad voorbij: over een meisje dat een goedkoop, maar veel te groot badpak kreeg van haar moeder, over jongens die water over de vloer van de kleedhokjes gooiden zodat ze in de spiegeling naar de meisjes konden kijken.
In de voorstelling wordt gezongen, ook gedanst, met nummers uit de jaren zestig en zeventig, een variant op de hit van Peter Koelewijns: ‘kom uit dat zwembad, ik waarschuw niet meer’. Er zijn ook nieuwe liedjes, als ‘Bibberlochblues’: je moet niet bang zijn, maar duiken. Die liedjes, ook de monologen en dialogen, zijn grotendeels in het Sittards dialect, maar voor wie die taal niet spreekt, is het stuk overwegend goed te volgen, al gaat soms een grap verloren. En wat kent Sittard met ‘speculeer iezer’ (vast verkeerd geschreven) een merkwaardig woord voor ‘bril’.
Zwembadjaren is tamelijk chronologisch en lineair, dat maakt het soms voorspelbaar en vluchtig. Jongeren experimenteren met roken, jongens en meisjes dagen elkaar uit en Betsy raakt smoor op de verkeerde jongen. Ze kiest niet voor Harrie die ze maar een sul vindt, maar voor Roger die er een scharrel op nahoudt. ‘Goed dat ik een zwemdiploma heb, anders zou ik verdrinken in je ogen’, zegt hij slijmerig zowel tegen Betsy als zijn stiekeme liefde. Hella ontmoet Bob en vertrekt met hem naar de VS.
Als dat allemaal verteld is, op een levendige, komische manier, vaak hilarisch en iets over de top gespeeld, wordt het stuk artistiek gezien interessanter. Een herinnering van Betsy 18+ over hoe ze uiteindelijk toch gevoelens krijgt voor Harrie blijkt niet helemaal te kloppen. Betsy van 35+ grijpt in. Het geluid van terugspoelen klinkt. De scène gaat over en krijgt een andere wending. Dat gebeurt meerdere maken.
Ook wordt de tijd vooruit gespoeld. Daarbij is door regisseurs Inez Derksen en Mayke Roels gekozen om een grote fotolijst op te voeren met steeds een portret van een fase uit het leven van Betsy: de trouwfoto, de zwangerschap, het eerste kind, daarna ook de geboorte van de zoon van Hella. Zulke vondsten tillen het stuk op.
Gaandeweg krijgt het zomerse verhaal ook meer diepgang. Herinneringen blijken niet altijd te kloppen, zijn subjectief. De waarde van vriendschap wordt benadrukt. Die moet je koesteren, het leven is voorbij voordat je het beseft. De band tussen Hella en Betsy blijkt diep te zitten, maar is onvoldoende geleefd. De boodschap: zwemmen is als het leven, soms moet je in het diepe duiken, ook die komt voorbij. Bovendien zijn verhalen over de avonturen op een zwembad tamelijk universeel en herkenbaar.
Het personage van Neptunus, terug te herleiden naar de historie van het zwembad, geeft Zwembadjaren een prettig tikkeltje absurditeit en dat wordt zelfs verrassend uitvergroot als ineens Jupiter, de rivaliserende broer van Neptunus, opduikt en donder en bliksem oproept.
En dan is er ook nog een verhaal dat de voorstelling niet heeft gehaald, het stuk heeft het niet per se nodig, mogelijk is het een broodje aap, maar het is prachtig is om te vertellen. Om het ijskoude water in het zwembad te verwarmen kreeg iemand het lumineuze idee om overtollig water van de naburige Campinafabriek te gebruiken. Dat ging fout, een werknemer trok aan de verkeerde hendel en het zwembad stroomde vol met chocomel. Het is een geweldig gegeven, ook voor theater.
Beeld: Joost Milde














Het was een prachtige voorstelling een mooi verhaal vol nostalgie. BEDANKT