Vijf verdelgers ruimen een kale, troosteloze tuin op. Het mag de pret niet drukken, want hun spuiten en stoomreinigers maken een vrolijk ritme. Maar hoe meer muziek ze maken, hoe meer vreemde dingen er gebeuren. Zoemmm is een speels theatraal concert van Oorkaan, in coproductie met Elbphilharmonie Hamburg en Theater Orpheus.

Er staat een droogmolen en een vervallen schuurtje, overal liggen spullen op de grond en er is geen groen te bekennen.  Al zingend vegen de verdelgers verbogen lessenaars van het podium. Muziekinstrumenten liggen in losse onderdelen op de grond, alsof het schrootafval is. Maar de verdelgers voelen zich aangetrokken tot de instrumenten, zetten ze weer in elkaar en bestuderen ze. De instrumenten lijken steeds meer controle te nemen over de lichamen van de verdelgers. En plots: beschermende, witte pakken maken plaats voor schubjes, vleugels en kleur als de verdelgers zelf veranderen in insecten.

Aires Tropicales Quintet is een jong houtblazersgezelschap met Cubaanse wortels, dat zowel klassiek als modern werk van Latijns-Amerikaanse componisten speelt. Met fluit (Claudia Veloso Álvarez), klarinet (Ninían Rodríguez), fagot (Ramón Alejandro Márquez Ramos), hoorn (Karla Hernández) en hobo (Jorge Ruíz) spelen ze in Zoemmm vooral vrolijke composities uit de vorige eeuw. Ze stralen veel plezier uit. Terwijl ze spelen, dansen ze en dagen ze elkaar steeds uit. Bijzonder is dat ze ook zingen. Twee keer in de voorstelling zingen ze warme, vijfstemmige Afro-Cubaanse muziekstukken. Zowel in zang als met de blaasinstrumenten vinden de muzikanten steeds samen een mooi, gebalanceerd geluid.

Samen met muziektheatergezelschap Oorkaan en regisseur Stefan Ebner brengen ze met Zoemmm een ode aan de insectenwereld en de muziek die insecten maken. De muzikanten bootsen het gezoem, getjirp en gefladder na met hun blaasinstrumenten en brengen zo de tuin weer tot leven. De verdelgers nemen je mee in een onderzoek naar geluiden. Voor het jonge publiek is het een mooie kennismaking met verschillende instrumenten, die begint bij de basis en je fantasie aanspreekt. Hoe klinkt een hoorn en hoe verschilt die van een dwarsfluit? Welke beweging past bij dat geluid? Aan welke geluiden die je kent uit de natuur doet het instrument je denken?

Sommige verhaallijntjes lijken onafgemaakt en je blijft als bezoeker met vragen zitten: wat gebeurt er precies wanneer één de fluitist in het schuurtje verdwijnt? En wat is de functie van de enorme papieren zak waar ze in terugkeert? Hierdoor is de opbouw van het verhaal onhelder en raakt de spanningsboog op sommige momenten verloren.

De voorstelling eindigt feestelijk, met het vrolijke ‘Chan chan’ van Buena Vista Social Club. De tuin is weer groen, de droogmolen is een bloeiende boom geworden en ook aan de lessenaars groeien bloemen. De moraal van de voorstelling is wél duidelijk en krachtig: voor een tuin vol leven, kleur en muziek, hebben we de insecten hard nodig.

Foto’s: Bart Grietens