Eerst even over de titel: dat is direct een trigger warning. Op de slotscéne na, staat er een opvallend beheerste monoloog over daderschap en geweld. Hoever zouden we (niet) moeten gaan om gelijkwaardigheid te bevechten?

Het begint al te schemeren wanneer het publiek plaatsneemt midden in het Amsterdamse Bos. We hebben koptelefoons meegekregen en wie hem opzet, hoort geluiden van iemand die door het bos wandelt. Ritselende takken, ijle achtergrondmuziek. De spanning is gelijk voelbaar.

Het bos verroert zich niet. De twee flikkerende straatlantaarns die onderdeel uitmaken van het decor, zorgen op simpele en efficiënte wijze dat ik uitkijk op de gemiddelde bos- of parkweg die veel vrouwen ’s avonds liever mijden. Je zit eigenlijk al gelijk op het puntje van je stoel en er is nog helemaal niets gebeurd.

Een jonge vrouw, gespeeld door Lotte Laurens, komt het blikveld ingelopen. Ze zal gedurende de hele voorstelling blijven lopen dankzij een loopband, waarvan de techniek handig verstopt zit achter een boomstronk. De minimale beweging zorgt ervoor dat het de hele voorstelling boeiend blijft om naar haar te kijken, want welk noodlottig einde loopt ze tegemoet?

Laurens praat op een rustige, ingetogen en beheerste wijze. In combinatie met de nabijheid van haar altstem in de koptelefoon voelt het opvallend intiem, alsof ze alleen tegen jou praat. Er zal iemand vernederd worden, het is alleen nog de vraag wie. Zij: het meisje in de trein met het onhandig korte rokje. Hij: de vijftiger met harige handen vol aders en een drakenachtig gezicht die tegenover haar komt zitten in het verder lege treinstel. Daar begint de ongewenste intimiteit.

Hij is de vriendelijkheid zelve – of zo ziet hij zichzelf. Wil gewoon een onschuldig praatje aanknopen. Ze negeert hem, heeft haar koptelefoons (batterij leeg) op, kijkt strak uit het raam. Ook dit zal voor veel vrouwen herkenbaar zijn: hoe sla je de hofmakerij af van een man, op zo’n elegante wijze dat het je geen schade berokkent?

En dan het omslagpunt waarop de man beseft dat zijn gladde praatjes niet aanslaan. Het gevoel van afwijzing. In plaats van een vrolijk schouderophalen en weer door!, zijn daar de twee broertjes ‘vernedering’ en ‘woede’. Hij bijt haar toe: ‘You should get raped.’ Het ergste der vernederingen (en overigens ook een beproefde oorlogsmethode om individuen en volkeren mee te breken).

Ik ga er helemaal in mee terwijl de verteller de man met het drakengezicht in het donker naar zijn huis achtervolgt. De sterke, Engelstalige tekst van Laurens en Just van Bommel stuwt de spanning steeds verder op. Na die eerste spanningsboog had de monoloog ook prima kunnen eindigen, maar in dit geval zal er iemand (lees: een man) moeten boeten. Onze verteller heeft een geweldbeluste hang naar wraak en vergelding. Het is het minst spannende onderdeel van de voorstelling. Misschien omdat de slotscène te dicht op de werkelijkheid blijft. Dan liever een bloederige queeste à la Kill Bill, waarbij het geweld zulke groteske slash horror proporties aanneemt dat de overdrijving iets van opluchting teweegbrengt.

Is werkelijke emancipatie, dat vrouwen die opkomen voor zichzelf ook geweld mogen inzetten? Mijn eerste gevoel zegt nee. Maar dan moet ik denken aan de Queer Knokploeg die onlangs is opgericht omdat queers het – terecht – zat zijn om in elkaar geslagen te worden. Als je niet terugvecht, dan word je slachtoffer. Met minimalistische, effectieve middelen dwingt You should get raped het publiek zich af te vragen hoever je (niet) moeten gaan om gelijkwaardigheid te bevechten.

Foto’s: Jonnah Lee Goldberg