We bevinden ons in een ondergrondse ruimte van Altstadt Rotterdam. De muren zijn geblakerd omdat er ooit een bakkerij was gevestigd. (meer…)
Marsha P. Johnson was een van de eersten die in juni 1969 met een glazen fles de politie bekogelde die een inval deed in de New-Yorkse gayclub Stonewall Inn. Het was het begin van de Stonewall-rellen die uiteindelijk hebben geleid tot de Pride-betogingen en -feesten die nu jaarlijks wereldwijd plaatsvinden.
De homo’s, lesbo’s en dragqueens van toen kwamen in opstand omdat ze voortdurend door de politie lastig werden gevallen; invallen in hun clubs en cafés waren aan de orde van de dag. Het ging er in die tijd hard aan toe, op het gewelddadige af.

Zou het tijd zijn om een dergelijke activistische beweging opnieuw op te zetten? Met die vraag als uitgangspunt maakte theatermaker Raymi Sambo (in coproductie met Internationaal Theater Amsterdam) de voorstelling Wachten op Marsha. Los van een proloog waarin de Stonewall-rellen en het belang van Johnson voor de queer-community wordt geschetst, gaat de voorstelling over het hier en nu.
Na die heldere inleiding (sterk en bevlogen gespeeld door Ro Verwey) schakelt de voorstelling door naar 2026 waarin de radicale actiegroep ‘Team Marsha’ in pretpark Walibi een van de attracties stilzet. Aandacht willen ze, de tijd van stil zijn en angstig toekijken is voorbij. De volgende acties moeten het bezetten van het treinspoor zijn, het ontregelen van de Amsterdamse Reguliersdwarsstraat (het commerciële walhalla van flirtende gays), en dan als sluitstuk het verstoren van de World Pride in Amsterdam.
Zo, toe maar, dat is nog eens actievoeren, denk je dan. Maar ook: is dat verstandig, wat voor effect sorteer je ermee? En misschien wel de belangrijkste vraag: is de situatie in Nederland echt zo slecht voor de queer-community dat extreme acties nodig zijn? In New York destijds was de politie zonder twijfel honderd procent homofoob, hier zal het niet snel gebeuren dat een queer protestmars door de ME uit elkaar wordt geslagen.
Toch zijn de vijf activisten die we hier aan het werk zien daar bang voor. In de geest van Marsha P. Johnson moet er weer met flessen worden gegooid, de beuk erin! Even ontstaat er binnen de groep kort onenigheid over de vraag wat het effect is van deze radicale manier van actie voeren. Jelle (gedreven en genuanceerd gespeeld door Lars Brinkman) is degene die zijn twijfels uit; hij heeft een leuke vriend met een mooi huis en vloerverwarming, en is domweg gelukkig. Waarom dan je leven op het spel zetten? De andere vier spelers reageren met een spervuur aan tegenargumenten. De woede overheerst.

Wachten op Marsha is in Sambo’s regie fel realistisch vormingstheater anno 2026, bedoeld om de discussie aan te wakkeren, maar is in die zin ook te eenzijdig. Natuurlijk kun je vraagtekens zetten bij de commercialisering van Pride (‘aapjes kijken naar dansende homo’s op een bootje’), en natuurlijk is het angstaanjagend dat transgenders, dragqueens, of zo maar twee mannen die hand in hand lopen, worden belaagd. Maar actievoeren met een pistool als laatste redmiddel? Zou dat de oplossing zijn?
Meer dan in de tekst worden in de geweldige dansacts (choreografie Naïma Souhaïr) de woede en boosheid die onmiskenbaar onder deze voorstelling liggen voelbaar. Tegenover onhandige scènes met spandoeken en vlaggen, staan sterke momenten waarin je als toeschouwer wordt meegenomen in de dilemma’s van deze groep, om al doende je eigen gedachten aan te scherpen.
Overigens is in die zin de HBO-Max-serie Tip Toe van harte aanbevolen: daarin voel je de woede en de dreiging in alle hevigheid.
Na afloop van de voorstelling maar weer eens gaan kijken hoe het er in de Reguliersdwarsstraat tegenwoordig aan toe gaat. Er stonden borden bij de ingang: ‘Welkom in de Reguliers – Vier hier de lhbtiq+ gemeenschap. Wees lief voor elkaar!’.
Dat laatste lukte.
Foto’s: Bart Grietsens















