Wanneer je het nieuws leest, ga je van het ene rampverhaal naar het andere. Je komt er niet meer onderuit. De vraag is: wat doe je ermee? Ga je door met je leven, onderneem je actie, of word je overladen door een schuldgevoel? Dat laatste is het probleem van Wendy. Wendy voelt zich schuldig. Over alles.

De naam van de voorstelling, Wendy Pan, zegt het al: Wendy (Ellen Parren) was ooit het vriendinnetje van sprookjesfiguur Peter Pan. Nu is ze 40, en heeft het gewicht van haar ondragelijke schuldgevoel haar op haar knieën gedrukt – letterlijk, Wendy gaat nu op handen en voeten door het leven. Opstaan lukt haar niet meer, het is alsof er een zwaar gewicht op haar rug drukt, dus kruipen is de enige optie.

De oorzaak is onbekend, op de Spoedeisende hulp vinden ze niets en ook huisarts Jeroen (Sam van Hulst) weet van geen raad. En ja, daar voelt Wendy zich natuurlijk schuldig over, want zij laat Jeroen voor niets komen, geeft haar moeder Angela (Jan-Paul Buijs) ontzettende zorgen met háár probleem, terwijl dat kruipen prima gaat. Als laatste hulpmiddel wordt de dominee (Peter van Rooijen) van het dorp ingeschakeld die na lang praten tot de conclusie komt dat dit het werk van de duivel moet zijn, met een grappige duiveluitdrijving tot gevolg.

Wendy lijkt eerder nog veel bezig met hoe zij het ooit heeft uitgemaakt met haar vriendje Peter, op zijn verjaardag nota bene, toen zij het nummer ‘I believe I can fly’ aan hem gaf. En hoe ze na al die jaren nog heel veel om hem geeft.

De liedjes, grotendeels geschreven door Van Rooijen op muziek van Arthur Wagenaar, waarmee de scènes worden afgewisseld, gaan over alle misère waar Wendy zich schuldig over voelt, zoals een nachtmerrie waarin elk dier voorkomt dat ze ooit heeft gegeten, of een lied over alles wat ze niet verdient. De grappige en scherpzinnige liedteksten versterken het dramatische aspect van de scènes. Het decor heeft iets burgerlijks: ze bevinden zich in Wendy’s oude slaapkamer, waar niets is veranderd en haar vader in de hoek de krant leest, onbewust van alles wat er met zijn dochter gebeurt.

Naast de rollen die ze spelen, spelen de acteurs ook zichzelf. Bijvoorbeeld in de openingsmonoloog, waar Van Rooijen in Parrens plaats staat om als niet-Ellen te vertellen waar Parren allemaal mee kampt. Zo is zij een acteur die het zich kwalijk neemt als het publiek wegloopt, of niet lacht, of moet gapen. Ze is een overbelaste actrice, die iedereen met zich meezuigt. Een beetje als Wendy. Ook is het voor haar heel belangrijk dat Mees, de stagiair, een leerzame stage heeft met een grote monoloog. Maar daar zijn Jan-Paul en Peter (en Sam!) het weer niet mee eens. Gelukkig is er genoeg ruimte voor Mees Markus om te laten zien dat hij zijn plekje in deze voorstelling dubbel en dwars verdient en meer kan dan alleen maar koffie halen.

Dat de acteurs ook zichzelf zijn, geeft een extra laag aan de voorstelling. Want hoe grappig het ook is om te kijken naar die zielige Wendy die gebukt gaat onder al het leed van de wereld, het is ook iets heel herkenbaars. Er zijn Ellens in de wereld die het hun taak vinden om voor iedereen te zorgen en Peters en Jan-Pauls die zich er niet zo veel van aantrekken. Voor beide valt wat te zeggen, maar het personage van Wendy is iets wat steeds meer te zien is. Een schuldgevoel voor iets wat helemaal niet je schuld is. Vliegschaamte, geen kinderen willen voor het milieu, geld doneren aan goede doelen voor iets wat je zelf niet hebt veroorzaakt, noem het maar op.

Wendy Pan is een grappige vertelling van herkenbare problemen, maar door de luchtigheid ervan werpt het ook een kritische blik op hoe we als mensen met dit soort dingen omgaan. Circus Treurdier laat met perfecte timing en gevatte grappen zien dat zij heel goed doorhebben hoe een voorstelling kan slagen. Reflecteer maar eens met het ex-vriendinnetje van Peter Pan, een rokende huisarts en een vloekende dominee op hoe af te komen van schuldgevoelens. Al die grappen zullen hier niet worden verklapt, want Wendy Pan moet gewoon gezien worden.

Foto’s: Bowie Verschuuren