In een van de sterkste scènes van Trut, staan Cassandra en Ophelia aan weerzijden van Truuj Bolwater en projecteren al hun opgehoopte woede, idealen en activisme op haar. Hoe luider en radicaler zij worden, hoe stiller Truuj. Even daarvoor redde ze de stad nog van een overstroming, door op de valreep haar bh in de verwaarloosde dijk te stoppen. Zo ontpopte ze zich prompt, en tegen wil en dank, tot ecofeministisch rolmodel. ‘Vanwege mijn bh? Ik had gewoon niets anders bij me.’

In de nieuwe Club Lam-voorstelling is een toekomstig, door water bedreigd en door de Randstad afgeserveerd Venlo de plaats van handeling. Daar, in dat ‘ooit zo zonnige zuiden’, valt nu, heel onhandig, een levensbedreigende storm samen met Vasteloavond. De rest van Limburg is inmiddels al verlaten: Maastricht is een oase, Heerlen een zandvlakte en Roermond een safaripark.

Voor de ingang van het stadhuis (een duister, bunkerachtig decor van Ramses van den Hurk) ontsteken Truuj, Cassandra en Ophelia (Marloes IJpelaar, Ayla Çekin Satijn en Ella Kamerbeek) het feministisch vuur in elkaar. Maar op de gedeelde grond van dat feminisme, tekenen zich vooral toch al snel de onderlinge verschillen uit.

Zoals gebruikelijk zit de tekst van Marloes IJpelaar vol interessante gedachtegangen, die ze ruimhartig lardeert met spitsvondige grapjes en actuele vewijzingen. In haar teksten worden historische of fictieve vrouwen gereïncarneerd in een actuele – of in dit geval toekomstige – setting en nemen verschillende tijden, bronnen en werkelijkheden vervolgens voortdurend loopjes met elkaar. Daarnaast worden er in dit door Anouk Beugels geregisseerde stuk ook een aantal liederen gezongen, die ondanks de mooie uitvoering een beetje een vreemde eend in de bijt blijven, en weinig toevoegen.

De aanstekelijke bravoure die IJpelaars werk kenmerkt, vergt ook in Trut soms behoorlijk wat lenigheid van geest: alleen al op anekdotisch vlak wordt binnen de kortste keren een dijkdoorbraak voorkomen, een lokale vrouw tot nationale verzetsheld verheven en een heuse staatsgreep voorbereid – inclusief een bijzonder gedetailleerd uitgedachte wraakfantasie op Johan Derksen.

Maar ook inhoudelijk ligt het tempo soms wel erg hoog: de onmiskenbare samenhang tussen feminisme en thema’s als klimaatverandering, Randstad versus platteland-problematiek, intergenerationeel trauma en vrouwenhaat, komt in alle veelheid niet altijd even goed uit de verf – al zorgt die soms duizelingwekkende veelheid er ook voor dat je je nergens hoeft te vervelen.

Het vaak geëxalteerde spel van de drie kernleden van Club Lam levert ondertussen vaak mooi materiaal op. Zeker in Satijns vertolking van Cassandra strijden woede en pijn prachtig om voorrang, in heerlijk vet aangezet spel dat toch steeds diepte vindt.

Interessant is hoe Truuj probeert haar idealen vast te houden in de geregeld turbulente discussies met de andere twee. Ze probeert zo lang mogelijk de stem van redelijkheid te vertegenwoordigen, wat door de anderen dan weer wordt gezien als privilege voor mooie mensen zonder noemenswaardige problemen. Voor Truuj is feminisme een ander woord van fatsoen. Mannenhaat is voor haar niet het antwoord op vrouwenhaat, maar dat wordt gebombardeerd tot slappe hap of chauvinisme. Zij beroept zich niet op grote woorden, maar wél op daden – en op dat vlak schieten haar zelfverklaarde feministische medestanders in de eindscènes weer genadeloos tekort.

De voorstelling eindigt met een prachtige, bevrijdende, gedeelde oerkreet, gericht aan alle mannen in de geschiedenis, het heden en de toekomst die vrouwen kleineren, wegstoppen, bij voorbaat niet geloven of smalend hysterisch noemen, of misschien nog wel meer aan iedereen in de zaal die hun strijd erkent en meevoert: in woord en/of daad.

Foto’s: Daniela Petrovic