Vier muren is een daverend hiphop-ritueel dat start vanuit het kloppen op de borst door het publiek en dat zindert door tot aan het eind. In een lang-uitgerekt scenisch gedicht met een mix aan muziekstijlen verkondigt Marios Bellas zijn persoonlijke profetieën over een tijd die moet eindigen, een tijd waarin we koesteren wat we verloren hebben terwijl we hunkeren naar een nieuwe.

Met dit regiedebuut haalt Bellas alles uit de kast, van agit-prop tot opzwepend concerttheater dat je in een trance wil brengen. Bellas is jong en duidelijk gedreven om zijn artistieke stempel te drukken. Zijn energetisch appeal was ook al te zien in Hannibal, aan het begin van het O. Festival. Als Nederlandse Brusselaar met Griekse wortels doorleeft hij de hyperdiversiteit van grootsteden die via de hiphop en het spoken word vandaag een nieuwe generatie opzweept.

Deze jonge kunstenaar zette zich op de kaart met de single ‘Fuck de Bureaucraten’ in 2023, dat ook in deze voorstelling een theatraal jasje krijgt. Hij was toen nog geen twee jaar afgestudeerd aan het RITCS. Dit jaar bracht hij zijn debuutalbum Honger uit, waar hij zijn eigen geluid in de Nederlandstalige hiphopscene doordrukt: ‘Ben de tijd voorbij voor vrijblijvende nepmensen, jarenlang gebouwd aan elke draad van me netwerken. Nu ben ik de dirigent van de band’, zo dendert het door. En zo is hij ook nu de dirigent van Vier muren.

Als jonge rapper, drummer en gitarist is hij veelzijdig en dat is te merken in de voorstelling. Je wordt ondergedompeld in een brede mix aan muziekstijlen, als slam en rap, freestyle hiphop, indiepop met invloeden van Björk, rap metal dat aan Rage Against the Machine doet denken, en zelfs retro Belgian synth pop.

En dat eclecticisme gaat ook samen met bijzondere instrumenten zoals de darbuka (een compacte vaastrommel uit het Midden Oosten), de bouzouki (een Griekse langhalsluit), de esraj (een Indiaas strijkinstrument), de pakhawaj (een tweekoppige drum) en een impressionante didgeridoo in het hart van de combo (bespeeld door de tweeling Elric en Jurian Reinartz).

Arne Demets zorgt voor de synths en de nodige drone bass. De toeschouwers zitten als tijdelijke community eromheen. Die band wordt al gecreëerd voor het binnengaan, want ieder wordt gevraagd op een briefje op te schrijven wat in ze opkomt bij een vraag over het verleden dat hen wordt toegestoken. ‘Als ik één ding terug zou kunnen brengen uit het verleden dan was het…’ Je wordt zo uitgenodigd om niet alleen dit hiphop-ritueel te ondergaan, maar ook te reflecteren op wat ons als mensen verbindt.

Deze concertvoorstelling is uit op het zoeken naar de collectiviteit – die van de muzikanten, maar ook die van het publiek – terwijl de denderende rap en spoken word je met allerlei slagzinnen en woorden om de oren slaat. ‘Millions of hands, thousands of years, for our children…’ zet de toon dat deze meertalige voorstelling gaat om generaties van een beschaving die op een punt gekomen is waar we van de muren oplopen.

Ieder zit binnen zijn eigen vier muren, maar zoals Vianney Adriaens waarschuwend rapt: ‘Mijn geschiedenis is niet dé geschiedenis.’ Lois Brochez slamt later terug hoe ze de muren een naam geeft met daarop ‘pain, pain, pain will be our teacher’. Op haar T-shirt prijkt ‘Witch’ met een trotsheid van feministisch bewustzijn. Bellas zweept daarna als witch-doctor-dirigent onder predikend konakkol (een Indische drumtaal) hoe we moet ‘stoppen met de fucking genocide’, en ‘als het moet dan maak ik het allemaal kapot’.

Zo roepen deze jonge wereldverbeteraars in hun hybride muziektaal op tot samenkomen tussen de generaties, om te rouwen voor wat we verloren hebben, om te dromen waarheen we naartoe willen, en om te vieren in het nu, koesterend wat belangrijk is. Samen in een cirkel, zoals het van oudsher altijd al was. Misschien verglijden de mantras al gauw na de voorstelling, maar als luidruchtig Lehrstück gonzen de woorden nog steeds door mijn hoofd. Dat het door de muren om ons heen mag knallen!

Foto: Gieljan Verhofstadt