Recensie

Wozzeck
De Nationale Opera
★★★★☆ Opera
18 maart 2017 - Nationale Opera & Ballet, Amsterdam - Speellijst
Het optimisme van kinderen in dramatische Wozzeck
Door gepubliceerd 19 maart 2017

Kinderen openen en besluiten de opera Wozzeck (1925) van Alban Berg bij De Nationale Opera. De Poolse regisseur Krzysztof Warlikowski laat zich inspireren door zijn jeugd in de Poolse havenstad Stettin (Szczecin) aan de Baltische Zee. Hij herinnert zich een alleenstaande moeder met een kind. Het stadje was vervuld van geruchten, en moeder en kind werden buitengesloten. In de openingsscène van Wozzeck dansen keurig geklede kinderen walsen. Het lang volgehouden beeld roept vertedering op. Een jongetje treedt naar voren als een jeugdige hoofdrolspeler: hij verhaalt over een koning en twee zoons die elkaars vijand zijn. Aan het slot is hij het onwettige kind van de arme verschoppeling Wozzeck en zijn geliefde Marie. Het kind van een hoer en een moordenaar – welke toekomst ligt er voor hem?

Krzysztof Warlikowski’s Wozzeck, naar het onvoltooide, slechts als flarden overgeleverde toneelstuk Woyzeck (1836-1837) van Georg Büchner, is monumentaal en groots. Maar opvallend statisch. In de eerste scène verwijt de Kapitein (Marcel Beekman) dat Wozzeck hem langzaam moet scheren. Wozzeck is te gejaagd, te ongedurig en daardoor te immoreel, hij schiet door ‘het leven als een scheermes’. Maar de Wozzeck van Christopher Maltman is gedurende de hele opera door juist een en al rust. Hij neemt geen deel aan de handeling, zit vaak betrekkelijk passief terzijde.

Maltman is gekostumeerd als een wat verwarde, licht-intellectuele kelner met wit jasje aan, sluik opzij gekamd licht haar. Beslist is hij niet de razende, vitale oerkracht die acteur Peter Tuinman in 1988 verbeeldde bij de Woyzeck door het Nationale Toneel in de regie van Franz Marijnen. Door deze keuze van Warlikowski krijgt zijn Wozzeck een geheel andere dimensie. Het is nu een geabstraheerd verhaal over een eenzame, in zichzelf gekeerde man die aan wanen lijdt, niet van opstand vervuld jegens zijn omgeving. Wozzeck verdedigt zich jegens de Kapitein dat hij te arm is om een deugdzaam mens te zijn. Hiermee identificeert de titelheld zichzelf als een verschoppeling, een kwetsbare weerloze outcast. Dat hij, in een vlaag van jaloezie, zijn geliefde Marie (Eva-Maria Westbroek) aan het slot zal doden, heeft dan ook niets met zijn ongerichte gejaagdheid te maken die op wanhopige wijze een uitweg zoekt. Hij lijdt aan waanbeelden die hij met niemand kan delen.

Naast de introverte Wozzeck kunnen de andere personages al hun kracht ontplooien. Beekman als Kapitein is een meesterlijke tenor die met ironie en vileine humor Wozzeck achtervolgt en hem telkens wijst op de slechte gewoonte haast te hebben. Hij is ook de eerste die Wozzeck ervan overtuigt dat hij aan zinsbegoocheling lijdt. De grootste rivaal van de arme Wozzeck is de Tamboer-majoor die het aanlegt met zijn geliefde Marie. Frank van Aken (tenor) is wel degelijk de imposante verschijning die hij moet zijn. Hij is volkomen tegengesteld aan de introverte Wozzeck. Een mooi-valse rol heeft Sir Willard White (bas) als de Dokter die proeven met Wozzeck uithaalt. In het samenspel tussen arts en patiënt krimpt Wozzeck ineen: hij is duidelijk het slachtoffer, zonder enig verzet.

Het imposante decor met hoog opgaande wanden als van een buitensporig huis maken de personages steeds kleiner. Sopraan Westbroek geeft aan de rol van Marie een intense allure. In de eerste opkomst toont ze zich de bezorgde moeder voor haar in armoede opgroeiende kind. Maar als ze eenmaal glanzende oorbellen van de Tamboer-majoor heeft gekregen, verandert ze. Ze proeft van luxe, vindt een nieuw geluk. De scène van de moord, waarin Wozzeck haar een ‘rood parelsnoer van bloed’ omhangt en waarin ‘de maan is als een bloedig mes’, is indringend en aangrijpend: Marie draagt een stralend witte jas en komt uit de wereld van weelde. Wozzeck is de getergde buitenstaander. Een van de mooiste scènes uit de opera is die waarin Marie in de herberg genotzuchtig danst met de Tamboer-majoor. Hier begint Wozzecks ondergang. Tussen prachtig gekostumeerde gasten dansen opnieuw de jeugdigen mee. Wozzeck roept groot mededogen op.

