De combinatie van choreografie en lichtkunstwerk in Vertical Blue is jammer genoeg niet in evenwicht, maar de tweede helft van de voorstelling is zo begoochelend dat je het zwakke begin al snel vergeet.

Vanaf een podium dat geheel in duister is gehuld klinken zingende stemmen. Ze zoeken naar harmonie, maar blijven individueel – alsof ze schepen in de nacht zijn, verstoken van een vuurtoren. Maar als het licht langzaam aangaat, verandert de atmosfeer direct. De vier performers rennen naar voren en nemen daar op een rij een defensieve pose aan, dierlijk, op handen en voeten.

In Vertical Blue buigt choreograaf en theatermaker Annemijn Rijk zich over de spanning tussen controle en loslaten, en tussen strijd en overgave. Helaas doet ze dat in de eerste helft van de voorstelling op een manier die nogal voor de hand liggend is. Eerst laat ze de dansers steeds heen en weer rennen tussen de pose op de voorgrond en de duisternis achter ze, wat uiteindelijk tot uitputting leidt. Dan gaat de choreografie over in een soort lichamelijke extase – weliswaar ontroerend uitgevoerd door met name Noemi Calzavara – die ook weinig variatie vertoont. Zo maakt ze het verloop van verzet naar overgave aan iets groters wel heel voorspelbaar.

De composities van Aura Bouw helpen in dit eerste deel ook niet: de pulserende soundscape creëert kunstmatige spanning, die in combinatie met de eendimensionale choreografie voelt alsof er nóg meer op dezelfde toets wordt geramd. Alleen het lichtontwerp, dat Rijk samen met Wout Panis en Theun Mosk maakte, is intrigerend: het verschuift langzaam van duisternis naar een steeds verschuivende realiteit, waarin met kleur en rook wordt gespeeld om het licht ongrijpbaar te maken.

In de tweede helft van de performance verdwijnen de dansers en krijgt het begoochelende lichtontwerp ruim baan. De manier waarop Rijk, Panis en Mosk het licht tot performer maken is fascinerend: het verandert onder je blik van vorm zonder dat je precies kan volgen hóe dat gebeurt, omdat het halfduister en de rook je ogen steeds van focus doen veranderen. Van een fel blauw verlicht vlak dat overweldigend voelt, gaat het naar het zwakst mogelijke licht, of naar sterk gelokaliseerde vlakken die over het projectiescherm lijken te kruipen. Ook de muziek van Bouw komt in deze tweede helft veel beter tot zijn recht: gekoppeld aan een abstractere vorm wint ook haar soundscape aan gelaagdheid.

Achter het scherm verschijnen de schaduwen van de dansers, die langzaam op lijken te gaan in het blauwe licht, en er uiteindelijk mee versmelten. Hoewel Rijk zich voor de voorstelling liet inspireren door free diving (ook de titel van de voorstelling verwijst daarnaar) had ik vanwege de ongrijpbare levendheid van het licht eerder een associatie met een soort buitenaardse entiteit. De extatische overgave van de dansers voelt daarmee tegelijkertijd beeldschoon én sinister: ze komen weliswaar los van de noodzaak om zich te wapenen tegen de buitenwereld, maar verliezen ook hun individualiteit. Het doet denken aan hoe de schitterende tv-serie Pluribus vorig jaar met dezelfde thematiek omging.

Vanwege het gelaagde lichtkunstwerk biedt Vertical Blue het publiek de ruimte om zelf na te denken over de balans tussen je grenzen bewaken en grenzeloos zijn.

Foto’s: Willem Popelier