Ruim anderhalf uur houdt performer Princess Isatu Hassan Bangura het publiek in haar greep met een hypnotiserend optreden waarin taal rinkelt en schittert, bezweert, verleidt en smeekt. Het begin is briljant: ze zegt eerst waarover de voorstelling níet gaat, en dan noemt een duizelingwekkend aantal -ismen op, zoals boeddhisme, kapitalisme, hindoeïsme, individualisme, sjamanisme, holisme. Dit alles begeleid door gefragmenteerde beelden en live slagwerk.

Ze staat met de rug naar de zaal, beweegt soepel en elegant. Dan keert ze zich om en benoemt het kernwoord: ‘Mother. M-o-t-h-e-r.’ De ‘r’ klinkt als een ratel. De performance Wild Woman – Part 1: The Bone Collector neemt ons mee op een reis, belooft ze. Een reis naar alle moeders van deze wereld, en vooral haar moeder, grootmoeder en overgrootmoeder. Ergens halverwege deze bedwelmende solo van taal, die eerder een rappend of spokenwordconcert is, zegt ze: ‘This is a combination of expression and confusion.’

Aan weerskanten van het cirkelvormige toneelbeeld hangen lange witte gewaden in de hoogte als symbolische moederfiguren. Doorzichtige gordijnen creëren een sfeer van intimiteit. Links zit live drummer Ruben van Asselt. Achter het scherm componist en sound designer Edis Pajazetovic. Het kostuumontwerp van Tricia Nganga Mokosi is intrigerend: bij elke lichtverandering lijkt haar kostuum mee te veranderen, nu eens zwart met wit, dan goud of zilver, lichtgevend of juist donker en getemperd.

Haar eerdere performance Great Apes of the West Coast (2023) werd bekroond met de Theo d’Or 2024 als beste ‘grensverleggende voorstelling’. Bangura (1996) kwam op 13-jarige leeftijd naar Nederland vanuit het door burgeroorlog geteisterde Sierra Leone in West-Afrika. Ze volgde de toneelschool in Maastricht. Wild Woman is het eerste deel van een tweeluik en is een co-productie van onder meer Via Zuid, Theater Rotterdam, Likeminds en Frascati Producties.

Wild Woman is theater als een ritueel of bezweringsformule die verschillende stadia doorloopt. Het afgesneden zijn van de oorsprong, dus de breuk met het moederlichaam, leidt tot heftige emoties, uitbarstingen van woede en verdriet. Uitroepen als ‘Fuck it! Fuck it!’, ook al aanwezig in Great Apes of the West Coast, hebben de kracht van een aanklacht tegen vereenzaming en chaos.

Vodun is het meervoud van Vodu of Vodou, een West-Afrikaanse spirituele religie waarin veertien goden een rol spelen; ze wendden zich van de aarde af en trokken zich terug in de godenwereld. In  haar performance noemt Bangura Vodun (vaak ook Voodoo genoemd, de Engelse naam) een ‘way of life’. Met behulp van een meeslepende soundtrack waarin tal van muziekinvloeden klinken als afro-futurisme, afro-punk en rap, roept ze een bovennatuurlijke wereld op. Vooral afro-futurisme, zo benoemd in 1993, geldt als een belangwekkende cultuuruiting van de West-Afrikaanse diaspora in Amerika.

Het is weergaloos hoe Bangura zich laat inspireren door tal van spirituele bronnen, die je als toeschouwer niet rationeel kunt benoemen maar die je wel ervaart. Een andere bron is het boek Women Who Run With the Wolves (1992) van de Amerikaanse psychoanalyticus Clarissa Pinkola Estés, een studie die de archetypische mythen, sprookjes en verhalen van wild women beschrijft.

Estés verzamelde talloze verhalen over wild women die ze vond bij haar familie, op haar vele reizen en via haar patiënten. Een van die verhalen is dat van de bone collector, zoals Bangura die opnieuw tot leven brengt. De Bone Woman, ze heet La Loba in Estés’ studie, wil met behulp van spiritualiteit en magie de beenderen van overledenen weer tot leven brengen om zo tot heling te komen en verzoening met dood en verlies. Dat zien en horen we ook terug in de performance. Bangura roept de overleden moeders uit haar nabije en verre kring op en vraagt, smeekt en roept in wanhoop uit of ze haar niet willen laten vereenzamen.

Het is fascinerend hoe zij als performer snel van register wisselt, van uitbundig en heftig naar verstild als in gebed. De soundscape begeleidt haar daarbij. De witte poppen die hoog in het theater als schimmen hangen, haalt ze naar beneden als om haar bij te staan Ze memoreert de bittere geschiedenis die deze vrouwen hebben doorstaan als tot slaaf gemaakten. De collectieve herinnering daaraan geeft Bangura door maar ze zoekt ook de verlossing daarvan.

De Bone Woman brengt de gevonden beenderen al zingend tot leven, dat doet de performance ook: rituele zang klinkt op, slagwerk geeft de ritmen aan op magische manier overwint het leven de dood. Wild Woman is een performance die je vooral zintuigelijk moet ondergaan, ook al probeer je door kennis vantevoren de diepere laag en betekenis te doorgronden. Het is vooral bedwelmend. De grote lijn van woede, frustratie, angst en het gebroken-zijn naar verstilling, heling en het hervinden van je eigen identiteit beeldt Bangura indringend uit.

Foto’s: Luciano de Boterman