Het Nederlands Philharmonisch Orkest onder muzikale begeleiding van Marc Albrecht geeft aan Alban Bergs van oorsprong atonale partituur een uitermate vloeiende, soms zelfs melancholieke en verrassend-verstilde klankkleur. Bergs twaalftoonstechniek, waarin dissonanten voor felle spanning zorgen, lijkt eerder getemperd dan dat het orkest de contrasterende samenklanken aanzet. Bij de première in 1925 schreef een recensent over de ‘Dissonanzenorgie’ van Berg als vertegenwoordiger van de Tweede Weense School, samen met Schönberg en Webern. Het prachtige van Albrechts muzikale leiding, het samenspel met de solisten en het Koor van de Nationale Opera is juist dat de lange, overwegend melodische lijnen van de laat-Romantiek het klankbeeld overheersen. Meer dan de atonaliteit.

Schitterend is in de laatste akte de overweldigende zogenoemde ‘inventie’ op een beklemmend akkoord. Dat klinkt op als Wozzeck beseft dat hij Marie heeft gedood. En zijn handen wil reinigen van het bloed in een aquarium en zijn mes daarin, als was het een vijver, wil weggooien. Wozzeck verdrinkt zichzelf in de vijver. In eerdere versies, zowel op het toneel (in de regie van Johan Simons bij Het Zuidelijk Toneel Hollandia, 2001) als in de opera gaat Wozzeck ten onder in het aquarium dat bloedrood kleurt. Hier glijdt de Wozzeck van Maltman onopvallend weg achter het aquarium en dat is als theatrale oplossing kenmerkend voor deze regie: Wozzeck valt regelmatig weg uit het zenit van de uitvoering.

Opnieuw nemen kinderen de voorstelling over. Op de achtergrond glijden ze vrolijk van een glijbaan en Maries zoontje zegt de laatste woorden: ‘Hop, hop! Hop, hop!’ De andere kinderen vertellen hem dat zijn moeder is vermoord. Maar echt dramatische indruk maakt dit niet. Maries zoontje wil verder, het leven in. Het is een verrassend optimistisch en daardoor opmerkelijk slot van een bijzondere, ontroerende Wozzeck. Het is echter niet de grootse, vijfsterrenvoorstelling die de Duitse regisseur Willy Decker in 1994 maakte. Die behoort met al haar helderheid en consequente visie beslist tot de top van de Wozzeck-traditie.

Foto: Ruth Waltz

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

U kunt de volgende HTML tags en attributen gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*
*

LET OP: op deze recensie rust auteursrecht. Voor geheel of gedeeltelijke overname, in welke vorm dan ook, is vooraf toestemming nodig van de uitgever.

Elders

de Volkskrant
★★★★★
'En dan de personenregie: zelden hebben de zangers een dieper psychologisch inzicht in hun rollen getoond, wat resulteert in vocaal opwindende prestaties. Dirigent Marc Albrecht voelde de emotionele gelaagdheid al even feilloos aan, waardoor het Nederlands Philharmonisch Orkest een personage op zich werd, het broeierige onderbewustzijn van het toneel. Een onthutsende ervaring; het publiek was haast te beduusd om te klappen.' Persis Bekkering
NRC Handelsblad
★★★★☆
'De visuele aantrekkingskracht van deze nieuwe DNO-productie is groot en er wordt voortreffelijk geacteerd en gezongen. Maar de grootste pluim gaat naar Marc Albrecht en zijn Nederlands Philharmonisch, die de bontgekleurde orkestpartituur in verbijsterend detail tot leven wekten. De dynamische spankracht liep van lieflijke intimiteit, via borrelende onderbuikdreiging tot gewelddadige erupties. Albrecht bouwde de spanning zorgvuldig op en creëerde een geweldige emotionele impact. Het grote orkestrale tussenspel vlak voor het einde deed aan als een ereronde.' Joep Stapel
Het Parool
★☆☆☆☆
'Wat in deze Wozzeck vooral ergernis wekt, is dat Warlikowski het beter denkt te weten dan de componist. Hij laat de opera beginnen met kinderen die dansen op een Weens walsje uit een gettoblaster, gevolgd door Cubaanse salsa met een zware discobeat. Pas daarna mag Albert Bergs openingsmaten inzetten. Daar begint de ergernis al.' (vier sterren voor de muziek) Erik Voermans
Trouw
★★★★★
'In de bak weet dirigent Marc Albrecht alle strenge compositievormen in Bergs partituur los te kloppen en als kolkende lava te laten stromen. Het Nederlands Philharmonisch Orkest overtreft zichzelf in deze verraderlijke en voortdurend smeulende partituur, die helemaal aan het eind uitbarst in een van de mooiste orkestrale epilogen ooit geschreven. Hier weten Albrecht en zijn musici de tijd volledig stil te zetten. Wat een klasse.' Peter van der Lint
De Telegraaf
★★★☆☆
'Tekenend is het blik aan kinderen dat regisseur Krzysztof Warlikowski opentrekt en dat over het podium danst, zingt en van een glijbaan zoeft. Hun functie is niet duidelijk. Niet veel later verschijnt een mannenkoor op het al overvolle podium én een vijftienkoppig kamerorkest. Het is een kermis aan ervaringen die afleidt van het verhaal van de in geestesnood verkerende Wozzeck en van de intrigerende muziek van Alban Berg. Jammer, want de teksten zijn vermakelijk. ,,De aarde lijkt vanaf de maan op een omgevallen pispot”; dat hoor je niet vaak in een opera.' Louis Gauthier

