Yora Rienstra
We maken er wat van
★★★☆☆
Yora Rienstra zou een stuk scherper kunnen
Ruud Buurman
13 mei 2013
Gezien op 11 mei 2013, Blauwe Zaal Utrecht

Het leven van de gemiddelde moderne vrouw is een tranendal vol sleur. De seks is allang niet meer wat het geweest is, het mannetje (of vrouwtje) moet steeds overwerken en de enige die haar aandacht geeft, haar tranen droogt en haar een bloemetje brengt, is de stofzuiger. De romantiek legt het af tegen de dagelijkse werkelijkheid.

In We maken er wat van, de tweede solo van cabaretière Yora Rienstra is het aardse bestaan nog een stukje sneuer dan het al was in haar debuut Aan jou heeft het niet gelegen. Dat debuut, na het winnen van de Wim Sonneveldprijs tijdens het Amsterdams Kleinkunst Festival in 2009, mocht er zijn.

Yora Rienstra is een zeer veelzijdig talent. Zij zingt goed, speelt bovengemiddeld piano, schrijft bijzonder mooie en ook hilarische liedjes, kan een herkenbaar typetje neerzetten en heeft een lijf en een gezicht waarin enorm veel rek zit.

Als een debuut succesvol is geweest, is het altijd een lastige opgave de hoge verwachtingen waar te maken met de opvolger. Dat lukt Yora dan ook niet echt. Natuurlijk zet ze al haar talenten volop in en ze blijft leuk om naar te kijken en te luisteren. Maar inhoudelijk blijft We maken er wat van een beetje steken. Het is wat dunnetjes. Steeds heb je het gevoel dat het zoveel scherper zou kunnen.

Met de liedjes is bijna niks mis. Die zijn, op de flauwe meezinger Iedereen gaat dood na, stuk voor stuk pareltjes, waar ze de gulle lach en de traan mee tevoorschijn haalt. Maar daar tussendoor zou het na een tijdje best eens een ander ‘kleurtje’ mogen krijgen dan sneu en tragikomisch. Dan verlang je naar wat meer dynamiek, een tempootje hoger en een andere gezichtsuitdrukking dan die met de treurige oogopslag. Als de vrouw verschijnt die ontkent dat ze dik is en haar omvang wijt aan ‘vocht’, is dat een verademing.

Het gekke is dat je bijna geen vinger kunt leggen op wat je precies mist en waar je op zit te wachten. Tot ze vertelt dat ze moeder is geworden. Haar vriendin heeft een kind gebaard. Dan wordt Rienstra persoonlijk en gaat het over haar eigen leven, haar vragen en onzekerheden. Dat sluit ze af met een lied, waarin ze de kleine wereldburger op het hart drukt buiten de lijntjes te gaan kleuren, eens geen richting te kiezen en de weg af en toe flink kwijt te raken.

Zo’n slot maakt een hoop goed.

Elders

Volkskrant
★★☆☆☆

'Het enige geslaagde typetje is de dikke vrouw die zichzelf op de been houdt met de opmerking dat het allemaal vocht is. Ook een liedje over de liefde voor Lelystad mag er zijn. Maar verder moeten we dit tweede programma van Rienstra maar snel vergeten en hopen dat ze al haar talent inzet voor een geslaagde comeback.' Patrick van den Hanenberg

NRC Handelsblad
★★★☆☆
'Overdadig is ze soms wel, in haar expressie en in de slapstickachtige mouvementen die haar woorden illusteren. Zodra ze een verhaal met minder opsmuk vertelt, maakt dat meer indruk. Zulke momenten zijn nu nog te zeldzaam.' Henk van Gelder
Het Parool
★★★☆☆
'Rienstra is een prima actrice, die haar elastische lijf volledig uitbuit in tamelijk abstracte scènes,waarin ze bijvoorbeeld van jong meisje transformeert in een oud vrouwtje. En dààr wordt het persoonlijk.' Mike Peek
Trouw
★★★★☆
'Rienstra's grote plus is haar lijf: slungelig en letterlijk opvouwbaar. Tel daar haar elastieken mimiek bij op en je hebt een gouden combinatie. Zoals zij op een vleugel kan hangen, met haar teen in een glaasje water en haar hoofd ondersteund door een pump, heel grappig. "Ik pas me niet aan mensen aan, maar aan meubels", constateert zij droog. Rienstra maakt van 'We maken er wat van' een mooie mix van types, liedjes en persoonlijke verhalen.' Rinske Wels
De Telegraaf
★★★☆☆
'Haar verhalen over haar ’huwelijk’ met de stofzuiger, de onontkoombare dood en de overwerkende geliefde met een affaire zijn leuk, maar flirten met voor de hand liggende clichés blijven qua onderwerpen veilig dicht in de buurt van haar debuutvoorstelling. Gelukkig neemt Rienstra het publiek in het slot toch nog mee naar haar persoonlijke belevingswereld en laat ze op de valreep ook haar eigen gezicht zien. Naast de sketches zingt de kleinkunstenares prachtige liedjes waarbij ze zichzelf begeleidt op de piano.' Tamara Evers

Reageer

Uw E-mail adres zal niet gepubliceerd worden.