Het tweedaagse ZÉRO – mime & performance festival in Utrecht kent een gevarieerd aanbod. Jonge makers voeren de boventoon in een initiatief dat gedragen wordt door gevestigde makers. Het programma biedt ruimte aan alternatieve en nieuwe presentatievormen. Daarin werken ogenschijnlijk, statische beelden als een spiegel. Vanuit serene rust of juist heel dwingend gaan installatie-performances een dialoog aan met de toeschouwer.

Lichtgang is onderdeel van een serie theatrale ervaringen ontwikkeld door Schweigman& in het kader van het project Prikkel, dat inzoomt op neurodiversiteit en prikkelverwerking. De korte installatie-performance in het randprogramma van het festival werd een samenwerking met Johannes Bellinkx. In een kleine cinema ondergaat een handjevol toeschouwers een zintuiglijke ervaring met als ingrediënten één felle lichtbundel en een gelaagde soundscape van David Knap via de koptelefoon. Dieptes, kleuren, vormen; de ervaring wordt actief uitgewisseld na afloop en dan blijkt in het hoofd van iedere bezoeker iets anders te hebben afgespeeld.

Hoe kun je je bevrijden van de dwingende schoonheidsidealen die vrouwen worden opgelegd? Theatermaker en speler Lisa Schamlé had er zoveel last van, dat er maar één ding opzat: het thema tot onderwerp maken van haar werk en het betreffende object – haar eigen lichaam – centraal zetten. Op ZÉRO toont ze zowel de installatie als de performance-versie van Me, a depiction. De kleine zaal van Theater Kikker is voor de gelegenheid ingericht als expo. Aan de muren hangen abstracte foto’s en teksten, die een spoor vormen van een zoektocht naar eigenwaarde. Het zijn echter vooral de bewegende videobeelden (soundscape Marijn Brussaard) die de aandacht trekken.

Over twee wanden glijdt het schaars geklede lichaam van Schamlé voorbij, de button van de afstandsbediening in haar hand verklapt een autonome werkwijze. Er verschijnen versies van haar met vervormde mond of gezicht. Dan zoemt de projectie in op afzonderlijke lichaamsdelen. Moedervlekjes, haartjes, pukkeltjes; we krijgen alle details vergroot te zien. Geleidelijk vervormen de videobeelden nog extremer en transformeert Schamlé’s lichaam in een fascinerend landschap om uiteindelijk te eindigen met  beelden die doen denken aan flarden textiel en draadjes. Alles is stoffelijk, zo lijkt Schamlé te willen zeggen, maar in haar ‘videotoegift’ neemt ze die stoffelijkheid nog even lekker op de hak.

Tijdens de live-performance ligt ze – gehuld in een zilverkleurig badtenue – op een spiegelobject middenin de zaal een klein half uur in een verstilde houding op haar zij, een typisch vrouwelijke pose met talloze referenties. Maar dan maakt de aanvankelijke  passieve houding subtiel plaats voor een actieve. Met een kleine verandering van het hoofd observeert Schamlé haar publiek actief via de spiegel en zo rekent ze geheel in stijl af met de rollen en de gazes.

De theatrale performance Zombie van Werkplaats van de Woestijne laat een onuitwisbare indruk achter. Wat een prestatie van acteur Anton van der Sluis die met een stalen ketting gekluisterd aan een steen, een verwarde gek speelt. De solo speelde tot nu toe buiten op locatie, maar werd voor de gelegenheid binnen opgevoerd; in de Hekmanfoyer van de Stadsschouwburg Utrecht. Met koptelefoon op is het publiek in twee halve cirkels opgesteld rondom het openingsbeeld. Net ver genoeg om niet aangeraakt te kunnen worden en dat is maar goed ook, want van der Sluis’ zombie is ijzingwekkend en agressief.

Eerst kijken we lang naar zijn ogenschijnlijk levenloze lichaam, dat in een boog om de steen ligt gekruld. Wanneer het personage tot leven komt, gaan we door allerlei stadia heen terwijl hij intimiderend steeds opnieuw op toeschouwers afkomt. De één went zijn blik af, de ander durft de confrontatie aan. Een zwaar aangezette ademhaling, geronk uit de keel, kokhalsen; elk geluid komt direct de oren in en dat maakt deze performance heel dwingend. Tel daarbij op de voortdurend openstaande mond met het gehavende gebit en de ogen vol gekte – een knap staaltje grime van make-upartist Rebecca van Stam. Als ook het druipende zweet van Van der Sluis voor je voeten valt, is er geen ontkomen meer aan, al roept de griezel wanneer hij kalmeert ook iets teders op.

Alleen het stadium met de opzwepende muziek, waarin de zombie een poging doet tot dansen is wat ongeloofwaardig, omdat deze te snel wordt opgebouwd en te letterlijk een brug legt met drugs en het nachtleven. Maar behalve dat is de voorstelling in alles overtuigend. Regisseur Bart van de Woestijne koppelt de horror behendig aan een zelfgeschreven licht-filosofische tekst, uitgesproken door Tom Hopkins, waarin uiteindelijk het lichaam van de toeschouwer ook aangesproken wordt. Daarmee pareert hij alle karikaturale spot en rekt hij onze perceptie van de zombie op. En tjonge, dat kwam aan!

Foto’s: Lize Kraan (Lichtgang), Casper Koster (Me a Depiction) en Derk Stenvers (Zombie)