Speellijst

De eerstvolgende drie speelbeurten van deze voorstelling:

Verwante artikelen

Tags

, , , , , , , , , , , , , , ,

  • Elders

    de Volkskrant
    ★★★★★
    'En dan de personenregie: zelden hebben de zangers een dieper psychologisch inzicht in hun rollen getoond, wat resulteert in vocaal opwindende prestaties. Dirigent Marc Albrecht voelde de emotionele gelaagdheid al even feilloos aan, waardoor het Nederlands Philharmonisch Orkest een personage op zich werd, het broeierige onderbewustzijn van het toneel. Een onthutsende ervaring; het publiek was haast te beduusd om te klappen.' Persis Bekkering
    NRC Handelsblad
    ★★★★☆
    'De visuele aantrekkingskracht van deze nieuwe DNO-productie is groot en er wordt voortreffelijk geacteerd en gezongen. Maar de grootste pluim gaat naar Marc Albrecht en zijn Nederlands Philharmonisch, die de bontgekleurde orkestpartituur in verbijsterend detail tot leven wekten. De dynamische spankracht liep van lieflijke intimiteit, via borrelende onderbuikdreiging tot gewelddadige erupties. Albrecht bouwde de spanning zorgvuldig op en creëerde een geweldige emotionele impact. Het grote orkestrale tussenspel vlak voor het einde deed aan als een ereronde.' Joep Stapel
    Het Parool
    ★☆☆☆☆
    'Wat in deze Wozzeck vooral ergernis wekt, is dat Warlikowski het beter denkt te weten dan de componist. Hij laat de opera beginnen met kinderen die dansen op een Weens walsje uit een gettoblaster, gevolgd door Cubaanse salsa met een zware discobeat. Pas daarna mag Albert Bergs openingsmaten inzetten. Daar begint de ergernis al.' (vier sterren voor de muziek) Erik Voermans
    Trouw
    ★★★★★
    'In de bak weet dirigent Marc Albrecht alle strenge compositievormen in Bergs partituur los te kloppen en als kolkende lava te laten stromen. Het Nederlands Philharmonisch Orkest overtreft zichzelf in deze verraderlijke en voortdurend smeulende partituur, die helemaal aan het eind uitbarst in een van de mooiste orkestrale epilogen ooit geschreven. Hier weten Albrecht en zijn musici de tijd volledig stil te zetten. Wat een klasse.' Peter van der Lint
    De Telegraaf
    ★★★☆☆
    'Tekenend is het blik aan kinderen dat regisseur Krzysztof Warlikowski opentrekt en dat over het podium danst, zingt en van een glijbaan zoeft. Hun functie is niet duidelijk. Niet veel later verschijnt een mannenkoor op het al overvolle podium én een vijftienkoppig kamerorkest. Het is een kermis aan ervaringen die afleidt van het verhaal van de in geestesnood verkerende Wozzeck en van de intrigerende muziek van Alban Berg. Jammer, want de teksten zijn vermakelijk. ,,De aarde lijkt vanaf de maan op een omgevallen pispot”; dat hoor je niet vaak in een opera.' Louis Gauthier