Eén ding moet je de makers van de voorstelling Wim en Jet willen naar bed nageven: zij hebben het allerleukste liedje gemaakt dat dit jaar op de Parade te horen is, en dat de hele avond in je hoofd blijft rondzingen.
Die makers zijn acteurs Porgy Franssen en Renée Fokker, de muzikant is Hein Franssen, inderdaad de broer van. Hij is degene die het publiek in de zaal alvast opwarmt, en dat lied erin stampt. Het wordt een musical waarnaar we gaan kijken, zegt hij, maar het duurt minstens tien minuten voordat beide acteurs opkomen.
Franssen en Fokker spelen het echtpaar Wim en Jet, dat een hotelletje heeft geboekt om even nader tot elkaar te komen. Dat lijkt nodig ook, want ze zijn volkomen op elkaar uitgekeken. Toch blijven ze bij elkaar, omdat ze de ingeslepen gewoontes van bekvechten, misverstanden en ander huwelijksleed niet kunnen missen.
Treurig stel dus, maar ach, ze rooien het toch maar mooi samen. Franssen speelt Wim met een uitgesproken mimiek – weinig acteurs hebben zo’n beweeglijk gezicht – en Fokker is heerlijk flegmatiek. Het zal mijn tijd wel duren, straalt ze in alles uit.
In het hotel is geen internet, dus geen sociale media of nieuws. Ze zijn in heel hun saaiheid aan elkaar overgeleverd. Dat mondt uit in een bijna absurdistische confrontatie tussen twee mensen die niet met, maar zeker niet zonder elkaar kunnen. De woordgrapjes zijn belegen, de misverstanden zie je al van mijlenver aankomen, de oplader is kwijt, de telefoon is kwijt, de tandenborstel maakt te veel lawaai – dat soort onbenulligheidjes.
Dus slim dat de makers af en toe uit hun rol stappen. Dan zijn het de acteurs Franssen en Fokker zelf, die zich afvragen of dat wat ze aan het maken zijn, goed genoeg is. Dus eigenlijk kijken we naar een voorstelling in wording, maar die nog lang niet af is. Is dat leuk? Soms wel, laat dat maar aan deze twee speler over. Maar inhoudelijk sta je wel met lege handen. Wat aan de keukentafel misschien is bedacht als grappig idee voor de Parade, komt in de praktijk niet echt van de grond.
‘Wim en Jet willen naar bed. Om lekker te slapen maar ook voor de pret’, zingen we aan het eind met zijn allen mee. Midden op het podium staat inderdaad een bed. Leeg.
Foto: Jan Dirk van de Burg